Prednisolon

Stofnaam
Prednisolon
Merknaam
ATC code
H02AB06

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

1 mnd-1 jaar: Off-label
>
1 jaar: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Kinderen: 
1-6 jaar: een kwart van de volwassen dosis
7-11 jaar: de helft van de volwassen dosis
12-17 jaar: driekwart van de volwassen dosis.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 5 mg, 20 mg, 30 mg
Capsule 10 mg, 15 mg, 20 mg, 25 mg, 30 mg, 35 mg, 40 mg, 45 mg, 50 mg, 55 mg, 60 mg, 65 mg, 70 mg, 75 mg
Drank (als di-Na-fosfaat) 1 mg/ml; 5 mg/ml
Poeder voor inj.vlst. (Na-succinaat) 25 mg + 1 ml oplosm.
LET OP: Het Kinderformularium doseeradvies voor intraveneuze toepassing gaat uit van prednisolon als Na-succinaat en niet van di-Na-fosfaat! De orale toepassingen gaan uit van di-Na-fosfaat
.
Prednisolon Na-succinaat 25 mg/ml bevat 18,7 mg prednisolon/ml.
Prednisolon di-natrium fosfaat (FNA)12,5 mg/ml bevat 12,5 prednisolon mg/ml

5 mg prednisolon komt overeen met ca 25 mg hydrocortison

Eigenschappen

Corticosteroïd met glucocorticoïde eigenschappen; de mineralocorticoïde werking is gering.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Ga snel naar:

Allergische reacties
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Prednisolon Na-succinaat: 1 mg/kg/dosis, éénmalig. Maximale dosering per gift: 25 mg/dosis.
  • Intramusculair
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Prednisolon Na-succinaat: 1 mg/kg/dosis, éénmalig. Maximale dosering per gift: 25 mg/dosis.
Juveniele Idiopathische Arthritis (J.I.A.); JIA geassocieerde chronische uveitis.
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [9] [14] [18]
      • 0,25 - 1 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Advies inname/toediening:

        Innemen in de ochtend (om de groeiremmende werking te beperken).

Ernstig constitutioneel eczeem
  • Oraal
    • 6 maanden tot 18 jaar
      [21] [22] [25]
      • 0,5 - 1 mg/kg/dag in 1 dosis
        • Max 40 mg/dag indien gebruikt ter overbrugging tot een immunomodulerend middel, zoals azathioprine, mycofenolaatmofetil of ciclosporine, effect laat zien.
        • Max 60 mg/dag indien gebruikt als stootkuur.
        .
      • Als een langere behandeling na zorgvuldige afweging toch nodig is, kan een dosis om de dag overwogen worden. Afbouwen bij gebruik langer dan 14 dagen, zie indicatie: Afbouwschema.

        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist of dermatoloog die ervaring heeft met gebruik van prednisolon voor deze indicatie.

Corticosteroid therapie bij immunologische/hematologische ziekte: Hoge dosis
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Prednisolon Na-succinaat: 2 mg/kg/dag in 3 doses.
      • Afbouwen bij gebruik langer dan 14 dagen, zie indicatie: Afbouwschema

  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 2 mg/kg/dag in 3 doses.
      • Afbouwen bij gebruik langer dan 14 dagen, zie indicatie: Afbouwschema

Corticosteroid therapie bij immunologische/hematologische ziekte: Lage dosis
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 0,25 - 1 mg/kg/dag in 3 doses.
      • Afbouwen bij gebruik langer dan 14 dagen, zie indicatie: Afbouwschema

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Prednisolon Na-succinaat: 0,25 - 1 mg/kg/dag in 3 doses.
      • Afbouwen bij gebruik langer dan 14 dagen, zie indicatie: Afbouwschema

Inflammatoire darmziekten (IBD)
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • 1 mg/kg/dag in 1 dosis, max: 40 mg/dag.
      • Advies inname/toediening:

        Innemen in de ochtend.

      • Afbouwen bij gebruik langer dan 14 dagen, zie indicatie: Afbouwschema

Status astmaticus
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [12] [13]
      • Prednisolon Na-succinaat: 1 - 2 mg/kg/dag in 2 doses, max: 60 mg/dag.
      • Behandelduur: 3-5 dagen
      • Afbouwen niet nodig

  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [10] [12] [13]
      • 1 - 2 mg/kg/dag in 2 doses, max: 60 mg/dag.
      • Behandelduur: 3-5 dagen
      • Advies inname/toediening:

        Bij voorkeur drank
        Indien 1e gift wordt uitgebraakt, opnieuw toedienen

      • Afbouwen niet nodig

Allergische Bronchopulmonale aspergillose (ABPA) bij CF
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [7]
      • 0,5 - 2 mg/kg/dag in 1 dosis, max: 60 mg/dag.
      • Advies inname/toediening:

        Innemen in de ochtend.

      • Afbouwen bij gebruik langer dan 14 dagen, zie indicatie: Afbouwschema

Idiopathische perifere aangezichtsverlamming, HB graad IV of hoger
  • Oraal
    • < 15 jaar
      [11]
      • 1 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Behandelduur:  7 dagen
      • Start behandeling binnen 72 uur na ontstaan.

Juveniele dermatomyositis
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [8]
      • 1 - 2 mg/kg/dag in 1 - 3 doses.
Idiopathisch nefrotisch syndroom: Recidief
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [6]
      • Startdosering: 60 mg/m2/dag in 1 - 3 doses, max: 80 mg/dag. totdat de urine 3 dagen lang eiwitvrij is.
      • Onderhoudsdosering: 40 mg/m2/dosis 1 x per 2 dagen. Gedurende 6 weken.
Idiopathisch nefrotisch syndroom: 1e ziekte periode
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [6]
      • Startdosering: 60 mg/m2/dag in 1 - 3 doses, max: 80 mg/dag. Gedurende 6 weken.
      • Onderhoudsdosering: 40 mg/m2/dosis 1 x per 2 dagen. Gedurende 6 weken.
Stressdosering: Matige stress: lichte temperatuurverhoging tussen 38.0-39.0 graden C, milde griep infectie, vaccinatie, verdoving (tandarts).
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • Prednisolon Na-succinaat: 7,5 mg/m2/dag in 3 doses.
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 7,5 mg/m2/dag in 3 doses.
Stressdosering: Ernstige stress: Temperatuur >39 graden C, braken, diarree, ernstig ziek, ongeval, operatie, narcose (zie voor peri-operatief beleid monografie prednisolon)
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • Prednisolon Na-succinaat: 12,5 mg/m2/dag in 3 doses.
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 12,5 mg/m2/dag in 3 doses.
Stressdosering: PERIOPERATIEF SUBSTITUTIESCHEMA
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • Onderstaande doseringsadviezen zijn slechts richtlijnen. De dosis dient altijd afgestemd te worden met de behandelend kinderarts-endocrinoloog.

        • Bij oudere kinderen kan evt. reeds de avond voor OK een extra gift hydrocortison noodzakelijk zijn
        • OK bij voorkeur vroeg in de ochtend plannen.Als de OK pas in de loop van de dag plaats vindt, moet de ochtend dosis hydrocortison in een 3-voudige dosis worden gegeven. Bij een late OK is vanwege risico op hypoglykemie vanaf het moment van nuchter zijn een glucose/NaCl infuus aan te bevelen.
        • De glucocorticoïd dosering na de 1e postoperatieve dag dient te worden bepaald op geleide
          van de klinische toestand van de patiënt, en evt. (te verwachten) postoperatieve complicaties.
        • Intraveneus: Prednisolon Na-succinaat
           
        Ernst van de OK Tijdstip 0-1 jaar (0.3-0.5 m2) 1-3 jaar (0.5-0.7 m2) 3-12 jaar (0.7-1.2 m2) >12 jaar (1,2-1.5 m2) Volwassenen
        MILD

        Bijv. inspectie onder narcose, trommelvliesbuisjes plaatsen
        Bij inleiding anaesthesie 2.5 mg prednisolon IV 5 mg prednisolon IV 7,5 mg prednisolon IV 10 mg prednisolon IV 20 mg prednisolon IV
        MILD Rest van de OK dag 2-3 voudige dosis hydrocortison oraal 2-3 voudige dosis hydrocortison oraal 2-3 voudige dosis hydrocortsison oraal 2-3 voudige dosis hydrocortsison oraal 2-3 voudige dosis hydrocortsison oraal
        MILD 1e post-op dag Normale substitutiedosis hydrocortison Normale substitutiedosis hydrocortison Normale substitutiedosis hydrocortison Normale substitutiedosis hydrocortison Normale substitutiedosis hydrocortison
        MATIG

        Bijv. hernia inguinalis, tonsillectomie, adenotomie.
        Bij inleiding anaesthesie 2,5 mg prednisolon IV 5 mg prednisolon IV 7,5 mg prednisolon IV 10 mg prednisolon IV 20 mg prednisolon IV
        MATIG Rest van OK dag (verdeeld over de resterende 24 uur) 2 x 1,5 mg prednisolon IV 2 x 2,5 mg prednisolon IV 2 x 5 mg prednisolon IV 2 x 5 mg prednisolon IV 2 x 10 mg prednisolon IV
        MATIG 1e post-op dag (verdeeld over 24 uur) 3 x 1,5 mg IV of 3-voudige dosis hydrocortsion oraal 3 x 2,5 mg IV of 3-voudige dosis hydrocortison oraal 3 x 5 mg IV of 3-voudige dosis hydrocortison oraal 3 x 5 mg IV of 3-voudige dosis hydrocortison oraal 3 x 10 mg IV of 3-voudige dosis hydrocortison oraal
        ERNSTIG

        Bijv. genitoplastiek, laparotomie, craniotomie
        Bij inleiding anaesthesie 5 mg prednisolon IV 7,5 mg prednisolon IV 10 mg prednisolon IV 12,5 mg prednisolon IV 25 mg prednisolon IV
        ERNSTIG Rest van OK dag (verdeeld over resterende 24 uur) 2 x 2,5 mg prednisolon IV 2 x 3,5 mg prednisolon IV 2 x 5 mg prednisolon IV 2 x 7,5 mg prednisolon IV 2 x 12,5 mg prednisolon IV
        ERNSTIG 1e post-op dag (verdeeld over 24 uur) 3 x 2,5 mg prednisolon IV 3 x 3,5 mg prednisolon IV 3 x 5 mg prednisolon IV 3 x 7,5 mg prednisolon IV 3 x 12,5 mg prednisolon IV
Afbouwschema
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • Prednisolon/Prednison AFBOUWSCHEMA (bij gebruik langer dan 14 dagen)

        • Zolang de onderliggende ziekte dit toelaat de dosering met 5 mg/week verminderen tot een dosering van 2,5 mg/m2/dag in 1 dosis in de ochtend.

         

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

CORTICOSTEROIDEN VOOR SYSTEMISCH GEBRUIK

MINERALOCORTICOIDEN

Fludrocortison

Florinef
H02AA02
GLUCOCORTICOIDEN

Dexamethason

Oradexon
H02AB02

Hydrocortison

Hydrocortison oraal, IV; Solu-Cortef, Acecort
H02AB09

Methylprednisolon

Solu-medrol
H02AB04

Triamcinolon

Kenacort A, Lederspan
H02AB08

Bijwerkingen bij kinderen

Hyperglycemie, ritmestoornissen, hypertensie, depressie.

Bij langdurig gebruik van suprafysiologische doseringen: groeiremming en osteoporose, naast maagdarmulcera, verminderde afweer tegen infecties, gedragsveranderingen zoals dysfoor gedrag, hyperactiviteit en slapeloosheid, gewichtstoename, Cushing-achtige verschijnselen en onderdrukking van de hypothalamus-hypofyse bijnieras (Aljebab 2017).

Bijwerkingen algemeen

Bij gebruik als substitutietherapie treden in het algemeen geen bijwerkingen op, alleen bij te hoge doses.

Vocht- en elektrolytenevenwicht: natrium- en vochtretentie, hartfalen bij daarvoor gevoelige patiënten, kaliumverlies, hypokaliëmische alkalose, hypertensie en verhoogde calciumuitscheiding.

Bewegingsapparaat: spierzwakte, steroïdmyopathie, spieratrofie, osteoporose met kans op compressiefracturen van de vertebrae, aseptische necrose vooral van de femur- en humeruskoppen, spontane fracturen van pijpbeenderen en peesruptuur.

