Lidocaine + tetracaine

Stofnaam
Lidocaine + tetracaine
Merknaam
Rapydan
ATC code
N01BB20
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Pleister: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Oppervlakteanesthesie van de huid in verband met naaldpunctie op normale intacte huid:
 Pleister: > 3 jaar: 1 of maximaal 2 pleisters tegelijk. Maximaal 2 pleisters per 24 uur.
Creme: Niet geregistreerd voor kinderen

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Per pleister: Lidocaïne 70 mg Tetracaïne 70 mg
Creme: Per g crème: Lidocaïne 70 mg Tetracaïne 70 mg

Eigenschappen

Lokaal anestheticum van het amidetype (lidocaïne) en van het estertype (tetracaïne) komen na aanbrengen van de crème of pleister vrij in de epidermale en dermale lagen van de huid en bewerkstelligen daar plaatselijk analgesie. Zowel lidocaïne als tetracaïne blokkeren de natriumionkanalen die nodig zijn voor de initiatie en geleiding van zenuwimpulsen. De diepte van de cutane verdoving van de intacte huid neemt toe met de inwerktijd van crème en pleister. De pleister bevat een warmte-vrijmakend bestanddeel dat een temperatuur van maximaal 40 °C (gem. 26–34 °C) kan bereiken.

Kinetische gegevens

De farmacokinetische gegevens bij kinderen zijn beperkt, met name bij kinderen jonger dan 3 jaar. In het enige onderzoek bij kinderen tot nu toe kregen slechts negen kinderen onder drie jaar Rapydan; van deze werd slechts bij 4 een volledige reeks farmacokinetische monsters verkregen en bij 1 kind waren helemaal geen monsters genomen. Het risico van een hogere systemische blootstelling bij kleine kinderen (jonger dan drie jaar) kan niet worden uitgesloten. De beschikbare farmacokinetische gegevens suggereren dat de
lidocaïneblootstelling (AUC en Cmax) omgekeerd gecorreleerd is met de leeftijd. Over het algemeen kan bij lidocaïnewaarden hoger dan 5000 ng/ml toxiciteit worden waargenomen en zelfs lage concentraties van 1000 ng/ml zijn al wel geassocieerd met antiaritmische activiteit.
De volgende tabel geeft de beschikbare C-max-gegevens voor lidocaïne en tetracaïne naar leeftijd en behandelgroep. Door het beperkte aantal geëxponeerde patiënten kunnen geen harde conclusies uit de gegevens worden getrokken over de veiligheid bij kinderen onder 3 jaar. (bron SPC Rapydan)

    Cmax Lidocaine Tetracaine
4 mnd-2 jaar 1 pleister

14,3 (n=2); range: 6,6-22,1

 <0,9 (n=2)
  2 pleisters

141 (n=6); range: 4,6-331

 0,2 (n=6), range 0-1,33
3-6 jaar 1 pleister 13,4 (n=7); range 2,0-63,3  0,7 (n=7); range 0-3,97
  2 pleisters 16,8 (n=7); range5,0-33,8  <0,9 (n=7)
7-12 jaar 1 pleister 4,7 (n=9); range 0-12,3  7,2 (n=9); range 0-64,9
  2 pleisters  2,1 (n=5); range 0-4,9)  <0,9 (n=6)


 
 

Doseringen

Indicatie: Lokale verdoving
  • Cutaan
    • 3 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • 1-2 pleisters; 30 minuten voorafgaand aan pijnlijke procedure (naaldpunctie, stansbiopsie) aanbrengen.

        Max 2 pleisters per 24 uur.

         

