Vinblastine

Stofnaam
Vinblastine
Merknaam
ATC code
L01CA01
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Maligniteiten:
Kinderen: start eenmalige dosis van 2,5 mg/m2 i.v., gevolgd door een leukocytentelling om de gevoeligheid van de patiënt voor het middel vast te stellen.De startdosis kan wekelijks verhoogd worden met 1,25 mg/m2 voor kinderen. De gebruikelijke dosering voor kinderen is 7,5 mg/m2.  Als monotherapie is 12,5 mg/m2 gegeven.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (sulfaat) 1 mg/ml

Eigenschappen

Alkaloïd van de maagdenpalm (Cantharanthus roseus; oude naam: Vinca rosea). Remt de mitose in de metafase en kan in hoge concentratie de nucleïnezuur- en proteïnesynthese beïnvloeden.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Oncologische aandoeningen
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Dosis en dosisfrequentie van cytostatica zijn afhankelijk van de aandoening en sterk aan nieuwe inzichten onderhevig. Cytostatica worden in de oncologie/hematologie veelal in combinatie gebruikt. Om deze redenen wordt verwezen naar de gedetailleerde behandelprotocollen.

        Als indicatie wordt de volgende dosering van de fabrikant genoemd: start eenmalige dosis van 2,5 mg/m2 i.v., gevolgd door een leukocytentelling om de gevoeligheid van de patiënt voor het middel vast te stellen.De startdosis kan wekelijks verhoogd worden met 1,25 mg/m2 voor kinderen. De gebruikelijke dosering voor kinderen is 7,5 mg/m2. Als monotherapie is 12,5 mg/m2 gegeven.
        .

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ALKALOIDEN EN OVERIGE NATUURLIJKE PRODUCTEN

VINCA-ALKALOIDEN EN DERIVATEN
L01CA02
PODOFYLLOTOXINEDERIVATEN

Etoposide

Vepesid, Eposin, Toposin
L01CB01

Teniposide

Vumon
L01CB02
TAXANEN

Docetaxel

Taxotere
L01CD02

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): leukopenie. Misselijkheid, braken. Haaruitval. Vaak (1–10%): anemie, trombocytopenie, myelosuppressie. Paresthesieën, uitval van diepe peesreflexen. Obstipatie, ileus, bloeding uit een oud ulcus pepticum, hemorragische enterocolitis, rectaal bloedverlies, diarree, anorexie. Soms (0,1–1%): depressie. Faryngitis. Pijn op de plaats van de tumor, malaise. Zelden (0,01–0,1%): SIADH. Doof gevoel, perifere neuritis, hoofdpijn, convulsies, duizeligheid. Ototoxiciteit, vestibulaire en auditieve schade aan de achtste craniale zenuw. Sinustachycardie, angina pectoris, AV-blok, aritmie. Verder zijn gemeld: hemolytische anemie. Psychose. Ernstige erosies van het epitheel met blefarospasme, zwelling van het ooglid en van pre-auriculaire lymfeknopen na contact met de cornea. Oorsuizen. Hypertensie, ernstige hypotensie. Stomatitis, maagpijn, buikpijn, gevoelige oorspeekselklieren. Leverfibrose. Blaasvorming in de mond en op de huid, dermatitis, fototoxiciteit. Spieratrofie. Urineretentie, trombotische microangiopathie met nierinsufficiëntie. Verminderde fertiliteit, aspermie. Koorts,

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor vinca-alkaloïden. Leukopenie, niet gerelateerd aan de tumor. Ernstige ongecontroleerde infectie. Gezien de ernst van de indicaties zijn er geen absolute contra-indicaties.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Extravasatie: Direct hyaluronidase injecteren in het gebied. Bedek de extravasatieplaats met warme compressen. Overleg met de plastisch chirurg.

