Adrenaline (epinefrine)

Stofnaam
Adrenaline (epinefrine)
Merknaam
Epipen, Jext, Emerade
ATC code
C01CA24

Adrenaline (epinefrine)


Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Analfylactische shock: On-label
Overig: Off-label
 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Kinderen:
bronchospasmen, anafylaxie: 0,01 mg/kg SC, zn 2 x herhalen, elke 15 min, vervolgens om de 4 uur. Max 0,5 mg/keer.
Shock: 0,3 mg/keer IM/IV, zn elke 15 min, 3-4 x herhalen.
Hartstilstand: 5-10 mcg/kg/keer.
De Anapen en de Epipen zijn geregistreerd voor anafylactische shock bij kinderen.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (als hydrochloride) 0.1 mg/ml
Inj.vlst (als waterstoftartraat) 1 mg/ml
Inj.vlst. (als hydrochloride) Pen 0.5 mg/ml "junior" ; 1 mg/ml
Inj.vlst. (als hydrochloride) 1 mg/ml

Eigenschappen

Sympathicomimeticum met stimulerend effect op de α- en β-receptoren van het sympathische zenuwstelsel. Het heeft een geringe, centraal stimulerende werking. Adrenaline doet de bloeddruk stijgen en vergroot de prikkelbaarheid van het hart. Door beïnvloeding van de α-receptoren treedt vernauwing op van de meeste vaten, met name die van de huid en het splanchnicusgebied. Stimulatie van de β2-receptoren heeft een bronchospasmolytisch effect en verhoogt het bloedglucosegehalte. Werking: i.m. binnen 3–5 min, s.c. binnen 5 min. Werkingsduur: kort.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Algemene opmerkingen

Bij reanimatie is intraveneuze toediening de eerste keus. Indien intraveneuze toediening onmogelijk is: intra-ossale schroef (=IV).
Intra-tracheale toediening heeft zeker niet de voorkeur.
Toepassen bij onvoldoende effect van dopamine. Dosiasafhankelijke alfa- en beta-effecten. Bij hoge dosis alfa-1-effect: perifere vasoconstrictie.

Doseringen

Ga snel naar:

Reanimatie
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [11]
      • 1:10.000 oplossing (0,1 mg/ml): 0,01 mg/kg/dosis, bolus. Geef indien nodig extra doses van 0,01 - 0,03 mg/kg.
      • Herhaal toediening indien nodig binnen 3-5 minuten

    • 1 maand tot 18 jaar
      • 1:10.000 oplossing (0,1 mg/ml): 0,01 mg/kg/dosis, bolus.
        • Overeenkomend met 0,1 ml/kg van 1:10.000 oplossing
        • Bij asystole eventueel de volgende doses: 0,1 mg/kg (overeenkomend met 0,1 ml/kg van 1:1000 oplossing).
        • Zo nodig iedere 3-5 minuten herhalen.
  • Endotracheopulmonair
    • a terme neonaat
      [5] [11]
      • oplossing 1:10.000 (0,1 mg/ml): 0,05 - 0,1 mg/kg/dosis, éénmalig.
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 1:1000 oplossing: 0,1 mg/kg/dosis, bolus.
        • Overeenkomend met 0,1 ml/kg van 1:1000 oplossing.
        • Endotracheale toediening heeft niet de voorkeur.
Positief inotroop en chronotroop effect
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      • 0,05 - 0,1 microg./kg/minuut, continu infuus.
Vasoconstrictie, toename bloeddruk
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      • 0,2 - 1 microg./kg/minuut, continu infuus.
Laryngitis subglottica (pseudokroep)
  • Inhalatie
    • 1 maand tot 18 jaar
      [6]
      • 5 mg/dosis, éénmalig.
Anafylaxie, waaronder anafylactische shock
  • Intramusculair
    • 1 maand tot 18 jaar
      [3] [7] [8] [10]
      • 0,01 mg/kg/dosis, éénmalig. Maximale dosering per gift: 0,5 mg/dosis.
      • In spoedsituaties waarin het niet mogelijk is om nauwkeurig op basis van het gewicht de dosering te berekenen, kunnen onderstaande doseringen als richtlijn gehanteerd worden.

        < 6 jaar: 0,15 mg/dosis (auto injector pen)
        6-12 jaar: 0,3 mg/dosis (auto injector pen)
        > 12 jaar: 0,3-0,5 mg/dosis

        Wanneer de symptomen niet verminderen of zijn verergerd na de eerste dosering kan een tweede injectie noodzakelijk zijn. De tweede injectie kan na ongeveer 5-15 minuten worden toegediend.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

HARTSTIMULANTIA, EXCLUSIEF HARTGLYCOSIDEN

SYMPATHICOMIMETICA EN DOPAMINERGICA
C01CA07
C01CA04
C01CA26
C01CA06
C01CA02

Midodrine

Gutron
C01CA17
C01CA03
FOSFODIESTERASEREMMERS

Milrinon

Corotrope
C01CE02
OVERIGE HARTSTIMULANTIA
C01CX08

Bijwerkingen algemeen

Zelden (0,01-0,1%): stresscardiomyopathie.

Verder zijn gemeld: hypertensie, tachycardie, bradycardie, hartritmestoornissen, hartkloppingen, ventrikelfibrilleren, angina pectoris, acuut myocardinfarct, stresscardiomyopathie. Angst, hallucinatie, spanning, nervositeit. Hoofdpijn, duizeligheid, tremor, syncope. Dyspneu. Mydriase. Misselijkheid, braken. Hyperhidrose. Bleekheid, koude ledematen, vasoconstrictie. Asthenie. Hyperglykemie, hypokaliëmie, metabole acidose. Necrose op de injectieplaats (door vasculaire constrictie). Infectie op de injectieplaats (waaronder necrotiserende fasciitis en myonecrose door Clostridia). Bij onbedoelde injectie van de auto-injector in handen of voeten: perifere ischemie en verwondingen (blauwe plekken, bloedingen, verkleuring, erytheem of verwondingen aan botten).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

Tenzij toegepast in acute kritieke situaties:

  • hemorragische, cardiogene en traumatische shock, shock tijdens anesthesie ten gevolge van
  • gehalogeneerde koolwaterstoffen of cyclopropaan;
  • organische hersenbeschadiging;
  • fibrillatie;
  • overgevoeligheid voor sulfiet in de voorgeschiedenis (met name bij astmapatiënten);
  • (predispositie voor) gesloten kamerhoekglaucoom;
  • injectie op plaatsen waar sterke vasoconstrictie de bloedvoorziening ernstig kan belemmeren (zoals vingers, tenen, neus, oren en penis);
  • tenzij toegepast bij hartstilstand of anafylaxie: cardiale dilatatie en/of coronaire insufficiëntie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave extravasatie: centraal veneuze catheter. Cave renale en mesenteriale vasoconstrictie.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Voorzichtig bij hypertensie, hartziekten, neiging tot aritmie, hyperthyroïdie, cerebrale of perifere arteriosclerose, diabetes mellitus, feochromocytoom, bronchiaal astma, oculaire hypertensie of glaucoom (verhoging van de intra-oculaire druk), prostaathyperplasie, ernstig gestoorde nierfunctie, hypercalciëmie, hypokaliëmie en bij ouderen.

Bij de ziekte van Parkinson kan adrenaline een tijdelijke verergering van de symptomen (stijfheid, tremor) veroorzaken.

De auto-injector is een voorgevulde wegwerpspuit met een automatisch injectiemechanisme voor eenmalig gebruik door de patiënt zelf of door een verzorger. De patiënt moet worden geïnstrueerd over de periodieke controle van de inhoud (oplossing moet helder en kleurloos zijn). Bij toediening door een verzorger het been van de patiënt immobiliseren om de kans op verwondingen of een verbogen naald te minimaliseren.

Bij onvoldoende klinische verbetering na een eerste injectie of bij een verslechtering, kan na 5–15 minuten een tweede injectie toegediend worden, Daarom de patiënt aanraden altijd twee auto-injectorpennen mee te nemen. Na gebruik van een auto–injectorpen dient direct contact opgenomen te worden met een arts.

Bij patiënten met een dikke onderhuidse vetlaag bestaat het risico dat adrenaline in het subcutane weefsel wordt toegediend; hierdoor kan het effect vertraagd en suboptimaal zijn doordat adrenaline het spierweefsel niet of later bereikt. Dit kan de behoefte aan een tweede injectie vergroten.

Bifasische anafylaxie: na initieel verdwijnen van de symptomen kunnen deze enkele uren later opnieuw optreden.

Onbedoelde intravasculaire injectie kan resulteren in een hersenbloeding als gevolg van plotselinge bloeddrukverhoging. Onbedoelde toediening in handen en voeten kan leiden tot perifere ischemie.

Na gebruik van de auto-injector blijft een hoeveelheid vloeistof in de injector achter, die niet opnieuw kan worden gebruikt.

Bij keuze voor een intraveneuze toediening, deze bij voorkeur onder begeleiding van (continue) ECG-registratie, pulsoxymetrie en bloeddrukmeting toepassen. Bij anafylaxie en in andere gevallen met een spontane circulatie kan i.v.-toediening levensbedreigende hypertensie, tachycardie, aritmieën en myocardiale ischemie veroorzaken.

Interacties

Relevant: in combinatie met een β-blokker kan de werking van adrenaline teniet worden gedaan, dit is met name riskant bij anafylaxie (verminderde bronchusverwijding en verminderde hemodynamische werking). De interactie is vooral gemeld voor niet-selectieve β-blokkers en is (vrijwel) niet gemeld voor selectieve β-blokkers. De 'veiligheid' van een selectieve β-blokkers is relatief, bij hogere doses kan de selectiviteit verloren gaan.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met hoge intraveneuze doses calcium.

Niet beoordeeld: digoxine en kinidine verhogen het risico op hartritmestoornissen.

Gehalogeneerde inhalatie-anaesthetica sensibiliseren het hart voor sympathicomimetica.

Tricyclische antidepressiva en COMT-remmers versterken het bloeddrukverhogende effect van adrenaline.

Referenties

  1. College voor zorgverzekeringen (CVZ), Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 21-5-2021
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 06 okt 2014
  3. ALK-Abelló A/S, SPC Epipen Junior (RVG 32726), www.cbg-meb.nl
  4. Centrafarm, SPC Adrenaline RVG 50812,, www.cbg-meb.nl, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h50812.pdf (geraadpleegd 27 jan 2010)
  5. NVK, Richtlijn Reanimatie van het kind bij de geboorte, www.nvk.nl, 2014, http://www.nvk.nl/Kwaliteit/Richtlijnenoverzicht/Details/tabid/1558/articleType/ArticleView/articleId/765/Reanimatie-van-pasgeborenen.aspx#tab15
  6. Brand, PLP et al, Werkboek Kinderlongziekten, VU Uitgeverij, 2001
  7. Muraro A, et al, The management of anaphylaxis in childhood: position paper of the European academy of allergology and clinical immun, Allergy , 2007, 62, 857-71
  8. Simons F, et al, World Allergy Organisation anaphylaxis guidelines: Summary, J ALLERGY CLIN IMMUNOL, 2011, 127:3, 587-93
  9. NVK, Richtlijn Astma bij Kinderen, 2013
  10. Turner, NM, Leroy, P, Advanced Paediatric Life Support, de Nederlandse editie, Bohn, Stafleu van Loghum, 2015, 4e druk
  11. Wyllie J. et al, European Resuscitation Council Guidelines for Resuscitation 2015 Section 7. Resuscitation and support of transition of babies at birth., Resuscitation, 2015, 95, 249-263

Wijzigingen

  • 24 januari 2020 15:23: De dosering voor reanimatie bij neonaten is aangepast obv ERC guideline 2015
  • 12 juli 2018 22:18: Indicatie gewijzigd obv SmPC (niet alleen toepassing bij shock)
  • 20 oktober 2017 09:08: Doseeradvies bij anafylaxie uitgesplitst conform APLS handboek
  • 25 april 2016 08:10: Wijziging endotracheale dosering voor neonaten op basis van gewijzigd advies uit Richtlijn 2014

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering