Ropivacaine

Stofnaam
Ropivacaine
Merknaam
Naropin
ATC code
N01BB09
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

ACUTE PIJNBEHANDELING (per- en postoperatief): 2 mg/ml:
epidurale toediening: blokken beneden T12
bij kinderen 0-12 jaar max 25 kg: (caudaal) 2 mg/kg (enkelvoudige injectie) 
> 12 jaar: (lumbaal): 20-30 mg/dosis (intermitterende injecties)
 
Continu epiduraal infuus,
kinderen tot 25 kg:
0-6mnd: 1-2 mg/kg bolus; 0,2 mg/kg/uur cont inf
6-12 mnd: 1-2 mg/kg bolus; 0,4 mg/kg/uur cont inf
1-12jr: 2 mg/kg bolus; 0,4 mg/kg/uur cont inf.
> 12 jaar:
20-40 mg bolus; 12-28 mg/uur continue infuus


Perifere zenuw blokkade. 
1-12 jaar:

Enkelvoudige injecties:1.0-1.5 mg/kg/dosis
Meervoudige blokkades: 1.0 -3.0 mg/kg/dosis
Continue infusie voor perifere zenuwblokkade: 0.2 -0.6 mg/kg/uur, tot 72 uur
> 12 jaar:
2-200 mg/dosis
Continu infuus: 10-20 mg/uur

 
  

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (hydrochloride als 1-water) 2 mg/ml;  7.5 mg/ml;  10 mg/ml

Eigenschappen

Lokaal anaestheticum van het amidetype.

Kinetische gegevens

 

Leeftijdsgroep V
(l/u/kg
)
 
CL
(l/u/kg)
t1/2
(u)
Pasgeborene 21,86 0,096 6,3
1 maand 25,94 0,143 5,0
6 maanden 41,71 0,320 3,6
1 jaar 52,60 0,451 3,2
4 jaar 65,24 0,633 2,8

Doseringen

Indicatie: Epidurale pijnstilling
  • Epiduraal
    • 0 maanden tot 6 maanden
      [3]
      • Startdosering: 1 - 2 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,2 mg/kg/uur continu infuus  
      • Alternatief: Enkelvoudige injectie (caudaal): 2 mg/kg/dosis

    • 6 maanden tot 1 jaar
      [3]
      • Startdosering: 1 - 2 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,4 mg/kg/uur continu infuus  
      • Alternatief: Enkelvoudige injectie (caudaal): 2 mg/kg/dosis

    • 1 jaar tot 12 jaar
      [3]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dosis bolus , max: 40mg/dosis
      • Onderhoudsdosering: 0,4 mg/kg/uur continu infuus  
      • Alternatief: Enkelvoudige injectie (caudaal): 2 mg/kg/dosis

    • 12 jaar tot 18 jaar
      [3]
      • Startdosering: 20 - 40 mg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 12 - 28 mg/uur continu infuus  
      • Alternatief: Enkelvoudige injecties, intermitterend (lumbaal): 20-30 mg/dosis

Indicatie: Perifere zenuw blokkade
  • Perineuraal
    • 1 jaar tot 12 jaar
      [3]
      • Enkelvoudige injecties: 1.0-1.5 mg/kg/dosis
        Meervoudige blokkades: 1.0 -3.0 mg/kg/dosis
        Continue infuus: 0.2 -0.6 mg/kg/uur, tot 72 uur

         

    • 12 jaar tot 18 jaar
      [3]
      • Enkelvoudige injectie: 2-200 mg/dosis
        Continue infuus: 10-20 mg/uur

         

