Artenimol + piperaquine

Stofnaam
Artenimol + piperaquine
Merknaam
Eurartesim
ATC code
P01BF05
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Ongecompliceerde Plasmodium falciparum malaria:
Artenimol + piperaquine
> 6 maanden:
5 tot <7 kg: 10/80 mg 1 dd
7 tot <13 kg: 20/160 mg 1 dd
13 tot <24 kg: 40/320 mg 1 dd
24 tot <36 kg: 80/640 mg 1 dd
36 tot <75 kg: 120/960 mg 1 dd
75 tot < 100 kg: 160/1280 mg 1 dd

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Per tablet: Artenimol 40 mg Piperaquinetetrafosfaat (als 4-water) 320 mg

Eigenschappen

Artenimol (dihydroartemisinine, DHA) brengt schade toe aan parasitaire membraansystemen door verstoring van de mitochondriale functie, interferentie met transporteiwitten en door remming van calcium–ATP–ase in het endoplasmatisch reticulum in het sarcoplasma van Plasmodium falciparum. Het werkingsmechanisme van piperaquine is onbekend, maar komt waarschijnlijk overeen met dat van het structureel verwante chloroquine. Chloroquine heeft een bloedschizonticide werking waardoor de aseksuele erytrocytaire vormen van Plasmodium worden gedood.

Kinetische gegevens

De gemiddelde klaring (1,45 l/u/kg) is iets sneller bij de pediatrische patiënten dan bij de volwassen patiënten (1,34 l/u/kg), terwijl het gemiddelde distributievolume bij de pediatrische patiënten (0,705 l/kg) lager is dan bij de volwassenen (0,801 l/kg).

Doseringen

Indicatie: Malaria
  • Oraal
    • ≥ 6 maanden en 5 tot 7 kg
      [1]
      • 10 mg artenimol + 80 mg piperaquine 1 dd

      • Behandelduur:

        3 dagen

      • Advies inname/toediening:

        Tenminste 3 uur na het eten innemen.

    • ≥ 6 maanden en 7 tot 13 kg
      [1]
      • 20 mg artenimol + 160 mg piperaquine 1 dd

      • Behandelduur:

        3 dagen

      • Advies inname/toediening:

        Tenminste 3 uur na het eten innemen.

    • ≥ 6 maanden en 13 tot 24 kg
      [1]
      • 40 mg artenimol + 320 mg piperaquine 1 dd 

      • Behandelduur:

        3 dagen

      • Advies inname/toediening:

        Tenminste 3 uur na het eten innemen.

    • ≥ 6 maanden en 24 tot 36 kg
      [1]
      • 80 mg artenimol + 640 mg piperaquine 1 dd

      • Behandelduur:

        3 dagen

      • Advies inname/toediening:

        Tenminste 3 uur na het eten innemen.

    • ≥ 6 maanden en 36 tot 75 kg
      [1]
      • 120 mg artenimol + 960 mg piperaquine 1 dd

      • Behandelduur:

        3 dagen

      • Advies inname/toediening:

        Tenminste 3 uur na het eten innemen.

    • ≥ 6 maanden en 75 tot 100 kg
      [1]
      • 160 mg artenimol + 1280 mg piperaquine 1 dd

      • Behandelduur:

        3 dagen

      • Advies inname/toediening:

        Tenminste 3 uur na het eten innemen.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

Bijwerkingen bij kinderen

Zeer vaak (> 10%): influenza, koorts, hoesten.

Vaak (1–10%): braken, buikpijn, diarree. Anorexie. Asthenie. Luchtweginfectie. Oorinfectie. Conjunctivitis. Onregelmatige hartslag, verlengd QTc–interval. Huiduitslag, dermatitis. Anemie, trombocytopenie, leukopenie (o.a. neutropenie), leukocytose.

Soms (0,1–1%): misselijkheid, stomatitis. Hoofdpijn, convulsie. Artralgie. Bloedneus, rinorroe. Hartruis, hartgeleidingsstoornis. Hepatomegalie, hepatitis, geelzucht, afwijkende uitslagen van leverfunctietesten. Jeuk, acanthose. Trombocytose, hypochromasie, splenomegalie, lymfadenopathie.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1–10%): Hoofdpijn. Koorts, asthenie. Anemie. Tachycardie, verlengd QTc–interval (door piperaquine).

Soms (0,1–1%): misselijkheid, braken, buikpijn, diarree. Artralgie, myalgie. Luchtweginfectie, influenza. Hoesten. Anorexie. Duizeligheid, convulsie. Bradycardie, sinusaritmie, hartgeleidingsstoornis. Hepatomegalie, hepatitis, afwijkende uitslagen van leverfunctietesten. Jeuk.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Ernstige malaria conform de WHO–definitie. Aanwezigheid van risicofactoren voor QT-verlenging: elektrolytverstoringen (zoals hypokaliëmie, hypocalciëmie en hypomagnesiëmie), voorgeschiedenis van symptomatische hartaritmieën of van klinisch relevante bradycardie, predisponerende cardiovasculaire aandoeningen (zoals ernstige hypertensie, linker ventrikelhypertrofie, hypertrofische cardiomyopathie, hartfalen met een verminderde linkerventrikel–ejectiefractie), comedicatie met geneesmiddelen die het QT-interval verlengen of het gebruik van deze middelen kort voordat een therapie met artenimol/piperaquine wordt begonnen, congenitaal of verworven QT-verlenging.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

In verband met het risico van QTc–verlenging tijdens de behandeling ECG-controle uitvoeren; dit dient in ieder geval te gebeuren vóórdat de laatste dosis van de kuur wordt ingenomen en ongeveer 4–6 uur na de laatste dosis, omdat het risico van QTc–verlenging tijdens deze periode het hoogst is. ECG-monitoring gedurende 24–48 uur is noodzakelijk indien uit het ECG blijkt dat het QTc–interval > 500 ms is; bij deze patiënten de behandeling onmiddellijk staken. Er zijn geen gegevens over het gebruik bij matige of ernstige nier– of leverinsufficiëntie; voorzichtigheid is geboden bij deze patiënten en extra ECG–monitoring en elektrolytbepalingen (vooral kalium) worden geadviseerd. Eveneens oplettend zijn bij patiënten waarbij de elektrolytenbalans verstoord kan raken zoals bij aanhoudend braken.

Interacties

Artenimol is een zwakke CYP1A2-remmer.

Niet beoordeeld: enzyminductoren, zoals rifampicine, carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital en hypericum, kunnen de plasmaconcentratie van artenimol verlagen.

Piperaquine remt CYP3A4 en CYP2C19 en is substraat voor CYP3A4 en in geringe mate voor CYP2C19.

Het induceert CYP2E1.

Niet beoordeeld: combinatie met andere middelen die het QTc-interval verlengen, wordt ontraden.

Voorzichtigheid is geboden bij combinatie met CYP3A4-remmers en CYP3A4-substraten; controle van het ECG wordt aangeraden.

De plasmaconcentratie van CYP2E1-substraten kan dalen.

De plasmaconcentratie van CYP2C19-substraten kan stijgen.

Enzyminductoren, zoals rifampicine, carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital en hypericum, kunnen de plasmaconcentratie van piperaquine verlagen.

Grapefruitsap verhoogt de plasmaconcentratie van piperaquine.

Referenties

  1. Sigma-Tau Industrie Farmaceutiche Riunite S.p.A., SmPC Eurartesim (EU/1/11/716/005) 27-10-2011, www.cbg-meb.nl
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutische Kompas (Eigenschappen, contra-indicaties, bijwerkingen, waarschuwingen en voorzorgen), Geraadpleegd 08 okt 2015
  3. Informatorium Medicamentorum, (interacties, nierfunctiestoornissen), Geraadpleegd 08 okt 2015

Wijzigingen

  • 08 oktober 2015 12:34: Nieuw toegevoegd