Dopamine

Stofnaam
Dopamine
Merknaam
ATC code
C01CA04
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Dopamine stimuleert direct dopamine1-, dopamine2-, α- en β-receptoren. De werking op de α2- en β2-receptoren is echter gering. Dopamine is de directe precursor van noradrenaline (een catecholamine) met positief-inotrope werking op het myocard; het verhoogt daardoor het hartminuutvolume. Het verwijdt de vaten van de nieren en het mesenterium; door de verhoogde renale doorbloeding nemen de nierfiltratie, diurese en natriumuitscheiding toe. In lage of gemiddelde dosering (2–10 microg/kg per min.) stimuleert dopamine de β-receptoren in het myocard; dit heeft toename van het minuutvolume, gewoonlijk zonder frequentietoename of bloeddrukstijging, tot gevolg. Dopamine onderscheidt zich hiermee van de andere catecholaminen. In hoge doses (10–20 microg/kg per min.) stimuleert het de α-receptoren; mede door de toename van het hartminuutvolume stijgt de bloeddruk. Bij doseringen boven 20 microg/kg per min. overweegt het α-adrenerge effect, waardoor de doorbloeding van de nier en het mesenterium weer afneemt. Werkingsaanvang: snel. Werkingsduur: minder dan 10 minuten.

Farmacokinetiek bij kinderen

De volgende gemiddelde (range) farmacokinetische parameters zijn gevonden na continue infusie van dopamine bij premature en a terme neonaten (24-43 weken GA) (Bhatt-Mehta et al. 1991, Padbury et al. 1990, Zaritsky et al. 1988):

Css (1 µg/kg/min) n=14 16,5 ± 3,4 ng/ml
Css (8 µg/kg/min) n=14 69,3 ± 11,6 ng/ml
n=11 6,9 (5-11) min
Cl n=11 115 (62-168) ml/kg/min
Vd n=11 1,8 (0,6-4) l/kg

Zowel de zwangerschapsduur als de postnatale leeftijd of het gewicht zijn niet van invloed gebleken op de klaring van dopamine bij (premature) neonaten. De grote interindividuele variatie die desondanks gezien wordt, is vooralsnog onverklaarbaar.

De renale klaring bij kinderen jonger dan 2 jaar (gem. 82,3 ± 27,7 ml/kg/min) is bijna 2 maal zo groot als de klaring bij kinderen ouder dan 2 jaar (gem. 45,9 ± 17 mg/kg/min) (Notterman et al. 1990)

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Conc. voor infusieopl. (hydrochloride) 40 mg/ml
Infuusvloeistof 4 mg/ml 

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Toename nierperfusie
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [4] [8] [9] [10] [11]
      • 2 - 5 microg./kg/minuut, continu infuus.
      • Uitsluitend toedienen via centrale veneuze lijn.

        Effectiviteit discutabel. De tendens is om dopamine niet meer gebruiken voor deze indicatie.

Circulatoire insufficientie: Hypotensie/verhogen hartminuutvolume

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij kinderen

Dopamine kan partieel hypopituïtarisme en het ‘euthyroid sick syndrome’ veroorzaken of verergeren bij kritisch zieke zuigelingen en kinderen (Filippi et al. 2007; Van den Berghe et al 1994.)

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Hypotensie, hypertensie, vasoconstrictie. (Supra)ventriculaire ritmestoornissen, bradycardie, palpitaties, (sinus)tachycardie, angineuze pijn. Dyspneu, bronchospasmen. Overgevoeligheidsreactie. Hoofdpijn. Misselijkheid, braken. Perifere weefselnecrose, kippenvel. Gangreen. Uremie. Mydriase.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • feochromocytoom;
  • tachyaritmie, atriumfibrilleren

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave ventriculaire extrasystolen.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Indien de shock door hypovolemie is veroorzaakt (vooral hemorragische shock), eerst met bloed of plasma of andere fysiologische oplossingen het circulerend volume herstellen.

Wees extra voorzichtig vanwege een grotere cardiovasculaire gevoeligheid voor dopamine bij: aritmie, tachycardie, coronaire hartziekte, hypertensie, hyperthyreoïdie, diabetes en bij ouderen. Verder ook voorzichtig toepassen bij occlusieve aandoeningen (zoals atherosclerose, ziekte van Raynaud etc.). Bij pulmonale hypertensie is er meer kans op pulmonale vasoconstrictie.

Om de minimale therapeutische dosis te vinden, de infuussnelheid doorlopend aan de hemodynamische parameters aanpassen.

Bij abusievelijke subcutane infiltratie of bij sterke overdosering kan weefselnecrose optreden of bestaande weefselnecrose verergeren. Infiltratie van de plaats van weefselnecrose met fentolamine kan verdere necrotisering voorkomen.

Interacties Bron: KNMP Kennisbank

Relevant: bij combinatie met een MAO-remmer kan een hypertensieve crisis optreden.

