Vecuronium

Stofnaam
Vecuronium
Merknaam
Norcuron
ATC code
M03AC03
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Verslapping van de skeletspieren:
Neonaten:
intubatie: off-label, onderhoud: On-label
> 1 mnd- 5 mnd: intubatie: Off-label, onderhoud: On-label
> 5 mnd: on-label
 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Verslapping van spieren tijdens ingrepen
0-5 maanden: initieel testdosis 0,01-0,02 mg/kg, vervolgens aanvullende doses tot 90-95% depressie van spierrespons, max 0,1 mg/kg
> 5 maanden: 0,08-0,1 mg/kg voor intubatie en 0,02-0,03 mg/kg voor onderhoudsdoseringen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor inj.vlst. (bromide) 4 mg + 1 ml oplosm.
Poeder voor inj.vlst. (bromide) 10 mg

Eigenschappen

Is een middellangwerkend spierrelaxans. Heeft geen vagolytische werking en vrijkomen van histamine is niet waargenomen.
Neuromusculair werkende spierrelaxantia grijpen aan op de motorische eindplaat. Zij veroorzaken een verminderde respons van acetylcholine. Niet-depolariserende stoffen hebben hoge affiniteit voor de receptor, maar veroorzaken geen polarisatie. Er ontstaat direct een verlamming van de spieren. Effect binnen 1-2 minuten. Werkingsduur 20-30 minuten. Kinderen jonger dan 1 jaar zijn gevoeliger voor de neuromusculaire blokkade, de werkingsduur is gewoonlijk verlengd.

Kinetische gegevens

Het verdelingsvolume is bij neonaten groter dan bij oudere kinderen. Bij eenzelfde dosis bij neonaten en oudere kinderen zal de concentratie bij de myoneurale overgang bij neonaten geringer zijn.De meeste niet depolariserende spierrelaxantia worden door de nier geklaard, de relatief immature nierfunctie kan leiden tot een verlengde eliminatietijd bij kinderen.

Doseringen

Indicatie: Verslapping van skeletspieren
  • Intraveneus
    • Prematuren Zwangerschapsduur < 37 weken
      [3]
      • Startdosering: Bij intubatie: 0,1 mg/kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 0,025 - 0,05 mg/kg/uur continu infuus
    • a terme neonaat
      [3]
      • Startdosering: Bij intubatie: 0,1 mg/kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 0,04 - 0,1 mg/kg/uur continu infuus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [3]
      • Startdosering: Bij intubatie: 0,08 - 0,1 mg/kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 0,05 - 0,1 mg/kg/uur continu infuus  
        • Bij kinderen van 2-11 jaar kunnen hogere doses nodig zijn.
        • Omdat de werkingsduur bij kinderen korter is, zijn onderhoudsdoseringen vaker nodig.
        • ALTERNATIEF: 0.02-0.03 mg/kg/dosis

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

PERIFEER WERKENDE SPIERRELAXANTIA

CHOLINEDERIVATEN

Suxamethonium

Curalest
M03AB01
OVERIGE KWATERNAIRE AMMONIUMVERBINDINGEN

Atracurium

Tracrium
M03AC04

Cisatracurium

Nimbex
M03AC11

Mivacurium

Mivacron
M03AC10

Pancuronium

Pavulon
M03AC01

Rocuronium

Esmeron
M03AC09
OVERIGE PERIFEER WERKENDE SPIERRELAXANTIA
M03AX01
CHOLINEDERIVATEN

Suxamethonium

Curalest
M03AB01
OVERIGE KWATERNAIRE AMMONIUMVERBINDINGEN

Atracurium

Tracrium
M03AC04

Cisatracurium

Nimbex
M03AC11

Mivacurium

Mivacron
M03AC10

Pancuronium

Pavulon
M03AC01

Rocuronium

Esmeron
M03AC09
OVERIGE PERIFEER WERKENDE SPIERRELAXANTIA
M03AX01

Bijwerkingen bij volwassenen

De meest voorkomende bijwerking van de niet-depolariserende spierrelaxantia is een verlenging van de werking tot een periode die langer is dan nodig. Dit kan variëren van zwakte tot diepe en verlengde neuromusculaire blokkade van de dwarsgestreepte spieren resulterend in ademhalingsstoornissen of apneu.

Andere bijwerkingen worden veroorzaakt door het vrijmaken van histamine of door muscarinereceptorblokkade (vagolytisch effect). De niet-depolariserende spierrelaxantia hebben geen vagolytische werking (behalve pancuronium) en maken weinig tot geen histamine vrij.

Bijwerkingen ten gevolge van het vrijmaken van histamine zijn urticaria, jeuk, vasodilatatie met hypotensie, bronchospasmen en overgevoeligheidsreacties (soms anafylaxie). Suxamethonium veroorzaakt dit het meest, gevolgd door atracurium (dosisafhankelijk). Ook bij de andere niet-depolariserende spierrelaxantia kunnen deze bijwerkingen (zelden) voorkomen.

Door blokkade van muscarinereceptoren in het hart en van sympatische ganglia en noradrenerge vezels kunnen tachycardie en verhoogde bloeddruk (soms hypertensie) optreden, met name bij pancuronium.

Maligne hyperthermie kan voorkomen bij suxamethonium en vermoedelijk ook bij mivacurium bij patiënten die homozygoot zijn voor het atypische pseudocholinesterase gen

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid. Er bestaat bovendien kruisovergevoeligheid tussen verschillende perifeer werkende spierrelaxantia.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij myasthenia gravis, het syndroom van Lambert-Eaton, neuromusculaire aandoeningen, na poliomyelitis, bij ademhalingsstoornissen (zoals slaapapneu), bij ernstige obesitas en bij brandwonden.

Interacties

Interacties perifeer werkende spierrelaxantia algemeen:

Niet-depolariserende stoffen

Niet beoordeeld:

Afname effect: de neuromusculaire blokkade kan worden geantagoneerd door cholinesteraseremmers als neostigmine; een dergelijke werking wordt ook verwacht van centraal werkende cholinesteraseremmers als rivastigmine. De blokkade kan ook worden verminderd door carbamazepine, fenytoïne en calciumzouten (intraveneus).

Toename effect: aminoglycosiden, colistine en polymyxine B hebben zelf een neuromusculair blokkerende werking en kunnen de neuromusculaire blokkade versterken. Ook kunnen inhalatie-anaesthetica (desfluraan en isofluraan het meest), esketamine, kinine, kinidine, chloroquine, corticosteroïden (hoge doseringen), magnesiumzouten (parenteraal) en voorafgaande toediening van suxamethonium de neuromusculaire blokkade versterken.

Als suxamethonium na een niet-depolariserende stof wordt toegediend, kan zowel versterking als verzwakking van de neuromusculaire blokkade optreden.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Informatorium Medicamentorum, (Bijwerkingen, Interacties), Geraadpleegd 28 nov 2014
  3. NV Organon, SPC Norcuron (RVG 09332), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 25 maart 2013, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h09332.pdf

Wijzigingen