Etoposide

Stofnaam
Etoposide
Merknaam
Vepesid, Eposin, Toposin
ATC code
L01CB01
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Hodgkin en Non-Hodgkin lymfoom; Acute Myeloide Leukemie:
Pediatrische patienten: 75-150 mg/m2/dag gedurende 2-5 dagen

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Conc. voor infusieopl. 20 mg/ml. Bevat ethanol: varierend per preparaat van 243-260 mg/ml. Eposin bevat daarnaast benzylalcohol 30 mg/ml
Capsule 50 mg, 100 mg

Eigenschappen

Semisynthetisch derivaat van podofyllotoxine. De voornaamste werking bestaat waarschijnlijk uit inductie van DNA-'double strand'-breuken door een interactie met DNA-topo-isomerase II of de vorming van vrije radicalen. Hiermee remt etoposide de voortgang in de celcyclus in de pre-mitotische fase (late S– en vroege G2–deel).

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Oncologische aandoeningen
  • Toedieningsweg niet van toepassing
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • Dosis en dosisfrequentie van cytostatica zijn afhankelijk van de aandoening en sterk aan nieuwe inzichten onderhevig. Cytostatica worden in de oncologie/hematologie veelal in combinatie gebruikt. Om deze redenen wordt verwezen naar de gedetailleerde behandelprotocollen en is er geen dosisadvies opgenomen

        Als indicatie wordt de volgende dosering van de fabrikant genoemd: 
        75-150 mg/m2/dag gedurende 2-5 dagen.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Bij creatinineklaring >50 ml/min/1,73m2:
Dosisaanpassing is niet nodig
Bij creatinineklaring 10-50 ml/min

startdosis verlagen naar 75% van de normale dosis, vervolgens doseren op geleide van klinisch effect en tolerantie door de patiënt
Bij creatinineklaring kleiner dan 10 ml/min:
een algemeen advies wordt niet gegeven

Informatie
Bij verminderde nierfunctie neemt de klaring van etoposide af. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd.

Klinische gevolgen:
De belangrijkste dosisgerelateerde bijwerkingen zijn beenmergdepressie (vooral leukopenie), maagdarmstoornissen en stomatitis.

 

ALKALOIDEN EN OVERIGE NATUURLIJKE PRODUCTEN

VINCA-ALKALOIDEN EN DERIVATEN
L01CA01
L01CA02
PODOFYLLOTOXINEDERIVATEN

Teniposide

Vumon
L01CB02
TAXANEN

Docetaxel

Taxotere
L01CD02

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): beenmergdepressie (leukopenie, trombocytopenie, anemie). Anorexie. Vermoeidheid, slaperigheid. Misselijkheid, braken, buikpijn, obstipatie. Hepatotoxiciteit. Alopecia, pigmentatie. Asthenie, malaise. Vaak (1-10%): secundaire leukemie (o.a. acute promyelocytische leukemie). Anafylactische reactie (o.a. voorbijgaande roodheid van het gezicht en de hals, tachycardie, bronchospasmen, dyspneu, apneu, verlaagde of verhoogde bloeddruk, koorts, toevallen). Duizeligheid. Myocardinfarct, aritmie. Hypotensie (na snelle i.v. toediening), hypertensie, bloedingen. Diarree, mucositis (waaronder stomatitis en oesofagitis). Urticaria, jeuk, huiduitslag. Flebitis (na bolusinjectie). Verhoogde waarden ASAT, alkalische fosfatase, bilirubine. Soms (0,1-1%): perifere neuropathie. Cyanose. Broncho- en laryngospasmen, hoesten. Zelden (0,01-0,1%): convulsies, reversibele corticale blindheid, optische neuritis. Smaakstoornis, slikstoornis. Apneu, interstitiële pneumonitis, longfibrose. Hyperurikemie. Toxische epidermale necrolyse, hand-/voetsyndroom, 'radiation recall'-dermatitis, Stevens-Johnsonsyndroom.

De hulpstoffen in de capsule kunnen (vertraagde) allergische reacties veroorzaken.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Ernstig gestoorde leverfunctie. Ernstige myelosuppressie (die niet veroorzaakt wordt door de indicatie).

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Extravasatie:Ernstige reacties zijn net te verwachten.

Infuus controleren op neerslagvorming.

Algemeen cytostatica: diverse cytostatica kunnen aanleiding geven tot overgevoeligheidsreacties. Een noodset (bevattende epinefrine, clemastine en hydrocortison) dient aanwezig te zijn in de behandelkamer. Daarnaast zijn specifieke antidota aanwezig in de noodset.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Dosisbeperkende beenmergdepressie is de meest voorkomende toxiciteit van etoposide en kan ook na de behandeling nog optreden. Controleer bij aanvang van de behandeling en voor iedere toediening van etoposide: aantal trombocyten, leukocyten, differentiaal en hemoglobine. Secundaire leukemie kan ontstaan, de gemiddelde latentietijd hiervan is 32 maanden. Bestrijdt bacteriële infecties vóór beginnen van de behandeling. Voorzichtig bij patiënten die in aanraking zijn geweest of besmet zijn met herpes zoster. Controleer regelmatig de leverfunctie. Bij een laag serum albuminegehalte neemt de kans op bijwerkingen toe. De preparaten die ethanol als hulpstof bevatten, kunnen in hogere doseringen invloed hebben op de rijvaardigheid en schadelijk zijn bij een voorgeschiedenis van bv. alcoholisme, leverziekten of epilepsie.

Interacties

Etoposide is substraat voor CYP3A4 en P-gp.

Relevant: hoge doses ciclosporine, cobicistat en HIV-proteaseremmers remmen het metabolisme.

De instelling op carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en valproïnezuur kan tijdelijk worden beïnvloed tijdens de chemokuur, met als mogelijk gevolg een te lage concentratie van het anti-epilepticum. Andersom kan de etoposideconcentratie dalen door carbamazepine, fenobarbital of fenytoïne. Dit 'omgekeerde effect' op etoposide is echter ondergeschikt aan het effect op het anti-epilepticum.

Niet relevant: de AUC kan toenemen door atovaquon.

De Cmax en AUC van ciprofloxacine, levofloxacine en ofloxacine kunnen afnemen.

De Cmax en AUC van zidovudine kunnen worden verlaagd. Verder kan er in theorie een additief effect van beenmergdepressie zijn.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met acetylsalicylzuur, fenylbutazon, natriumsulfaat, hypericum, nifedipine, ketoconazol en verapamil.

Niet beoordeeld: bij gelijktijdige behandeling met cisplatine kan de klaring van etoposide afnemen.


Interacties oncolytica algemeen:

Relevant: de meeste cytostatische oncolytica (niet de tyrosinekinaseremmers en de monoklonale antilichamen) kunnen het effect van cumarinederivaten op vele manireren beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van cumarines geeft een extra verhoogde bloedingsneiging. Voor de meeste cytostatische oncolytica is toename van de werking van het cumarinederivaat gemeld, voor mercaptopurine en mitotaan is afname van de werking gemeld. Behalve enzymremming spelen ook andere factoren een rol, zoals de ziekte kanker zelf en chemotherapie gerelateerde factoren, zoals braken en leverinsufficiëntie door metastasen.

Levende vaccins: vanwege de immunosuppressieve werking van veel oncolytica kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. Dit geldt ook voor de monoklonale antilichamen en de tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking (zie aldaar). De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van oncolytica die immunosuppressief werken kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: omega-3-vetzuren verminderen de effectiviteit van sommige oncolytica. KWF Kankerbestrijding ontraadt visoliesupplementen of vette vis te gebruiken vanaf 24 uur voorafgaand aan chemotherapie met irinotecan of platinaverbindingen tot en met 24 uur daarna.

Referenties

  1. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 29 juni 2017
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 21 okt 2014
  3. Pharmachemie B.V., SmPC Toposin (RVG 16010) dd 04-10-2017, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl

Wijzigingen