Proteïnekinaseremmer. Selpercatinib is een selectieve remmer van de 'rearranged during transfection' (RET)-receptor tyrosinekinase. RET is een proto-oncogen dat na mutatie zorgt voor celproliferatie via de GDNF-signaleringsroute. Selpercartinib remt de tyrosinekinase-activiteit van wildtype RET en RET-gemuteerde isovormen. Dit leidt tot remming van de celgroei van tumorcellen met een verhoogde RET-acitiviteit. Daarnaast remt selpercatinib VEGFR1, VEGFR3 en FGFR 1, 2 en 3.
Gebaseerd op beperkte farmacokinetische gegevens zijn de Cmax en de AUC bij adolescente patiënten in de leeftijd van 12-18 jaar en bij volwassenen vergelijkbaar.
Cmax steady state: 2,98 ng/ml
[SmPC}
Caps 40 mg, 80 mg.
| Tumoren met RET-genfusie of een RET-mutatie (MTC) | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.
GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.
Gevallen van epifysiolyse van de heupkop zijn gemeld bij patiënten < 18 jaar die werden behandeld met selpercatinib {SmPC]
Zeer vaak (> 10%): pneumonie, urineweginfectie. Verminderde eetlust. Hoofdpijn, duizeligheid. Verlengd QT-interval. Hypertensie. (Fatale) bloeding. Droge mond, misselijkheid, braken, stomatitis, buikpijn, diarree, obstipatie. Huiduitslag. Erectiestoornis. Koorts, vermoeidheid, oedeem. Trombocytopenie, lymfocytopenie, neutropenie. Hypomagnesiëmie, hypocalciëmie, hypomagnesiëmie, hypokaliëmie. Stijging van ALAT, ASAT, alkalische fosfatase, totaal bilirubine, hemoglobine, albumine en serumcreatinine.
Vaak (1-10%): overgevoeligheid. Interstitiële longziekte/pneumonitis, chylothorax. Chyleuze ascites. Epifysiolyse van de heupkop (bij adolescenten).
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Vanwege kans op groeischijfafwijkingen (epifysiolyse van de heupkop) bij adolescenten open groeischijven monitoren. Bij optreden van groeischijfafwijkingen afhankelijk van de ernst overwegen de behandeling te onderbreken of te staken.
Gebruik selpercatinib alleen als er geen andere behandelopties zijn waarvoor klinisch voordeel is vastgesteld, of wanneer andere behandelopties niet toereikend zijn.
Pneumonitis/interstitiële longziekte (ILD), waaronder ernstige en fatale gevallen, zijn gemeld. Controleer op tekenen van pneumonitis/ILD, zoals dyspneu, hoesten en koorts en onderbreek de behandeling als deze symptomen zich voordoen. Bij pneumonitis/ILD graad 2 de dosering verlagen. Bij pneumonitis/ILD ≥ graad 3 de behandeling onderbreken tot herstel naar baseline. Bij recidiverende of levensbedreigende pneumonitis/ILD de behandeling definitief staken.
Stijging van de transaminasewaarden ≥ graad 3 zijn gemeld. Controleer de waarden van ASAT en ALAT voorafgaand aan, elke 2 weken gedurende de eerste 3 maanden én maandelijks gedurende de daaropvolgende 3 maanden van de behandeling, of indien klinisch geïndiceerd.
Controleer de bloeddruk voorafgaand aan en gedurende de behandeling. Start indien nodig met antihypertensieve therapie. Afhankelijk van de mate van bloeddrukstijging kan een dosisaanpassing van selpercatinib nodig zijn. Staak selpercatinib definitief indien klinisch relevante hypertensie niet onder controle kan worden gebracht met standaard antihypertensieve therapie.
QT-verlenging is gemeld. Wees voorzichtig bij aandoeningen die ritmestoornissen kunnen uitlokken, zoals congenitaal of verworven lang QT-syndroom. Start niet met de behandeling bij een QTcF-interval > 470 ms of afwijkende waarden van de serumelektrolyten. Controleer bij alle patiënten het ECG en de serumelektrolyten na 1 week en ten minste maandelijks gedurende de eerste 6 maanden van de behandeling, of indien klinisch geïndiceerd. Stel de frequentie bij op basis van risicofactoren, zoals diarree, braken en/of misselijkheid. Controleer vaker bij gelijktijdig gebruik met geneesmiddelen die het QT-interval kunnen verlengen, zie ook de rubriek Interacties. Corrigeer hypokaliëmie, hypomagnesiëmie of hypocalciëmie alvorens te starten met selpercatinib en tijdens de behandeling.
Hypothyroïdie is gemeld bij patiënten die selpercatinib kregen. Bepaal bij alle patiënten voorafgaand aan en periodiek tijdens de behandeling de schildklierfunctie. Controleer tijdens de behandeling op tekenen en symptomen van een schildklierfunctiestoornis. Controleer de schildklierfunctie tijdens de behandeling periodiek. Houd er rekening mee dat selpercatinib de omzetting van levothyroxine (T4) remt en aanvulling met liothyronine nodig kan zijn, zie ook de rubriek Interacties.
Bij optreden van overgevoeligheidsreacties de volgende dosis uitstellen, en starten met een behandeling met steroïden. Afhankelijk van de ernst, kan aanpassing van de dosering van selpercatinib nodig zijn. Staak selpercatinib definitief bij terugkerende overgevoeligheidsreacties. Verschijnselen van overgevoeligheid zijn o.a. koorts, huiduitslag en gewrichts- of spierpijn met gelijktijdige daling van het aantal trombocyten of verhoogde transferasewaarden. Het merendeel van de gevallen trad op bij patiënten met NSCLC die eerder werden behandeld met anti-PD-1/PD-L1 immunotherapie.
Bij optreden van een levensbedreigende of ernstige bloeding selpercatinib definitief staken.
Selpercatinib is substraat voor CYP3A4. Het remt CYP2C8, CYP3A4 en MATE1.
Relevant:
Absorptie: de absorptie neemt af bij gelijktijdig innemen met antacida. Selpercatinib moet ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het antacidum worden ingenomen.
De biologische beschikbaarheid neemt af door H2-antagonisten en protonpompremmers (de oplosbaarheid neemt af naarmate de pH stijgt). Neem selpercatinib in 2 uur vóór de maagzuursecretieremmer; als dit niet kan neem selpercatinib in direct gevolgd door de maagzuursecretieremmer.
Afname selpercatinib: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren en etravirine.
Toename selpercatinib: de concentratie stijgt door krachtige CYP3A4-remmers; bij combinatie kan verlaging van de dosering worden overwogen.
Niet relevant:
Selpercatinib verhoogt de concentratie van: midazolam en repaglinide.
Niet beoordeeld:
Selpercatinib verhoogt de concentratie van: dabigatran. De AUC van dabigatran neemt met ong. 38% toe en de Cmax met ong. 43%.
Tyrosinekinaseremmers algemeen:
Relevant:
VKA's: tyrosinekinaseremmers kunnen het effect van VKA's op vele manieren beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bruton's tyrosinekinase (BTK)-remmers (zoals ibrutinib) remmen de trombocytenaggregatie en kunnen trombocytopenie veroorzaken. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van VKA's geeft een extra verhoogde bloedingsneiging.
Levende vaccins: tijdens het gebruik van tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking (acalabrutinib, asciminib, avapritinib, axitinib, binimetinib, bosutinib, cabozantinib, cobimetinib, dasatinib, erdafitinib, fedratinib, gilteritinib, ibrutinib, imatinib, larotrectinib, midostaurine, nilotinib, nintedanib, pazopanib, pemigatinib, pirtobrutinib, ponatinib, quizartinib, regorafenib, ruxolitinib, selumetinib, sorafenib, sunitinib, trametinib, vandetanib en zanubrutinib) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden.
Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.
Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen.
Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.
| BCR-ABL-TYROSINEKINASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Sprycel
|
L01EA02 | |
|
Tasigna
|
L01EA03 | |
| B-RAF-SERINE-THREONINEKINASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Finlee, Tafinlar
|
L01EC02 | |
| ALK-REMMERS | ||
|---|---|---|
|
Xalkori
|
L01ED01 | |
| MEK-REMMERS | ||
|---|---|---|
|
Koselugo
|
L01EE04 | |
|
Mekinist, Spexotras
|
L01EE01 | |
| OVERIGE PROTEINEKINASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Rozlytrek
|
L01EX14 | |
|
Vitrakvi
|
L01EX12 | |
|
Ofev
|
L01EX09 | |
|
Caprelsa
|
L01EX04 | |