Ceftriaxon

Stofnaam
Ceftriaxon
Merknaam
Rocephin
ATC code
J01DD04
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

IV en IM
Zuigelingen tot een leeftijd van 2 weken (zowel prematuur als a-terme): 1dd 20-50 mg/kg, max 50 mg/kg/dag
>2 weken tot 12 jaar (indien <50 kg): 1dd 50-100 mg/kg, max 4 g/dag
>12 jaar en >50 kg: 1dd 1-2 g, zn verhogen tot 4 g.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor infusieopl. (als di-Na-zout) 500 mg, 1000 mg, 2000 mg

Eigenschappen

Breed-spectrum derdegeneratie-cefalosporine. Ceftriaxon bindt zich aan penicillinebindende eiwitten (PBP's) in de celwand van bacteriën, waardoor de synthese van peptidoglycaan wordt geremd. Dit resulteert in celdood. Het werkingsspectrum is breed. Ceftriaxon is resistent tegen ontleding door het merendeel van de β-lactamasen (zoals TEM–1), maar wordt geïnactiveerd door β–lactamasen die effectief cefalosporinen hydrolyseren zoals AmpC-type enzymen. Werkingsduur: ca. 24 uur.

Gewoonlijk gevoelig zijn: Staphylococcus spp. (indien coagulase negatief), Staphylococcus aureus (uitgezonderd MRSA), Streptococcus spp. waaronder Streptococcus pneumoniae (uitgezonderd de penicilline–resistente stammen), Streptococcus pyogenes, Streptococcus viridans), Groep B streptococci (incl. Streptococcus agalactiae), Borrelia spp. (o.a. B. burgdorferi), Citrobacter spp. (uitgezonderd cefalosporinaseproducerende stammen van Citrobacter freundii), Escherichia coli (uitgezonderd ESBL–producerende stammen), Haemophilus influenzae, Haemophilus para–influenzae, Klebsiella spp. waaronder Klebsiella pneumoniae, Klebsiella oxytoca (uitgezonderd ESBL–producerende stammen), Moraxella catarrhalis, Morganella morganii (uitgezonderd cefalosporinaseproducerende stammen), Neisseria gonorrhoeae, Neisseria meningitidis, Proteus mirabilis, Proteus vulgaris (sommige stammen), Salmonella spp., Shigella spp. en Treponema pallidum.

Verminderd gevoelig zijn: Staphylococcus epidermidis en Enterobacter spp. waaronder Enterobacter aerogenes en Enterobacter cloacae.

Doorgaans ongevoelig (vaak resistent) zijn: Streptococcus pneumoniae (de penicilline-resistente stammen), Aeromonas spp., Achromobacter spp., Alcaligenes spp., cefalosporinaseproducerende stammen van Citrobacter freundii, van Enterobacter spp., van Morganella spp. en van Serratia spp.; verder Flavobacterium spp., Proteus vulgaris (sommige stammen), Providencia spp., Bacteroides spp. waaronder Bacteroides fragilis, Mycobacteria en Rickettsia spp.

Resistent: alle Staphylococcus spp. die meticilline-resistent zijn (waaronder derhalve MRSA), zijn ook resistent voor ceftriaxon. ESBL-producerende stammen van Escherichia coli en Klebsiella spp. zijn altijd resistent. Inherent resistent zijn verder: Enterococcus spp. (waaronder E. faecalis en E. faecium), Listeria monocytogenes, Acinetobacter spp. (o.a. A. baumannii), Pseudomonas spp. (waaronder P. aeruginosa), Stenotrophomonas maltophilia, Clostridium difficile, Chlamydia spp., Chlamydophila spp., Mycoplasma spp., Legionella spp., en Ureaplasma urealyticum.

Kinetische gegevens

Na eenmalige intraveneuze toediening van ceftriaxon aan (premature) neonaten zijn de volgende farmacokinetische parameters gevonden (Martin et al. 1984):

Leeftijd <1 week 1-4 weken 3-9 maanden
n= 4 8 8
Dosis (mg/kg) 50 50-100 100
t½ (uur) 16,2 9,2 7,1
Cl (ml/min/kg) 0,37 0,77 1,03
Vd (ml/kg) 450 480 394

Zwangerschapsduur en gewicht blijken geen effect te hebben op de kinetiek van ceftriaxon, tevens is er geen verschil in de Cmax na intraveneuze of intramusculaire toediening (Mulhall, de Louvois, and James 1985). De Cmax varieert van 134-230 mg/l na een eenmalige dosis van 50 mg/kg (Mulhall, de Louvois, and James 1985, McCracken et al. 1983, Steele et al. 1983)

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Ernstige bacteriele infecties
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [19]
      • 100 mg/kg/dag in 1 dosis , max: 4 g/dag.
      • Langzaam in tenminste 30 minuten toedienen. Toepassing van maximale dosering uitsluitend in uitzonderlijke situaties. 

  • Intramusculair
    • 1 maand tot 18 jaar
      [6] [9] [11] [14] [19]
      • 100 mg/kg/dag in 1 dosis , max: 2 g/dag.
      • Doseringen hoger dan 2 gram/dag dienen intraveneus toegediend te worden. 

Indicatie: Profylaxe van meningokokkose
  • Intramusculair
    • 1 maand tot 16 jaar
      [18]
      • 125 mg/dosis, éénmalig.
    • 16 jaar tot 18 jaar
      [18]
      • 250 mg/dosis, éénmalig.
Indicatie: Vroeg (stadium II) en laat (stadium III) gedissemineerde Lyme borreliose
  • Intraveneus
    • < 20 kg
      [17]
      • 100 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Behandelduur: Vroege gedissemineerde lymeziekte: 14 dagen; Late gedissemineerde lymeziekte, chronische neuroborreliose: 30 dagen
      • Langzaam in tenminste 30 minuten toedienen.

    • ≥ 20 kg
      [17]
      • 2 g/dag in 1 dosis
      • Behandelduur: Vroege gedissemineerde lymeziekte: 14 dagen; Chronische neuroborreliose: 30 dagen
      • Langzaam in tenminste 30 minuten toedienen.

Indicatie: Pre-operatieve profylaxe
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [19]
      • 50 - 80 mg/kg/dag in 1 dosis , max: 2 g/dag.
      • Langzaam in tenminste 30 minuten toedienen. 

  • Intramusculair
    • 1 maand tot 18 jaar
      [19]
      • 50 - 80 mg/kg/dag in 1 dosis , max: 2 g/dag.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.
GFR <10 ml/min/1.73m2: maximaal 2 g/dag.

OVERIGE BETALACTAM-ANTIBIOTICA

CEFALOSPORINES VAN DE EERSTE GENERATIE

Cefalexine

Keforal
J01DB01

Cefalotine

Keflin
J01DB03

Cefazoline

Kefzol
J01DB04
CEFALOSPORINES VAN DE TWEEDE GENERATIE

Cefaclor

Ceclor
J01DC04

Cefamandol

Mandol
J01DC03
J01DC02
CEFALOSPORINES VAN DE DERDE GENERATIE
J01DD01

Ceftazidim

Fortum
J01DD02

Ceftibuten

Cedax
J01DD14
MONOBACTAM-ANTIBIOTICA
J01DF01
CARBAPENEM-ANTIBIOTICA
J01DH51

Meropenem

Meronem
J01DH02

Bijwerkingen bij kinderen

Tromboflebitis, koorts, misselijkheid, braken, diarree, candida vaginalis, bloedbeeldafwijkingen, hoofdpijn en tijdelijke verhoging leverenzymen. Zelden: convulsies, pseudomembraneuze colitis.

Vooral bij kinderen zijn (reversibele) precipitaties in de nieren (m.n. bij kinderen >3 jaar) of urinewegen gemeld, vooral wanneer behandeld werd met hoge doses en in aanwezigheid van andere risicofactoren zoals vochtbeperking of bedlegerigheid. In sommige gevallen leidde dit tot ureter-obstructie, (postrenale) acute nierinsufficiëntie en/of anurie.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): diarree, misselijkheid, braken, stomatitis, glossitis. Exantheem, allergische dermatitis, jeuk, urticaria en oedeem. Eosinofilie, trombocytopenie, leukopenie, hemolytische anemie, granulocytopenie.

Soms (0,1-1%): hoofdpijn, (draai)duizeligheid.

Zelden (0,01-0,1%): koorts, rillingen, anafylactische of anafylactoïde reacties (bv. bronchospasmen). Neerslag van ceftriaxon-calciumzout in de galblaas, reversibele cholelithiase, stijging van leverenzymwaarden. Oligurie, hematurie, verhoogd serumcreatinine. Genitale schimmelinfectie. Flebitis (bij i.v.-toediening).

Zeer zelden (< 0,01%): pseudomembraneuze colitis en gastro-intestinale hemorragie. Pancreatitis. Stollingsafwijkingen.

Verder zijn gemeld: erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN; Lyell–syndroom). Agranulocytose. Pijn op de injectieplaats (m.n. bij i.m.-injectie zonder lidocaïne). Verlengde stollingstijd.

(Doorgaans reversibele) precipitaties in de galblaas vooral na hoge doses, asymptomatisch of gepaard met misselijkheid, braken en pijn.

Tijdens de behandeling van spirochetose (bv. leptospirose, lymeborreliose, syfilis) kunnen binnen enkele uren na toediening Jarisch-Herxheimer-achtige reacties optreden (hypotensie, tachycardie, vasodilatatie, koorts, rillingen, hoofd- en spierpijn, rigor). Dit is het gevolg van een inflammatiereactie na het vrijkomen van endotoxinen en lipoproteïnen na de cellysis van deze bacteriën.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Wegens hoge incidentie van hyperbilirubinaemie en veelvuldige combinatie met calciumhoudende middelen heeft toepassing van ceftriaxon bij pasgeborenen niet de voorkeur van Nederlandse neonatologen.

Contraindicaties bij volwassenen

  • overgevoeligheid voor een andere cefalosporine;
  • een voorgeschiedenis van ernstige overgevoeligheid (zoals een anafylactische reactie) voor andere β-lactamantibiotica (d.w.z. een penicilline, monobactam of carbapenem);

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Ceftriaxon dient niet te worden gemengd of gelijktijdig te worden toegediend met intraveneuze calciumbevattende oplossingen. De oplossingen mogen wel na elkaar worden toegediend als de infusielijn grondig wordt gespoeld. Bij neonaten jonger dan 28 dagen is de combinatie gecontraïndiceerd, ceftriaxon mag niet worden toegediend bij intraveneuze toediening van calciumbevattende oplossingen.

Cefalosporinen kunnen in het algemeen worden gegeven aan patiënten, die overgevoelig zijn voor penicillinen, hoewel kruisreacties zijn gemeld. Speciale zorg is geïndiceerd bij patiënten, die eerder een anafylactische reactie hadden door penicillinen.
Ceftriaxon is niet actief tegen bacteriën die atypische pneumonie veroorzaken of tegen verscheidene andere bacteriële species die pneumonie kunnen veroorzaken, inclusief P. aeruginosa.
Men dient bedacht te zijn op het voorkomen van symptomen die kunnen wijzen op het ontstaan van galstenen. Het staken van de behandeling met ceftriaxon in deze symptomatische gevallen is ter beoordeling van de behandelend specialist.
Pseudomembraneuze colitis kan optreden tijdens het gebruik van antibiotica. Indien zich pseudomembraneuze colitis ontwikkelt, dient de ceftriaxon behandeling gestaakt te worden en een geschikte therapie te worden gestart.
De behandeling dient, nadat de patiënt koortsvrij is geworden, nog tenminste drie dagen te worden voortgezet. Behandeling gedurende tenminste 10 dagen is noodzakelijk bij infecties veroorzaakt door Streptococcus pyogenes

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Kruisovergevoeligheid met andere β–lactamantibiotica kan voorkomen.

