Ranitidine

Stofnaam
Ranitidine
Merknaam
Zantac
ATC code
A02BA02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Preventie van stress-ulcera en als ondersteuning bij de behandeling van gastro-intestinale bloedingen
< 6 mnd:
off-label
> 6 mnd: on-label
 
Gastro-oesofageale reflux:
Intraveneuze toediening:
 
< 6 mnd: off-label
> 6 mnd: on-label
Orale toediening:
<3 jaar:
Off-label
≥3 jaar en >30 kg: On-label
≥3 jaar en ≤ 30 kg: Off-label

Ulcus duodeni en ulcus ventriculi:
Intraveneuze toediening

< 6 mnd: off-label
> 6 mnd: on-label
Orale toediening:
<3 jaar:
Off-label
≥3 jaar en >30 kg: On-label (tot 8 mg/kg/dag). Dosering >8 mg/kg/dag: Off-label
≥3 jaar en ≤ 30 kg: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

ORAAL
 Kortdurende behandeling van ulcus pepticum:

3-11 jaar en >30 kg: 4-8 mg/kg/dag (max. 300 mg/dag) in 2 doses, gedurende 4-8 weken.
≥12 jaar: volwassenendosering; 300 mg/dag, te geven als 300 mg ’s avonds of 150 mg ’s ochtends en 150 mg ’s avonds, gedurende 4-8 weken.

Gastro-oesofageale reflux: 
3-11 jaar en >30 kg: 5-10 mg/kg/dag (max. 600 mg/dag) in 2 doses.
≥12 jaar: volwassenendosering; 300 mg/dag, te geven als 300 mg ’s avonds of 150 mg ’s ochtends en 150 mg ’s avonds, gedurende ten minste 8 weken. 
 
INTRAVENEUS

Kortdurende behandeling van ulcus pepticum, Gastro-oesofageale reflux:
> 6 maanden:  aanvangsdosis: 2-2,5 mg/kg/dosis, max 50 mg; onderhoud 4,5 - 6 mg/kg/dag in 3-4 doses. CONTINU INFUUS: opladen 0,45 mg/kg/dosis, daarna 0,15 mg/kg/uur

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Bruistablet (als hydrochloride) 150 mg, 300 mg, bevat aspartaam (30 mg en 45 mg resp.)
Tablet (als hydrochloride) 75 mg, 150 mg, 300 mg
Drank 15 mg/ml, alcoholvrij (via Apotheek de Magistrale Bereider)
Drank (als hydrochloride, ) 15 mg/ml, bevat alcohol 81 mg/ml (Zantac)
Inj.vlst. (als hydrochloride) 25 mg/ml
 

Eigenschappen

H2-receptorantagonist, die zowel de basale als de gestimuleerde maagzuursecretie remt door zowel het volume van de maagzuursecretie als de waterstof-en pepsineconcentratie ervan te verminderen.

Kinetische gegevens

Uit de studie van Orenstein et al. (N=29, 4 –11 jaar) blijkt dat de farmacokinetiek van ranitidine bij kinderen vergelijkbaar is met die bij volwassenen. Verschillende studies laten een halfwaardetijd van ongeveer 2 uur, een klaring van 10 – 27 ml/min/kg en een verdelingsvolume tussen 1 en 2,5 l/kg zien. Bij neonaten bedraagt de gemiddelde halfwaardetijd 3,5 uur en de klaring 5 ml/min/kg, het verdelingsvolume is 1,5 l/kg (Fontana et al.,). Bij neonaten die aan de ECMO liggen bedraagt de halfwaardetijd gemiddeld 6,6 uur, de klaring is 4.1 ml/min/kg (Wells et al.).
Blumer et al. (N=12, 3,5 – 16 jaar) geeft aan dat de halfwaardetijd en het verdelingsvolume van ranitidine na een bolusinjectie vergelijkbaar zijn met die na de orale toedieningen. De orale biologische beschikbaarheid bedraagt gemiddeld 48 %.

Doseringen

Indicatie: Preventie van stress-ulcera en als ondersteuning bij de behandeling van gastro-intestinale bloedingen
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [1]
      • 2,5 mg/kg/dag in 2 doses
      • LET OP! Bij het gebruik van ranitidine bij premature neonaten met een zeer laag geboortegewicht is een significant hogere mortaliteit en een verhoogde incidentie van infecties met name bij iets hogere doses (IV 2,43 mg/kg/dag, PO 11,44 mg/kg/dag) waargenomen. Ook is een verhoogde incidentie van necrotiserende enterocolitis en een langere duur van de ziekenhuisopname waargenomen.

