Heparine

Stofnaam
Heparine
Merknaam
Heparine Leo
ATC code
B01AB01
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (Na-zout) 5000 IE/ml, (bevat als conserveermiddelen benzylalcohol)
Diverse doorgeleverde bereidingen: inj./inf. vlst. (Na-zout) 50 IE/ml, 100 IE/ml, 150 IE/ml, 200 IE/ml, 250 IE/ml, 400 IE/ml, 500 IE/ml, 520.8 IE/ml, 600 IE/ml, 1000 IE/ml

Eigenschappen

Anticoagulans dat direct aangrijpt op de stollingsfactoren. Intraveneus toegediend is heparine direct werkzaam. Bij toediening in lage dosering heeft het vnl. een indirecte werking. In hogere, therapeutisch werkzame, dosering worden factor Xa en factor IIa (trombine) geneutraliseerd. Door het neutraliseren van factor IIa wordt de omzetting van fibrinogeen in fibrine geremd. Bij de profylactische subcutane toediening wordt alleen factor Xa geneutraliseerd.

 

Kinetische gegevens

De plasmaconcentratie en het effect van ongefractioneerd heparine zijn afhankelijk van de leeftijd. In zuigelingen en jonge kinderen leidt een gelijke dosis tot lagere heparine spiegels en een lager anti-Xa effect dan bij oudere kinderen. (Newall et al. 2010). Een hogere klaring, groter distributievolume en kortere halfwaardetijd zijn gevonden in 25 prematuur geboren babies (McDonald et al 1981)

  Gestatieleeftijd 25-28 weken (McDonald et al 1981) Gestatieleeftijd 29-32 weken (McDonald et al 1981) Gestatieleeftijd 33-36 weken (McDonald et al 1981) n=64 (6 maanden -15,5 jaar) (Newall et al. 2009)



T1/2 min (gemiddeld) 41,6 35,5 35,5 45,6 
Klaring mL/kg/min (gemiddeld) 1,49 1,43 1,37 0,6 
Vd mL/kg(gemiddeld) 81 73,3 57,8 37,3 



 

Doseringen

Behandeling veneuze trombose
  • Intraveneus
    • 0 maanden tot 12 maanden
      • Startdosering: 50 - 75 IE/kg/dosis, éénmalig in 10 minuten als infusie of als een bolus, max: 5.000 IE/dosis.
      • Onderhoudsdosering: 28 IE/kg/uur, continu infuus.
      • Er wordt gestreefd naar een aPTT range overeenkomend met een anti-Xa activiteit 0,35-0,70 IE/ml

    • 1 jaar tot 18 jaar
      • Startdosering: 50 - 75 IE/kg/dosis, éénmalig in 10 minuten als infusie of als een bolus, max: 5.000 IE/dosis.
      • Onderhoudsdosering: 18 - 20 IE/kg/uur, continu infuus.
      • Er wordt gestreefd naar een aPTT range overeenkomend met een anti-Xa activiteit 0,35-0,70 IE/ml

Heparineslot
  • Toedieningsweg niet van toepassing
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • Er is zeer weinig evidence bij kinderen voor deze indicatie. Raadpleeg lokaal protocol.

Profylaxe trombusvorming centraal veneuze katheter, Flush, Arterielijn profylaxe
  • Toedieningsweg niet van toepassing
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • Er is weinig tot geen evidence voor de toepassing van heparine voor deze indicaties. De adviezen lopen sterk uiteen en/of zijn niet effectief gebleken.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bij Dialyse

Heparine kan tijdens dialyse gebruikt worden.

ANTITHROMBOTICA

VITAMINE K-ANTAGONISTEN
B01AA07

Fenprocoumon

Marcoumar
B01AA04
HEPARINEGROEP

Dalteparine

Fragmin
B01AB04

Danaparoide

Orgaran
B01AB09

Enoxaparine

Clexane
B01AB05

Nadroparine

Fraxiparine, Fraxodi
B01AB06

Tinzaparine

Innohep
B01AB10
TROMBOCYTENAGGREGATIEREMMERS EXCL HEPARINE

Acetylsalicylzuur (carbasalaatcalcium)

Aspegic, Aspirine, Aspro, Alka-Seltzer (acetylsalicylzuur), Ascal (carbasalaatcalcium)
B01AC06

Epoprostenol

Flolan, Veletri
B01AC09
ENZYMEN
B01AD02

Urokinase

Medacinase
B01AD04
DIRECTE TROMBINEREMMERS

Dabigatran

Pradaxa
B01AE07
OVERIGE ANTITHROMBOTICA

Defibrotide

Defitelio
B01AX01

Bijwerkingen bij kinderen

Bloedingen, HITT syndroom (heparine geinduceerde trombocytopenie en trombose)

Bijwerkingen algemeen

Vaak (1-10%): hemorragie, hematoom. Erytheem. Verhoogde transaminasewaarden.

Soms (0,1-1%): trombocytopenie (waaronder HIT type I of type II). Anafylactische reactie, overgevoeligheid. Huiduitslag (bv. erythemateus, gegeneraliseerd, maculeus, (maculo)papuleus), urticaria, jeuk, huidnecrose, alopecia. Osteoporose (bij langdurige behandeling). Priapisme. Hyperkaliëmie. Reacties op de injectieplaats. Verlengde geactiveerde partiële tromboplastinetijd (APTT) buiten de therapeutische waarden.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Formuleringen die benzylalcohol bevatten mogen niet toegediend worden aan prematuren of pasgeborenen.

Contra-indicatie algemeen

  • Heparine-geïnduceerde trombocytopenie (HIT) type II (actueel of in de voorgeschiedenis).
  • Actieve ernstige hemorragie, die voldoet aan één van de volgende criteria:levensbedreigende bloeding;
  • optredend op een kritieke locatie of in een orgaan (zoals intracraniaal, intraspinaal, intra-oculair, retroperitoneaal, in een niet-geopereerd gewricht of pericardiaal, intra-uterien of intramusculair met compartiment syndroom);
  • klinische bloeding leidend tot een hemoglobineverlaging van 1,24 mmol/l of meer;
  • klinische bloeding leidend tot transfusie van minimaal 2 eenheden rode bloedcellen of volbloed;
  • bloeding in operatiegebied leidend tot heroperatie, een ongebruikelijke medische interventie ter verlichting (zoals drainage of punctie van hematoom in operatiegebied, overplaatsing naar IC of spoedeisende hulp).
  • Risicofactoren voor ernstige hemorragie zoals ongecontroleerde ernstige hypertensie, ernstige leverinsufficiëntie, intracraniële bloedingen of verwondingen, operaties aan het centraal zenuwstelsel, ogen of oren, retinopathie door diabetes of hypertensie en abortus imminens.
    Septische endocarditis.
  • Formuleringen die benzylalcohol bevatten mogen niet toegediend worden aan prematuren of pasgeborenen.
  • Neuraxisblokkade bij patiënten die heparine toegediend krijgen als behandeling.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij significant risico op bloedingen niet geven of dosis reduceren. Monitoren trombocyten. 
Cave: bij overdosering protamine toedienen.
 

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Heparine geïnduceerde trombocytopenie (HIT): Vanwege de kans op HIT type II het aantal trombocyten bepalen vóór het begin van de behandeling, en vervolgens elke 2-3 dagen (te beginnen op dag 4) tot dag 14 (of totdat heparine wordt gestopt). Bij ontwikkeling van HIT type II (meestal binnen 5-14 dagen na de eerste dosis, een 'rapid-onset' is mogelijk bij eerdere blootstelling aan heparine) heparine staken. Bij een klinisch significante trombocytopenie eerst een in vitro aggregatietest met heparine uitvoeren voordat behandeling ingesteld wordt; een positieve test is een contra-indicatie voor heparine. Trombocytenwaarden normaliseren gewoonlijk binnen 3-4 weken na staken van de behandeling.

Hyperkaliëmie: Heparine kan door onderdrukken van de aldosteronsecretie hyperkaliëmie veroorzaken (meestal reversibel), vooral bij diabetes mellitus, chronische nierinsufficiëntie, metabole acidose, een verhoogde plasmaspiegel voor het begin van de behandeling, combinatie met andere plasmakaliumverhogende geneesmiddelen en een langdurige behandeling met heparine. Bij risicopatiënten voor het begin van de behandeling en daarna regelmatig de kaliumspiegel bepalen.

I.m.-injecties: Gedurende de behandeling met heparine geen i.m.-injecties toedienen, vanwege de kans op bloedingen.

Neuraxisblokkade: Bij gebruik van spinale/epidurale anesthesie of spinale punctie tijdens profylactische behandeling is er kans op epidurale of spinale hematomen met kans op langdurige of permanente verlamming. Er is meer kans op deze complicaties bij gebruik van een post-operatieve epidurale/spinale verblijfskatheter of gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen die de hemostase beïnvloeden. Aanbrengen of verwijderen van een epidurale of spinale katheter uitstellen tot 4-6 uur na de laatste intraveneuze dosis heparine voor tromboseprofylaxe, de volgende dosis mag pas minimaal 1 uur na aanbrengen of verwijderen (weer) gegeven worden. Bij behandeldoseringen van heparine het aanbrengen of verwijderen van de katheter tevens uitstellen tot 4-6 uur na de intraveneuze toediening van heparine of 8-12 uur na de laatste subcutane toediening van heparine. Extra voorzichtig zijn als er ook andere anticoagulantia worden gebruikt. Indien tijdens de regelmatige controle een neurologische beschadiging wordt opgemerkt, is dringend decompressie van het ruggenmerg nodig.

Hemorragie: De belangrijkste bijwerking van heparine is een bloeding. Het risico hierop kan worden verkleind door zorgvuldige controle van de therapie op geleide van stollingsonderzoek bijvoorbeeld de geactiveerde partiële tromboplastinetijd (APTT). Voorzichtig bij toediening aan patiënten met meer kans op een bloeding.

Schildklieronderzoek kan worden beïnvloed.

Interacties

Niet beoordeeld: er zijn aanwijzingen dat intraveneus toegediend nitroglycerine de werking van heparine kan verminderen.

Interacties heparinegroep algemeen: 

Relevant:
De bloedingsneiging neemt toe bij combinatie met ibrutinib.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met NSAID's, inclusief salicylaten.

Niet beoordeeld:
De anticoagulerende werking wordt versterkt door andere antitrombotica.

Referenties

  1. Massicotte P, et al, An open-label randomized controlled trial of low molecular weight heparin for the prevention of central venous line-related thrombotic complications in children: the PROTEKT trial, Thromb Res, 2003, 109(2-3), 101-8
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 18-3-2021
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 maart 2021
  4. Gal P, et al, Neonatal thrombosis: treatment with heparin and thrombolytics, DICP, 1991, 25(7-8):, 853-6
  5. Monagle P, et al , Antithrombotic therapy in neonates and children: Antithrombotic Therapy and Prevention of Thrombosis, 9th ed: American College of Chest Physicians Evidence-Based Clinical Practice Guidelines, Chest, 2012, 141(2 Suppl):, e737S-801S
  6. Newall F, et al, Unfractionated heparin therapy in infants and children, Pediatrics, 2009, 123(3), e510-8
  7. Newall F, et al, Age is a determinant factor for measures of concentration and effect in children requiring unfractionated heparin, Thromb Haemost, 2010, May;103(5), 1085-90
  8. Uslu S, et al, The effect of low-dose heparin on maintaining peripherally inserted percutaneous central venous catheters in neonates, J Perinatol, 2010, Dec;30(12), 794-9
  9. Shah PS, et al, Continuous heparin infusion to prevent thrombosis and catheter occlusion in neonates with peripherally placed percutaneous central venous catheters, Cochrane Database Syst Rev, 2008, (2), CD002772
  10. Kamala F, et al, Randomized controlled trial of heparin for prevention of blockage of peripherally inserted central catheters in neonates, Acta Paediatr, 2002, 91(12), 1350-6
  11. Mok E, et al, A randomized controlled trial for maintaining peripheral intravenous lock in children, Int J Nurs Pract, 2007, Feb;13(1), 33-45
  12. McDonald, MM, et al., Heparin clearance in the newborn, Pediatr Res, 1981, 15, 1015-1018
  13. Newall, F, et al. , Unfractionated heparin has an age-dependent pharmacokinetic profile in children, J Thromb Haemost, 2009, 7(s2), 774

Wijzigingen

  • 16 december 2020 11:21: PK data bij kinderen toegevoegd obv studies van Newall en McDonald

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering