Hydrocortison

Stofnaam
Hydrocortison
Merknaam
Hydrocortison oraal, IV; Solu-Cortef
ATC code
H02AB09
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Primaire en secundaire bijnier insufficiëntie, adjuvans bij ernstig verlopende anafylactische reacties:  De dosering van Solu-Cortef in pediatrie wordt eerder bepaald door de ernst van de aandoening en de respons van de patiënt dan door de leeftijd of het lichaamsgewicht. Ze mag voor deze patiënten verlaagd worden, maar mag nooit minder dan 25 mg per dag bedragen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor inj.vlst. (als Na-succinaat) 100 mg + 2 ml oplosm. (Act-O-Vial) LET OP: oplosmiddel bevat benzylalcohol (9 mg/ml)
Poeder voor inj.vlst. (als Na-succinaat) 100 mg
Injectievloeistof (als dinatriumfosfaat) 5 mg/ml
Tablet 1 mg, 2 mg, 2,5 mg, 3 mg, 5 mg, 10 mg, 20 mg
Capsule FNA (als acetaat) 1 mg, 2 mg, 3 mg, 4 mg, 5 mg, 6 mg, 7 mg, 8 mg, 9 mg, 10 mg
Drank (als dinatriumfosfaat) 1 mg/ml
Drank (hydrocortisondinatriumfosfaat) 1 mg/ml
Zetpil 50 mg, 100 mg, 120 mg

Eigenschappen

Het belangrijkste natuurlijke corticosteroïd met zowel glucocorticoïde als mineralocorticoïde eigenschappen. De maximale farmacologische werkzaamheid van glucocorticoïden wordt later bereikt dan de piekserumspiegel.

Kinetische gegevens

De volgende farmacokinetische parameters zijn gevonden bij extreem vroeg geboren prematuren (<1000g) (Watterberg, Cook, and Gifford 1996):

t½ (uur) Cl (ml/kg/uur) Vd (l/kg)
12.1 ± 5.8 (3.6-19) 120 ± 120 (47-357) 1.39 ± 0.33 (0.82-1.85)

Algemene opmerkingen

Vooral als substitutietherapie en bij afbouwen langdurige corticosteroidtherapie.

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Behandeling chronische longziekte (CLD)
  • Oraal
    • Premature neonaten: Zwangerschapsduur < 28 weken
      [10] [12] [15] [17]
      • 5 mg/kg/dag in 4 doses
      • Behandelduur:

        Gedurende 7 dagen.
        Afbouwen: vermindering met 1 dosis om de 5 dagen op geleide kliniek

  • Intraveneus
    • Premature neonaten: Zwangerschapsduur < 28 weken
      [10] [12] [15] [17]
      • 5 mg/kg/dag in 4 doses
      • Behandelduur:

        Gedurende 7 dagen,
        Afbouwen: vermindering met 1 dosis om de 5 dagen op geleide kliniek

Indicatie: Profylaxe chronische longziekte (CLD)
  • Intraveneus
    • Premature neonaten: Zwangerschapsduur < 28 weken
      [20]
      • 1 mg/kg/dag in 2 doses Gedurende 7 dagen. Vervolgens 3 dagen 0,5 mg/kg/dag in 1 dosis
  • Oraal
    • Premature neonaten: Zwangerschapsduur < 28 weken
      [20]
      • 1 mg/kg/dag in 2 doses Gedurende 7 dagen. Vervolgens 3 dagen 0,5 mg/kg/dag in 1 dosis
Indicatie: Neonatale shock, hypotensie
Indicatie: Substitutie bij bijnierschorsinsufficientie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 8 - 12 mg/m2/dag in 3 doses Doses verdeeld in verhouding 2:1:1
  • Intraveneus
Indicatie: Stressdosering: Lichte stress: niet lekker, hangerig, temperatuur <38,0 C, kortdurende lichamelijke inspanning
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Geen aanpassing nodig, normale substitutiedosering: 8 - 12 mg/m2/dag in 3 doses Doses in verhouding 2:1:1
Indicatie: Stressdosering: Matige stress: lichte temperatuurverhoging tussen 38.0-39.0 graden C, milde griep infectie, vaccinatie, verdoving (tandarts).
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 24 - 36 mg/m2/dag in 4 doses
      • (=orale substitutie-dosering 8-12 mg/m2/dag 3 x verhoogd)