Niet relevant: dopamine-antagonisten (antipsychotica, anti-emetica) kunnen de werking van dopamine tegengaan. Andersom zal dopamine de werking van antipsychotica niet tegengaan, omdat dopamine de bloedhersenbarrière niet passeert.

Niet beoordeeld: gehalogeneerde inhalatie-anaesthetica sensibiliseren het hart voor sympathicomimetica; voorzichtigheid is geboden bij intraveneuze toediening van dopamine tijdens de anesthesie vanwege het risico op hartritmestoornissen.

HARTSTIMULANTIA, EXCLUSIEF HARTGLYCOSIDEN

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

SYMPATHICOMIMETICA EN DOPAMINERGICA
C01CA24
C01CA07
C01CA26
C01CA06
C01CA02

Midodrine

Gutron
C01CA17
C01CA03
FOSFODIESTERASEREMMERS

Milrinon

Corotrope
C01CE02
OVERIGE HARTSTIMULANTIA
C01CX08

Referenties

  1. Bhatt-Mehta V, et al, Dopamine and dobutamine in pediatric therapy, Pharmacotherapy, 1989, 9(5), 303-14
  2. Pellicer A, et al, Early systemic hypotension and vasopressor support in low birth weight infants: impact on neurodevelopment, Pediatrics, 2009, May;123(5), 1369-76
  3. Osborn DA, et al, Left ventricular contractility in extremely premature infants in the first day and response to inotropes, Pediatr Res, 2007 , Mar;61(3), 335-40
  4. Cuevas L, et al, The effect of low-dose dopamine infusion on cardiopulmonary and renal status in premature newborns with respiratory distress syndrome, Am J Dis Child, 1991 , Jul;145(7), 799-803
  5. Pellicer A, et al, Cardiovascular support for low birth weight infants and cerebral hemodynamics: a randomized, blinded, clinical trial, Pediatrics, 2005, Jun;115(6), 1501-12
  6. Subhedar NV, et al, Dopamine versus dobutamine for hypotensive preterm infants., Cochrane Database Syst Rev, 2003, (3), CD001242
  7. Seri I. , Cardiovascular, renal, and endocrine actions of dopamine in neonates and children., J Pediatr., 1995, Mar;126(3), 333-44
  8. Seri I, et al, Effects of low-dose dopamine infusion on cardiovascular and renal functions, cerebral blood flow, and plasma catecholamine levels in sick preterm neonates, Pediatr Res, 1993 , Dec;34(6), 742-9
  9. Rice BA, et al, The case against renal dose dopamine in the pediatric intensive care unit., AACN Clin Issues, 2005, Apr-Jun;16(2), 246-51
  10. Lynch SK, et al, The effect of dopamine on glomerular filtration rate in normotensive, oliguric premature neonates, Pediatr Nephrol, 2003, Jul;18(7), 649-52
  11. Prins I, et al, Low-dose dopamine in neonatal and pediatric intensive care: a systematic review., Intensive Care Med, 2001 , Jan;27(1), 206-10
  12. Bouissou, A., et al, Hypotension in preterm infants with significant patent ductus arteriosus: effects of dopamine., J Pediatr, 2008, 153(6), 790-4
  13. Bourchier, D., et al, Randomised trial of dopamine compared with hydrocortisone for the treatment of hypotensive very low birthweight infants, Arch Dis Child Fetal Neonatal, 1997, Ed 76 (3), F174-8
  14. DiSessa, T. G., et al. , The cardiovascular effects of dopamine in the severely asphyxiated neonate, J Pediatr, 1981, 99(5), 772-6
  15. Filippi, L., et al, Dopamine versus dobutamine in very low birthweight infants: endocrine effects., Arch Dis Child Fetal Neonatal, 2007, Ed 92(5), F367-71
  16. Greenough, A., et al., Randomized trial comparing dopamine and dobutamine in preterm infants., Eur J Pediatr, 1993, 152(11), 925-7
  17. Klarr, J. M., et al, Randomized, blind trial of dopamine versus dobutamine for treatment of hypotension in preterm infants with respiratory distress syndrome., J Pediatr, 1994, 125(1), 117-22
  18. Roze, J. C., et al, Response to dobutamine and dopamine in the hypotensive very preterm infant, Arch Dis Child, 1993, 69(1 Spec No), 59-63
  19. Ruelas-Orozco, G., et al., Assessment of therapy for arterial hypotension in critically ill preterm infants, Am J Perinato, 2000, 17(2), 95-9
  20. Sassano-Higgins, S., et al, A meta-analysis of dopamine use in hypotensive preterm infants: blood pressure and cerebral hemodynamics., J Perinatol, 2011, 31(10), 647-55

Wijzigingen

  • 20 augustus 2018 14:13: Expliciete toepassing premature en a terme neonaten binnen leeftijdscategorie 0-18 jaar nav neodose project.
  • 21 december 2015 16:13: Doorgeleverde bereiding toegevoegd

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering