Vincristine

Stofnaam
Vincristine
Merknaam
ATC code
L01CA02
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Kinderen: 1,5-2,0 mg/m2 eenmaal per week. Voor kinderen die 10 kg of minder wegen, is de gebruikelijke startdosis 0,05 mg/kg eenmaal per week.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (sulfaat) 1 mg/ml

Eigenschappen

Alkaloïd van de roze maagdenpalm (Catharanthus roseus; oude naam: Vinca rosea). Remt de mitose in de metafase o.a. door binding aan intracellulaire tubuline-eiwitten, waardoor de aanmaak van microtubuli wordt verhinderd. Resistentie-ontwikkeling komt voor. Er bestaat niet altijd kruisresistentie tussen vinblastine, vincristine en vinorelbine.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Oncologische aandoeningen
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Dosis en dosisfrequentie van cytostatica zijn afhankelijk van de aandoening en sterk aan nieuwe inzichten onderhevig. Cytostatica worden in de oncologie/hematologie veelal in combinatie gebruikt. Om deze redenen wordt verwezen naar de gedetailleerde behandelprotocollen.

        Als indicatie wordt de volgende dosering van de fabrikant genoemd:

        Kinderen: 1,5-2,0 mg/m2 eenmaal per week. Voor kinderen die 10 kg of minder wegen, is de gebruikelijke startdosis 0,05 mg/kg eenmaal per week

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ALKALOIDEN EN OVERIGE NATUURLIJKE PRODUCTEN

VINCA-ALKALOIDEN EN DERIVATEN
L01CA01
PODOFYLLOTOXINEDERIVATEN

Etoposide

Vepesid, Eposin, Toposin
L01CB01

Teniposide

Vumon
L01CB02
TAXANEN

Docetaxel

Taxotere
L01CD02

Bijwerkingen bij kinderen

Convulsies, vaak met hypertensie, in enkele gevallen gevolgd door coma, paralytische ileus (met name bij jonge kinderen), hepato-occlusieve aandoening 

Bijwerkingen bij volwassenen

Meest voorkomend is dosis-, behandelduur- en leeftijdafhankelijke (doorgaans reversibele) neurotoxiciteit: perifere neuropathie (bijna alle patiënten), verminderde reflexen, paresthesie, neuralgische pijn (o.a. in kaak en testikels), spierzwakte, atactische gang en hersenzenuwaantastingen (waardoor bv. heesheid, stembandparese, oogspierzwakte, dubbelzien, optische atrofie), corticale blindheid. Zeer vaak (> 10%): alopecia. Vaak (1–10%): voorbijgaande trombocytose. Acute dyspneu en bronchospasmen (vooral in combinatie met mitomycine). Misselijkheid, braken, buikpijn, obstipatie incl. fecale impactie met koliek-achtige buikpijn. Azoöspermie (zie onder Zwangerschap). Irritatie op de injectieplaats. Soms (0,1–1%): ernstige myelosuppressie, anemie, leukopenie, trombocytopenie. Convulsies, vaak met hypertensie, in enkele gevallen bij kinderen gevolgd door coma. Verwardheid, depressie, agitatie, slapeloosheid, psychosen en hallucinaties. Doofheid. Coronaire vaataandoening en myocardinfarct (bij combinatietherapie en voorafgaande radiotherapie van het mediastinum). Verminderde eetlust, anorexie, gewichtsverlies, diarree, paralytische ileus (met name bij jonge kinderen). Hyperurikemie soms leidend tot acute urinezuur-nefropathie, polyurie, dysurie, blaasatonie met als gevolg urineretentie. Amenorroe. Koorts, reactie op de injectieplaats (flebitis, pijn, cellulitis, necrose). Zelden (0,01–0,1%): allergische reactie, incl anafylaxie, huiduitslag en oedeem. Hypertensie, hypotensie. Hoofdpijn. Ontsteking van het mondslijmvlies, intestinale necrose en/of perforatie, hepato-occlusieve aandoening (m.n. bij kinderen). Syndroom van inadequate ADH-secretie (SIADH). Verder zijn gemeld: secundaire maligniteiten (in combinatietherapie met andere oncolytica). Leuko-encefalopathie. Pancreatitis. Urine-incontinentie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor vinca-alkaloïden. Ernstige leverfunctiestoornissen. Neuromusculaire aandoeningen (zoals demyeliniserende vorm van ziekte van Charcot-Marie-Tooth). Obstipatie en dreigende ileus, vooral bij kinderen. Radiotherapie waarbij de lever betrokken is.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Extravasatie: Direct hyaluronidase injecteren in het gebied. Bedek de extravasatieplaats met warme compressen. Overleg met de plastisch chirurg.

Algemeen cytostatica: diverse cytostatica kunnen aanleiding geven tot overgevoeligheidsreacties. Een noodset (bevattende epinefrine, clemastine en hydrocortison) dient aanwezig te zijn in de behandelkamer. Daarnaast zijn specifieke antidota aanwezig in de noodset.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Verricht vóór en na iedere toediening een volledige telling van de bloedcellen. Voorzichtig bij ischemische hartziekte in de voorgeschiedenis. Bij remissie-inductie van acute leukemie regelmatig tijdens de eerste 3–4 weken de urinezuurspiegel bepalen; voorkom urinezuurneuropathie. Bij extravasatie de toediening staken en de eventuele resterende hoeveelheid in een andere vene injecteren; applicatie van matige warmte op het gebied van extravasatie kan de kans op cellulitis en flebitis reduceren. Bij contact met huid of cornea, direct spoelen met veel water. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan tevoren bestaande neurologische aandoeningen of leverfunctiestoornissen. Zorgvuldige observatie is eveneens nodig bij combinatie met potentieel neurotoxische farmaca. Profylaxe van obstipatie, zoals aangepast dieet en gebruik van laxantia (lactulose), zijn aan te bevelen. Intrathecale toediening kan fatale neurotoxiciteit veroorzaken.

Interacties

Vincristine wordt vooral gemetaboliseerd door CYP3A4.

Relevant:
Toename vincristine: krachtige CYP3A4-remmers, fluconazol, HIV-proteaseremmers, posaconazol en simeprevir remmen het metabolisme, met als mogelijk gevolg heviger (neuro)toxiciteit.

Vincristine vermindert het effect van: de instelling op carbamazepine en fenytoïne kan tijdelijk worden beïnvloed tijdens de chemokuur, met als mogelijk gevolg een te lage concentratie van het anti-epilepticum. Andersom kan de vincristineconcentratie dalen door carbamazepine of fenytoïne, Dit 'omgekeerde effect' op vincristine is echter ondergeschikt aan het effect op het anti-epilepticum.

Niet relevant: nifedipine verlaagt de klaring.

De Cmax en AUC van ciprofloxacine, levofloxacine en ofloxacine kunnen afnemen.

De AUC van oraal toegediend digoxine en oraal toegediend verapamil kan afnemen.

De Cmax en AUC van zidovudine kunnen afnemen. Verder kan er in theorie een additief effect van beenmergdepressie zijn.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met ciclosporine, diltiazem, isoniazide, tamoxifen en verapamil.

Niet beoordeeld: bij combinatie met of eerdere behandeling met mitomycine kan reeds enkele uren na toediening ernstige, soms irreversibele pulmonale toxiciteit optreden.

Interacties oncolytica algemeen

Relevant: de meeste cytostatische oncolytica (niet de tyrosinekinaseremmers en de monoklonale antilichamen) kunnen het effect van cumarinederivaten op vele manireren beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van cumarines geeft een extra verhoogde bloedingsneiging. Voor de meeste cytostatische oncolytica is toename van de werking van het cumarinederivaat gemeld, voor mercaptopurine en mitotaan is afname van de werking gemeld. Behalve enzymremming spelen ook andere factoren een rol, zoals de ziekte kanker zelf en chemotherapie gerelateerde factoren, zoals braken en leverinsufficiëntie door metastasen.

Levende vaccins: vanwege de immunosuppressieve werking van veel oncolytica kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. Dit geldt ook voor de monoklonale antilichamen en de tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking (zie aldaar). De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van oncolytica die immunosuppressief werken kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: omega-3-vetzuren verminderen de effectiviteit van sommige oncolytica. KWF Kankerbestrijding ontraadt visoliesupplementen of vette vis te gebruiken vanaf 24 uur voorafgaand aan chemotherapie met irinotecan of platinaverbindingen tot en met 24 uur daarna.

 

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 28 nov 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 01 nov 2016
  4. Pharmachemie BV, SPC Vincristinesulfaat PCH (RVG 10956), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 28 mei 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h10956.pdf

Wijzigingen