        Ook psychische stress (toets, examen) of ernstige lichamelijke inspanning kan in uitzonderingsgevallen een reden zijn om de substitutiedosis tijdelijk te verhogen naar een 2-3 voudige dosis. De temperatuur is niet altijd een goede parameter om stress te beoordelen

        Indien orale toediening niet mogelijk is, kan in de thuissituatie gekozen worden voor rectale of intramusculaire toediening van steroiden.

Indicatie: Stressdosering: Ernstige stress: Temperatuur >39 graden C, braken, diarree, ernstig ziek, ongeval, operatie, narcose (zie voor peri-operatief beleid monografie prednisolon)
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 40 - 60 mg/m2/dag in 4 doses
      • (=orale substitutie-dosering 8-12 mg/m2/dag 5x verhoogd)

        Indien orale toediening niet mogelijk is, kan in de thuissituatie gekozen worden voor rectale of intramusculaire toediening van steroiden.

Indicatie: Stressdosering indien orale toediening in thuissituatie niet mogelijk is.
  • Rectaal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • hydrocortison (base) in witepsol 100 mg/m2/dosis éénmalig
        • Van rectale hydrocortison toediening is bekend dat er een aanzienlijke spreiding is in serum cortisol-levels na toediening.
        • Indien het kind na 15 minuten niet opknapt overgaan op I.M. medicatie
        • Indien het kind opknapt, is het aangewezen zo snel mogelijk op de orale route over te gaan.
  • Intramusculair
    • 0 jaar tot 1 jaar
      • 25 mg/dosis éénmalig
    • 1 jaar tot 6 jaar
      • 50 mg/dosis éénmalig
    • 6 jaar tot 18 jaar
      • 100 mg/dosis éénmalig
Indicatie: Afbouwschema
  • Toedieningsweg niet van toepassing
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • Hydrocortison AFBOUWSCHEMA (bij gebruik langer dan 10 dagen):

        • Elke 4-7 dagen dosis verminderen met 10-20 mg/dag, tot een totale dosering van ongeveer 12 mg/m2/dag gegeven in 3 dosis (2:1:1)
        • Daarna gedurende 2 weken de totale dosis 's ochtends geven.
        • Vervolgens wekelijks de dosis verminderen met ongeveer 20% tot een dosis van 5-7 mg/m2/dag is bereikt.
        • Staken wanneer ochtendcortisol-plasmaconcentratie (afgenomen om 08.00 uur, voor inname hydrocortison) > 0,3 micromol/l is; Bij twijfel over reserve bijnier daarna nog een ACTH (Synacthen) test uitvoeren in overleg met endocrinoloog.
        • Tijdens afbouwschema blijft noodzaak van stress-schema gehandhaafd.
Indicatie: Ernstige systemische allergische reacties
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 4 mg/kg/dosis éénmalig Maximale dosering per gift: 100mg/dosis
      • Als ondersteunende behandeling bij oncologische aandoeningen, bij anafylaxie: 10 mg/kg/dosis

Indicatie: Acute bijniercrise
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 2 mg/kg/dosis éénmalig Vervolgen met hoge doses hydrocortison volgens stressschema, vervolgens geleidelijk verlagen tot een driemaal daags schema
Indicatie: Neonataal hypocortisolisme
  • Oraal
    • a terme neonaat
      • 10 - 12 mg/m2/dag in 3 doses
      • Verspreiden over gelijke doses à 8 uur.
        Gezien het nog ontbreken van een dag/nacht ritme wordt tot de leeftijd van 3 maanden gekozen voor een 1-1-1 schema, in plaats van 2-1-1 schema. In voorkomende situaties dient een glucocorticoïd-stress-schema gehanteerd te worden.

Indicatie: Androgenitaal Syndroom (AGS) - Addisonse crisis
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 1 jaar
      [7]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: 15 mg/dag in 3 doses
      • De behandeling van kinderen met AGS valt onder verantwoordelijkheid van de kinderendocrinoloog met expertise op het gebied van AGS. Doseringen moeten op basis van kliniek en biochemie individueel aangepast worden.

  • Oraal
    • 0 jaar tot 1 jaar
      [7]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: 15 mg/dag in 3 doses
      • De behandeling van kinderen met AGS valt onder verantwoordelijkheid van de kinderendocrinoloog met expertise op het gebied van AGS. Doseringen moeten op basis van kliniek en biochemie individueel aangepast worden.

Indicatie: Androgenitaal Syndroom (AGS) behandeling in de niet acute fase
  • Oraal
    • 0 jaar tot 1 jaar
      [7]
      • Start: 5 mg/dosis éénmalig.

        • Daarna 9 mg/dag in 3 doses gedurende 2 dagen. 
        • Daarna 3 mg/dag in 3 doses, maar niet lager dan 8-10 mg/m2/dag
      • Doseringen moeten op basis van kliniek en biochemie individueel aangepast worden

        De behandeling van kinderen met AGS valt onder verantwoordelijkheid van de kinderendocrinoloog met expertise op het gebied van AGS. 

    • 1 jaar tot 18 jaar
      [7]
      • 10 - 15 mg/m2/dag in 3 doses
      • Hogere doses kunnen nodig zijn. Doseringen moeten op basis van kliniek en biochemie individueel aangepast worden.

        De behandeling van kinderen met AGS valt onder verantwoordelijkheid van de kinderendocrinoloog met expertise op het gebied van AGS. 

  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 1 jaar
      [7]
      • Start: 5 mg/dosis éénmalig.

        • Daarna 9 mg/dag in 3 doses gedurende 2 dagen. 
        • Daarna 3 mg/dag in 3 doses, maar niet lager dan 8-10 mg/m2/dag
      • Doseringen moeten op basis van kliniek en biochemie individueel aangepast worden.

        De behandeling van kinderen met AGS valt onder verantwoordelijkheid van de kinderendocrinoloog met expertise op het gebied van AGS. 

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

CORTICOSTEROIDEN VOOR SYSTEMISCH GEBRUIK

MINERALOCORTICOIDEN

Fludrocortison

Florinef
H02AA02
GLUCOCORTICOIDEN

Dexamethason

Oradexon
H02AB02

Methylprednisolon

Solu-medrol
H02AB04
H02AB06

Triamcinolon (injectievloeistof)

Kenacort A, Lederspan
H02AB08
H02AB08
MINERALOCORTICOIDEN

Fludrocortison

Florinef
H02AA02
GLUCOCORTICOIDEN

Dexamethason

Oradexon
H02AB02

Methylprednisolon

Solu-medrol
H02AB04
H02AB06

Triamcinolon (injectievloeistof)

Kenacort A, Lederspan
H02AB08
H02AB08

Bijwerkingen bij kinderen

Hyperglycemie, ritmestoornissen.
Bij langdurig gebruik van suprafysiologische doseringen: groeiremming en osteoporose, naast maagdarmulcera, verminderde afweer tegen infecties, vetzucht en onderdrukkeing van de hypothalamus-hypofyse bijnieras.

Bijwerkingen bij volwassenen

Behandeling met glucocorticoïden op lange termijn kan, zelfs in geval van lage doses, aanleiding geven tot de volgende bijwerkingen:

Vocht- en elektrolytenevenwicht: natrium- en vochtretentie, hartfalen bij daarvoor gevoelige patiënten, kaliumverlies, hypokaliëmische alkalose, hypertensie, verhoogde calciumuitscheiding.

Bewegingsapparaat: spierzwakte en spieratrofie (steroïdmyopathie), osteoporose met kans op compressiefracturen van de wervels of pathologische fracturen, aseptische botnecrose (vooral van de femur- en humeruskoppen), peesruptuur (vooral van de Achillespees).

Maag-darmstelsel: ulcus pepticum met meer kans op bloeding en (gemaskeerde) perforatie, darmperforatie, pancreatitis, oesofagitis, dyspepsie, misselijkheid, opgezette buik.

Huid: vertraagde wondgenezing, dunne kwetsbare huid, petechiën en ecchymose, rode striae, erytheem van het gezicht, toegenomen transpiratie, verminderde respons bij huidtesten, acne, allergische reacties zoals urticaria, een versnelde groei van Kaposi-sarcoom (waarschijnlijk reversibel).

Bloed en bloedvaten: erytrocytose, granulocytose, lymfo- en eosinopenie, toegenomen trombotisch risico.

Neurologische effecten: intracraniële drukverhoging met papiloedeem (pseudotumor cerebri), vooral bij kinderen tijdens of kort na snelle onttrekking, convulsies, vertigo, hoofdpijn.

Endocriene effecten: menstruatiestoornis, erectiestoornis, hirsutisme, Cushingsyndroom, belemmering van de groei bij kinderen, remming van hypothalamus-hypofyse-bijnieras, met kans op bijnierschorsinsufficiëntie ten tijde van stress (zoals trauma, operatie en ziekte), verlaagde glucosetolerantie, waardoor latente diabetes mellitus manifest kan worden.

Oog: subcapsulaire lenscataracten, glaucoom, exoftalmie, centrale sereuze chorioretinopathie, wazig zien.

Psychische reacties: variërend van euforie, slapeloosheid, angst, stemmingswisselingen, persoonlijkheidsveranderingen en ernstige depressie tot duidelijke verschijnselen van psychose. Ook kunnen bestaande emotionele instabiliteit en psychotische neigingen verergeren. Psychische bijwerkingen treden met name op aan het begin van de behandeling en tijdens perioden van dosisaanpassing. Ook na staken van de behandeling met corticosteroïden zijn psychische effecten gemeld.

Stofwisseling: negatieve stikstofbalans door eiwitafbraak, gewichtstoename, centripetale vetzucht (gelaat, romp) en zeer zelden reversibele epidurale, mediastinale of epicardiale lipomatose, versterkt door toegenomen eetlust (te beperken door dieetmaatregelen).

Overige: verhoogde gevoeligheid voor infecties (vooral bij hoge dosering). Overgevoeligheid, anafylactische of anafylactoïde reacties. Zeer zelden overgevoeligheidsreacties die zich ontwikkelen tot shock.

Na langdurige therapie kan plotseling staken van de toediening van corticosteroïden een corticosteroïdonthoudingssyndroom tot gevolg hebben, met symptomen zoals anorexia, misselijkheid, braken, lethargie, hoofdpijn, koorts, myalgie, artralgie, schilfering van de huid, gewichtsverlies en hypotensie; eventuele bijnierschorsinsufficiëntie lijkt hierbij geen rol te spelen.

Plenadren:
Zeer vaak (≥ 10%): vertigo, hoofdpijn. Diarree. Vermoeidheid.

Vaak (1-10%): bovenbuikpijn, misselijkheid. Jeuk, huiduitslag. Artralgie.



Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Voor de Act-O-Vial: Neonaten in verband met aanwezigheid benzylalcohol.

Contraindicaties bij volwassenen

  • Bij gebruik als substitutietherapie gelden geen contra-indicaties.
  • Bij overige indicaties:
    • ulcus ventriculi of ulcus duodeni;
    • acute infectieuze processen, m.n. virusinfecties en systemische schimmelinfecties;
    • tropische worminfecties;
    • zie ook de rubriek Interacties.
  • Voor Solu-Cortef: intrathecale en epidurale toediening.




Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

De groei en ontwikkeling van zuigelingen en kinderen nauwlettend volgen bij langdurig gebruik van corticosteroïden; om groeiremming te voorkomen streven naar een alternerende dosering. Waterpokken en mazelen kunnen bij niet-immune patiënten die corticosteroïden gebruiken een ernstiger en zelfs fataal beloop hebben; blootgestelde patiënten dienen zich direct onder medische behandeling te stellen.

 Benzylalcohol (aanwezig in Act-O-Vial) kan toxische en anafylactoïde reacties veroorzaken bij zuigelingen en kinderen jonger dan 3 jaar. 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij substitutietherapie: Acute bijnierschorsinsufficiëntie (met kans op levensbedreigende bijniercrisis) kan ontstaan als de dagelijkse dosering niet volstaat of in omstandigheden waarbij een verhoogde behoefte aan cortisol bestaat. In stress-situaties moet de dagelijkse vervangingsdosis tijdelijk worden verhoogd. Informeer de patiënt over het handelen in dergelijke omstandigheden en om direct medische hulp te zoeken bij een acute verslechtering; met name in het geval van gastro-enteritis, braken en/of diarree die leiden tot zowel vocht- en zoutverlies als tot ontoereikende absorptie van oraal hydrocortison.

Wees tijdens de behandeling bedacht op een mogelijke verstoring van de schildklierfunctie, omdat zowel hypo- als hyperthyreoïdie de blootstelling aan hydrocortison kan beïnvloeden.

Bij langdurige substitutietherapie met glucocorticoïden kan een verminderde botmineraaldichtheid ontstaan.

Controles: Complicaties van de behandeling met glucocorticoïden zijn afhankelijk van de dosis en de behandelduur. Pas de behandeling aan voor de individuele patiënt, incl. controle van gewicht, bloeddruk en elektrolyten. Bij chronisch gebruik van farmacologische doses glucocorticoïden is regelmatige oogheelkundige controle gewenst, vanwege het risico op cataract en glaucoom. Controleer patiënten met bestaande cardiovasculaire risicofactoren extra bij langdurig gebruik, wegens bijwerkingen op het cardiovasculaire systeem, zoals dyslipidemie en hypertensie.

Endocriene effecten: Langdurige toediening van farmacologische doses corticosteroïden kan resulteren in onderdrukking van de HPA-as (steroïdgeïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie). Vóór, tijdens en ná stress-situaties (zoals operatie, trauma, infectie) de dosering verhogen. Bij patiënten die na glucocorticoïdtherapie worden blootgesteld aan ernstige stress, zorgvuldig controleren op symptomen van bijnierschorsinsufficiëntie; een tijdelijke bescherming met hydrocortison kan noodzakelijk zijn.

Immunosuppressieve effecten: Glucocorticoïden in hoge doses kunnen de gevoeligheid voor infecties verhogen en kunnen bepaalde symptomen van een infectie maskeren; tevens kan lokalisatie van een infectie moeilijk zijn. Bij bacteriële infecties zo mogelijk eerst de verwekker(s) bepalen en de infectie behandelen alvorens met de toediening van glucocorticoïden te beginnen. Waterpokken en mazelen kunnen bij niet-immune patiënten een ernstiger en zelfs fataal beloop hebben. Het gebruik bij actieve tuberculose beperken tot die gevallen van fulminerende of gedissemineerde tuberculose en hierbij een adequaat tuberculostaticum geven. Bij latente tuberculose of bij tuberculinereactiviteit chemoprofylaxe geven tijdens langdurige behandeling.

Comorbiditeit: Gebruik glucocorticoïden terughoudend bij aspecifieke colitis ulcerosa, als de kans op een dreigende perforatie, abces of andere pyogene infectie bestaat. Wees ook terughoudend bij diverticulitis, recente darmanastomosen, peptisch ulcus in de anamnese, eerder door glucocorticoïd teweeggebrachte myopathie, feochromocytoom, leveraandoeningen, nierinsufficiëntie, hypothyreoïdie, diabetes mellitus, hypertensie, hartfalen, trombo-embolische aandoeningen, osteoporose, epilepsie, psychiatrische anamnese en oculaire herpes vanwege een mogelijke perforatie van de cornea.

Acute, gegeneraliseerde myopathie van oculaire en respiratoire spieren, eventueel leidend tot tetraparese, is beschreven tijdens gebruik van hoge doses glucocorticoïden, meestal bij bestaande afwijkingen in de neuromusculaire transmissie (bv. myasthenia gravis) of bij gelijktijdige behandeling met neuromusculaire blokkers. Na staken van de behandeling kan het herstel enkele weken tot jaren duren.

Ouderdom en een laag BMI zijn risicofactoren voor veel voorkomende bijwerkingen van glucocorticoïden, zoals osteoporose, atrofie van de huid, diabetes mellitus, hypertensie en een verhoogde gevoeligheid voor infecties.

Kinderen: De groei en ontwikkeling van zuigelingen en kinderen nauwlettend volgen bij langdurig gebruik van glucocorticoïden; om groeiremming te voorkomen streven naar een alternerende dosering.

Gerelateerd aan toedieningsvorm:
Anafylactische en anafylactoïde reacties zijn voorgekomen bij behandeling met parenterale glucocorticoïden. Daarom vóór toediening de aangewezen voorzorgsmaatregelen nemen, in het bijzonder wanneer de patiënt eerder allergisch reageerde op een geneesmiddel.

Solu-Cortef: i.m. toediening niet toepassen bij immuungemedieerde trombocytopenie. Benzylalcohol (aanwezig in Act-O-Vial) kan toxische en anafylactoïde reacties veroorzaken bij zuigelingen en kinderen jonger dan 3 jaar.

Plenadren: tabletten met gereguleerde afgifte worden niet aanbevolen bij een verhoogde maag-darmmotiliteit (chronische diarree), vanwege kans op een verminderde cortisolblootstelling. Monitor de klinische respons bij aandoeningen met een verminderde maag-darmmotiliteit en bij gelijktijdig gebruik van geneesmiddelen die de maaglediging en- motiliteit beïnvloeden. 

Interacties

Niet relevant: de absorptie wordt verminderd door colestyramine.

Interacties corticosteroiden algemeen

Relevant:

Afname corticosteroïden: de plasmaconcentratie van corticosteroïden daalt door inductoren. De interactie is niet relevant bij een stootkuur.

Overig effect: glucocorticoïden (behalve fludrocortison) kunnen de ulcerogene werking van NSAID's versterken. Het risico op een peptisch ulcus neemt toe bij hogere leeftijd, hogere doses van NSAID's en chronisch gebruik van NSAID's. Preventieve maatregelen moeten worden overwogen, zie verder inleidende tekst NSAID's.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt door hoge doses glucocorticosteroïden (behalve fludrocortison).

Levende vaccins: vaccinatie met levende micro-organismen tijdens immunosuppressieve therapie kan een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden; dit geldt zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij suppletie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie).

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van immunosuppressiva kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

De werking van immunocyanine kan worden verminderd.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: isoniazide kan het levermetabolisme van glucocorticoïden remmen; andersom kunnen corticosteroïden de isoniazideconcentratie verlagen.

Ketoconazol kan het metabolisme van glucocorticoïden remmen.

Glucocorticoïden kunnen de eliminatie van salicylaten versnellen.

Hoge doses corticosteroïden kunnen de werking van perifeer werkende spierrelaxantia verminderen en het risico op myopathie verhogen.

Glucocorticoïden kunnen de respons op somatropine verminderen.

Door het hyperglykemische effect kan de behoefte aan bloedglucoseverlagende middelen toenemen.

Oestrogenen kunnen het effect van corticosteroïden versterken.

Gelijktijdige toediening van lisdiuretica, thiazidediuretica of amfotericine B kan leiden tot kaliumdepletie.

Bij combinatie met ciclosporine kan de serumconcentratie van ciclosporine toenemen en de klaring van corticosteroïden afnemen.

 

 

Referenties

  1. Noordam C et al, Werkboek Kinderendocrinologie, digitale publicatie op www.nvk.nl (alleen leden), 2010
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 18 feb 2019
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 jun 2018
  4. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  5. Kamps WA et al, Werkboek ondersteundende behandeling kinderoncologie, VU Uitgeverij, 2005
  6. Turner N, et al. , Advanced Pediatric Life Support - de Nederlandse editie., Reed Business , 2011, 407-17
  7. Werkboek Androgenitaal Syndroom, NVK, 2009
  8. Werkgroep Neonatale Farmacologie NVK sectie Neonatologie, Expert opinie, 13 november 2019
  9. Clyman, R.I. et al, Hypotension following patent ductus arteriosus ligation: the role of adrenal hormones., J Pediatr , 2014, 164 (6), 1449-55
  10. Doyle, L. W. et al, Late (> 7 days) systemic postnatal corticosteroids for prevention of bronchopulmonary dysplasia in preterm infants., Cochrane Database Syst Rev , 2017, 10
  11. Hochwald, O. et al, Adding hydrocortisone as 1st line of inotropic treatment for hypotension in very low birth weight infants., Indian J Pediatr , 2014, 81(8), 808-10
  12. Lodygensky, G. A. et al. , Structural and functional brain development after hydrocortisone treatment for neonatal chronic lung disease, Pediatrics, 2005, 116 (1), 1-7
  13. Ng, P. C. et al, A double-blind, randomized, controlled study of a "stress dose" of hydrocortisone for rescue treatment of refractory hypotension in preterm infants." , Pediatrics, 2006, 117(2), 367-75
  14. Noori, S. et al, Hemodynamic changes after low-dosage hydrocortisone administration in vasopressor-treated preterm and term neonates." , Pediatrics, 2006, 118(4), 1456-66
  15. Onland, W. et al, Systemic Hydrocortisone To Prevent Bronchopulmonary Dysplasia in preterm infants (the SToP-BPD study): a randomized controlled trial." , Not yet published., 2018
  16. Peeples, E. S. , An evaluation of hydrocortisone dosing for neonatal refractory hypotension, J Perinatol, 2017, 37 (8), 943-46
  17. Rademaker, K. J. et al, Neonatal hydrocortisone treatment: neurodevelopmental outcome and MRI at school age in preterm-born children, J Pediatr, 2007, 150(4), 351-7
  18. Salas, G. et al, Hydrocortisone for the treatment of refractory hypotension: a randomized controlled trial, An Pediatr (Barc), 2014, 80 (6), 387-93
  19. Watterberg, K. L. et al, Pharmacokinetics of hydrocortisone (HC) in extremely low birthweight (ELBW) infants in the first week of life, Pediatric Research, 1996, 39, 251
  20. Baud O. et al., Effect of early low-dose hydrocortisone on survival without bronchopulmonary dysplasia in extremely preterm infants (PREMILOC): a double-blind, placebo-controlled, multicentre, randomised trial, Lancet, 2016, 387(10030), 1827-36

Wijzigingen

  • 18 februari 2019 08:07: De wetenschappelijke literatuur over de toepassing van hydrocortison bij (premature) neonaten is beoordeeld in het kader van het Neodose project. Dit heeft geleid tot de toevoeging van de indicaties neonatale shock en hypotensive, de indicatie Profylaxe CLD, en de toevoeging van een doseeradvies voor (premature) neonaten bij de indicatie 'suppletie bij bijnierschorsinsufficientie.
  • 11 juni 2018 06:59: NIeuwe indicatie AGS obv NVK Werkboek AGS
  • 05 oktober 2015 11:14: De verhouding waarin de dagdosering bij bijnierhyperplasie wordt verdeeld is gewijzigd van 1:1:2 naar 2:1:1 om beter de fysiologische verdeling na te bootsen.