        Er is slechts beperkt onderzoek verricht naar de toepassing van ranitidine bij neonaten.

        ...lees verder
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 3 - 6 mg/kg/dag in 3 - 4 doses Maximale dosering per gift: 50mg/dosis  
      • Alternatief: 3,6 mg/kg/dag als continu infuus.

Indicatie: Gastro-oesofageale reflux, ulcus duodeni en ulcus ventriculi
  • Oraal
    • a terme neonaat
      [1]
      • 5 mg/kg/dag in 2 doses
      • LET OP! Bij het gebruik van ranitidine bij premature neonaten met een zeer laag geboortegewicht is een significant hogere mortaliteit en een verhoogde incidentie van infecties met name bij iets hogere doses (IV 2,43 mg/kg/dag, PO 11,44 mg/kg/dag) waargenomen. Ook is een verhoogde incidentie van necrotiserende enterocolitis en een langere duur van de ziekenhuisopname waargenomen.

        Er is slechts beperkt onderzoek verricht naar de toepassing van ranitidine bij neonaten.

    • 1 maand tot 18 jaar
      • 6 - 10 mg/kg/dag in 2 doses , max: 300mg/dag
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [1]
      • 2,5 mg/kg/dag in 2 doses
      • LET OP! Bij het gebruik van ranitidine bij premature neonaten met een zeer laag geboortegewicht is een significant hogere mortaliteit en een verhoogde incidentie van infecties met name bij iets hogere doses (IV 2,43 mg/kg/dag, PO 11,44 mg/kg/dag) waargenomen. Ook is een verhoogde incidentie van necrotiserende enterocolitis en een langere duur van de ziekenhuisopname waargenomen.

        Er is slechts beperkt onderzoek verricht naar de toepassing van ranitidine bij neonaten.

    • 1 maand tot 18 jaar
      • 4,5 - 6 mg/kg/dag in 3 - 4 doses Maximale dosering per gift: 50mg/dosis
      • Alternatief: 3,6 mg/kg/dag als continu infuus

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

MIDDELEN BIJ ULCUS PEPTICUM EN GASTRO-OESOFAGEALE REFLUX

PROTONPOMPREMMERS

Esomeprazol

Nexium
A02BC05

Omeprazol

Losec, Losec MUPS
A02BC01

Pantoprazol

Pantozol
A02BC02
OVERIGE MIDDELEN BIJ ULCUS PEPTICUM EN OESOFAGEALE REFLUX

Alginezuur (combinatie preparaat)

Gaviscon, Rennie Duo
A02BX13

Sucralfaat

Ulcogant
A02BX02
H2-ANTAGONISTEN
A02BA01

Bijwerkingen bij kinderen

Toename kans op sepsis, gastro-enteritis en pneumonie. Verder bradycardie, hoofdpijn, duizeligheid, bloedbeeldafwijkingen en leverfunctiestoornissen. Hemiballisme is gemeld. Ranitidine gebruik bij premature neonaten is geassocieerd met een hoger risico op infecties en een verhoogde mortaliteit (Santana 2017).

Bijwerkingen bij volwassenen

Soms (0,1-1%): abdominale pijn, obstipatie, misselijkheid. Zelden (0,01-0,1%): overgevoeligheidsreacties zoals urticaria, angioneurotisch oedeem, koorts, bronchospasmen, hypotensie, pijn op de borst. Huiduitslag, jeuk. Verandering van leverfuncties, verhoogde waarden plasmacreatinine. Zeer zelden (< 0,01%): hoofdpijn, duizeligheid, reversibele onwillekeurige bewegingsstoornissen. Anafylactische shock, reversibele trombocytopenie en leukopenie, pancytopenie (soms met beenmerghypoplasie en -aplasie), agranulocytose. Bij ernstig zieken en ouderen: reversibele geestelijke verwardheid, depressie en hallucinaties. Visusstoornissen. Bradycardie, AV-blok en asystolie (bij injectie). Vasculitis. Acute pancreatitis, diarree, hepatitis (hepatocellulair, cholestatisch of gemengd), gewoonlijk reversibel met of zonder geelzucht. Erythema multiforme, alopecia, artralgie, myalgie. Acute interstitiële nefritis, reversibele impotentie, gynaecomastie bij de man, galactorroe.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

De bruistabletten van 150 mg en 300 mg bevatten resp. 30 mg en 45 mg aspartaam (16,8 en 25,3 mg fenylalanine resp.). Indien er geen alternatieve toedieningsvorm gebruikt kan worden, moet het dieet van patiënten met fenylketonurie hierop aangepast worden.

Contraindicaties bij volwassenen

Acute intermitterende porfyrie in de anamnese. Bekende overgevoeligheid voor H2-receptorantagonisten

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij het gebruik van ranitidine bij premature neonaten met een zeer laag geboortegewicht is een significant hogere mortaliteit waargenomen en een verhoogde incidentie van infecties met name bij iets hogere doses (IV 2,43 mg/kg/dag, PO 11,44 mg/kg/dag), maar ook een verhoogde incidentie van necrotiserende enterocolitis en een langere duur van de ziekenhuisopname waargenomen. [Terrin 2012]
Bij jonge kinderen tot 36 maanden is bij ranitidine gebruik een verhoogde incidentie van infecties waargenomen. [Bianconi S 2007; Canani RB 2006]

Zantac drank bevat 8% alcohol. Een maximale dosering van 300 mg/dag komt overeen met 1,6 gram alcohol per dag. Dit is vergelijkbaar met 32 ml bier (1/8 glas bier) of 13 ml wijn (1/10 glas wijn). Men dient hiermee rekening te houden bij het gebruik bij kinderen of bij patiënten met epilepsie, leverbeschadiging, hersenbeschadiging of hersenziekte. Er is tevens een alcoholvrije ranitidine drank beschikbaar.
Bij patiënten met peptische ulceraties die tegelijkertijd behandeld worden met prostaglandinesynthetaseremmers (NSAID’s), is regelmatige controle door een arts noodzakelijk, bijvoorkeur met endoscopisch of röntgenologisch onderzoek.

De behandeling met ranitidine bij kinderen ≤18 maanden is volgens de NVK Richtlijn “Gastro-oesofageale reflux(ziekte) bij kinderen van 0-18 jaar”, pas geïndiceerd bij klachten die wijzen op refluxziekte en in die gevallen dat een (proef)behandeling met medicatie is aanwezen.

Toedieningswijze: Het is niet noodzakelijk de tabletten in te nemen bij de maaltijden. De Zantac bruistabletten van 150 mg en 300 mg volledig oplossen in minstens 75 ml respectievelijk 150 ml water.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Ranitidine kan de symptomen van een maligniteit maskeren. Bij goedaardige ulcera ventriculi de Helicobacter pylori-status vaststellen en zo nodig een eradicatietherapie instellen. Toediening van hogere dan de aanbevolen doses gedurende meer dan vijf dagen kan stijging van leverenzymwaarden veroorzaken. Zo nodig kunnen de bloedspiegels worden verlaagd door hemodialyse. Regelmatige controle, bij voorkeur endoscopisch of röntgenologisch, is noodzakelijk bij peptische ulcera met gelijktijdig gebruik van een prostaglandinesynthetaseremmer. Voorzichtigheid is geboden bij ernstige nierfunctiestoornis. Patiënten met nier- of leverfunctiestoornis, patiënten die geneesmiddelen gebruiken en patiënten vanaf middelbare leeftijd met nieuwe of veranderende dyspeptische symptomen of met onbedoeld gewichtsverlies geassocieerd met dyspeptische symptomen dienen een arts te raadplegen voorafgaand aan gebruik als zelfmedicatie. Met name bij longziekte, diabetes mellitus, hartfalen en immunodeficiëntie neemt de kans op community-acquired pneumonie toe.

Interacties

Niet relevant: de AUC en de halfwaardetijd van cyclofosfamide nemen toe.

Niet beoordeeld:
door verhoging van de pH in de maag kan de absorptie van midazolam toenemen; er zijn enkele meldingen van stijging van de midazolamplasmaconcentratie en sedatie.

Interacties H2-antagonisten algemeen:

Relevant:

Absorptie: door verhoging van de pH in de maag neemt de absorptie van cefuroxim of ulipristal af. De combinatie moet worden vermeden. Dit geldt ook voor ulipristal als noodanticonceptie (Ellaone®).

De absorptie van ketoconazol en itraconazolcapsule neemt af; aangeraden wordt ketoconazol of itraconazolcapsule met een zure koolzuurhoudende frisdrank (zoals cola) in te nemen. De absorptie van posaconazolsuspensie neemt af, de combinatie moet worden vermeden.

De absorptie van atazanavir, indinavir, ledipasvir, rilpivirine, tipranavir of velpatasvir neemt af.

De biologische beschikbaarheid van tyrosinekinaseremmers kan afnemen.

Niet relevant: de binding van fosfaat aan calciumcarbonaat kan worden geremd.

De absorptie van ibrutinib, riociguat, ulipristal bij vleesbomen (Esmya®) en vismodegib neemt af.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 17 nov 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 12 juni 2018
  4. Bianconi S, et al, Ranitidine and late-onset sepsis in the neonatal intensive care unit., J Perinat Med, 2007, 35, 147-50
  5. Blumer JL, et al, Pharmacokinetic determination of ranitidine pharmacodynamics in pediatric ulcer disease, J Pediatr., 1985, 107, 301-6
  6. Canani RB, et al, Therapy with gastric acidity inhibitors increases the risk of acute gastroenteritis and community-acquired pneumonia in children, Pediatrics, 2006, 117, e817-20
  7. Fontana M, et al, Ranitidine pharmacokinetics in newborn infants, Arch Dis Child, 1993, 68, 602-3
  8. Harrison AM, et al, Gastric pH control in critically ill children receiving intravenous ranitidine, Crit Care Med., 1998, 26, 1433-6
  9. Kelly DA, Do H2 receptor antagonists have a therapeutic role in childhood?, J Pediatr Gastroenterol Nutr, 1994, 19, 270-6
  10. Kuusela AL, Long-term gastric pH monitoring for determining optimal dose of ranitidine for critically ill preterm and term neonates, Arch Dis Child Fetal Neonatal Ed, 1998, 78, F151-3
  11. Lopez-Herce Cid J, et al, Ranitidine prophylaxis in acute gastric mucosal damage in critically ill pediatric patients, Crit Care Med, 1988, Jun;16(6), 591-3
  12. Lopriore E, et al, Ventilator-associated pneumonia and upper airway colonisation with Gram negative bacilli: the role of stress ulcer prophylaxis in children, Intensive Care Med, 2002, 28, 763-7
  13. Lugo RA, et al, Pharmacokinetics and pharmacodynamics of ranitidine in critically ill children., Crit Care Med., 2001, 29, 759-64
  14. Mallet E, et al, Use of ranitidine in young infants with gastro-oesophageal reflux., Eur J Clin Pharmacol., 1989, 36, 641-2
  15. Orenstein SR, et al, Ranitidine, 75 mg, over-the-counter dose: pharmacokinetic and pharmacodynamic effects in children with symptoms of gastro-oesophageal reflux, Aliment Pharmacol Ther, 2002, 16, 899-907
  16. Osteyee JL, et al, Effects of two dosing regimens of intravenous ranitidine on gastric pH in critically ill children, Am J Crit Care, 1994, 3, 267-72
  17. Wells TG, et al, Pharmacokinetics and pharmacodynamics of ranitidine in neonates treated with extracorporeal membrane oxygenation, J Clin Pharmacol., 1998, 38, 402-7
  18. Wheatley E, et al, Cross-over trial of treatment for bradycardia attributed to gastroesophageal reflux in preterm infants, J Pediatr, 2009, 155, 516-21
  19. Wiest DB, et al, Pharmacokinetics of ranitidine in critically ill infants, Dev Pharmacol Ther, 1989, 12, 7-12
  20. Terrin G, et al, Ranitidine is Associated With Infections, Necrotizing Enterocolitis, and Fatal Outcome in Newborns, Pediatrics, 2012, 129 (1), e40-5
  21. Elzinga-Huttenga J, et al, Movement disorders induced by gastrointestinal drugs: two paediatric cases, Neuropediatrics, 2006, Apr;37(2), 102-6
  22. GlaxoSmithKline B.V., SPC Zantac 150, tabletten 150 mg (RVG 09265). , www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 26 april 2013, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h09265.pdf
  23. Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. , Richtlijn gastro-oesfageale reflux(ziekte) bij kinderen van 0-18 jaar. , April 2012.
  24. Santana RNS et al., Use of ranitidine is associated with infections in newborns hospitalized in a neonatal intensive care unit: a cohort study, BMC Infect Dis., 2017, May 30;17(1), 375

Wijzigingen

  • 22 mei 2015 10:31: Aanpassing maximale doses gastro-oesofageale reflux bij 1 maand tot 18 jaar nav wijziging van de SPC.
  • 22 mei 2015 10:28: Wijziging SPC zantac drank en tablet
  • 06 maart 2015 14:59: Nuancering contra-indicatie fenylketonurie