Antirhesus (D)-immunoglobuline

Stofnaam
Antirhesus (D)-immunoglobuline
Merknaam
RhoPhylac, RheDQuin
ATC code
J06BB01

Antirhesus (D)-immunoglobuline

Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Incompatibele transfusie met rode bloedcellen:
0-18 jaar:
50 IE per ml getransfundeerd bloed of 100 IE voor iedere ml getransfundeerde erytrocyten, bij voorkeur intraveneus toegediend. Een maximum dosis van 15.000 IE is voldoende, ook bij een transfusievolume > 300 ml.

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

On-label

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

RheDQuin: Inj.vlst. 187.5 IE/ml;  500 IE/ml
Rhophylac: Inj.vlst. "200" 500 IE/ml;  "300"750 IE/ml
Rhesonativ: Inj.vlst. 625 IE/ml
 

Eigenschappen

Specifieke antilichamen (IgG) tegen rhesus (D)-antigeen van menselijke erytrocyten. Aangenomen wordt dat door binding van het anti-rhesus D-immunoglobuline aan het circulerend rhesus D-antigeen de immuunrespons wordt onderdrukt.

Kinetische gegevens

Geen specifieke gegevens beschikbaar over farmacokinetiek bij kinderen.

Doseringen

Indicatie: Incompatibele transfusie met rode bloedcellen
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [3]
      • Rhophylac: 50 IE per ml getransfundeerd bloed of 100 IE per ml getransfundeerde erytrocyten

      • Na overleg met transfusiespecialist

  • Intramusculair
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [2] [3] [5]
      • Rhophylac, Rhesonativ: 50 IE per ml getransfundeerd bloed of 100 IE per ml getransfundeerde erytrocyten
        RheDQuin: 100 IE per ml getransfundeerde erytrocyten

      • Na overleg met transfusiespecialist.
        Indien een groot volume (>2 ml voor kinderen of >5 ml voor volwassenen) noodzakelijk is en voor intramusculaire toediening wordt gekozen, wordt aanbevolen om deze in verdeelde doses op meerdere injectieplaatsen toe te dienen.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

IMMUNOGLOBULINEN

NORMAAL HUMAAN IMMUNOGLOBULINE

Immunoglobuline intraveneus Normaal (IVIg)

Flebogamma, Gammagard, Kiovig, Nanogam, Octagam, Intratect, Gamunex, Privigen
J06BA02

Immunoglobuline, normaal SUBCUTAAN gebruik

Gammanorm, Gammaquin, Hizentra, Subcuvia, Hyqvia
J06BA01
SPECIFIEKE IMMUNOGLOBULINEN

Hepatitis B immunoglobuline

Hepatect CP, HepBQuin
J06BB04

Palivizumab

Synagis
J06BB16
J06BB02
J06BB03
NORMAAL HUMAAN IMMUNOGLOBULINE

Immunoglobuline intraveneus Normaal (IVIg)

Flebogamma, Gammagard, Kiovig, Nanogam, Octagam, Intratect, Gamunex, Privigen
J06BA02

Immunoglobuline, normaal SUBCUTAAN gebruik

Gammanorm, Gammaquin, Hizentra, Subcuvia, Hyqvia
J06BA01
SPECIFIEKE IMMUNOGLOBULINEN

Hepatitis B immunoglobuline

Hepatect CP, HepBQuin
J06BB04

Palivizumab

Synagis
J06BB16
J06BB02
J06BB03

Bijwerkingen bij volwassenen

Soms (0,1–1%): hoofdpijn. Huidreactie, erytheem, jeuk. Koorts, koude rillingen, malaise. Zelden (0,01–0,1%): overgevoeligheid, anafylactische shock. Tachycardie, hypotensie. Dyspneu. Misselijkheid, braken. Artralgie. Reacties op de injectieplaats. Verder is gemeld: (fatale) ernstige intravasculaire hemolyse.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor humane immunoglobulinen. Selectieve IgA-deficiëntie waarbij antistoffen tegen IgA zijn aangetoond, vanwege het risico op ernstige anafylactische reacties; indien toediening toch noodzakelijk is, dient dit onder nauwkeurige klinische controle plaats te vinden.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

In het geval dat een groot volume toegediend moet worden (>2 ml bij kinderen of > 5 ml bij
volwassenen) dan is het aanbevolen om dit te verdelen over twee injecties op verschillende
plaatsen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Het risico van overdracht van met bloed overdraagbare infectieuze agentia kan niet geheel worden uitgesloten. Na injectie kan de tijdelijke stijging van de titer van verschillende passief overgedragen antistoffen in het bloed leiden tot misleidende positieve resultaten bij serologisch onderzoek. Antirhesus(D)-immunoglobuline in week 30 daarom pas toedienen nadat bloed is afgenomen voor de screening van rhesus(D)-antistoffen. Na spontane abortus vóór week 10 is de kans op foetomaternale transfusie en immunisatie gering, zodat behalve in geval van instrumentatie (curettage) geen antirhesus(D)-immunoglobuline hoeft te worden toegediend. Patiënten met selectieve IgA-deficiëntie bij wie anti-IgA-antistoffen zijn aangetoond, bij voorkeur niet met dit preparaat behandelen vanwege de kans op een anafylactische reactie. Bij vermoeden van allergische of anafylactische reacties de toediening onmiddellijk staken. Patiënt vooraf informeren over de vroege symptomen van een overgevoeligheidsreactie zoals urticaria, strak gevoel op de borst, piepend ademhalen, hypotensie en anafylaxie. De patiënt tot ten minste 20 min na i.m.-toediening onder observatie houden; bij onbedoelde i.v.-injectie ten minste 1 uur. Bij toediening van een grote hoeveelheid antirhesus(D)-immunoglobuline rekening houden met een kans op hemolytische reacties. Bij hemorragische diathese kan s.c. toediening van Rhedquin of Rhesonativ worden overwogen.

Interacties

Niet beoordeeld: de immuunrespons op levende virusvaccins (zoals bof-, mazelen-, rubella- of varicellavaccin) kan worden verzwakt. Na toediening van rhesus(D)immunoglobuline dient vaccinatie met levend virusvaccin tot ten minste 6 weken (bij voorkeur 3 maanden) erna te worden uitgesteld. Indien binnen 14 dagen na vaccinatie met levend virusvaccin toediening van rhesus(D)immunoglobuline noodzakelijk is, dient 3 maanden na de toediening van rhesus(D)immunoglobuline te worden gerevaccineerd.

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas 2014 (Eigenschappen, contraindicaties, bijwerkingen en waarschuwingen&voorzorgen), www.farmacotherapeutischkompas.nl, Geraadpleegd 08 okt 2014
  2. Sanquin, SmPC RheDQuin (RVG 16928) 23-04-2010, www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 14-04-2014
  3. CSL Behring GmbH, SmPC Rhophylac (RVG 27449) 11-11-2013, www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 14-04-2014
  4. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 08 okt 2014, Geraadpleegd 14-04-2014
  5. EuroCept bv, SmPC Rhesonativ (RVG 33233) 28 mrt 2014, www.cbg-meb.nl

Wijzigingen