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ANAESTHETICA, LOKALE

AMIDEN

Bupivacaine

Marcaine 0,25 %, 0,5%
N01BB01

Levobupivacaine

Chirocaine
N01BB10

Lidocaine

Xylocaine
N01BB02

Lidocaine+chloorhexidine

Instillagel, Cathejell
N01BB52
N01BB20
N01BB20
N01BB03

Prilocaine

Citanest
N01BB04
ESTERS VAN BENZOEZUUR
N01BC01
AMIDEN

Bupivacaine

Marcaine 0,25 %, 0,5%
N01BB01

Levobupivacaine

Chirocaine
N01BB10

Lidocaine

Xylocaine
N01BB02

Lidocaine+chloorhexidine

Instillagel, Cathejell
N01BB52
N01BB20
N01BB20
N01BB03

Prilocaine

Citanest
N01BB04
ESTERS VAN BENZOEZUUR
N01BC01

Bijwerkingen bij kinderen

Men mag aannemen dat frequentie, soort en ernst van bijwerkingen bij kinderen gelijk zijn aan die bij volwassenen met uitzondering van hypotensie, wat minder vaak optreedt bij kinderen (< 1 in 10) en braken, wat vaker optreedt bij kinderen (> 1 in 10).
Bij kinderen is het moeilijk om vroege symptomen van lokaal anesthetische toxiciteit waar te nemen daar zij niet in staat zijn dit mondeling te uiten.

Bijwerkingen bij volwassenen

Afhankelijk van de toedieningsweg toxische reacties meestal als gevolg van overdosering, te snelle resorptie en per abuis gegeven intravasculaire injectie. Zeer vaak (> 10%): hypotensie, misselijkheid. Vaak (> 1%): hoofdpijn, paresthesie, duizeligheid, bradycardie, tachycardie, hypertensie, braken, urineretentie, temperatuurstijging, spierstijfheid, rugpijn. Soms (0,1-1%): angst, convulsies, tinnitus, gezichtsstoornissen, dysartrie, spiertrekkingen, tremor, hypo-esthesie, syncope, dyspneu, hypothermie. Zelden (0,01-0,1%): hartstilstand, hartritmestoornissen, overgevoeligheidsreacties (anafylactische shock), blijvende stoornissen als gevolg van neuropathie en functiestoornissen van het ruggenmerg door regionale anesthesie (onafhankelijk van het gebruikte lokaal anaestheticum), als een epidurale dosis onbedoeld intrathecaal wordt toegediend kan een totaal spinaal blok optreden.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor lokaal anaesthetica van het amide-type. Ontstoken weefsel. Paracervicale anesthesie bij obstetrische ingrepen. Intraveneuze regionale anesthesie. Hypovolemie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij neonaten is regelmatig controle op toxiciteit nodig tot na het stoppen van een epiduraal infuus, omdat de eliminatie traag is en de metabolisering onvoldoende volgroeid. Gebruik bij premature kinderen is niet gedocumenteerd..

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij ernstige leverfunctiestoornis en bij acute porfyrie. Men dient rekening te houden met kruisovergevoeligheid met andere lokaal anaesthetica van het amidetype. De toxische verschijnselen kunnen het best worden voorkomen door: a. altijd de laagst mogelijke concentratie te gebruiken; b. te aspireren alvorens te injecteren, zodat niet per ongeluk een intravasculaire injectie kan worden gegeven. Men moet extra voorzichtig zijn bij injecties in zeer vaatrijke gebieden, zoals in de mondholte, pararectaal, paravaginaal en in de penis. Paracervicale blokkade dient te worden vermeden tijdens zwangerschap in verband met foetale bradycardie en hypoxie. Bij retrobulbaire injectie kunnen door lekken tijdelijk blindheid, cardiovasculaire collaps, apneu of convulsies optreden. Onmiddellijke behandeling is vereist. Vóór een epidurale anesthesie wordt een testdosis aanbevolen van 3–5 ml lidocaïne, bij voorkeur met adrenaline (epinefrine). Intravasculaire injectie leidt tot toename van de hartfrequentie. Na herhaalde controle van de hartfrequentie gedurende vijf minuten volgend op de testdosis kan – na opnieuw te hebben geaspireerd – de volledige dosis, onder voortdurend mondeling contact met de patiënt, langzaam (25–50 mg/min) worden ingespoten. Indien licht toxische verschijnselen optreden, de toediening onmiddellijk staken. Een onbedoelde subarachnoïdale injectie kan aanleiding geven tot een hoog spinaalblok met apneu en hypotensie.

Interacties

Niet beoordeeld: het metabolisme kan worden geremd door remmers van CYP1A2, zoals ciprofloxacine en fluvoxamine.

Bij combinatie met klasse III-antiaritmica kunnen de cardiovasculaire effecten additief zijn.

Referenties

  1. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 17 nov 2014
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas 2014 ( Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 17 nov 2014
  3. AstraZeneca BV, SmPC Naropin 0,2% (RVG 18437) 25 oktober 2013, www.cbg-meb.nl

Wijzigingen