Fludrocortison

Stofnaam
Fludrocortison
Merknaam
Florinef, Fludrace
ATC code
H02AA02
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen

Toedieningsvormen en hulpstoffen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Versiebeheer

Label dosisadvies Kinderformularium

Doseringen tot 0,1 mg/dag: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Adrenogenitaal syndroom met zoutverlies: Pediatrische patiënten en adolescenten: 0,05 -0,1 mg
per dag.

Eigenschappen

Synthetisch adrenocorticosteroïd met krachtige mineralocorticoïde eigenschappen, ongeveer vergelijkbaar met die van aldosteron. Mineralocorticoïden hebben invloed op de water- en zouthuishouding; in lage orale doses veroorzaakt fludrocortison een duidelijke natriumretentie en verhoogt het de excretie van kalium in de urine. Het heeft ook een glucocorticoïde werking; deze is echter gering in verhouding tot het mineralocorticoïde effect. Het mineralocorticoïde effect is ca. 100 × sterker dan dat van hydrocortison en het glucocorticoïde effect is ca. 15 × sterker dan dat van hydrocortison.

Farmacokinetiek

Geen informatie

Doseringen

Primaire bijnierschorsinsufficiƫntie (morbus Addison); congenitale bijnierschorshyperplasie (adrenogenitaal syndroom) met zoutverlies
  • Oraal
    • a terme neonaat
      [4] [5] [6] [7] [8]
      • 50 - 200 microg./dag in 1 - 2 doses.
      • Kinderen jonger dan 1 jaar: fludrocortison in combinatie met extra zout (0,2 g/kg/dag, verdeeld over de dag)

    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [5] [6] [7] [8]
      • 50 - 200 microg./dag in 1 - 2 doses.
      • Kinderen jonger dan 1 jaar: fludrocortison in combinatie met extra zout (0,2 g/kg/dag, verdeeld over de dag)

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet (acetaat) 31,25 microg., 62.5 microg, 100 microg,

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

CORTICOSTEROIDEN VOOR SYSTEMISCH GEBRUIK

GLUCOCORTICOIDEN

Dexamethason

Oradexon
H02AB02

Hydrocortison

Hydrocortison oraal, IV; Solu-Cortef, Acecort, Alkindi
H02AB09

Methylprednisolon

Solu-medrol
H02AB04
H02AB06

Triamcinolon

Kenacort A, Lederspan
H02AB08

Bijwerkingen algemeen

In de aanbevolen lage doses vormen de bijwerkingen van fludrocortison gewoonlijk geen probleem. De meeste bijwerkingen worden veroorzaakt door de mineralocorticoïde activiteit van het middel.

Frequentie onbekend: hypokaliëmische alkalose, anorexia. Hallucinaties. Convulsies, hoofdpijn, syncope, dysgeusie. Vergroot hart, congestief hartfalen. Hypertensie. Diarree. Spieratrofie, spierzwakte. Oedeem, significante gewichtstoename. Kaliumverlies (met spierzwakte tot gevolg bij ernstig kaliumverlies). Wazig zien.

Verder kunnen optreden: psychische stoornissen zoals insomnia, depressie, euforie, wisselende gemoedstoestand, psychotische symptomen en persoonlijkheidsveranderingen. Menstruatiestoornissen. Hyperaciditeit.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

  • ulcus ventriculi en ulcus duodeni;
  • acute infectieuze processen, m.n. virusinfecties en systemische schimmelinfecties;tropische worminfecties;
  • na vaccinatie met levend verzwakt virus;
  • onbehandeld hartfalen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

In verband met de groeiremmende werking van corticosteroïden de groei en ontwikkeling van kinderen en adolescenten nauwkeurig volgen.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Vanwege de mineralocorticoïde werking van fludrocortison, zowel de dosering als de zoutinname nauwlettend controleren, om ontstaan van hypertensie, oedeem of gewichtstoename te voorkomen. Bij langdurige behandeling de elektrolytspiegels controleren. Een natriumbeperkt dieet en kaliumsuppletie kunnen noodzakelijk zijn. Corticosteroïden kunnen de calciumexcretie verhogen, waardoor osteoporose kan optreden of verergeren.

Bij stress (operatie, trauma, ernstige ziekte) tijdens en ook nog gedurende een halfjaar tot een jaar ná behandeling met fludrocortison, kan een ondersteunende corticosteroïddosering noodzakelijk zijn.

Corticosteroïden kunnen de gevoeligheid voor infecties verhogen en bepaalde symptomen van een infectie maskeren; tevens kan lokalisatie van een infectie moeilijk zijn. Bijvoorbeeld waterpokken, mazelen, herpes zoster of lintworm kunnen een ernstiger of zelfs fataal verloop hebben. Bij bacteriële infecties zo mogelijk eerst de verwekker(s) bepalen en de infectie behandelen alvorens met de toediening van corticosteroïden te beginnen.