Neerslagen van calciumceftriaxon kunnen bij echografisch onderzoek van de galblaas als schaduwen worden waargenomen en verward worden met galstenen. De neerslagen verdwijnen na het beëindigen van de behandeling. In symptomatische gevallen wordt een conservatieve niet-operatieve behandeling aanbevolen.

Bij langdurig gebruik het bloedbeeld regelmatig controleren. Agranulocytose (aantal granulocyten < 0,5 × 109/l), treedt meestal na 10 dagen op, vooral bij een totale dosis van ≥ 20 gram. Indien een patiënt tijdens de behandeling een anemie ontwikkelt, overweeg dan de diagnose met cefalosporine geassocieerde anemie; staak de behandeling totdat de oorzaak is vastgesteld. Deze immuun–gemedieerde hemolytische anemie kán fataal verlopen.

Bij ernstige, aanhoudende diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen.

Invloed op diagnostische testen: door gebruik van cefalosporinen kan de Coombs-test fout-positief worden, zo ook niet–enzymatische glucosebepalingen in de urine en testen op galactosemie. Bepaalde meetsystemen geven onjuiste, verlaagde bloedglucosewaarden aan.

Interacties

Relevant: er zijn incidentele meldingen van ceftriaxon-calcium-neerslagen in de longen en nieren van neonaten, soms met fatale afloop. Ceftriaxon dient niet te worden gemengd of gelijktijdig te worden toegediend met intraveneuze calciumbevattende oplossingen. De oplossingen mogen wel na elkaar worden toegediend als de infusielijn grondig wordt gespoeld. Bij neonaten jonger dan 28 dagen is de combinatie gecontraïndiceerd, ceftriaxon mag niet worden toegediend bij intraveneuze toediening van calciumbevattende oplossingen.

Interacties cefalosporines

Relevant: het risico op nefrotoxiciteit is verhoogd bij combinatie met ciclosporine en cisplatine. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden. Het risico op nefrotoxiciteit kan tot 6 maanden na staken van cisplatine aanwezig zijn.

Niet relevant: het risico op nefrotoxiciteit is verhoogd bij combinatie met amfotericine B.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met carboplatine of lisdiuretica.

Niet beoordeeld: het risico op nefrotoxiciteit kan toenemen bij combinatie met bepaalde cefalosporines, polymyxines, vancomycine en NSAID's. Er is een verminderde renale klaring van gentamicine en amikacine opgetreden bij combinatie met indometacine bij prematuren en bij combinatie met andere NSAID's.

Aminoglycosiden kunnen de neuromusculaire blokkade (vooral de ademhalingsdepressie) veroorzaakt door perifeer werkende spierrelaxantia versterken.

Neomycine kan bij orale toediening de absorptie van sommige andere farmaca (met name digoxine en fenoxymethylpenicilline) verminderen en de werking van cumarinederivaten versterken.

Bij combinatie met verschillende betalactam-antibiotica kan een synergistische werking optreden tegen bepaalde bacteriën, zoals Pseudomonas aeruginosa en Enterococcus faecalis.

Aminoglycosiden kunnen in vitro worden geïnactiveerd door bepaalde penicillines; in vivo is deze inactivering alleen gezien bij ernstige nierfunctiestoornis.

Interacties antibacteriele middelen algemeen

Relevant: de werking van oraal buiktyfusvaccin kan worden verminderd bij gelijktijdige inname van antibacteriële middelen. Gescheiden inname met een interval van 3 dagen wordt aanbevolen. Alternatief: parenteraal buiktyfusvaccin.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.

 

Referenties

  1. Arguedas A, et al, Safety and tolerability of ertapenem versus ceftriaxone in a double-blind study performed in children with complicated urinary tract infection, community-acquired pneumonia or skin and soft-tissue infection, Int J Antimicrob Agents, 2009, 33, 163-7
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 04 feb 2020
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 04 feb 2020
  4. Biner B, et al, Ceftriaxone-associated biliary pseudolithiasis in children, J Clin Ultrasound, 2006, 34, 217-22
  5. Bor O, et al, Ceftriaxone-associated biliary sludge and pseudocholelithiasis during childhood: a prospective study, Pediatr Int., 2004, 46, 322-4
  6. Craig JC, et al, Ceftriaxone for paediatric bacterial meningitis: a report of 62 children and a review of the literature, N Z Med J., 1992, 105, 441-4
  7. Dowell SF, et al, Acute otitis media: management and surveillance in an era of pneumococcal resistance--a report from the Drug-resistant Streptococcus pneumoniae Therapeutic Working Group, Pediatr Infect Dis J, 1999, 18, 1-9
  8. James J, et al, Ceftriaxone--clinical experience in the treatment of neonates, J Infect., 1985, 11, 25-33
  9. Karageorgopoulos DE, et al, Short versus long duration of antibiotic therapy for bacterial meningitis: a meta-analysis of randomised controlled trials in children, Arch Dis Child., 2009, 94, 607-14
  10. Leibovitz E, et al, Bacteriologic and clinical efficacy of one day vs. three day intramuscular ceftriaxone for treatment of nonresponsive acute otitis media in children, Pediatr Infect Dis J., 2000, 19, 1040-5
  11. Martin E, et al, Pharmacokinetics of ceftriaxone in neonates and infants with meningitis., J Pediatr, 1984, 105, 475-81
  12. Mohkam M, et al, Ceftriaxone associated nephrolithiasis: a prospective study in 284 children., Pediatr Nephrol, 2007, 22, 690-4
  13. Mulhall A, et al, Pharmacokinetics and safety of ceftriaxone in the neonate, Eur J Pediatr, 1985, 144, 379-82
  14. Nathan N, et al, Ceftriaxone as effective as long-acting chloramphenicol in short-course treatment of meningococcal meningitis during epidemics: a randomised non-inferiority study, Lancet., 2005, 366, 308-13
  15. No authors listed, Ceftriaxone in the treatment of meningitis, gonococcal infections and other serious bacterial infections. Infectious Diseases and Immunization Committee, Canadian Paediatric Society., CMAJ., 1990, 142, 450-2
  16. Schaad UB, The cephalosporin compounds in severe neonatal infection, Eur J Pediatr, 1984, 141, 143-6
  17. CBO, Richtlijn Lymeziekte, www.cbo.nl, 2013, 71-85
  18. LCI, Richtlijn Meningokokken-meningitis en -sepsis, www.lci.rivm.nl, 2019, Jan
  19. Fresenius Kabi, Nederland BV, SmPC ceftriaxon (RVG 100048) 12 Jun 2019, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  20. McCracken, G. H. et al, Ceftriaxone pharmacokinetics in newborn infants., Antimicrob Agents Chemother, 1983, 23(2), 341-3
  21. Steele, R. W., et al, Pharmacokinetics of ceftriaxone in pediatric patients with meningitis, Antimicrob Agents Chemother, 1983, 23(2), 191-4

Wijzigingen

  • 04 februari 2020 12:30: De beschikbare wetenschappelijke literatuur is opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot de toevoeging van PK data en het combineren van verschillende ernstige infecties tot één enkele indicatie "ernstige infecties" . Alle neonatale doseeradviezen zijn vervallen. De reden hiervoor is dat de toepassing van ceftriaxon bij neonaten obsoleet is agv de hyperbilirubinemie en calciumprecipitaties.
  • 14 augustus 2019 09:45: De dosering voor profylaxe van meningococcen infectie is aangepast op basis van de LCI richtlijn
  • 24 augustus 2015 13:25: Doseringen boven 2 gram dienen niet IM maar IV toegediend te worden.
  • 24 augustus 2015 13:25: Doseringen boven 2 gram dienen niet IM maar IV toegediend te worden.
  • 10 maart 2015 10:19: Registratiestatus aangepast obv wijziging SmPC