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ANAESTHETICA, LOKALE

AMIDEN

Bupivacaine

Marcaine 0,25 %, 0,5%
N01BB01

Levobupivacaine

Chirocaine
N01BB10

Lidocaine

Xylocaine
N01BB02

Lidocaine+chloorhexidine

Instillagel, Cathejell
N01BB52
N01BB20
N01BB03

Prilocaine

Citanest
N01BB04

Ropivacaine

Naropin
N01BB09
ESTERS VAN BENZOEZUUR
N01BC01
AMIDEN

Bupivacaine

Marcaine 0,25 %, 0,5%
N01BB01

Levobupivacaine

Chirocaine
N01BB10

Lidocaine

Xylocaine
N01BB02

Lidocaine+chloorhexidine

Instillagel, Cathejell
N01BB52
N01BB20
N01BB03

Prilocaine

Citanest
N01BB04

Ropivacaine

Naropin
N01BB09
ESTERS VAN BENZOEZUUR
N01BC01

Bijwerkingen bij volwassenen

Bij gebruik volgens voorschrift zijn systemische bijwerkingen onwaarschijnlijk omdat dan weinig wordt geresorbeerd. Zeer vaak (> 10%): erytheem (bij 71%), verbleken, lokaal oedeem. Vaak (1-10%): huiduitslag. Soms (0,1-1%): vesicobulleuze uitslag, jeuk, contacteczeem, reactie op de toepassingsplaats, lokaal pijn. Zelden (0,01-0,1%): urticaria, maculopapuleuze uitslag, huidirritatie, exfoliatie van de huid, huidverkleuring, paresthesie, ooglidoedeem, zwelling van het gezicht, smaakverandering. Allergische of anafylactoïde reacties kunnen optreden, met name door tetracaïne.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor lokaal anesthetica van het amidetype of het estertype, voor para-aminobenzoëzuur (tetracaïnemetaboliet), borax of een van de andere hulpstoffen. De pleister en crème niet gebruiken op slijmvliezen of plaatsen waar de huidbarrière niet meer intact is.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij gebruik in de buurt van de ogen in verband met kans op cornea–laesies; bij contact met het oog, het oog onmiddellijk uitspoelen. Lidocaïne heeft in concentraties boven 0,5–2% bactericide en antivirale eigenschappen; daarom het gebruik vermijden voorafgaand aan het intradermaal injecteren van levende vaccins. . Crème noch pleister gebruiken onder occlusief verband; bij de pleister o.a. vanwege de warmteproducerende eigenschappen. De kans op methemoglobinemie is het meest aanwezig bij patiënten met aangeboren of idiopathische methemoglobinemie; er is geen melding van methemoglobinemie bekend. Voorzichtigheid is geboden bij een lever-, nier- of hartfunctiestoornis en een verhoogde gevoeligheid voor systemische circulatoire effecten van lidocaïne en tetracaïne, zoals acuut zieke of verzwakte personen die hebben.

Interacties

Relevant
Afname lidocaïne: de plasmaconcentratie kan dalen door efavirenz, etravirine en nevirapine.

Toename lidocaïne: boceprevir, elvitegravir, HIV-proteaseremmers en telaprevir kunnen het metabolisme remmen.

Niet beoordeeld: gelijktijdige toediening van een β-blokker of cimetidine met intraveneuze infusie van lidocaïne kan de eliminatie van lidocaïne vertragen.

Fenytoïne kan de plasmaconcentratie van lidocaïne verlagen, maar heeft een additief effect op de cardiodepressieve werking van lidocaïne.

Middelen die hypokaliëmie kunnen veroorzaken, kunnen het effect op het myocard versterken.

Middelen met een anticholinerge werking kunnen het effect op de AV-geleiding versterken.

Lidocaïne kan het effect van opioïden en niet-depolariserende spierrelaxantia versterken.

Interacties lokale anesthetica algemeen

Niet beoordeeld: lokale anesthetica van het ester-type zijn derivaten van 4-aminobenzoëzuur en zouden de werking van sulfonamiden kunnen antagoneren.

Combinatie met een vasoconstrictor

Inhalatie-anesthetica kunnen het hart sensibiliseren voor catecholamines, waardoor hartritmestoornissen kunnen optreden.
Bij gebruik van een niet-selectieve β-blokker kan ernstige hypertensie en bradycardie optreden.
Bij gebruik van methylergometrine, ergotamine of van andere vasoconstrictiva kunnen aanhoudende hypertensie of cerebrovasculaire accidenten ontstaan.
Het bloeddrukverhogende effect van adrenaline kan door tricyclische antidepressiva worden versterkt.
Fenothiazines kunnen het bloeddrukverhogende effect van adrenaline verminderen of omkeren.

Referenties

  1. Eurocept International BV, SPC Rapydan (RVG 100315), ww.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 26/11/13, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h100315.pdf
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 30 okt 2014
  3. InformatoriumMedicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 30 okt 2014

Wijzigingen