Comorbiditeit: wees voorzichtig bij ulcuslijden in de voorgeschiedenis, diverticulitis, colitis ulcerosa met een dreigende perforatie of met een pyogene infectie (zoals een abces), recente intestinale anastomosen, latente tuberculose, psychische stoornissen in de voorgeschiedenis, osteoporose, nierinsufficiëntie, hypertensie, hartfalen, tromboflebitis, trombo-embolie, exantheem, Cushingsyndroom, diabetes mellitus, convulsies, gemetastaseerd carcinoom en ernstige spierzwakte.

Bij langdurige corticosteroïdbehandeling is een adequate eiwitinname van belang om de neiging tot gewichtsverlies of spiervermindering/-verzwakking, gepaard gaand aan een negatieve stikstofbalans, tegen te gaan.

Regelmatige oogheelkundige controle is gewenst, vanwege het risico op cataract en glaucoom.

Interacties

Corticosteroïden voor systemisch gebruik:
Relevant:
Afname corticosteroïden: de concentratie van bepaalde corticosteroïden (cortison, dexamethason, fludrocortison, hydrocortison, methylprednisolon, prednisolon, prednison) daalt door bepaalde inductoren (krachtige CYP3A4-inductoren (behalve efavirenz of nevirapine)). De interactie is niet relevant bij kortdurend gebruik van het corticosteroïd, zoals een stootkuur of in een chemokuur.

Overig effect: glucocorticoïden kunnen de ulcerogene werking van NSAID's versterken. Het risico op een peptisch ulcus neemt toe bij hogere leeftijd, hogere doses van NSAID's en chronisch gebruik van NSAID's. Preventieve maatregelen moeten worden overwogen, zie verder inleidende tekst NSAID's.

Het effect van VKA's kan worden versterkt door hoge doses glucocorticosteroïden (behalve fludrocortison).

Levende vaccins: vaccinatie met levende micro-organismen tijdens immunosuppressieve therapie kan een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden; dit geldt zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij substitutie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie).

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van immunosuppressiva kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

De werking van immunocyanine kan worden verminderd.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen.

Niet beoordeeld:
Toename glucocorticoïden: isoniazide kan het levermetabolisme van glucocorticoïden remmen; andersom kunnen corticosteroïden de isoniazideconcentratie verlagen.

Ketoconazol kan het metabolisme van glucocorticoïden remmen.

Oestrogenen kunnen het effect van corticosteroïden versterken.

Glucocorticoïden kunnen de concentratie verminderen van: salicylaten (versnelling eliminatie).

Hoge doses corticosteroïden kunnen de werking van perifeer werkende spierrelaxantia verminderen en het risico op myopathie verhogen.

Glucocorticoïden kunnen de respons op somatropine verminderen.

Door het hyperglykemische effect kan de behoefte aan bloedglucoseverlagende middelen toenemen.

Combinatie met lisdiuretica, thiazidediuretica of amfotericine B kan leiden tot kaliumdepletie.

Bij combinatie met ciclosporine kan de ciclosporinespiegel toenemen en de klaring van corticosteroïden afnemen.

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 13-10-2022
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 13-10-2022
  3. Noordam C et al, Werkboek Kinderendocrinologie, digitale publicatie op www.nvk.nl (alleen leden), 2010
  4. Ace Pharmaceuticals BV, SmPC Fludrace (RVG 50721) 17-03-2020, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  5. Mylan Healthcare B.V. , SmPC Florinef (RVG 07897) 19-01-2021, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  6. Merck Serono GmbH, SmPC Astonin H 0,1 mg Tabletten (6105265.00.00), 03/2021
  7. Speiser PW, et al. 2018 , Congenital Adrenal Hyperplasia Due to Steroid 21-Hydroxylase Deficiency: An Endocrine Society Clinical Practice Guideline. , J Clin Endocrinol Metab. , 2018, Nov 1;103(11):, 4043-4088.
  8. Bornstein SR et al. , Diagnosis and Treatment of Primary Adrenal Insufficiency: An Endocrine Society Clinical Practice Guideline, The Journal of Clinical Endocrinology & Metabolism, 2016, 101(2), 364-389

Wijzigingen

  • 28 april 2022 10:52: Leeftijdsgroep 0-18 jaar opgesplits in neonaten en oudere kinderen (geen dosiswijziging)
  • 26 januari 2022 11:56: De indicaties en dosering is aangepast naar de SmPC

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering