Asparaginase

Stofnaam
Asparaginase
Merknaam
Spectrila (colaspase), Erwinase (crisantaspase)
ATC code
L01XX02
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Acute Lymphatische Leukemie,
Paronal (colonase): hoofdzakelijk bij kinderen: 50-200 I.E./kg/dag of om de 2 dagen gedurende 10-28 dagen. Door de dagelijkse dosis te verhogen kan misschien met een kortere behandelingsduur worden volstaan. Hierdoor daalt de kans op allergische reacties. Om deze reden kan overwogen worden om, wanneer de leeftijd en de fysieke toestand van de patiënt dit toelaat, de dagelijkse toediening te verhogen tot 1000 IE/kg

Erwinase (crisantaspase): intraveneus, intramusculair: aanbevolen dosis 25.000 IE/m² lichaamsoppervlak 3×/week gedurende 2 weken

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor injectievloeistof (Colaspase) 10.000 IE.
Poeder voor inj.vlst. (Crisantaspase) 10.000 IE

Eigenschappen

Enzym met oncolytische werking, waarvan het werkzame bestanddeel is afgescheiden door Escherichia coli (colaspase) of Erwinia chrysanthemi (crisantaspase). Het katalyseert de splitsing van L-asparagine, een voor bepaalde tumorcellen essentieel aminozuur, in L-asparaginezuur en ammoniak. Hierdoor wordt de groei van deze tumorcellen geremd. Eén eenheid is de enzymactiviteit, die onder gestandaardiseerde omstandigheden per minuut 1 micromol ammoniak uit L-asparagine afsplitst.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Algemene opmerkingen

Waardevolle informatie over cytostatica staat vermeld in de behandelprotocollen van van de Stichting Nederlandse Werkgroep Leukemie bij Kinderen (SNWLK). Informatie over bereiden en toedienen is opgenomen in de monografieen van de richtlijn cytostatica, Integrale Kankercentra Nederland

Doseringen

Indicatie: Oncologische aandoeningen
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [5]
      • Dosis en dosisfrequentie van cytostatica zijn afhankelijk van de aandoening en sterk aan nieuwe inzichten onderhevig. Cytostatica worden in de oncologie/hematologie veelal in combinatie gebruikt. Om deze redenen wordt verwezen naar de gedetailleerde behandelprotocollen.


        Als indicatie wordt de volgende dosering van de fabrikanten genoemd:
        Paronal (colaspase): 50-200 IE/kg/dag of om de 2 dagen gedurende 10-28 dagen.
        Erwinase (crisantaspase): 25.000 IE/m2 3 x per week gedurende 2 weken.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

OVERIGE ONCOLYTICA

OVERIGE ONCOLYTICA

Amsacrine

Amsidine
L01XX01

Bortezomib

Velcade
L01XX32
L01XX05
L01XX19

Mitotaan

Lysodren
L01XX23

Pegaspargase

Oncaspar
L01XX24

Tretinoine oraal

Vesanoid
L01XX14
MONOKLONALE ANTILICHAMEN
L01XC

Ipilimumab

Yervoy
L01XC11

Rituximab

Mabthera
L01XC02
METHYLHYDRAZINEN

Procarbazine

Natulan
L01XB01
PROTEINEKINASEREMMERS

Dasatinib

Sprycel
L01XE06

Imatinib

Glivec
L01XE01

Nilotinib

Tasigna
L01XE08

Vandetanib

Caprelsa
L01XE12

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): coagulopathie (o.a. hypercoagulatie, hypofibrinogenemie). Anorexie, misselijkheid, braken. Koorts. Vaak (1-10%): overgevoeligheidsreactie (o.a. dyspneu, jeuk, gezichtsoedeem, erytheem, urticaria). Trombocytopenie, (hemolytische) anemie. Diarree, buikpijn. Pancreatitis, hepatische steatose. Neurotoxiciteit, duizeligheid, hoofdpijn, slaperigheid, angst, verwardheid, epileptische aanvallen, lethargie. Malaise, perifeer oedeem. Reactie op de injectieplaats (o.a. pijn, erytheem, oedeem). Verhoogd serumamylase, -lipase, bilirubine, ASAT, ALAT en AF. Soms (0,1-1%): (anafylactische) shock, hypoxie, ademhalingsstilstand. Rinitis. Hyperlipidemie, hyperglykemie. Zelden (0,01-0,1%): parese, dysfasie, encefalopathie (als gevolg van excessieve ammoniaproduktie), verminderd bewustzijn, coma. Myocardinfarct. Zeer zelden (< 0,01%): (febriele) neutropenie. Infectie, sepsis. Spierpijn, reactieve artritis. Verder zijn gemeld: leukopenie, hyper- of hypotensie, diabetes (incl. ketoacidose), daling van thyroxine-bindend globuline (TBG), secundaire hypothyroïdie. Blozen, speekselklierontsteking, parotitis. Desoriëntatie, opwinding, hallucinaties. Laryngeaal oedeem, bronchospasmen. Toxische epidermale necrolyse. Leverfunctiestoornis (splenomegalie, cholestatische icterus). Acute nierinsufficiëntie, proteïnurie, hypoproteïnemie, prerenale uremie, uraatnefropathie, hyperammoniëmie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Pancreatitis. Ernstige leverfunctiestoornissen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Extravasatie: Ernstige reacties zijn niet te verwachten.

Cave allergische reacties bij Paronal, bij overgevoeligheid overgaan op Erwinia-asparaginase.

Algemeen cytostatica: diverse cytostatica kunnen aanleiding geven tot overgevoeligheidsreacties. Een noodset (bevattende epinefrine, clemastine en hydrocortison) dient aanwezig te zijn in de behandelkamer. Daarnaast zijn specifieke antidota aanwezig in de noodset.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Vóór en tijdens de behandeling regelmatig bloedbeeld, lever- en nierfunctie, serumamylase, serumlipase, insulinespiegel, stollingstijden, fibrinogeen- en antitrombine III-spiegel controleren. De kans op een overgevoeligheidsreactie neemt toe na meerdere toedieningen; aangezien de twee enzymvormen (uit E.coli of Erwinia) immunologisch verschillend zijn, kan geprobeerd worden over te stappen. Bij symptomen van pancreatitis de behandeling staken en niet hervatten. Voorzichtig bij (optreden van) infectieziekte (vooral varicella) en nierfunctiestoornissen. Ter voorkoming van uraatnefropathie door massale cellysis voldoende vloeistof toedienen en zo nodig allopurinol. Bij contact van het poeder of de oplossing met de huid, mucosa of de ogen gedurende ten minste 15 minuten spoelen met veel water.

Interacties

Niet beoordeeld: bij toediening van asparaginase vlak voor of gelijktijdig met methotrexaat kan het effect van methotrexaat worden verzwakt, bij toediening 9-10 dagen vóór of kort na methotrexaat kan het effect van methotrexaat worden versterkt.

Bij toediening vlak voor of gelijktijdig met vincristine of prednison kan de toxiciteit toenemen.

Interacties oncolytica algemeen:

Relevant: de meeste cytostatische oncolytica (niet de tyrosinekinaseremmers en de monoklonale antilichamen) kunnen het effect van cumarinederivaten op vele manireren beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van cumarines geeft een extra verhoogde bloedingsneiging. Voor de meeste cytostatische oncolytica is toename van de werking van het cumarinederivaat gemeld, voor mercaptopurine en mitotaan is afname van de werking gemeld. Behalve enzymremming spelen ook andere factoren een rol, zoals de ziekte kanker zelf en chemotherapie gerelateerde factoren, zoals braken en leverinsufficiëntie door metastasen.

Levende vaccins: vanwege de immunosuppressieve werking van veel oncolytica kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. Dit geldt ook voor de monoklonale antilichamen en de tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking (zie aldaar). De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van oncolytica die immunosuppressief werken kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: omega-3-vetzuren verminderen de effectiviteit van sommige oncolytica. KWF Kankerbestrijding ontraadt visoliesupplementen of vette vis te gebruiken vanaf 24 uur voorafgaand aan chemotherapie met irinotecan of platinaverbindingen tot en met 24 uur daarna.

 

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 08 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 25 april 2016
  4. Nycomed BV, SPC Paronal (RVG 16575), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 26 mei 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h16575.pdf
  5. EUSA Pharma SAS, SmPC Erwinase (RVG 16986) 02-02-2015, www.cbg-meb.nl

Wijzigingen

  • 09 november 2015 15:49: Toevoeging dosisinfo Erwinase obv SmPC