Algemeen cytostatica: diverse cytostatica kunnen aanleiding geven tot overgevoeligheidsreacties. Een noodset (bevattende epinefrine, clemastine en hydrocortison) dient aanwezig te zijn in de behandelkamer. Daarnaast zijn specifieke antidota aanwezig in de noodset.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Vinblastine mag uitsluitend intraveneus worden toegediend. Intrathecale toediening kan fatale neurotoxiciteit veroorzaken. Het bloedbeeld dient regelmatig te worden gecontroleerd i.v.m. beenmergremming, die ook na staken van de therapie nog kan optreden. Op grond hiervan kan onderbreking van de behandeling, dosisaanpassing of verlenging van het therapie-vrije interval nodig zijn. Tijdens de fase van remissie-inductie kan de patiënt verschillende malen een periode van relatieve beenmergaplasie doormaken; het is daarom (o.a. als infectiepreventie) van belang dat doeltreffende ondersteunende faciliteiten beschikbaar zijn. Het dagelijks gebruik op lange termijn van lage doses moet worden afgeraden, omdat met dagelijkse schema's weinig of geen therapeutisch resultaat wordt bereikt. Tijdens het begin van de remissie van een lymfoom kan een verhoging van de serumwaarden van urinezuur optreden. Leverinsufficiëntie kan de toxiciteit versterken. Combinatie van vinblastine met andere myelotoxische of neurotoxische middelen of met bestraling van grote oppervlakken vergroot het risico van toxiciteit. Bij chemotherapie in combinatie met bestraling via invalshoeken die o.a. de lever beslaan, het gebruik van vinblastine uitstellen tot de radiotherapie is afgerond. Tijdens behandeling met vinblastine blootstelling aan zonlicht vermijden. Bij hoge doses vinblastine wordt frequente profylaxe tegen obstipatie aanbevolen. Indien obstipatie optreedt kan deze zich voordoen als impactie van het bovenste deel van het colon; eventueel een buikoverzichtsfoto maken. Indien vinblastine in klinisch gebruikte concentratie in het oog terechtkomt, kan ernstige irritatie (of indien het middel onder druk werd toegediend, zelfs ulceratie) van de cornea het gevolg zijn. Bij extravasatie de toediening staken en de eventuele resterende hoeveelheid in een andere vene injecteren; applicatie van matige warmte op het gebied van extravasatie kan de kans op cellulitis en flebitis reduceren. In verband met verhoogde kans op trombose moet worden afgeraden de injectie te geven in een extremiteit, waarin de circulatie is belemmerd of die de neiging vertoont tot belemmering door compressie of invasie van de tumor, flebitis of varices.

Interacties

Vinblastine wordt gemetaboliseerd door CYP3A4.

Relevant:
Toename vinblastine: krachtige CYP3A4-remmers, HIV-proteaseremmers en simeprevir remmen het metabolisme, met als mogelijk gevolg heviger (neuro)toxiciteit.

Vinblastine vermindert het effect van: de instelling op fenytoïne kan tijdelijk worden beïnvloed tijdens de chemokuur, met als mogelijk gevolg een te lage fenytoïneconcentratie.

Niet relevant: de Cmax en AUC van zidovudine kunnen worden verlaagd. Verder kan er in theorie een additief effect van beenmergdepressie zijn.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met ciclosporine, diltiazem, isoniazide, nifedipine, posaconazol, tamoxifen en verapamil.

Niet beoordeeld: bij combinatie of eerdere behandeling met mitomycine kan reeds enkele uren na toediening ernstige, soms irreversibele pulmonale toxiciteit optreden.

Interactie oncolytica algemeen

Relevant: de meeste cytostatische oncolytica (niet de tyrosinekinaseremmers en de monoklonale antilichamen) kunnen het effect van cumarinederivaten op vele manireren beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van cumarines geeft een extra verhoogde bloedingsneiging. Voor de meeste cytostatische oncolytica is toename van de werking van het cumarinederivaat gemeld, voor mercaptopurine en mitotaan is afname van de werking gemeld. Behalve enzymremming spelen ook andere factoren een rol, zoals de ziekte kanker zelf en chemotherapie gerelateerde factoren, zoals braken en leverinsufficiëntie door metastasen.

Levende vaccins: vanwege de immunosuppressieve werking van veel oncolytica kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. Dit geldt ook voor de monoklonale antilichamen en de tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking (zie aldaar). De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van oncolytica die immunosuppressief werken kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: omega-3-vetzuren verminderen de effectiviteit van sommige oncolytica. KWF Kankerbestrijding ontraadt visoliesupplementen of vette vis te gebruiken vanaf 24 uur voorafgaand aan chemotherapie met irinotecan of platinaverbindingen tot en met 24 uur daarna.

 

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 01 nov 2016
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 28 nov 2014
  4. Pharmachemie BV, SPC Vinblastinesulfaat (RVG 101349), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 09 juli 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h101349.pdf

Wijzigingen