Indometacine

Stofnaam
Indometacine
Merknaam
ATC code
M01AB01
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

JIA:
< 15 jaar: Off-label
> 15 jaar: On-label
Sluiting ductus arteriosus: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

 J.I.A.:
> 15 jaar: 1-2 mg/kg/dag in 2-3 doses.
Sluiting van een open ductus arteriosus (Botalli) bij zuigelingen. Startdosis: 0,2 mg/kg eenmalige dosis, daarna afhankelijk van postnatale leeftijd:
<48 uur: 0.1 mg/kg/dosis, 2 doses met tijdsinterval van 12-24 uur.
2-7 dagen: 0.2 mg/kg/dosis, 2 doses met tijdsinterval van 12-24 uur.
>7 dagen: 0.25 mg/kg/dosis, 2 doses met tijdsinterval van 12-24 uur.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsule 25 mg, 50 mg,
Zetpil 50 mg, 100 mg
Caps. met gereguleerde afgifte 75 mg

Eigenschappen

Prostaglandinesynthetaseremmer. Arylazijnzuurderivaat met analgetische, antiflogistische en antipyretische werking. Indometacine remt de trombocytenaggregatie. Veroorzaakt sluiting van een open ductus arteriosus Botalli, waarschijnlijk door remming van de prostaglandinesynthese.

Kinetische gegevens

Er zijn uitsluitend farmacokinetische gegevens beschikbaar van kinderen met open ductus arteriosus. Open ductus arteriosus leidt tot de veranderingen in de fysiologische parameters, lever en nierperfusie. Zodoende zijn deze gegevens niet representatief voor kinderen met een niet afwijkend cardiovasculair systeem.

Doseringen

Indicatie: Pijnbestrijding
  • Oraal
    • 2 jaar tot 18 jaar
      • 2 mg/kg/dag in 2 - 4 doses , max: 150mg/dag
      • Tevens bij pijn t.g.v. botmetastasen in combinatie met andere analgetica

Indicatie: Pijn, ontstekingsactiviteit en koorts bij Juveniele Idiopatische Arthritis (JIA)
  • Oraal
    • Normaal preparaat (geen gereguleerde of verlengde afgifte)
      • 2 jaar tot 18 jaar
        [5]
        • 1 - 2 mg/kg/dag in 2 - 3 doses , max: 150mg/dag
    • Tablet met gereguleerde afgifte
      • 2 jaar tot 18 jaar
        [5]
        • 1 - 2 mg/kg/dag in 1 - 2 doses , max: 150mg/dag
Indicatie: Sluiten ductus arteriosus
  • Intraveneus
    • Postnatale leeftijd < 2 dagen
      [2]
      • Startdosering: 0,2 mg/kg/dag éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 0,1 mg/kg/dosis 2 doses met tijdsinterval van 12-24 uur
    • Postnatale leeftijd 2 dagen tot 7 dagen
      [2]
      • Startdosering: 0,2 mg/kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 0,2 mg/kg/dosis 2 doses met tijdsinterval van 12-24 uur
    • Postnatale leeftijd ≥ 7 dagen
      [2]
      • Startdosering: 0,2 mg/kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 0,25 mg/kg/dosis 2 doses met tijdsinterval van 12-24 uur

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

NIET-STEROIDE ANTI-INFLAMMATOIRE EN ANTIREUMATISCHE MIDD.

AZIJNZUURDERIVATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN

Diclofenac

Voltaren, Cataflam
M01AB05
PROPIONZUURDERIVATEN

Ibuprofen

Nurofen, Pedea, Advil, Brufen, Spidifen, Sarixell, Zafen
M01AE01
M01AE02
COXIBS

Celecoxib

Celebrex
M01AH01
AZIJNZUURDERIVATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN

Diclofenac

Voltaren, Cataflam
M01AB05
PROPIONZUURDERIVATEN

Ibuprofen

Nurofen, Pedea, Advil, Brufen, Spidifen, Sarixell, Zafen
M01AE01
M01AE02
COXIBS

Celecoxib

Celebrex
M01AH01

Bijwerkingen bij kinderen

Gevallen van hepatotoxiciteit waaronder sterfgevallen, zijn vermeld. Bij kinderen worden soms concentratiestoornissen waargenomen.
Bij intraveneuze toediening: Na intraveneuze toediening aan zuigelingen kan reversibele achteruitgang van de nierfunctie ontstaan, met ingebegrip van (acuut) nierfalen. Bij premature neonaten kan hyponatriëmie optreden
De volgende bijwerkingen zijn ook gemeld bij zuigelingen, al staat een oorzakelijk verband niet vast: bradycardie, apneu, acidose of alkalose en retrolentale fibroplasie.

Bijwerkingen bij volwassenen

Na orale en rectale toediening:

Bij meer dan 10% van de patiënten: hoofdpijn (vooral in het begin van de behandeling). Als de hoofdpijn aanhoudt na dosisverlaging, dient indometacine te worden gestaakt.

Bij 1-10%: depressie, duizeligheid, licht gevoel in het hoofd, vertigo, slaperigheid en vermoeidheid (waaronder malaise en lusteloosheid), oorsuizen, misselijkheid en braken, buikpijn, diarree, obstipatie, dyspepsie en stijging van leverenzymwaarden.

Bij minder dan 1%: puntvormige huidbloedingen, jeuk, leukopenie, trombocytopenie, kleinvlekkige bloedingen in de huid of in het slijmvlies, aplastische en hemolytische anemie, anemie door manifeste of occulte maagbloeding, overgevoeligheidsreacties, angio-oedeem, verwardheid, angst, slapeloosheid, psychische problemen zoals depersonalisatie, psychotische episoden, syncope, convulsies, coma, perifere neuropathie, spierzwakte, onwillekeurige spierbewegingen, visusstoornissen waaronder wazig zien en dubbelzien, gestoorde donkeradaptatie, neerslagen op de cornea en afwijkingen van de retina en macula, gehoorstoornissen, doofheid, oedeemvorming, tachycardie, pijn op de borst, aritmie, hartkloppingen, hypertensie, hartfalen, vasculitis, flatulentie, bloed in de ontlasting, haematemese, ulceratieve stomatitis, maagzweren, maagperforaties, maagdarmbloedingen, verergering van colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn, gastritis, anorexie, geelzucht, hepatitis, jeuk, urticaria, erythema nodosum, huiduitslag, haaruitval, hematurie, proteïnurie, nefrotisch syndrooom en interstitiële nefritis.

Zelden agranulocytose, beenmergbeschadiging, acute ademhalingsstoornissen waaronder plotselinge dyspneu, astma, longoedeem, hyperglykemie, hyperkaliëmie, glucosurie, paresthesie, dysartrie, verergering van epilepsie en parkinsonisme, darmulceratie gevolgd door stenose en obstructie, colitis ulcerosa, ileitis regionalis, leverfalen (in sommige gevallen met dodelijke afloop), dermatitis exfoliativa, het syndroom van Stevens-Johnson, erythema multiforme, toxische epidermale necrolyse, vaginale bloeding, opvliegers en zweten.

Verder zijn gemeld diffuse intravasale stolling, een snelle bloeddrukdaling die op een shockachtige toestand lijkt, CVA, pijn aan en rondom de oogkas, hypotensie, myocardinfarct, vasodilatatie, bloeding uit het colon sigmoïdum, perforatie van bestaande sigmoïdlaesies, verhoging van de bloedureumconcentratie, verminderde nierfunctie en gewichtstoename.

Bij langdurige behandeling zijn neerslagen op de cornea en afwijkingen van de retina gemeld; wazig zien is hierbij een belangrijk symptoom. Wanneer dergelijke oogafwijkingen optreden, dient de behandeling te worden gestaakt.

Ernstige huidreacties treden meestal in de eerste maand van de behandeling op; bij symptomen hiervan moet de behandeling direct worden gestaakt.

Vanwege mogelijke veranderingen in het bloedbeeld is periodieke controle hiervan aan te bevelen.

Na rectaal gebruik kunnen tevens lokale bijwerkingen optreden zoals rectale irritatie, pijn, jeuk en branderig gevoel, krampachtige aandrang tot lozing van ontlasting, proctitis en rectale bloeding.


Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Contraindicaties bij indicatie sluiten ductus arteriosus: sepsis, shock, necrotiserende enterocolitis, cerebrale hypoxische-ischemische schade, stollingstoornis, pre-existent nierlijden(met oligourie en kreatinine >150 mcg/l), trombocyten <75.000.mm3. Relatieve contraindicatie: instabiele intraventriculaire bloeding en periventriculaire leucomalacie.

Contraindicaties bij volwassenen

Ulcus pepticum (actief of in de anamnese), maag-darmbloedingen (actief of in de anamnese), maag-darmperforatie, gastritis. Actieve colitis ulcerosa of M Crohn. Cerebrovasculaire of andere bloedingen. Optreden van astma-aanval, urticaria, angio-oedeem, neuspoliepen of rinitis na gebruik van acetylsalicylzuur of andere prostaglandinesynthetaseremmers. Ernstig hartfalen. Zetpillen zijn gecontra-indiceerd bij proctitis in de anamnese of recente rectale bloeding.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Indometacine wordt toegepast indien andere NSAID’s onvoldoende effectief zijn. De omstandigheden waaronder het middel bij kinderen onder de 2 jaar veilig kan worden toegepast, staan niet vast. Kinderen boven de 2 jaar dienen nauwlettend te worden gecontroleerd en bij hen dient op gezette tijden de leverfunctie te worden bepaald. Gevallen van hepatotoxiciteit waaronder sterfgevallen, zijn vermeld. Retard preparaten worden bij ochtendstijfheid toegepast.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Wees voorzichtig bij meer kans op gastro-intestinale complicaties; begin met de laagst mogelijke dosering en overweeg combinatie met beschermende middelen. Indometacine kan verschijnselen van een maagzweer of van een infectie maskeren. Wees voorzichtig bij ouderen, inflammatoire darmziekten (in remissie), stollingsstoornissen, astma, bestaande infectie, epilepsie, M. Parkinson, psychische stoornissen, lever- en nierfunctiestoornissen, hypertensie, hartfalen, ischemische hartziekte, perifeer arterieel vaatlijden, cerebrovasculaire ziekte en bij risicofactoren voor cardiovasculaire ziekte (o.a. diabetes mellitus, hyperlipidemie, roken). Sommige prostaglandinesynthetaseremmers (vooral bij langdurig gebruik en in hoge doses) zijn in verband gebracht met iets meer kans op arteriële trombose. Bij langere therapieduur is periodiek oogonderzoek gewenst, bij cornea-neerslagen of afwijkingen van de retina, behandeling staken. Bij kinderen regelmatig de leverfunctie controleren, aangezien fatale gevallen van hepatotoxiciteit zijn gemeld. Bij een reeds bestaande nierfunctiestoornis regelmatig de nierfunctie controleren. Indien een gestoorde nier- of leverfunctie slechter wordt, leverziekte (incl. algemene verschijnselen zoals eosinofilie) of een maag-darmbloeding optreedt de toediening staken. Behandeling > 3 maanden waarbij een analgeticum om de dag of vaker wordt gebruikt kan hoofdpijn veroorzaken of verergeren. Dan de behandeling staken. Bij de eerste tekenen van huiduitslag, mucosale laesies of andere tekenen van overgevoeligheid de behandeling staken, aangezien ernstige en soms fatale huidreacties met prostaglandinesynthetaseremmers zijn gemeld. Prostaglandinesynthetaseremmers vermijden bij een Varicella-infectie.

Interacties

Interacties NSAIDs algemeen:

De genoemde interacties zijn van toepassing voor alle NSAID's, inclusief salicylaten (preparaten met meer dan 100 mg acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium per doseereenheid).

Relevant:

NSAID's versterken het effect van: cumarinederivaten; NSAID's verhogen het bloedingsrisico, maar dit komt niet altijd tot uiting in de INR. Bij sommige patiënten wordt ook de INR beïnvloed. Bij NSAID-gebruik tot 1 week is dit weinig relevant. NSAID's hebben bovendien een ulcerogeen effect. Bij gebruik van meer dan 3 g acetylsalicylzuur per dag kan acetylsalicylzuur de INR verhogen. NSAID's moeten zo min mogelijk worden voorgeschreven aan patiënten die cumarines gebruiken. Fenylbutazon en piroxicam (uitzondering bij spondylitis ankylopoetica) en acetylsalicylzuur in een analgetische dosering zijn gecontraïndiceerd.

NSAID's versterken ook het effect van DOAC's (direct werkende orale anticoagulantia), hierdoor neemt het bloedingsrisico toe.

NSAID's verminderen het effect van: diuretica, RAAS-remmers, β-blokkers; NSAID's veroorzaken water- en zoutretentie. Door de verminderde werking kan hartfalen kan manifest worden of verergeren. Dit effect kan al optreden binnen enkele dagen na start van het NSAID en is vooral van belang bij ernstig hartfalen. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden; als dit niet mogelijk is, moet de nierfunctie worden gecontroleerd en te sterke ontwatering worden vermeden.

Bij hypertensie kunnen NSAID's de antihypertensieve werking van de RAAS-remmer, het diureticum of de β-blokker verminderen, vooral bij nierfunctiestoornis. Bij NSAID-gebruik tot 2 weken is dit weinig relevant.

Overig effect: door toevoeging aan methotrexaat kan de methotrexaatconcentratie stijgen. Hierdoor kunnen ernstige bijwerkingen ontstaan, zeker bij hogere doseringen. Bij combinatie moeten de (neven)effecten van methotrexaat (bloedbeeld, ASAT, ALAT), alsmede de nierfunctie worden gemonitord. Bij 'high dose' methotrexaat moet tevens de methotrexaatconcentratie worden gevolgd.

De nefrotoxiciteit van ciclosporine kan worden versterkt. De nierfunctie moet worden gecontroleerd.

Glucocorticoïden (behalve fludrocortison) kunnen de ulcerogene werking van de NSAID's versterken. Het risico op een peptisch ulcus neemt toe bij hogere leeftijd, hogere doses en chronisch gebruik. Preventieve maatregelen moeten worden overwogen (zie de rubriek Bijwerkingen).

Bij gebruik van een SSRI, duloxetine, trazodon of venlafaxine neemt het risico op een maagdarmbloeding toe als tevens een NSAID wordt gebruikt.

Bij gebruik van een salicylaat in antitrombotische dosering (preparaten tot en met 100 mg acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium per doseereenheid) neemt het risico op een maagbloeding toe als tevens een NSAID (exclusief ibuprofen, inclusief coxibs) wordt gebruikt.

Door toevoeging aan lithium kan de plasmaconcentratie van lithium stijgen. Waarschijnlijk heeft acetylsalicylzuur geen invloed op de lithiumconcentratie.

Combinatie met desmopressine kan leiden tot waterintoxicatie en hyponatriëmie. Deze interactie geldt niet voor de coxibs.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met heparines.

Niet beoordeeld: de digoxineconcentratie kan stijgen door indometacine en mogelijk ook door andere NSAID's.

Alcohol of combinatie van verschillende NSAID's kan het risico op een maagbloeding verhogen.

Gelijktijdig oculair gebruik van een corticosteroïd bij reeds bestaande hoornvliesontsteking verhoogt het risico op hoornvliescomplicaties.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-formularium voor Kinderen, 2007
  2. Lundbeck Pharmaceuticals Ireland Limited, SPC Indocid PDA (RVG 10776), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 18 augustus 2010
  3. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 27 okt 2014
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, bijwerkingen), Geraadpleegd 27 okt 2014
  5. Franssen MJAM et al, Werkboek Kinderreumatologie, VU Uitgeverij, 2008, 2e druk

Wijzigingen