Botulinetoxine A

Stofnaam
Botulinetoxine A
Merknaam
Botox
ATC code
M03AX01
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Blefarospasme:intramusculair, in de m. orbicularis oculi:
> 12 jaar:  aanvangsdosis 1.25-2.5 E per injectieplaats, mediaal en lateraal in bovenste ooglid en lateraal in onderste ooglid, max. 25 E per oog, na 3 maanden herhalen; bij onvoldoende effect aanvangsdosis verdubbelen tot max. 5 E per injectieplaats, cumulatieve dosis in 3 maanden max. 100 E;

Hemifacialisspasmen:
intramusculair, in de m. orbicularis oculi en m. buccinator:
> 12 jaar
: aanvangsdosis 1.25-2.5 E per injectieplaats, na 17 weken herhalen; bij onvoldoende effect aanvangsdosis verdubbelen tot max. 5 E per injectieplaats, cumulatieve dosis in 3 maanden max. 100 E;

Torticollis spastica:intramusculair, in de m. sternocleidomastoidus, m. splenius capitis en m. trapezius:

> 12 jaar:  afhankelijk van het aantal betrokken spieren en de ernst van de dystonie, tot 25 E per injectieplaats, in totaal max. 200 E, herhaling op geleide van het effect; herhaling binnen 10 weken wordt niet aanbevolen; de m. sternocleidomastoidus moet niet bilateraal worden geïnjecteerd ter minimalisering van de dysfagie;

Focale spasticiteit bij kinderen met spastische verlamming:
intramusculair, in de m. gastrocnemius:
> 2 jaar:  bij hemiplegie aanvankelijk 4 E/kg lich.gewicht in totaal, verdeeld over de aangetaste ledemaat; bij diplegie aanvankelijk 6 E/kg lich.gewicht, verdeeld over beide aangetaste ledematen; max. 200 E in totaal; zo nodig na ten minste 3 maanden herhalen.

Dynamische equinusvoet vervorming agv spasticiteit:
>2 jaar: max cumulatief 15 IE/kg/been

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor inj.vlst. ("Allergan") 100 E, 200 E
 

Eigenschappen

De gebruikte eenheden zijn specifiek voor één preparaat en niet uitwisselbaar met die van andere botulinetoxine-A-producten.

Na binding aan de presynaptische membraan blokkeert botuline A-toxine het vrijkomen van acetylcholine en verhindert zo de neuromusculaire prikkeloverdracht. Na i.m. injectie ontstaat hierdoor een lokale spierverlamming met (reversibele) atrofie. Herstel van de impulstransmissie vindt na i.m. injectie geleidelijk plaats, doorgaans na twaalf weken, wanneer zenuwuiteinden groeien en weer contact wordt gemaakt met de postsynaptische motorische eindplaat. Bij focale spasticiteit na een CVA is het gevolg van het verlagende effect op de spasticiteit van de pols en hand voor de activiteit van het dagelijkse leven onduidelijk. Werking: blefarospasme na drie dagen, max. na één tot twee weken; cervicale dystonie en focale spasticiteit na twee weken, max. na zes weken, houdt gemiddeld twaalf weken (2–33 w.) aan; hyperhidrose in eerste week, max. na twee weken, houdt ca. 48 weken (Dysport), resp. gem. 7½ maand (Botox) aan; bij spasticiteit van de arm na CVA kan na 2 weken klinische verbetering worden verwacht; heeft overigens geen invloed op de pijn; bij een overactieve blaas of urine-incontinentie doorgaans na 2 weken

Kinetische gegevens

Geen informatie over de farmacokinetische parameters bij kinderen

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Blefarospasmen
  • Intramusculair
    • 12 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • aanvangsdosis 1.25-2.5 E per injectieplaats, mediaal en lateraal in bovenste ooglid en lateraal in onderste ooglid, na 3 maanden herhalen; bij onvoldoende effect aanvangsdosis verdubbelen tot max. 5 E per injectieplaats. Max 25 E/oog; Cumulatieve dosis in 3 maanden: 100 E.

Indicatie: Focale spasticiteit: hemiplegie
  • Intramusculair
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • aanvankelijk 4 E/kg/dosis Verdeeld over de aangetaste ledemaat Maximale dosering per gift: 200E/dosis
      • Zo nodig na ten minste 3 maanden herhalen

Indicatie: Focale spasticiteit: diplegie
  • Intramusculair
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Aanvankelijk 6 E/kg/dosis verdeeld over beide aangetaste ledematen Maximale dosering per gift: 200E/dosis
      • zo nodig na ten minste 3 maanden herhalen

Indicatie: Hemifacialisspasmen
  • Intramusculair
    • 12 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • aanvangsdosis 1.25-2.5 E per injectieplaats, na 17 weken herhalen; bij onvoldoende effect aanvangsdosis verdubbelen tot max. 5 E per injectieplaats. Cumulatieve dosis in 3 maanden max. 100 E;.

