Pantoprazol

Stofnaam
Pantoprazol
Merknaam
Pantozol
ATC code
A02BC02

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Oraal:
Gastro-oesofageale reflux ziekte:
Off-label
Reflux oesofagitis:

<12 jaar:
Off-label
≥12 jaar:
On-label
Intraveneus: off-label
 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Reflux oesofagitis:
≥ 12 jaar
: 20-80 mg/dag oraal

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet maagsapresistent (als Na-zout-1.5-water) 20 mg, 40 mg
Poeder voor inj.vlst. (als Na-zout-1.5-water) 40 mg

Eigenschappen

Gesubstitueerd benzimidazolderivaat. Remt selectief het maagzuurproducerende enzym H+/K+-ATP-ase (de zgn. protonpomp) in de pariëtale cel van de maagmucosa. In de pariëtale cel vindt omzetting plaats in de actieve sulfonamidevorm. Zowel de basale als de gestimuleerde maagzuursecretie wordt (dosisafhankelijk) geremd. Het secretieremmend effect houdt tot 24 uur aan. Het effect van protonpompremmers bij de eradicatie van Helicobacter pylori berust waarschijnlijk op een verhoging van de lokale pH, waardoor de effectiviteit van antibiotica toeneemt.

Kinetische gegevens

De kinetiek bij 2-16 jarigen verschilt niet van die van volwassenen, noch tussen orale en IV toediening. De volgende (mean ± SD) parameters zijn gevonden (Kearns 2008):

 

Oraal
(n=24)

IV
(n=18)

Tmax (uur) 2,54 ± 0,72 0,34 ± 0,12
Cmax (mg/l) 2,97 ± 1,51 8,04 ± 3,21
T1/2 (uur) 1,27 ± 1,29 1,22 ± 0,68
Cl/F, Cl (l/uur/kg) 0,26 ± 0,2 0,20 ± 0,23
Vd/F, Vd (l/kg) 0,24 ± 0,09 0,22 ± 0,14

 

 

 

 


 

 

 

 

 

De volgende mediane (range) PK paramaters zijn gevonden bij 20 kinderen 1 maand tot 5 jaar na intraveneuze toediening (Pettersen et al. 2009):

t½ (uur) 2,0 (0,7-11,8)
Cl (L/uur/kg) 0,14 (0,01-0,26)
Vss (L/kg) 0,22 (0,09-0,52)


De volgende (mean±SD) PK parameters zijn gevonden bij 40 overwegend prematuur geboren neonaten (3 a terme neonaten) na orale toediening (Ward et al. 2010):

  1,25 mg  2,5 mg
GA (Weken), Mediaan (range) 29 (23,5-40) 28 (23-41)
PNA (Weken), Mediaan (range) 7,7 (1,3-17,7) 8 (1,3-19,6)
t½ (uur) 3,1 ± 1,5 2,7 ± 1,1
Cl/F (l/uur/kg) 0,21 ± 0,12 (0,04-0,42) 0,23 ± 0,21 (0,03-0,92)
Vd (l/kg) (berekend)
0,94 0,90

Doseringen

Gastro-oesofageale reflux ziekte
  • Oraal
    • 12 jaar tot 18 jaar
      • 20 mg/dag in 1 dosis
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [2] [10]
      • 0,4 - 0,6 mg/kg/dag in 1 dosis, max: 20 mg/dag.
Reflux oesophagitis
  • Oraal
    • 5 jaar tot 12 jaar en 15 tot 40 kg
      • 20 mg/dag in 1 dosis
    • 5 jaar tot 12 jaar en ≥ 40 kg
      • 40 mg/dag in 1 dosis
    • 12 jaar tot 18 jaar
      • 20 - 40 mg/dag in 1 dosis, max: 80 mg/dag.
      • Onderhoudsdosering ter voorkoming van recidieven: 20 mg/dag in 1 dosis.

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 0,4 - 1,2 mg/kg/dag in 1 dosis, max: 80 mg/dag.
      • Onderhoudsdosering ter voorkoming van recidieven: 0,4-0,6 mg/kg/dag in 1 dosis, max. 20 mg/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

MIDDELEN BIJ ULCUS PEPTICUM EN GASTRO-OESOFAGEALE REFLUX

H2-ANTAGONISTEN
A02BA01
A02BA02
PROTONPOMPREMMERS

Esomeprazol

Nexium
A02BC05

Omeprazol

Losec, Losec MUPS, Pedippi
A02BC01
OVERIGE MIDDELEN BIJ ULCUS PEPTICUM EN OESOFAGEALE REFLUX

Alginezuur (combinatie preparaat)

Gaviscon, Rennie Duo
A02BX13

Sucralfaat

Ulcogant
A02BX02

Bijwerkingen bij kinderen

Er is een geval van acute pancreatitis gerapporteerd

Bijwerkingen algemeen

Vaak (1-10%): benigne maagpoliepen. Bij injecties: tromboflebitis op de toedieningsplaats.

Soms (0,1-1%): slaapstoornis. Hoofdpijn, duizeligheid. Diarree, misselijkheid, braken, opgeblazen gevoel, obstipatie, droge mond, buikpijn. Huiduitslag, exantheem, erupties, jeuk. Asthenie, vermoeidheid. Fractuur van heup, pols, wervelkolom. Stijging leverenzymen (transaminasen, γ-GT).

Zelden (0,01-0,1%): overgevoeligheid (inclusief urticaria, angio-oedeem, anafylactische shock). Hyperlipidemie, gewichtsverandering. (Verergering van) depressie. Visusstoornis. Smaakstoornis. Verhoogde waarden bilirubine. Agranulocytose. Artralgie, myalgie. Gynaecomastie. Verhoogde lichaamstemperatuur, perifeer oedeem.

Zeer zelden (< 0,01%): trombocytopenie, leukopenie, pancytopenie. Desoriëntatie.

Verder zijn gemeld: hyponatriëmie, hypomagnesiëmie, hypocalciëmie, hypokaliëmie. Spierspasmen. Hallucinaties, (verergering van) verwardheid. Paresthesie. Hepatocellulaire schade, geelzucht, leverfalen. Subacute cutane lupus erythematosus (SCLE), Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse (Lyell-syndroom), erythema multiforme, fotosensibilisatie. Interstitiële nefritis. Microscopische colitis.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

Overgevoeligheid voor gesubstitueerde benzimidazolen (zoals andere protonpompremmers, domperidon, albendazol).

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij kinderen met obesitas wordt op basis van beperkte gegevens aangeraden om te doseren op basis van het totale lichaamsgewicht. Het verdelen van de dosis over 2 giften per dag kan overwogen worden (Ross et al. 2015).

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Bij opvallend weinig werkzaamheid kan sprake zijn van een CYP2C19-polymorfisme.

Protonpompremmers worden geassocieerd met zeer zeldzame gevallen van subacute cutane lupus erythematosus (SCLE). Indien leasies optreden, vooral bij aan zonlicht blootgestelde huid én bij gepaardgaande gewrichtspijn, dient men direct medische hulp te zoeken en te overwegen om de behandeling te staken. Bij SCLE na behandeling met een protonpompremmer kan het risico op SCLE na gebruik van een andere protonpompremmer verhoogd zijn.

Bij alarmsymptomen zoals fors onbedoeld gewichtsverlies, veelvuldig braken, dysfagie, hematemese of melaena) een maligne aandoening uitsluiten. Pantoprazol kan de symptomen van maagcarcinoom maskeren.

Bij ernstig gestoorde leverfunctie, de leverenzymwaarden regelmatig controleren, m.n. tijdens langdurige behandeling. Bij stijging van de leverenzymwaarden, de behandeling staken.

Protonpompremmers vermeerderen de kans op gastro-intestinale bacteriële infecties, bijvoorbeeld door Salmonella, Campylobacter en Clostridioides difficile.

Bij langdurig gebruik van protonpompremmers kan ernstige hypomagnesiëmie optreden. Wees alert op tekenen van hypomagnesiëmie zoals tetanie, vermoeidheid, delier, convulsies, duizeligheid en ventriculaire aritmieën. Overweeg regelmatige controle van de magnesiumspiegel bij combinatie met digoxine of andere middelen die de magnesiumspiegel kunnen verlagen (zoals diuretica).

Tevens kunnen de waarden van de gastrinespiegel verdubbelen en kan de absorptie van vitamine B12 verminderen als gevolg van hypo- of achloorhydrie. Bij langdurig gebruik is het advies om regelmatig te controleren.

Protonpompremmers vermeerderen mogelijk de kans op fracturen, met name bij ouderen of bij aanwezigheid van andere risicofactoren.

Een langdurige behandeling (vooral > 1 jaar) regelmatig beoordelen.

Gedurende ten minste 5 dagen voor chromogranine A (CgA)-metingen de behandeling met pantoprazol tijdelijk staken. Als 5 dagen na stoppen de CgA- en gastrinespiegels niet genormaliseerd zijn, de CgA-meting 14 dagen na stoppen met pantoprazol opnieuw doen.

Bij matige tot ernstige lever- en nierfunctiestoornissen pantoprazol niet gebruiken in combinatietherapie voor de eradicatie van Helicobacter pylori, omdat hierbij de veiligheid en werkzaamheid niet is vastgesteld. 

Interacties

Pantoprazol is substraat voor CYP2C19 en CYP3A4.

Niet beoordeeld: de plasmaconcentratie kan dalen door hypericum (sint-janskruid) en rifampicine.

Bij gelijktijdige behandeling met een VKA zijn enkele gevallen van stijging van de INR gemeld.

Interacties protompompremmers algemeen

Relevant:

Protonpompremmers verlagen de absorptie van: cefuroxim, posaconazolsuspensie, tyrosinekinaseremmers of ulipristal als noodanticonceptie (Ellaone®). De combinatie moet worden vermeden.

De absorptie van ketoconazol en itraconazolcapsules neemt af; aangeraden wordt ketoconazol of itraconazolcapsules met een zure koolzuurhoudende frisdank (zoals cola) in te nemen.

De effectiviteit van atazanavir, ledipasvir, rilpivirine of velpatasvir kan afnemen.

Overig effect: de concentratie van methotrexaat en de inactieve 7-hydroxy-metaboliet kan stijgen; dit is gemeld voor 'high dose' methotrexaat. Staak de protonpompremmer tijdelijk rondom de methotrexaatkuur.

Niet relevant:
Protonpompremmers verlagen de absorptie van: alpelisib, entrectinib, ibrutinib, mycofenolzuur, palbociclib, riociguat, ulipristal bij vleesbomen (Esmya®) en vismodegib.

Het trombocytenaggregatieremmende effect van prasugrel kan afnemen.

De binding van fosfaat aan calciumcarbonaat kan worden geremd.

Referenties

  1. Das S et al, Oral pantoprazole-induced acute pancreatitis in an 11-year-old child, Ther Drug Monit, 2012, Jun;34(3), 242-4
  2. Kearns GL et al , Single-dose pharmacokinetics of oral and intravenous pantoprazole in children and adolescents, J Clin Pharmacol, 2008, Nov;48(11), 1356-65
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas ( Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 21 april 2021
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 05-05-2021
  5. Madrazo-de la Garza A et al, Efficacy and safety of oral pantoprazole 20 mg given once daily for reflux esophagitis in children, J Pediatr Gastroenterol Nutr, 2003, Feb;36(2), 261-5
  6. Pfizer, Prescribing information Protonix, Sept 2013, http://labeling.pfizer.com/showlabeling.aspx?id=135
  7. Takeda Nederland bv, SPC Pantozol 20-09-2012, www.cbg-meb.nl
  8. Tolia V et al, Multicenter, randomized, double-blind study comparing 10, 20 and 40 mg pantoprazole in children (5-11 years) with symptomatic gastroesophageal reflux disease, J Pediatr Gastroenterol Nutr, 2006, Apr;42(4), 384-91
  9. Ward, RM, et al., Single-dose, multiple-dose, and population pharmacokinetics of pantoprazole in neonates and preterm infants with a clinical diagnosis of gastroesophageal reflux disease (GERD), Eur J Clin Pharmacol, 2010, 66, 555–561
  10. Knebel, W., et al , Population pharmacokinetic modeling of pantoprazole in pediatric patients from birth to 16 years., J Clin Pharmacol , 2011, 51 (3), 333-45
  11. Pettersen, G. et al, Population pharmacokinetics of intravenous pantoprazole in paediatric intensive care patients, Br J Clin Pharmacol, 2009, 67 (2), 216-27
  12. Ross, E. L., et al, Development of recommendations for dosing of commonly prescribed medications in critically ill obese children., Am J Health Syst Pharm, 2015, 72 (7), 542-56

Wijzigingen

  • 21 april 2021 13:30: De beschikbare wetenschappelijke literatuur over de intraveneuze toepassing van pantoprazol bij kinderen is beoordeeld. Dit heeft geleid tot de toevoeding van PK data, een doseeradvies voor intraveneuze toepassing bij kinderen van 1 maand tot 18 jaar, en een voorzorg ten aanzien van gebruik bij kinderen met overgewicht.
  • 07 december 2020 12:50: PK data bij neonaten toegevoegd .

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering