Cisatracurium

Stofnaam
Cisatracurium
Merknaam
Nimbex
ATC code
M03AC11
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Intubatie:
> 1 mnd-12 jaar: 0,15 mg/kg in 5-10 sec
Verslapping van de skeletspieren:
< 2 jaar: 0,03 mg/kg/dosis (onder opiaatanesthesie)
2-12 jaar: 0,02 mg/kg/dosis bolus OF onderhoudsdosering aanvankelijk 0.003 mg/kg lich.gewicht per minuut, na een initiële periode van stabilisatie van het neuromusculaire block is bij de meeste patiënten 0.001-0.002 mg/kg lich.gewicht per minuut voldoende om het block te handhaven.
> 12 jaar: 0,03 mg/kg/dosis OF onderhoudsdosering aanvankelijk 0.003 mg/kg lich.gewicht per minuut, na een initiële periode van stabilisatie van het neuromusculaire block is bij de meeste patiënten 0.001-0.002 mg/kg lich.gewicht per minuut voldoende om het block te handhaven.

 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (als dibesilaat) 2 mg/ml

Eigenschappen

Cisatracurium is een niet-depolariserende neuromusculair blokkerende stof voor intraveneus gebruik met een middellange werkingsduur.

Kinetische gegevens

Geen gegevens

Doseringen

Indicatie: Verslapping van skeletspieren
  • Intraveneus
    • < 2 jaar
      • Als bolus onder opiaatanesthesie 0,03 mg/kg/dosis bolus  
      • Beperkte data: uit klinische studies bij kinderen jonger dan 2 jaar blijkt dat een onderhoudsdosering van 0,03 mg/kg onder opiaatanesthesie een klinisch effectieve verlenging tot 25 minuten van het neuromusculair blok geeft.

    • 2 jaar tot 12 jaar
      [1]
      • Startdosering: 0,15 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,001 - 0,003 mg/kg/minuut continu infuus  
      • Onderhoudsdosering: Aanvankelijk 0,003 mg/kg/min, na een initiële periode van stabilisatie van het neuromusculaire block 0.001-0.002 mg/kg/min.
        Alternatief: onderhoudsdosering als bolus: 0.02 mg/kg/dosis

        In combinatie met sedatie

    • 12 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Startdosering: 0,15 mg/kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: 0,001 - 0,003 mg/kg/minuut continu infuus  
      • Onderhoudsdosering: Toelichting: Aanvankelijk 0,003 mg/kg/min, na een initiële periode van stabilisatie van het neuromusculaire block 0.001-0.002 mg/kg/min.)
        Alternatief onderhoudsdosering: als bolus: 0.03 mg/kg/dosis

        In combinatie met sedatie

Indicatie: Intubatie
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 0,15 mg/kg/dosis bolus Snelle toediening in 5-10 sec

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

PERIFEER WERKENDE SPIERRELAXANTIA

CHOLINEDERIVATEN

Suxamethonium

Curalest
M03AB01
OVERIGE KWATERNAIRE AMMONIUMVERBINDINGEN

Atracurium

Tracrium
M03AC04

Mivacurium

Mivacron
M03AC10

Pancuronium

Pavulon
M03AC01

Rocuronium

Esmeron
M03AC09

Vecuronium

Norcuron
M03AC03
OVERIGE PERIFEER WERKENDE SPIERRELAXANTIA
M03AX01
CHOLINEDERIVATEN

Suxamethonium

Curalest
M03AB01
OVERIGE KWATERNAIRE AMMONIUMVERBINDINGEN

Atracurium

Tracrium
M03AC04

Mivacurium

Mivacron
M03AC10

Pancuronium

Pavulon
M03AC01

Rocuronium

Esmeron
M03AC09

Vecuronium

Norcuron
M03AC03
OVERIGE PERIFEER WERKENDE SPIERRELAXANTIA
M03AX01

Bijwerkingen bij volwassenen

Bij 1-10% van de patiënten: bradycardie en hypotensie.
Bij minder dan 1%: blozen, bronchospasmen en huiduitslag.
Zelden anafylactische reacties en bij 'intensive care'-patiënten na langdurig gebruik myopathie en spierzwakte.

De meest voorkomende bijwerking van de niet-depolariserende spierrelaxantia is een verlenging van de werking tot een periode die langer is dan nodig. Dit kan variëren van zwakte tot diepe en verlengde neuromusculaire blokkade van de dwarsgestreepte spieren resulterend in ademhalingsstoornissen of apneu.

Andere bijwerkingen worden veroorzaakt door het vrijmaken van histamine of door muscarinereceptorblokkade (vagolytisch effect). De niet-depolariserende spierrelaxantia hebben geen vagolytische werking (behalve pancuronium) en maken weinig tot geen histamine vrij.

Bijwerkingen ten gevolge van het vrijmaken van histamine zijn urticaria, jeuk, vasodilatatie met hypotensie, bronchospasmen en overgevoeligheidsreacties (soms anafylaxie). Suxamethonium veroorzaakt dit het meest, gevolgd door atracurium (dosisafhankelijk). Ook bij de andere niet-depolariserende spierrelaxantia kunnen deze bijwerkingen (zelden) voorkomen.

Door blokkade van muscarinereceptoren in het hart en van sympatische ganglia en noradrenerge vezels kunnen tachycardie en verhoogde bloeddruk (soms hypertensie) optreden, met name bij pancuronium.

Maligne hyperthermie kan voorkomen bij suxamethonium en vermoedelijk ook bij mivacurium bij patiënten die homozygoot zijn voor het atypische pseudocholinesterase gen



 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Er zijn geen gegevens over toepassing bij kinderen die een hartoperatie ondergaan.
 

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor cisatracurium of atracurium. Er bestaat bovendien kruisovergevoeligheid tussen verschillende perifeer werkende spierrelaxantia.


 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij myasthenia gravis, het syndroom van Lambert-Eaton, neuromusculaire aandoeningen, na poliomyelitis, bij ademhalingsstoornissen (zoals slaapapneu), bij ernstige obesitas en bij brandwonden.

Patiënten met myasthenia gravis (minder acetylcholinereceptoren) zijn extreem gevoelig voor niet-depolariserende stoffen, vaak kan met een veel lagere dosis worden volstaan. Deze patiënten zijn juist weer relatief resistent voor suxamethonium. Niet-depolariserende stoffen hebben bij deze groep de voorkeur boven suxamethonium.

Patiënten met het syndroom van Lambert-Eaton (verminderde acetylcholinevrijmaking) zijn extreem gevoelig voor zowel niet-depolariserende stoffen als voor suxamethonium.

Bij slaapapneu is het langwerkende pancuronium gecontraïndiceerd vanwege het risico op verlengde neuromusculaire blokkade, waardoor obstructie van de bovenste luchtwegen kan ontstaan; korte- en middellangwerkende niet-depolariserende spierrelaxantie kunnen wel worden toegepast.

Bij patiënten met brandwonden over meer dan 10% van het lichaamsoppervlak is vaak sprake van resistentie voor niet-depolariserende spierrelaxantia. Bij deze patiënten zijn 2.5-5 x zo hoge doses nodig, soms nog hoger. Bij deze patiënten kan echter de pseudocholinesterase-activiteit zijn verminderd, waardoor mivacurium minder snel wordt afgebroken en juist weer dosisreductie nodig is. De resistentie begint gemiddeld 1 week na het ontstaan van de brandwonden en kan soms een jaar aanhouden.

Afwijkingen in de elektrolytenhuishouding (hypokaliëmie, hypermagnesiëmie, hypocalciëmie) en van de pH van het bloed dienen bij voorkeur vooraf te worden gecorrigeerd, omdat deze condities het effect kunnen versterken. Acidose versterkt het effect van niet-depolariserende stoffen en verzwakt het effect van suxamethonium. Ook bij hypoproteïnemie, hypercapnie en cachexie kan het effect versterkt zijn.

Bij hartoperaties onder hypothermie kan het effect van cisatracurium, pancuronium, rocuronium en vecuronium verlengd zijn.

Interacties

Niet-depolariserende stoffen (algemeen)
Niet beoordeeld:
Afname effect: de neuromusculaire blokkade kan worden geantagoneerd door cholinesteraseremmers als neostigmine; een dergelijke werking wordt ook verwacht van centraal werkende cholinesteraseremmers als rivastigmine. De blokkade kan ook worden verminderd door carbamazepine, fenytoïne en calciumzouten (intraveneus).
Toename effect: aminoglycosiden, colistine en polymyxine B hebben zelf een neuromusculair blokkerende werking en kunnen de neuromusculaire blokkade versterken. Ook kunnen inhalatie-anaesthetica (desfluraan en isofluraan het meest), esketamine, kinine, kinidine, chloroquine, corticosteroïden (hoge doseringen), magnesiumzouten (parenteraal) en voorafgaande toediening van suxamethonium de neuromusculaire blokkade versterken.
Als suxamethonium na een niet-depolariserende stof wordt toegediend, kan zowel versterking als verzwakking van de neuromusculaire blokkade optreden.

Interacties niet-depolariserende stoffen algemeen

Niet beoordeeld:

Afname effect: de neuromusculaire blokkade kan worden geantagoneerd door cholinesteraseremmers als neostigmine; een dergelijke werking wordt ook verwacht van centraal werkende cholinesteraseremmers als rivastigmine. De blokkade kan ook worden verminderd door carbamazepine, fenytoïne en calciumzouten (intraveneus).

Toename effect: aminoglycosiden, colistine en polymyxine B hebben zelf een neuromusculair blokkerende werking en kunnen de neuromusculaire blokkade versterken. Ook kunnen inhalatie-anaesthetica (desfluraan en isofluraan het meest), esketamine, kinine, kinidine, chloroquine, corticosteroïden (hoge doseringen), magnesiumzouten (parenteraal) en voorafgaande toediening van suxamethonium de neuromusculaire blokkade versterken.

Als suxamethonium na een niet-depolariserende stof wordt toegediend, kan zowel versterking als verzwakking van de neuromusculaire blokkade optreden.

Referenties

  1. GlaxoSmithKline BV, SPC Nimbex (RVG 19471), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 17 feb 2012, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h19471.pdf
  2. Informatorium Medicamentorum, (interacties, bijwerkingen, contra-indicaties, voorzorgen), Geraadpleegd 15 okt 2014

Wijzigingen