Off-label
Toon registratiestatusConc. voor infusieopl. (hydrochloride) 40 mg/ml
Infuusvloeistof 4 mg/ml 1000 ml (voor toediening uitvullen in spuiten)
Dopamine is de directe precursor van noradrenaline (norepinefrine) (een catecholamine) met positief-inotrope werking op het myocard; het verhoogt daardoor het hartminuutvolume. Het verwijdt de vaten van de nieren en het mesenterium; door de verhoogde renale doorbloeding nemen de nierfiltratie, diurese en natriumuitscheiding toe. In lage of gemiddelde dosering (2-10 microg/kg per min.) stimuleert dopamine de bèta-receptoren in het myocard; dit heeft toename van het minuutvolume, gewoonlijk zonder frequentietoename of bloeddrukstijging, tot gevolg. Dopamine onderscheidt zich hiermee van de andere catecholaminen. In hoge doses (10-20 microg/kg per min.) stimuleert het de alfa-receptoren; mede door de toename van het hartminuutvolume stijgt de bloeddruk. Bij doseringen boven 20 microg/kg per min. overweegt het alfa-adrenerge effect, waardoor de doorbloeding van de nier en het mesenterium weer afneemt.
T1/2:
Houdt rekening met grote interindividuele variabiliteit.
6,9 min (5-11 min) bij 11 kritisch zieke neonaten.
26±14 minutes bij 17 kinderen van 3 mnd – 13 jaar.
T1/2 = 1-5 minuten.
Klaring:
Variërend van 58-168 ml/kg/min. Kinderen onder de twee jaar lijken een snellere klaring te hebben dan oudere kinderen; 82,3±27,7 ml/kg/min vs 45,9±17,0 ml/kg/min respectievelijk. Verlaagde klaring waargenomen bij kinderen met lever en nierfunctiestoornissen.
Vd: 1,8 L/kg (0,6-4,1 L/kg)
| Indicatie: Toename nierperfusie |
|---|
|
| Indicatie: Hypotensie/verhogen hartminuutvolume |
|---|
|
Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.
| SYMPATHICOMIMETICA EN DOPAMINERGICA | ||
|---|---|---|
|
Anapen, Epipen, Jext, Emerade
|
C01CA24 | |
| C01CA07 | ||
| C01CA06 | ||
| C01CA02 | ||
|
Gutron
|
C01CA17 | |
| C01CA03 | ||
| FOSFODIESTERASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Corotrope
|
C01CE02 | |
| OVERIGE HARTSTIMULANTIA | ||
|---|---|---|
| C01CX08 | ||
Ritmestoornissen (tachycardie, tachyaritmie, extrasystolie); hoofdpijn, misselijkheid, braken; dyspneu; soms angineuze klachten. Perifere weefselnecrose ten gevolge van vasoconstrictie, hypertensie.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Feochromocytoom. Tachyaritmie. Kamerfibrilleren.
Cave ventriculaire extrasystolen.
Om de minimale therapeutische dosis te vinden, dient de infuussnelheid doorlopend aan de hemodynamische parameters te worden aangepast. Indien het infuus plotseling wordt gestaakt, kan de bloeddruk sterk dalen. Indien de shock door hypovolemie is veroorzaakt (vooral hemorragische shock), moet eerst met bloed of plasma of andere fysiologische oplossingen het circulerend volume worden hersteld. Stoornissen van de elektrolytverhoudingen moeten worden gecorrigeerd. Dopamine moet, indien enigszins mogelijk, in een grote vene worden geïnfuseerd om extravasatie in het naastliggende weefsel van de infusieplaats te voorkomen (risico van necrose en lysis van het omgevende weefsel). De grote venen van de fossa antecubitalis verdienen de voorkeur boven de venen van het dorsum manus. Bij extravasatie het gebied zo spoedig mogelijk infiltreren met 10-15 ml zoutoplossing, die 5-10 mg fentolamine bevat. Indien het gebied binnen 12 uur wordt geïnfiltreerd, treedt direct plaatselijke hyperemie op; daarom moet fentolamine zo snel mogelijk na constatering van extravasatie worden toegediend. Dopamine mag niet worden verdund met waterstofcarbonaat- of andere alkalische oplossingen.
Relevant: bij combinatie met een MAO-remmer kan een hypertensieve crisis optreden.
Niet relevant: dopamine antagonisten (antipsychotica, anti-emetica) kunnen de werking van dopamine tegengaan. Andersom zal dopamine de werking van antipsychotica niet tegengaan. Dopamine passeert de bloedhersenbarrière niet.
Niet beoordeeld: gehalogeneerde inhalatie-anaesthetica sensibiliseren het hart voor sympathicomimetica; voorzichtigheid is geboden bij intraveneuze toediening van dopamine tijdens de anesthesie.