NSAID. In het therapeutische doseringsbereik (200–400 mg per dag) is celecoxib een oraal actieve cyclo-oxygenase-2-(COX-2-)selectieve remmer. Bij deze doses is bij mensen geen statistisch significante remming van COX-1 vastgesteld (bepaald als ex vivo remming van tromboxaanvorming (TxB2)). Bij hogere doses is een dosisafhankelijk effect op de vorming van TxB2 waargenomen.
Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.
Capsule 100 mg, 200 mg. Capsules kunnen worden geopend.
| Juveniele Idiopathische Arthritis (JIA) |
|---|
Aanpassingen als volgt:
Risicofactoren zijn hartfalen, levercirrose, nefrotisch syndroom, chronische nieraandoening, oorzaken die leiden tot dehydratie (bijvoorbeeld ook zomerwarmte), gebruik van geneesmiddelen die de nierfunctie kunnen verminderen, zoals diuretica of RAAS-remmers.
NSAID's (inclusief COX-2-remmers) kunnen acute nierinsufficiëntie veroorzaken door verminderde nierperfusie (door hypovolemie). Normaal gesproken wordt een te sterke daling van de nierperfusie voorkomen door een verhoogde prostaglandinesynthese in de nieren; NSAID's verstoren dit compensatiemechanisme. Verminderde nierperfusie leidt bovendien tot water- en zoutretentie, met als gevolg verergering of het ontstaan van hypertensie en hartfalen.
Hemodialyse / continue venoveneuze hemodialyse/hemo(dia)filtratie:
Patiënten die dialyse ondergaan hebben een hoger bloedingsrisico, waarschijnlijk gerelateerd aan een abnormale plaatjesfunctie. Het bloedingsrisico kan extra worden verhoogd door gebruik van een LMWH aan het begin van de hemodialyse om stolling in de extracorporale circulatie te voorkomen.
Hoofdpijn, koorts, buikpijn, misselijkhied, arthralgie, diarree en overgeven.
Zeer vaak (> 10%): hypertensie.
Vaak (1-10%): maag-darmklachten als buikpijn, misselijkheid, braken, diarree, dyspepsie, flatulentie, dysfagie. Perifeer oedeem, vochtretentie, griepachtige symptomen. Myocardinfarct, duizeligheid, hypertonie, slapeloosheid, hoofdpijn. Huiduitslag, jeuk. Faryngitis, rinitis, hoesten, dyspneu, bovenste luchtweginfecties, sinusitis, urineweginfectie. Overgevoeligheid.
Soms (0,1-1%): obstipatie, oprispingen, gastritis, stomatitis, (verergering van) gastro-intestinale ontsteking. Angst, depressie, vermoeidheid, slaperigheid, paresthesieën, herseninfarct. Hartfalen, pijn op de borst, palpitaties, tachycardie. Oorsuizen, gehoorstoornis. Anemie, urticaria, ecchymosis, gezichtsoedeem, wazig zien, conjunctivitis, spierspasmen, beenkrampen. Bronchospasmen. Gewrichtspijn. Lever- en/of nierfunctiestoornissen, hyperkaliëmie, verhoogde creatinine en ureumspiegels, stijging van leverenzymwaarden (o.a. SGOT en SGPT).
Zelden (0,01-0,1%): oesofagitis, maag-darmulcera, gastro-intestinale bloeding, darmperforatie, melena, pancreatitis, colitis. Angio-oedeem. Ataxie, smaakverandering, verwardheid, hallucinaties. Alopecia, fotosensibilisatie. Oogbloeding. Leukopenie, trombocytopenie. Hyponatriëmie. Aritmie. Pulmonale embolie. Pneumonitis. Acuut nierfalen. Blozen. Menstruatiestoornissen.
Zeer zelden (< 0,01%): acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose, exfoliatie van de huid, bulleuze dermatitis, Stevens-Johnsonsyndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN), erythema multiforme, geneesmiddel reactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) of overgevoeligheidssyndroom, interstitiële nefritis, nefrotisch syndroom, glomerulonefritis, myositis, pancytopenie, vasculitis. Geelzucht, cholestase, cholestatische hepatitis, ernstige, mogelijk fatale leverreacties incl. acute hepatitis, levernecrose, leverfalen.
Verder zijn gemeld: ernstige allergische reacties, anafylaxie, (gegeneraliseerde bulleuze) 'fixed drug' eruptie, verlies van geur en smaak, (verergering van) epilepsie, aseptische meningitis, (fatale) intracraniële bloeding. Verminderde vruchtbaarheid bij de vrouw. Retinale arterie of vene occlusies.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
In uitzonderlijke gevallen kan varicella leiden tot ernstige infectieuze complicaties van de huid en weke delen. Tot nu toe kan niet worden uitgesloten dat NSAIDS bijdragen aan het verergeren van deze infecties. Daarom wordt aangeraden celecoxib niet te gebruiken in geval van varicella (Prescrire Internat 2010).
Wees voorzichtig bij een verhoogd risico op gastro-intestinale complicaties, zoals bij ouderen, alcoholgebruik of een voorgeschiedenis van gastro-intestinale aandoeningen (zoals ulcera en gastro-intestinale bloedingen).
Gebruik zo kort mogelijk in de laagst effectieve dosering vanwege een verhoogd risico op cardiovasculaire en trombotische voorvallen bij langdurig gebruik; de exacte behandelduur waarbij dit verhoogde risico optreedt is niet vastgesteld. Wees voorzichtig bij risicofactoren voor cardiovasculaire voorvallen (o.a. hypertensie, diabetes mellitus, hyperlipidemie en roken).
Vochtretentie en oedeem zijn waargenomen door remming van de prostaglandinesynthese. Wees voorzichtig bij een voorgeschiedenis van hartfalen, linkerventrikeldisfunctie of hypertensie en bij bestaand oedeem. Wees ook voorzichtig bij een risico op hypovolemie door bv. diureticagebruik.
Controleer de bloeddruk voor en tijdens de behandeling, aangezien celecoxib hypertensie kan veroorzaken of verergeren.
Ernstige, mogelijk fatale leverreacties kunnen optreden, gewoonlijk binnen een maand na aanvang van de behandeling. Overweeg staken bij achteruitgang.
NSAID's, waaronder celecoxib, kunnen renale toxiciteit veroorzaken. Wees voorzichtig bij een verminderde nierfunctie, hartfalen, leverfunctiestoornis, en bij ouderen. Overweeg staken bij achteruitgang.
Wees voorzichtig bij poor CYP2C9-metabolisers; zie rubriek Dosering.
Bij de eerste tekenen van huiduitslag, mucosale laesies of andere tekenen van overgevoeligheid de behandeling staken, aangezien ernstige, soms fatale, huidreacties met NSAID's zijn gemeld (zoals exfoliatieve dermatitis, Stevens-Johnsonsyndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN) en gegeneraliseerde bulleuze 'fixed drug' eruptie gemeld). In de meeste gevallen beginnend in de eerste maand van de behandeling. Overgevoeligheid voor sulfonamiden vermeerdert de kans op huidreacties.
Celecoxib kan koorts en andere tekenen van ontsteking maskeren.
Celecoxib is substraat voor CYP2C9; het remt CYP2D6 en in mindere mate CYP2C19.
Niet relevant:
Toename celecoxib: de concentratie stijgt door capecitabine, fluconazol, fluorouracil en tegafur. Bij gebruik van fluconazol adviseert de fabrikant de celecoxibdosering te halveren.
NSAID's algemeen:
De hieronder genoemde interacties zijn van toepassing op alle NSAID's, inclusief salicylaten in analgetische dosering (preparaten met meer dan 100 mg acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium per doseereenheid).
Relevant:
NSAID's versterken het effect van: VKA's; NSAID's verhogen het bloedingsrisico, maar dit komt niet altijd tot uiting in de INR. Bij sommige patiënten wordt ook de INR beïnvloed. Bij NSAID-gebruik tot 1 week is dit weinig relevant. NSAID's hebben bovendien een ulcerogeen effect. Bij gebruik van meer dan 3 g acetylsalicylzuur per dag kan acetylsalicylzuur de INR verhogen. NSAID's moeten zo min mogelijk worden voorgeschreven aan patiënten die VKA's gebruiken. Fenylbutazon en piroxicam (uitzondering bij spondylitis ankylopoetica) en acetylsalicylzuur in een analgetische dosering zijn gecontraïndiceerd. Maagprotectie moet worden overwogen (zie de rubriek Bijwerkingen).
NSAID's versterken ook het effect van DOAC's (direct werkende orale anticoagulantia), hierdoor neemt het bloedingsrisico toe. Maagprotectie moet worden overwogen (zie de rubriek Bijwerkingen).
De bloedingsneiging neemt toe bij combinatie met Bruton's tyrosinekinase (BTK)-remmers (zoals ibrutinib).
Door toevoeging aan methotrexaat kan de methotrexaatconcentratie stijgen. Hierdoor kunnen ernstige bijwerkingen ontstaan, zeker bij hogere doseringen. Bij combinatie moeten de (neven)effecten van methotrexaat (bloedbeeld, ASAT, ALAT), alsmede de nierfunctie worden gemonitord. Bij 'high dose' methotrexaat moet tevens de methotrexaatconcentratie worden gevolgd.
De nefrotoxiciteit van ciclosporine kan worden versterkt. De nierfunctie moet worden gecontroleerd.
Door toevoeging aan lithium kan de concentratie van lithium stijgen.
NSAID's verminderen het effect van: diuretica, RAAS-remmers, β-blokkers; NSAID's veroorzaken water- en zoutretentie. Door de verminderde werking kan hartfalen kan manifest worden of verergeren. Dit effect kan al optreden binnen enkele dagen na start van het NSAID en is vooral van belang bij ernstig hartfalen. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden; als dit niet mogelijk is, moet de nierfunctie worden gecontroleerd en te sterke ontwatering worden vermeden.
Bij hypertensie kunnen NSAID's de antihypertensieve werking van de RAAS-remmer, het diureticum of de β-blokker verminderen, vooral bij nierfunctiestoornis. Bij NSAID-gebruik tot 2 weken is dit weinig relevant.
Overig effect: bij gebruik van een SSRI, duloxetine, trazodon, venlafaxine of een salicylaat in antitrombotische dosering (preparaten tot en met 100 mg acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium per doseereenheid) neemt het risico op een maagbloeding toe als tevens een NSAID wordt gebruikt.
Glucocorticoïden kunnen de ulcerogene werking van de NSAID's versterken. Het risico op een peptisch ulcus neemt toe bij hogere leeftijd, hogere doses en chronisch gebruik. Maagprotectie moet worden overwogen (zie de rubriek Bijwerkingen) in de hierboven genoemde gevallen.
Combinatie met desmopressine kan leiden tot waterintoxicatie en hyponatriëmie. Deze interactie geldt niet voor de coxibs.
Niet relevant:
De nefrotoxiciteit van tacrolimus kan worden versterkt.
Niet beoordeeld:
De digoxineconcentratie kan stijgen door indometacine en mogelijk ook door andere NSAID's.
Alcohol of combinatie van verschillende NSAID's kan het risico op een maagbloeding verhogen.
Gelijktijdig oculair gebruik van een corticosteroïd en oculair gebruik van een NSAID bij reeds bestaande hoornvliesontsteking verhoogt het risico op hoornvliescomplicaties.
Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.
| AZIJNZUURDERIVATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN | ||
|---|---|---|
|
Voltaren, Cataflam
|
M01AB05 | |
| M01AB01 | ||
| OXICAMDERIVATEN | ||
|---|---|---|
| M01AC01 | ||
| PROPIONZUURDERIVATEN | ||
|---|---|---|
|
Nurofen, Spidifen, Advil, Zafen, Brufen
|
M01AE01 | |
|
Aleve
|
M01AE02 | |