Salbutamol

Stofnaam
Salbutamol
Merknaam
Ventolin, Airomir
ATC code
R03AC02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Intraveneus:
<12:
Off-label
Inhalatie:
Nebules:
<18 mnd: Off-label
≥18 mnd: On-label
Diskus:
<6 jr: Off-label
≥6 jr: On-label
Aerosol:
<12 jr: Doseringen >400 µg: Off-label
≥12 jr: Doseringen >800 µg: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Behandeling status asthmaticus en andere vormen van ernstige bronchospasmen
Inhalatie:
Nebules: 18 mnd-12 jaar: Aanvangsdosis 2,5 mg, indien nodig verhogen tot 5 mg. De behandeling kan 4dd worden toegepast.
Intraveneus:
≥12 jr:
4 µg/kg/dosis, ZN herhalen; continu infuus: 3-20 µg/minuut
Acute en intermitterende aanvallen van reversibele luchtwegobstructie
Diskus:
≥6 jr: 100-400 µg
Aerosol:
≥12 jr: 100-200 µg/dosis, max 800 µg/dag;
4-11 jr: 100-200 µg/dosis, max 400 µg/dag;
<4 jr: 100 µg/dosis, ZN herhalen.
Profylaxe inspanningsastma
Aerosol:
<12 jr: 100-200 mcg;
≥12 jr: 200 mcg.
Chronische behandeling:
<12 jr: tot 800 mcg/dag

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Aerosol "ecosal"/"babyhaler"/"volumatic" (als sulfaat) 100 µg/do
Inhalatiepoeder "novolizer"/"diskus"(als sulfaat) 100 µg/do
Inhalatiepoeder "cyclocaps" (als sulfaat) 200 µg, 400 µg
Vernevelvlst. (als sulfaat) 5 mg/ml; "nebule" (als sulfaat) 1 mg/ml; 2 mg/ml; 5 mg/ml
Conc. voor infusieopl. (als sulfaat) 1 mg/ml
Inj.vlst. (als sulfaat) 0,5 mg/ml

Inhalatievloeistof 5 mg/ml bevat benzalkoniumchloride.
Nebule (inhalatievloeistof 1 mg/ml) is vrij van conservans.

Eigenschappen

β-Sympathicomimeticum met selectieve werking op de β2-adrenerge receptoren.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Acute astma aanval
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 0,1 microg./kg/minuut continu infuus Op geleide van de kliniek, tachycardie en arteriële bloedgas salbutamol ophogen a 10 min.:
        0.1-0.5 microg /kg/min: 0.1 microg/kg/min/stap
        0.5-1.0 microg /kg/min: 0.2 microg/kg/min/stap
        1.0-10 microg /kg/min: 0.5 microg/kg/min/stap
      • Toedienen op intensive care onder monitorbewaking, controleer hypokaliemie.
        De noodzaak van een start oplaaddosis (15 microg/kg in 10 minuten iv toedienen) staat ter discussie, vooral indien al frequent verneveld is.

  • Inhalatie
    • Verneveloplossing
      • < 5 jaar
        • (bij SpO2 ≤ 94%) 2,5 mg/dosis éénmalig in combinatie met ipratropiumbromide 0,25 mg/dosis
          • Bij (ernstig) benauwd kind dient zo frequent als nodig tot continu verneveld te worden met salbutamol en (minimaal) tweemaal ipratropiumbromide bij de eerste inhalaties.
          • Na 1 à 2 maal inhaleren en onvoldoende effect: start laagdrempelig prednison
      • 5 jaar tot 18 jaar
        • (bij SpO2 ≤ 94%) 5 mg/dosis éénmalig in combinatie met ipratropiumbromide 0,5 mg/dosis

          • Bij (ernstig) benauwd kind dient zo frequent als nodig tot continu verneveld te worden met salbutamol en (minimaal) tweemaal ipratropiumbromide bij de eerste inhalaties.
          • Na 1 à 2 maal inhaleren en onvoldoende effect: start laagdrempelig prednison
    • Aerosol
      • 0 jaar tot 18 jaar
        • (bij SpO2 > 94%) met voorzetkamer: 400 - 800 microg./dosis éénmalig in combinatie met ipratropiumbromide 80 microg./dosis
          • Bij (ernstig) benauwd kind dient zo frequent als nodig tot continu verneveld te worden met salbutamol en (minimaal) tweemaal ipratropiumbromide bij de eerste inhalaties.
          • Na 1 à 2 maal inhaleren en onvoldoende effect: start laagdrempelig prednison


          TOEDIENING
          0jr-3jr: dosisaerosol + voorzetkamer met masker.
          4 jr-6 jr jaar: dosisaerosol + voorzetkamer met mondstuk.

           

Indicatie: Bronchusverwijding (kortwerkend) bij intermitterende astma klachten
  • Inhalatie
    • Inhalatiepoeder
      • 6 jaar tot 18 jaar
        [1] [4]
        • 400 - 1.000 microg./dosis 1-4 dd, max 8 dd
          • Maximum dosis in thuissituatie: 8 dd 200 microg. Bij een hogere behoefte dient de patient beoordeeld te worden.
    • Aerosol
      • 0 jaar tot 18 jaar
        [1] [4]
        • 100 - 400 microg./dosis zo nodig 1-4 dd, max 8 dd , max: 3.200microg./dag
          • Maximum dosis in thuissituatie: 8 dd 200 microg. Bij een hogere behoefte dient de patient beoordeeld te worden.

           

          TOEDIENING
          0 jr-3 jr: dosisaerosol + voorzetkamer met masker.
          4 jr-6 jr: dosisaerosol + voorzetkamer met mondstuk.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij volwassenen

Inhalatie:
Bijwerkingen zijn afhankelijk van de dosis en individuele gevoeligheid. Vaak (1-10%): irritatie van mond en keel, brandend gevoel van de tong, hoesten, smaakverandering (slechte, onprettige of ongebruikelijke smaak), misselijkheid, fijne tremor van handen en vingers (vooral bij hoge doses), hoofdpijn, duizeligheid, zweten, rusteloosheid. Soms (0,1–1%): hartkloppingen. Zelden (0,01-0,1%): verhoogde of verlaagde bloeddruk, perifere vaatverwijding, compensatoire stijging van de hartfrequentie, tachycardie, angina pectoris, ritmestoornissen (incl. atriumfibrillatie, supraventriculaire tachycardie en extrasystolen, vooral bij daarvoor gevoelige patiënten), spierkrampen, hoesten, paradoxale bronchospasmen, hypokaliëmie, hyperglykemie. Vooral bij kinderen hyperactiviteit en zeer zelden overprikkelbaarheid, slaapstoornissen en hallucinaties. Zeer zelden (< 0,01%): trombocytopenie, overgevoeligheidsreacties (dermatitis, pruritus, urticaria en erytheem, angio-oedeem), nefritis, collaps, myocardischemie, lactaatacidose (na verneveling van hoge doses, voornamelijk bij een acute exacerbatie van astma). Tandcariës kan optreden.
Parenteraal
Zeer vaak (> 10%): tremor (met name van de handen), tachycardie, hartkloppingen. Vaak (1–10%): hoofdpijn, spierkrampen. Zelden (0,01–0,1%): hartritmestoornissen (zoals atriumfibrilleren, supraventriculaire tachycardie en extrasystolen), perifere vaatverwijding, hypokaliëmie. Zeer zelden (< 0,01%): overgevoeligheidsreacties (waaronder angio-oedeem, urticaria, bronchospasmen, hypotensie en collaps), hyperactiviteit, lactaatacidose (na i.v. toediening van hoge doses). Verder is gemeld: myocardischemie. Intramusculair gebruik van de onverdunde injectievloeistof kan lichte pijn of steken veroorzaken.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij toediening van een beta-2-sympathicoomimeticum  bij kinderen jonger dan 1 jaar dient men rekening te houden met mogelijke toename van dyspneu en/of (passagere)hypoxemie door een averechts effect van de ontspanning van de bronchusmusculatuur.

Kortwerkende sympathicomimetica worden toegepast bij (aanvalgewijze) bronchoconstrictie. Zij hebben als monotherapie geen of mogelijk een ongunstig effect op de bronchiale hyperreactiviteit.

Bij onvoldoende asthma controle volgens GINA richtlijn dient overgegaan te worden naar stap 2 volgens SKL astma consensus (toevoegen van een inhalatiecorticosteroid)
De keuze voor de toedieningsvorm is afhankelijk van de leeftijd en de voorkeur van de patient. Het verdient de voorkeur om een dosisaerosol voor te schrijven in combinatie met voorzetkamer in verband met een betere longdepositie: Babyhaler (1-4 jaar), Volumatic (>4 jaar), Aerochamber (met babymasker 0-1jaar; met kindermasker 1-4 jaar; met mondstuk >4 jaar). Bij kinderen onder de 4 jaar dient een voorzetkamer gebruikt te worden in combinatie met een masker. Bij kinderen > 7 jaar is er de optie voor een autohaler of droogpoederinhalator (diskus, Novolizer, Cyclohaler, Easyhaler, Clickhaler) Gebruik van droogpoeder inhalatoren (DPI) door kinderen: de meeste klinische studies zijn gedaan met de Turbuhaler en de diskus. Er zijn weinig tot geen studies bekend over het gebruik van andere DPI's door kinderen tot 12 jaar.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Inhalatie:
Inhalatie-β2-sympathicomimetica dienen als 'zo nodig' te worden toegepast. Toenemend gebruik van kortwerkende bronchusverwijdende middelen duidt op een verslechtering van de controle; het behandelschema dient te worden aangepast. Wees voorzichtig bij hartaandoeningen zoals ernstig hartfalen, ritmestoornissen en ischemisch hartlijden, omdat sympathicomimetica cardiovasculaire bijwerkingen kunnen hebben. Bij bestaand hartlijden de patiënt erop wijzen dat deze contact met de arts opneemt bij het optreden van pijn in de borststreek of andere symptomen van verergering van de hartaandoening. Gebruik bij aangeboren lange-QT-intervalsyndroom (LQTS) wordt ontraden. Gebruik van hoge doses vermijden bij hypertensie en hyperthyroïdie. Vanwege kans op hyperglykemie voorzichtig zijn bij verminderde glucosetolerantie en manifeste diabetes mellitus. Bij optreden van paradoxale bronchospasmen het gebruik direct stoppen en een ander type snelwerkende bronchusverwijder gebruiken. Bij verneveling de plasmakaliumspiegel volgen, vanwege kans op potentieel ernstige hypokaliëmie. Hypoxie vermeerdert de kans op hypokaliëmie. Bij verneveling tevens controleren op het ontstaan van een stijging van de serumlactaatwaarden en daaruit voortvloeiende metabole acidose (m.n. na toediening van hoge doses bij een acute exacerbatie van astma). Bij toediening per Volumatic komt in vergelijking met de gewone dosisaerosol meer salbutamol in de longen; houdt hiermee rekening bij de dosering. Bij de Airomir dosisaerosolen vóór het eerste gebruik èn indien de dosisaerosol gedurende twee of meer weken niet is gebruikt de eerste vier pufjes niet inhaleren, maar in de lucht sprayen. Het conserveermiddel benzalkoniumchloride (in de vernevelvloeistof) kan bronchoconstrictie geven. In verband met mogelijk optreden van tandcariës bij kinderen letten op goede mondhygiëne en regelmatig het gebit laten controleren.
Parenteraal:
Wees voorzichtig bij hartaandoeningen zoals ernstig hartfalen, ritmestoornissen en ischemisch hartlijden, omdat sympathicomimetica cardiovasculaire bijwerkingen kunnen hebben. Bij bestaand hartlijden de patiënt erop wijzen dat deze contact met de arts opneemt bij het optreden van pijn in de borststreek of andere symptomen van verergering van de hartaandoening. Gebruik bij aangeboren lange-QT-intervalsyndroom (LQTS) wordt ontraden. Gebruik van hoge doses vermijden bij hypertensie en hyperthyroïdie. Parenteraal gebruik van salbutamol bij de behandeling van ernstige bronchospasmen of status asthmaticus vervangt of sluit de noodzaak niet uit adequate corticosteroïdtherapie te geven. Indien mogelijk wordt gelijktijdige toediening van zuurstof aanbevolen (m.n. bij toediening via i.v. infuus bij hypoxie). Volg de plasmakaliumspiegel, wegens kans op potentieel ernstige hypokaliëmie. Hypoxie vermeerdert de kans op hypokaliëmie. Bij toediening van hoge doses controleren op stijging van de serumlactaatwaarden en daaruit voortvloeiende metabole acidose. Bij diabetes of gelijktijdig gebruik van corticosteroïden de bloedglucosespiegel frequent controleren gedurende i.v. infusie

Interacties

Relevant: niet-selectieve β-blokkers en β-sympathicomimetica kunnen elkaars werking verminderen. Deze interactie is van klinisch belang bij β2-sympathicomimetica (fenoterol, formoterol, indacaterol, salbutamol, salmeterol en terbutaline) die bij astma of COPD worden toegepast. Bij voorkeur wordt de niet-selectieve β-blokker vervangen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met selectieve β-blokkers; in hogere dosering kunnen selectieve β-blokkers de werking van β-sympathicomimetica verminderen.

Niet beoordeeld: corticosteroïden, theofylline en diuretica versterken de kaliumverliezende werking van β2-sympathicomimetica.

Corticosteroïden oraal en parenteraal versterken de hyperglykemische werking.

Het risico op ventriculaire aritmieën is verhoogd bij combinatie van β-sympathicomimetica en bij combinatie met andere middelen die het QTc-interval verlengen.

Bromocriptine kan de cardiovasculaire effecten van sympathicomimetica versterken.

Gehalogeneerde inhalatie-anaesthetica sensibiliseren het hart voor sympathicomimetica; voorzichtigheid is geboden bij intraveneuze toediening van β-sympathicomimetica tijdens de anesthesie.

Referenties

  1. NVK , Richtlijn Astma bij Kinderen, 2013
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 17 nov 2014
  3. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 17 nov 2014
  4. BIndels PJE et al, NHG Standaard Astma bij Kinderen (derde herziening), Huisarts Wet, 2014, 57(2), 70-80

Wijzigingen

  • 15 april 2016 07:25: De dosering voor de indicatie bronchusverwijding is geharmoniseerd met de NHG standaard