Tetanusimmunoglobuline

Stofnaam
Tetanusimmunoglobuline
Merknaam
Tetaquin
ATC code
J06BB02
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Geregistreerd voor kinderen voor passieve immunisatie bij verwondingen (dosis 250 IE) en klinische manifeste tetanus (dosis 3000 IE).

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (humaan) 125 IE/ml

Eigenschappen

Passief immuniserende werking tegen toxine van Clostridium tetani. In het algemeen wordt aangenomen dat een antistoftiter in het serum hoger dan 0,01 IE/ml bescherming biedt tegen tetanus. Bij klinisch manifeste tetanus zal toediening van 3000 IE tetanusimmunoglobuline vrij circulerend en nieuw gevormd tetanustoxine neutraliseren.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Profylaxe bij verwondingen: Indien niet volledig gevaccineerd volgens Rijksvaccinatie Programma
  • Intramusculair
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [5]
      • 250 - 500 IE/dosis éénmalig
      • Advies inname/toediening:

        Langzaam, diep IM inspuiten. Het preparaat bij voorkeur op lichaamstemperatuur brengen alvorens het toe te dienen.

      • Bij ernstige verwondingen, bij verwondingen die >24 uur geleden hebben plaatsgevonden en bij adipeuze volwassenen: 500 IE/dosis éénmalige dosis

        Onvolledig gevaccineerd zijn:

        • Kinderen tot 4 maanden zijn onvolledig gevaccineerd als ze NIET de volledige serie van DKTP-vaccinaties op de leeftijd van 2, 3 en 4 maanden hebben ontvangen.
          Behandeling: tetanusimmunoglobuline + de eerstvolgende DKTP vaccinatie vervroegen als de vorige langer dan 14 dagen geleden is gegeven.
        • Kinderen die vier DKTP-vaccinaties (2,3,4, en 11 maanden) hebben gehad, maar een revaccinatie hebben gemist (bijvoorbeeld op 4- of 9-jarige leeftijd).
          Behandeling: tetanusimmunoglobuline + inhalen gemiste DTP-revaccinatie.

        Postexpositieprofylaxe met tetanusimmunoglobuline lijkt zinvol to 3 weken na de verwonding.

        ...lees verder
Indicatie: Profylaxe bij verwondingen: Bekend nooit gevaccineerd tegen tetanus
  • Intramusculair
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [5]
      • 250 - 500 IE/dosis éénmalig In combinatie met 3 doses tetanustoxoid (DTP, jonge kinderen DKTP) in maand 0, 1 en 7.

      • Advies inname/toediening:

        Langzaam, diep IM inspuiten. Het preparaat bij voorkeur op lichaamstemperatuur brengen alvorens het toe te dienen.

      • Bij ernstige verwondingen, bij verwondingen die >24 uur geleden hebben plaatsgevonden en bij adipeuze volwassenen: 500 IE/dosis éénmalige dosis.
        Postexpositieprofylaxe met tetanusimmunoglobuline lijkt zinvol tot 3 weken na de verwonding.

Indicatie: Profylaxe bij verwondingen: Volledig gevaccineerd tegen tetanus, met documentatie van vaccinatie
  • Intramusculair
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [4]
      • Laatste (re)vaccinatie:
        <10 jaar geleden: geen tetanusimmunoglobuline, geen tetanustoxoid.
        >10 jaar geleden: geen tetanusimmunoglobuline, éénmaal tetanustoxoid (DTP, bij jonge kinderen DKTP).

         

Indicatie: Profylaxe bij verwondingen: Immuno-incompetente personen, ongeacht vaccinatiestatus tegen tetanus
  • Intramusculair
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [5]
      • 250 IE/dosis éénmalig in combinatie met 3 doses tetanustoxoid (DTP, jonge kinderen DKTP) in maand 0-1 en 7.
      • Postexpositieprofylaxe met tetanusimmunoglobuline lijkt zinvol to 3 weken na de verwonding.

Indicatie: Klinisch manifeste tetanus
  • Intramusculair
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • 3.000 IE/dag in 1 dosis
      • Behandelduur:

        2 dagen

      • Advies inname/toediening:

        Langzaam, diep IM inspuiten. Het preparaat bij voorkeur op lichaamstemperatuur brengen alvorens het toe te dienen.

      • Na herstel actieve immunisatie.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

IMMUNOGLOBULINEN

NORMAAL HUMAAN IMMUNOGLOBULINE

Immunoglobuline intraveneus Normaal (IVIg)

Flebogamma, Gammagard, Kiovig, Nanogam, Octagam, Intratect, Gamunex, Privigen
J06BA02

Immunoglobuline, normaal SUBCUTAAN gebruik

Gammanorm, Gammaquin, Hizentra, Subcuvia, Hyqvia
J06BA01
SPECIFIEKE IMMUNOGLOBULINEN

Antirhesus (D)-immunoglobuline

RhoPhylac, RheDQuin
J06BB01

Hepatitis B immunoglobuline

Hepatect CP, HepBQuin
J06BB04

Palivizumab

Synagis
J06BB16
J06BB03

Bijwerkingen bij volwassenen

Pijn en gevoeligheid op de injectieplaats; deze kunnen worden verminderd door een grotere hoeveelheid over verschillende toedieningsplaatsen te verdelen. Zelden: koorts en/of exantheem, misselijkheid, braken, hypotensie, tachycardie en overgevoeligheids- of anafylactische reacties (incl. shock).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Het risico van overdracht van met bloed overdraagbare agentia kan niet geheel worden uitgesloten. Niet toedienen bij gebleken overgevoeligheid voor bloedproducten wegens risico van een anafylactische reactie; indien toediening toch noodzakelijk wordt geacht, is nauwkeurige klinische controle aangewezen. Patiënten met selectieve IgA-deficiëntie bij wie anti-IgA-antistoffen zijn aangetoond, bij voorkeur niet met dit preparaat behandelen vanwege de kans op een anafylactische reactie. Indien toch noodzakelijk, dan onder nauwkeurige klinische controle toedienen. Bij ernstige trombocytopenie of een hemorragische diathese kan s.c. toediening overwogen worden; niet is onderzocht of zo een minimale effectieve titer aan tetanusantistoffen wordt bereikt. Bij gebruik van 3000 IE is tevens een uitgebreide symptomatische behandeling essentieel; deze dient bij voorkeur te geschieden in daartoe gespecialiseerde centra. Omdat het doormaken van tetanus geen immuniteit tegen de ziekte doet ontstaan, moet iedere patiënt na volledig herstel actief tegen tetanus worden gevaccineerd. Na injectie met immunoglobulinen kan de tijdelijke stijging van de titer van de verschillende passief overgedragen antistoffen in het bloed leiden tot fout-positieve resultaten bij serologisch onderzoek.

Interacties

Niet beoordeeld: de immuunrespons op levende virusvaccins (zoals bof-, mazelen-, rubella- of varicellavaccin) kan worden verzwakt. Na toediening van tetanusimmunoglobuline dient vaccinatie met levend virusvaccin tot ten minste 6 weken (bij voorkeur 3 maanden) erna te worden uitgesteld. Indien binnen 14 dagen na vaccinatie met levend virusvaccin toediening van tetanusimmunoglobuline noodzakelijk is, dient 3 maanden na de toediening van tetanusimmunoglobuline te worden gerevaccineerd.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen Formularium voor Kinderen, 2009
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas ( Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 18 nov 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 18 nov 2014
  4. Gezondheidsraad, Immunisatie tegen tetanus bij verwonding, Den Haag, 2003
  5. LCI, Richtlijn Tetanus, www.lci.rivm.nl, Wijziging 07 sept 2018

Wijzigingen