Indicatie: Cervicale dystonie (torticollis spastica)
  • Intramusculair
    • 12 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Afhankelijk van het aantal betrokken spieren en de ernst van de dystonie, tot 25 E per injectieplaats
        Maximum dosis: Totaal 200 E.
        Herhaling op geleide van het effect; herhaling binnen 10 weken wordt niet aanbevolen; de m. sternocleidomastoidus moet niet bilateraal worden geïnjecteerd ter minimalisering van de dysfagie;

Indicatie: Hyperhidrose van de oksels
  • Intracutaan
    • 12 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • 50 eenheden per oksel; gelijkmatig verdeeld over meerdere plaatsen 1-2 cm van elkaar in de zone van hyperhidrose.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

PERIFEER WERKENDE SPIERRELAXANTIA

CHOLINEDERIVATEN

Suxamethonium

Curalest
M03AB01
OVERIGE KWATERNAIRE AMMONIUMVERBINDINGEN

Atracurium

Tracrium
M03AC04

Cisatracurium

Nimbex
M03AC11

Mivacurium

Mivacron
M03AC10

Pancuronium

Pavulon
M03AC01

Rocuronium

Esmeron
M03AC09

Vecuronium

Norcuron
M03AC03

Bijwerkingen bij volwassenen

De meeste bijwerkingen zijn inherent aan het werkingsmechanisme en/of de betrokkenheid van spiergroepen rondom de injectieplaats. Bij blefarospasme en/of hemifacialisspasme 35% bijwerkingen; bij cervicale dystonie 28%; bij hyperhidrose van de axillae 11%; bij spastische verlamming bij kinderen 17%; bij focale spasticiteit na CVA 16%, bij eerste behandeling van overactieve blaas 26% en van urine incontinentie door overactiviteit van detrusor 32%, bij verbetering van glabellalijnen 26%. Zeer vaak (> 10%): virale infectie, oorontsteking, urineweginfectie, afhangend ooglid, slikstoornissen (met name bij cervicale dystonie; houdt meestal 2–3 weken aan en in incidentele gevallen tot 5 mnd. na injectie), spierzwakte, urineretentie, dysurie, pijn of blauwe plekken op de injectieplaats. Vaak (1-10%): rinitis, bovenste luchtweginfectie, bacteriurie, duizeligheid, slaperigheid, paresthesie, hypertonie, hoofdpijn, hypo-esthesie, loopstoornis (met name bij spastische verlamming bij kinderen), punctaat, keratitis, onvermogen de oogleden te sluiten (lagophthalmus), droge ogen, fotofobie, tranenvloed, opvliegers, droge mond, misselijkheid, obstipatie, huiduitslag, blauwe plek, purpura, niet-axillair zweten, alopecia, subcutane nodule, abnormale lichaamsgeur, (spier)pijn, urine-incontinentie, hematurie, blaasdivertikel, pollakisurie, irritatie, gezichtsoedeem, asthenie, vermoeidheid, griepachtige symptomen, bloeding of irritatie op de injectieplaats, koorts (met name bij spasticiteit en soms bij cervicale dystonie). Soms (0,1-1%): depressie, slapeloosheid, gezichtsverlamming, amnesie, ectropion, entropion, visusstoornissen, vertigo, orthostatische hypotensie, dyspneu, dysfonie, orale paresthesie, dermatitis, jeuk, ontsteking van gewricht of slijmbeurs, oedeem (op injectieplaats). Zelden (0,01-0,1%): allergische reacties, zwelling van het ooglid, nauwe kamerhoekglaucoom. Zeer zelden (< 0,01%): corneale ulceratie. Verder is gemeld: anorexia, perifere neuropathie, spraakstoornis, vasovagale reactie, myasthenia gravis, brachiale plexopathie, zwakte van de arm, syncope, hypoacusis, tinnitus, cardiovasculaire bijwerkingen (aritmieën, myocardinfarct) waarvan enkele met fatale afloop, andere maag-darmklachten, anafylaxie, angio-oedeem, serumziekte, erythema multiforme, psoriasiforme dermatitis. Zeer zelden bijwerkingen als gevolg van de verspreiding van toxine op afstand van de toedieningsplaats: verergerde spierzwakte, dysfagie, aspiratiepneumonie met in sommige gevallen een fatale afloop, dyspneu, respiratoire depressie, respiratoir falen. Hartfalen door overbelasting na injectie kan niet worden uitgesloten.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Spierziekten zoals myasthenia gravis, amyotrofe laterale sclerose of het Eaton-Lambertsyndroom. Tevens bij Botox voor disfunctie van de blaas: acute urineweginfectie, acute urineretentie bij patiënten die zich niet routinegewijs katheteriseren, patiënten die indien nodig geen katheterisatie willen of kunnen starten.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Niet gebruiken bij kinderen < 12 jaar, behalve bij toepassing voor spastische verlamming bij kinderen. Bij kinderen met comorbiditeit, vooral bij spastische kinderverlamming zijn zeer zeldzame meldingen geweest van toxineverspreiding naar andere plaatsen in het lichaam. Bij kinderen met ernstige spastische verlamming zeldzame, spontane meldingen van mortaliteit , soms in combinatie met aspiratiepneumonie. Voorzichtigheid is geboden bij kinderen met significante neurologische debiliteit, dysfagie of een recent antecedent van aspiratiepneumonie of longziekte.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Afhankelijk van de indicatie kan de rijvaardigheid en het bedienen van machines, gezien de mogelijke werkingen op de ogen, worden beïnvloed. Voorzichtigheid is geboden bij ouderen, verzwakte patiënten, injectie in de buurt van de long of ander kwetsbaar weefsel, bij een ontsteking op de injectieplaats, een bloedingsstoornis, gebruik van antistolling, bij verhoogde zwakheid of atrofie in de doelpier en bij patiënten met een voorgeschiedenis van problemen met slikken of ademhaling. Bij ontstaan van problemen met slikken, praten of met de ademhaling dient de patiënt onmiddellijk medische hulp in te roepen. Patiënten met subklinische of klinische bewijzen van een defecte neuromusculaire transmissie (bv. myasthenia gravis of Lambert-Eaton syndroom), met perifere motorische neuropathische aandoeningen (bv. amyotrofe laterale sclerose of motorische neuropathie) en met onderliggende neurologische aandoeningen alleen onder supervisie van een gespecialiseerde arts en met grote voorzichtigheid behandelen. Door herhaalde injecties kan het effect toe- of afnemen. Te frequente toediening of hoge doses kan leiden tot vorming van antilichamen, waardoor resistentie kan ontstaan. De kans op de vorming van antistoffen minimaliseren door het injecteren met de laagste effectieve doses en op de langste klinisch geïndiceerde intervallen. Bij blefarospasme dient regelmatig te worden gecontroleerd op het optreden van droge ogen. Voorzichtigheid is geboden bij meer kans op het ontwikkelen van gesloten kamerhoekglaucoom. Na een eerdere oogoperatie de gevoeligheid van de cornea testen, injectie in het onderste ooglid vermijden om een ectropion te voorkomen en een eventueel epitheeldefect behandelen. Ecchymosis kan worden geminimaliseerd door direct na de injectie druk uit te oefenen op de injectieplaats. Bij ernstige overgevoeligheidsreacties de behandeling staken en behandelen met adrenaline. Voorzichtigheid is geboden bij ontsteking of infectie van het te behandelen gebied, een voorgeschiedenis van een allergische reactie op botulinetoxine A. Bij disfunctie van de blaas een cystoscopie met voorzichtigheid uitvoeren. Bij behandeling voor disfunctie van de blaas bij patiënten die zichzelf niet katheteriseren binnen 2 weken na de behandeling en indien nodig periodiek tot 12 weken, het residuele urinevolume na mictie meten. Bij optreden van een autonome dysreflexie bij urine-incontinentie door neurogene overactiviteit van de detrusor kan onmiddellijk medisch ingrijpen nodig zijn. Azzalure en Bocouture worden niet aanbevolen bij een voorgeschiedenis van dysfagie en aspiratie. Resten injectievloeistof moeten vóór het weggooien door autoclavering of door toevoeging van een verdunde hypochlorietoplossing worden geïnactiveerd. Injectie in de omgeving van het onderste ooglid vermijden, wegens de kans op ectropion. Zoals met alle intramusculaire toedieningen is voorzichtigheid geboden bij verlengde bloedingstijd.

Interacties

Niet beoordeeld: het effect kan worden versterkt door andere spierrelaxantia en door aminoglycosiden.

Referenties

  1. Allergan Pharmaceuticals Ireland, SPC Botox (RVG 117146) 16-01-2016, www.cbg-meb.nl
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 10 okt 2014
  3. InformatoriumMedicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 10 okt 2014
  4. Ipsen Farmaceutica BV, SmPC Dysport (RVG 110868) 17-01-2018, www. geneesmiddeleninformatiebank.nl

Wijzigingen

  • 22 juni 2018 10:11: Indicatie Dynamische equinusvoet vervorming agv spasticiteit obv SmPC Dysport toegevoegd
  • 23 augustus 2016 12:24: De indicatie hyperhidrose is toegevoegd op basis van de SmPC