Maag-darmstelsel: ulcus pepticum met meer kans op perforatie en bloeding, pancreatitis, opgezette buik en ulceratieve oesofagitis

Huid: vertraagde wondgenezing, dunne broze huid, petechiën en ecchymose, erytheem, toegenomen transpiratie, onderdrukking van reacties op huidproeven, branderig of tintelend gevoel vooral in het perineum, acne, andere huidreacties zoals allergische dermatitis, urticaria en angio-oedeem. Hypopigmentatie en atrofie op de plaats van injectie.

Neurologische effecten: convulsies, intracraniële drukverhoging met papiloedeem (pseudotumor cerebri), m.n. bij kinderen tijdens of kort na snelle onttrekking, vertigo en hoofdpijn.

Endocriene effecten: menstruatiestoornissen, hirsutisme, ontstaan van het cushingsyndroom, belemmering van de groei bij kinderen, secundaire remming van hypofyse en bijnierschors, vooral nadelig ten tijde van stress (zoals trauma, operatie en ziekte), verlaagde koolhydraattolerantie, manifest worden van latente diabetes mellitus, vergrote behoefte aan insuline of orale bloedglucoseverlagende middelen bij diabetes mellitus.

Oog: subcapsulaire lenscataracten, verhoogde oogdruk, glaucoom, exophthalmus en secundaire ooginfecties door schimmels of virussen. Blindheid in samenhang met intralaesionale behandeling rond gelaat en hoofd. Retinopathie bij prematuren.

Psychische reacties: psychische stoornissen uiteenlopend van euforie, slapeloosheid, stemmingswisselingen, persoonlijkheidsveranderingen en ernstige depressies tot duidelijke verschijnselen van psychose. Voorts kunnen bestaande onevenwichtigheid en neiging tot psychose verergeren.

Stofwisseling: negatieve stikstofbalans door eiwitafbraak, centripetale vetzucht (gelaat, romp).

Overige: anafylactoïde of overgevoeligheidsreacties, trombo-embolie, gewichtstoename, toegenomen eetlust, misselijkheid, malaise, psychologische en fysiologische afhankelijkheid. Hypertrofe cardiomyopathie bij zuigelingen met een laag geboortegewicht. Erytro- en granulocytose, tevens lymfo- en eosinopenie. Na langdurige therapie kan staken van de toediening van corticosteroïden een corticosteroïdonthoudingssyndroom tot gevolg hebben, begeleid door koorts, myalgie, artralgie en malaise; dit kan zelfs zonder tekenen van bijnierschorsinsufficiëntie optreden. Bij gebruik van het depotpreparaat: incidenteel littekenvorming, induratie, ontsteking, paresthesie, late pijn of pijnlijkheid, spiertrekkingen, ataxie en nystagmus. Bij lokale therapie: roodheid op de injectieplaats, pijnloze destructie van het gewricht, vooral na herhaalde injecties, kristalsynovitis; soms overgevoeligheidsreacties.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

Bij gebruik als substitutietherapie gelden geen contra-indicaties. Ulcus ventriculi en ulcus duodeni. Acute infectieuze processen, m.n. virusinfecties en systemische schimmelinfecties. Tropische worminfecties. Overgevoeligheid voor het betreffende corticosteroïd of conserveermiddel. Toediening van levend-virusvaccins bij gebruik van immunosuppressieve doses corticosteroïden. Herpes simplex oculi wegens mogelijke perforatie van de cornea. Intra-articulaire injecties niet toepassen bij instabiele gewrichten. I.m. toediening niet toepassen bij idiopathische trombocytopenische purpura.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Er is een voorkeur voor het gebruik van prednisolon boven prednison vanwege het (zeldzaam) voorkomen van een conversiedefect (11-beta-hydroxysteroid dehydrogenase reductase ectiviteit).

Monitoring bij constitutioneel eczeem:

  • Bespreek de grotere kans op huidinfecties en de symptomen van een hyperglykemie.
  • Controleer eventuele gewichtstoename en cushing-achtige symptomen (Aljebab, 2017).
  • Controleer elke 3 maanden de lengte om eventuele groeiremming vast te stellen.
  • Controleer de bloeddruk bij gebruik langer dan 4 weken. Indien deze bij 2 opeenvolgende controles verhoogd is, bouw prednisolon (langzaam) af (zie afbouwschema).
  • Besteed aandacht aan vaccinatie adviezen tijdens prednisolon gebruik.
  • Een ACTH test kan overwogen worden als na staken nog steeds invaliderende klachten van bijnierschorssuppressie aanwezig zijn. Mogelijk is te snel afgebouwd en is een lage dosering prednisolon met een meer geleidelijke afbouw nodig. Overleg in dit geval met een kinderendocrinoloog.
  • Het meten van de botdichtheid kan overwogen worden bij een fractuur tijdens of vlak na de behandeling met prednisolon (Aljebab et al2017).
  • Bij langdurig gebruik (> 4 weken) calcium en vitamine D suppleren (Sánchez-Armendáriz et al. 2018, Dogru 2018).

Bij overgewicht kunnen doseringen aan de hoge kant van het doseringsbereik nodig zijn voor een goede respons, nauwgezette monitoring wordt aanbevolen (Ross et al. 2015).

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Vóór, tijdens en ná stress-situaties dient de dosering te worden verhoogd bij zowel substitutietherapie als corticosteroïdbehandeling. Bij gebruik als substitutietherapie gelden verder geen bijzondere waarschuwingen of voorzorgen.

De laagst mogelijke corticosteroïddosis dient te worden gebruikt om de onder behandeling zijnde aandoening onder controle te krijgen en als dosisverlaging mogelijk is, dient dit geleidelijk te geschieden. Farmacogene, secundaire bijnierschorsinsufficiëntie kan het gevolg zijn van te snel staken van de corticosteroïden. Dit risico kan door geleidelijke dosisverlaging tot een minimum worden teruggebracht. Deze vorm van relatieve insufficiëntie kan enige maanden na staken van de therapie blijven bestaan; daarom dient de hormoontherapie te worden hervat in geval van een in die periode optredende stress-situatie. De groei en ontwikkeling van zuigelingen en kinderen nauwlettend volgen bij langdurig gebruik van corticosteroïden; om groeiremming te voorkomen streven naar een alternerende dosering. Bij ouderen is zorgvuldige observatie van belang omdat de gebruikelijke bijwerkingen (zoals osteoporose, hypertensie, hypokaliëmie, diabetes mellitus, gevoeligheid voor infecties en atrofie van de huid) bij hen tot levensbedreigende reacties kunnen leiden. Overgevoeligheidsreacties zijn voorgekomen bij behandeling met parenterale, synthetische corticosteroïden. Daarom dienen vóór toediening de aangewezen voorzorgsmaatregelen te worden genomen, in het bijzonder wanneer de patiënt voor geneesmiddelen allergisch is. Sulfiet kan bij daarvoor gevoelige personen (m.n. asthmatici) bronchospasmen en/of anafylactische shock veroorzaken. Als geïnactiveerde virusvaccins of bacteriële vaccins worden toegediend aan patiënten die immunosuppressieve doses corticosteroïden krijgen, wordt de verwachte serumantistofreactie mogelijk niet verkregen. Er mag wel worden gevaccineerd bij patiënten die corticosteroïden bij wijze van substitutietherapie krijgen, bijvoorbeeld bij de ziekte van Addison. Bij hypoprotrombinemie dient acetylsalicylzuur terughoudend te worden toegepast in combinatie met corticosteroïden. Bij hersenmalaria gaat het gebruik gepaard met verlenging van de duur van het coma en hogere frequentie van longontsteking en maag-darmbloeding. Steroïden dienen terughoudend te worden gebruikt bij aspecifieke colitis ulcerosa, als de kans op een dreigende perforatie, abces of andere pyogene infectie bestaat. Terughoudendheid is ook geboden bij diverticulitis, verse darmanastomosen, peptisch ulcus in de anamnese, eerder door glucocorticoïd teweeggebrachte myopathie, leverfalen, epilepsie, nierinsufficiëntie, acute glomerulonefritis, hypertensie, congestief hartfalen, tromboflebitis, trombo-embolie, osteoporose, exantheem, metastaserend carcinoom, psychiatrische anamnese en myasthenia gravis. Voorzichtigheid is geboden na een recent myocardinfarct, omdat ruptuur van de linkerventrikelwand met gebruik van corticosteroïden in verband is gebracht. Symptomen van peritoneale irritatie na perforatie van het maag-darmkanaal kunnen minimaal zijn of ontbreken bij gebruik van hoge doses corticosteroïden. Vetembolie is vermeld als complicatie van hypercortisonisme. Bij hypothyroïdie en bij cirrose hebben corticosteroïden een sterker effect. Steroïden kunnen bij bepaalde patiënten de motiliteit van de spermatozoa en hun aantal doen toe- of afnemen. Bij gebruik van corticosteroïden bestaat een verhoogde gevoeligheid voor infectie met maskering van de klinische verschijnselen van infectie en ontsteking; tevens kunnen tuberculose en parasitaire infecties worden gereactiveerd. Waterpokken en mazelen kunnen bij niet-immune patiënten die corticosteroïden gebruiken een ernstiger en zelfs fataal beloop hebben; blootgestelde patiënten dienen zich direct onder medische behandeling te stellen. Het gebruik van corticosteroïden bij actieve tuberculose moet beperkt blijven tot die gevallen van foudroyante of gedissemineerde tuberculose, waarin het corticosteroïd tezamen met specifieke tuberculostatica wordt gebruikt ter behandeling van de aandoening. Als de corticosteroïden zijn geïndiceerd bij latente tuberculose of bij patiënten die op tuberculine reageren, is nauwlettende observatie geboden, daar reactivering van de aandoening kan optreden. Tijdens langdurige corticosteroïdtherapie dienen zulke patiënten chemoprofylaxe te ontvangen. Opleving van een infectie met Strongyloides kan leiden tot ernstige enterocolitis en sepsis. De weerstand kan verminderen en het kan bij gebruik van steroïden onmogelijk zijn de infectie te lokaliseren. Bovendien kunnen steroïden van invloed zijn op de nitroblauwtetrazolium-test voor bacteriële infecties en fout-negatieve resultaten geven. Corticosteroïden kunnen latente amoebiasis manifest maken of een actieve ziekte verergeren. Daarom wordt aangeraden latente of manifeste amoebiasis uit te sluiten voordat men een patiënt, die enige tijd in de tropen is geweest of die een onverklaarbare diarree heeft, met corticosteroïden gaat behandelen. Wegens het risico van atrofie op de injectieplaats de injectie van een depotpreparaat niet subcutaan of in de m. deltoideus toedienen en intramusculaire herhalingsinjecties op dezelfde plaats vermijden. Lokale injectie van een steroïd op een geïnfecteerde plaats dient te worden vermeden. In verband met gevaar van aseptische botnecrose dient men niet meer dan 5 injecties per gewricht gedurende het gehele leven toe te dienen. De intra-articulaire injectie van een corticosteroïd kan zowel plaatselijke als systemische effecten teweegbrengen. Het gewricht loopt het risico slechter te worden, daarom het gewricht niet te zwaar belasten bij symptomatische verbetering na intra-articulaire injectie. Een versnelde groei van kaposi-sarcoom is gemeld, die waarschijnlijk reversibel is. Acute, gegeneraliseerde myopathie van oculaire en respiratoire spieren, eventueel leidend tot tetraplegie, is beschreven tijdens gebruik, meestal bij bestaande afwijkingen in de neuromusculaire transmissie (bv. myasthenia gravis) of bij gelijktijdige behandeling met neuromusculaire blokkers. Na staken van de behandeling kan het herstel enkele weken tot jaren duren.

Interacties

Relevant: boceprevir, cobicistat en ritonavir remmen het metabolisme van prednisolon.

De plasmaconcentratie kan dalen door efavirenz.

Interacties corticosteroiden algemeen

Relevant:

Afname corticosteroïden: de concentratie van corticosteroïden daalt door inductoren. De interactie is niet relevant bij een stootkuur.

Overig effect: glucocorticoïden kunnen de ulcerogene werking van NSAID's versterken. Het risico op een peptisch ulcus neemt toe bij hogere leeftijd, hogere doses van NSAID's en chronisch gebruik van NSAID's. Preventieve maatregelen moeten worden overwogen, zie verder inleidende tekst NSAID's.

Het effect van VKA's kan worden versterkt door hoge doses glucocorticosteroïden (behalve fludrocortison).

Levende vaccins: vaccinatie met levende micro-organismen tijdens immunosuppressieve therapie kan een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden; dit geldt zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij substitutie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie).

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van immunosuppressiva kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

De werking van immunocyanine kan worden verminderd.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen.

Niet beoordeeld: isoniazide kan het levermetabolisme van glucocorticoïden remmen; andersom kunnen corticosteroïden de isoniazideconcentratie verlagen.

Ketoconazol kan het metabolisme van glucocorticoïden remmen.

Glucocorticoïden kunnen de eliminatie van salicylaten versnellen.

Hoge doses corticosteroïden kunnen de werking van perifeer werkende spierrelaxantia verminderen en het risico op myopathie verhogen.

Glucocorticoïden kunnen de respons op somatropine verminderen.

Door het hyperglykemische effect kan de behoefte aan bloedglucoseverlagende middelen toenemen.

Oestrogenen kunnen het effect van corticosteroïden versterken.

Combinatie met lisdiuretica, thiazidediuretica of amfotericine B kan leiden tot kaliumdepletie.

Bij combinatie met ciclosporine kan de ciclosporinespiegel toenemen en de klaring van corticosteroïden afnemen.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Brand, PLP et al, Werkboek Kinderlongziekten, VU Uitgeverij, 2001
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 16 nov 2014
  4. Turner D, et al. , Management of pediatric ulcerative colitis: joint ECCO and ESPGHAN Evidence-Based Consensus Guidelines, JPGN , 2012, 55(3), 340-61
  5. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 22-10-2020
  6. Heijden, van der AJ, Werkboek Kindernefrologie, NVK, 2002
  7. CBO, Richtlijn Diagnostiek en behandeling Cystic Fibrosis, www.cbo.nl, 2007
  8. CBO, Richtlijn Dermatomyositis, polymyositis en sporadische \'inclusion body\' myositis, www.cbo.nl, 2004, 99-111
  9. CBO, Richtlijn Diagnostiek en behandeling van Reumatoide Artritis, www.cbo.nl, 2009, 77
  10. Hoog, de M et al, Concept Richtlijn Status Astmaticus, 2005
  11. CBO, Richtlijn Idiopathische Perifere aangezichts verlamming, www.cbo.nl, 2009, 53
  12. Kruijff de, CC et al, 5 acute problemen in de Kindergeneeskunde: Acuut Astma, www.nvk.nl, 11 april 2012
  13. NVK, Richtlijn Astma bij Kinderen, 2013
  14. Nederlands OOgheelkundig gezelschap, Richtlijn Uveitis, 2015
  15. INFECTOPHARM Arzneimittel und Consilium GmbH, SmPC, Infectocortikrupp® 100 mg Zäpfchen (8500.00.00), 06/17
  16. bene-Arzneimittel GmbH, SmPC, Klismacort® 100 mg Rektalkapseln Weichgelatinekapseln (7078.00.00), 10/17
  17. Pharmapol Arzneimittelvertrieb-GmbH, SmPC Okrido drank (RVG 112479) 07-09-2017, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  18. NVK, Juveniele idiopathische artritis, medicamenteuze behandeling van kinderen met, www.nvk.nl, 11-04-2018
  19. Aljebab, F., et al, Systematic Review of the Toxicity of Long-Course Oral Corticosteroids in Children., PLoS One, 2017, 12(1), e0170259
  20. Dogru, M., Is vitamin D level associated with the natural course of atopic dermatitis?, Allergol Immunopathol, 2018, 46 (6), 546-551
  21. Glaser, J. , Treatment with ACTH and cortisone of atopic dermatitis (eczema) in infants and children, J Allergy, 1952, 23(3), 222-8
  22. Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venerelogie, Richtlijn Constitutioneel eczeem, https://nvdv.nl/professionals/richtlijnen-en-onderzoek/richtlijnen/richtlijn-constitutioneel-eczeem, 2019
  23. Ross, E. L., et al , Development of recommendations for dosing of commonly prescribed medications in critically ill obese children, Am J Health Syst Pharm, 2015, 72(7), 542-56
  24. Sánchez-Armendáriz, K., et al, Oral vitamin D3 5000 IU/day as an adjuvant in the treatment of atopic dermatitis: a randomized control trial, Int J Dermatol, 2018, 57(12), 1516-20
  25. Solomons, B., Infantile eczema treated with oral cortisone; a clinical report., Br Med J, 1954, 1 (4872), 1190-1

Wijzigingen

  • 15 december 2020 13:54: Dosering voor matige stress is aangepast obv landelijk protocol

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering