Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Immunoglobuline intraveneus Normaal (IVIg)

Stofnaam
Immunoglobuline intraveneus Normaal (IVIg)
Merknaam
Flebogamma, Gammagard, Kiovig, Nanogam, Octagam, Intratect, Gamunex, Privigen
ATC code
J06BA02

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Humane normale immunoglobuline bevat voornamelijk functioneel intacte immunoglobuline G (IgG) met een breed spectrum aan antilichamen tegen infectieuze agentia. Bevat de IgG-antilichamen die aanwezig zijn in de normale populatie. Kan abnormaal lage IgG-niveaus herstellen tot normaal. Het werkingsmechanisme bij andere indicaties dan vervangingstherapie is niet volledig verklaard, maar omvat immunomodulatoire effecten.

Farmacokinetiek bij kinderen

Na intraveneuze toediening is humaan normaal immunoglobuline onmiddellijk en volledig beschikbaar met een relatief snelle distributie naar plasma en extravasculaire vloeistof. Binnen ongeveer 3 tot 5 dagen wordt een evenwicht bereikt tussen de intra- en extravasculaire compartimenten. IgG en IgG-complexen worden afgebroken in de cellen van het reticuloendotheliale systeem en worden vervolgens opgenomen door het lichaam en opgenomen in andere eiwitten of gekataboliseerd. Daarom worden IgG's niet gemetaboliseerd door leverenzymen of uitgescheiden door de nieren of de lever.

Er worden geen verschillen in farmacokinetische eigenschappen verwacht bij pediatrische patiënten. Uit de huidige gegevens blijkt dat het farmacokinetische profiel van pediatrische patiënten (>3 jaar) vergelijkbaar is met dat van volwassenen. Gegevens over de farmacokinetiek bij jongere kinderen ontbreken.

Een samenvatting van de farmacokinetische (PK) parameters zoals vermeld in de SmPC's van de geregistreerde producten

Leeftijd 3-18 jaar
t½ (dagen) gemiddeld* 33,9
Cmax (g/l) gemiddeld 14,2
Vd (l) gemiddeld 4,57
Total Cl (l/dag), gemiddeld 0,088

* De halfwaardetijd kan variëren van patiënt tot patiënt, vooral bij primaire immunodeficiëntie.

Algemene opmerkingen

Uitsluitend na overleg met immunoloog/hematoloog/neuroloog. 

De precieze samenstelling van de IgG subklassen verschilt per preparaat. Ook de hoeveelheid IgA verschilt tussen de preparaten.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Label dosisadvies Kinderformularium

Primaire en secundaire immunodeficientie, ITP, Kawasaki, Guillain-Barré, MMN, CIDP, congenitale aids, behandeling infecties na SCT: On-label
Overige indicaties: off-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Ziekte van Kawasaki: 1,6-2 g/kg in verdeelde doses 2-5 dagen OF 2 g/kg eenmalige toediening ; in combinatie met acetylsalicylzuur.
Idiopathische Trombocytopenische purpura: 0,8-1 g/kg/dosis. eventueel eenmaal binnen 3 dagen herhalen. Alternatief: 0,4 g/kg/dag gedurende 2-5 dagen.
Syndroom Guillain Barré: 0,4 g/kg/dag gedurende 5 dagen
Replacement therapie bij primaire immunodeficientie: Start 0,4-0,8 g/kg, daarna 0,2-0,8 g/kg elke 3-4 weken , IgG dalspiegel tenminste 5-6 g/L
Replacement therapie bij secundaire immunodeficientie, congenitale AIDS, hypogammaglobulinaemie (<4 g/L) na allogene SCT: 0,2-0,4 g/kg elke 3-4 weken , IgG dalspiegel tenminste 5-6 g/L
Multifocale motorische neuropathie:
Startdosering: 2 g/kg gedurende 2-5 dagen. Onderhoudsdosering: 1 g/kg elke 2-4 weken OF 2 g/kg elke 4-8 weken
Chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie: Startdosering: 2 g/kg in meerdere doses verdeeld over 2-4 dagen. Onderhoudsdosering: 1 g/kg toegediend in 1 of 2 opeenvolgende dagen elke 3 weken
Behandeling infecties en preventie graft-versus-hostziekte na allogene SCT: 0,5 g/kg elke week vanaf dag -7 tot 3 maanden na SCT.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Infusievloeistof 50 mg/ml; 100 mg/ml
Poeder voor infusieopl. (humaan) 50 mg/ml

De precieze samenstelling van de IgG subklassen verschilt per preparaat. Ook de hoeveelheid IgA verschilt tussen de preparaten.

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Doseringen

LET OP:
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [31] [32] [33]
        • Zorg vóór toediening voor voldoende hydratatie en urineproductie.
        • De infusiesnelheid verschilt per product en daarom moet de specifieke productinformatie van elk product geraadpleegd worden.
          - Begin met een lage infusiesnelheid en verhoog de snelheid geleidelijk op basis van bijwerkingen.
Primaire immuundeficientie
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [6]
      • Startdosering: 0,4 - 0,8 g/kg/dosis, éénmalig.
      • Onderhoudsdosering: 0,2 - 0,8 g/kg/dosis elke 3-4 weken.
      • Streven naar normale serum-IgG waarden (>5-6 g/l), eventueel aan te passen op geleide kliniek.

    • 1 maand tot 18 jaar
      [6] [18]
      • Startdosering: 0,4 - 0,8 g/kg/dosis, éénmalig.
      • Onderhoudsdosering: 0,2 - 0,8 g/kg/dosis elke 3-4 weken.
      • Streven naar normale serum-IgG waarden (>5-6 g/l), eventueel aan te passen op geleide kliniek.

Secundaire immuundeficiëntie, hypogammaglobulinemie na allogene beenmergtransplantatie
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [6]
      • 0,2 - 0,4 g/kg/dosis elke 3-4 weken.
      • Streven naar normale serum-IgG waarden (>5-6 g/l), eventueel aan te passen op geleide kliniek.

         

    • 1 maand tot 18 jaar
      [6] [18]
      • 0,2 - 0,4 g/kg/dosis elke 3-4 weken.
      • Streven naar normale serum-IgG waarden (>5-6 g/l), eventueel aan te passen op geleide kliniek.

         

Syndroom van Guillain-Barré, agamma-, hypogammaglobulinemie en overige dysimmunoglobulinemieen, auto-immuun encephalitis.
Ziekte van Kawasaki
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [2]
      • 2 g/kg/dosis, éénmalig.
        • In combinatie met acetylsalicylzuur.
        • Overweeg zo nodig een tweede gift

         

    • 1 maand tot 18 jaar
      [2] [18]
      • 2 g/kg/dosis, éénmalig.
        • In combinatie met acetylsalicylzuur.
        • Overweeg zo nodig een tweede gift

         

Idiopathische trombocytopenische purpura
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [6]
      • 0,8 - 1 g/kg/dosis, éénmalig.
      • Dosering mogelijk na 3 dagen herhalen. Alternatief: 0,4 g/kg gedurende 2-5 dagen.

        Dosering in overleg met hematoloog.

    • 1 maand tot 18 jaar
      [6] [18]
      • 0,8 - 1 g/kg/dosis, éénmalig.
      • Dosering mogelijk na 3 dagen herhalen. Alternatief: 0,4 g/kg gedurende 2-5 dagen.

        Dosering in overleg met hematoloog.

Ziekte van Kawasaki met decompensatio cordis
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [2]
      • 1 g/kg/dag, continu infuus.
      • Behandelduur:

        Gedurende 2 dagen.

    • 1 maand tot 18 jaar
      [2]
      • 1 g/kg/dag, continu infuus.
      • Behandelduur:

        Gedurende 2 dagen.

Hyperbilirubinemie veroorzaakt door bloedgroepantagonisme
  • Intraveneus
    • Neonaten Zwangerschapsduur ≥ 35 weken
      [4]
      • 0,5 - 1 g/kg/dosis, zo nodig na 12 uur herhalen.
      • Volgens de richtlijnen in Nederland en België wordt IVIG niet langer aanbevolen voor deze indicatie.

Multifocale Motorische Neuropathie (MMN), Chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie (CIDP)
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [5] [8]
      • Startdosering: 2 g/kg verdeeld over 2-5 dagen
        Onderhoudsdosering: 1 g/kg elke 2-4 weken OF 2 g/kg elke 4-8 weken

    • 1 maand tot 18 jaar
      [5] [8] [18]
      • Startdosering: 2 g/kg verdeeld over 2-5 dagen
        Onderhoudsdosering: 1 g/kg elke 2-4 weken OF 2 g/kg elke 4-8 weken

Juveniele dermatomyositis (JDM)
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [7] [9]
      • 1 g/kg/dosis in 12-18 uur op twee opeenvolgende dagen elke maand. Alternatief: 0,4 g/kg/dag op vijf opeenvolgende dagen elke maand.
      • Behandelduur:

        Gedurende tenminste 3 maanden

    • 1 maand tot 18 jaar
      [7] [9]
      • 1 g/kg/dosis in 12-18 uur op twee opeenvolgende dagen elke maand. Alternatief: 0,4 g/kg/dag op vijf opeenvolgende dagen elke maand.
      • Behandelduur:

        Gedurende tenminste 3 maanden

Congenitale aids
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [5] [8]
      • 0,2 - 0,4 g/kg/dosis elke 3-4 weken.
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5] [8] [18]
      • 0,2 - 0,4 g/kg/dosis elke 3-4 weken.
Vasculitis
Rejectie na niertransplantatie
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [14]
      • Er is weinig literatuur beschikbaar over het gebruik van immunoglobulinen bij rejectie na niertransplantatie. In Nederland zijn verschillende doseerschema’s in de omloop, waaronder: 1-2 g/kg eenmalig, eventueel verdeeld over meerdere dagen.
        In de studie van Billing wordt 1 g/kg/week gegeven, gedurende 4 weken (n=20, i.c.m. 1 gift rituximab).

    • 1 maand tot 18 jaar
      [14]
      • Er is weinig literatuur beschikbaar over het gebruik van immunoglobulinen bij rejectie na niertransplantatie. In Nederland zijn verschillende doseerschema’s in de omloop, waaronder: 1-2 g/kg eenmalig, eventueel verdeeld over meerdere dagen.
        In de studie van Billing wordt 1 g/kg/week gegeven, gedurende 4 weken (n=20, i.c.m. 1 gift rituximab).

AB0 incompatibele niertransplantatie
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [15]
      • 0,5 g/kg/dosis, éénmalig.
    • 1 maand tot 18 jaar
      [15]
      • 0,5 g/kg/dosis, éénmalig.
Myasthenia gravis (auto-immuun)
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [19]
      • 2 g/kg verdeeld over 2-5 dagen.

      • Herhalen op geleide van kliniek

    • 1 maand tot 18 jaar
      [19]
      • 2 g/kg verdeeld over 2-5 dagen

      • Herhalen op geleide van kliniek

Toxische shock syndroom (TSS) en necrotiserende fasciitis (NF)
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [25] [26] [27] [28] [29] [32] [34] [35]
      • 2 g/kg/dosis in een enkele dosis.
        • Overweeg een 2 dosis van maximaal 2 g/kg op de volgende dag
        • Alternatief: 1 g/kg op dag 1, 0,5 g/kg op dag 2 en 3

        Er is slechts beperkt en niet eensluidend bewijs voor de werkzaamheid van IVIG voor deze indicatie.

    • 1 maand tot 18 jaar
      [25] [26] [27] [28] [29] [34] [35]
      • 2 g/kg/dosis in een enkele dosis.
        • Overweeg een 2 dosis van maximaal 2 g/kg op de volgende dag
        • Alternatief: 1 g/kg op dag 1, 0,5 g/kg op dag 2 en 3

        Er is slechts beperkt en niet eensluidend bewijs voor de werkzaamheid van IVIG voor deze indicatie.

Profylaxe na blootstelling aan mazelen
  • Intraveneus
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [21]
      • Zo snel mogelijk, binnen 6 dagen na blootstelling 0,4 g/kg/dag Zo nodig herhalen na 2 weken op geleide van antistoffen (> 240 mI.E./ml ).
      • Bij PID/SID-patiënt geven als een extra dosis binnen 6 dagen na blootstelling, als aanvulling op onderhoudstherapie.

Profylaxe vóór blootstelling aan mazelen
  • Intraveneus
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [21]
      • Bij PID/SID-patiënt die elke 3-4 weken een onderhoudsdosis < 0,53 g/kg krijgt: eenmalig de dosis verhogen tot 0,53 g/kg. Dit moet een serumspiegel > 240 mIE/ml mazelenantilichamen opleveren gedurende minstens 22 dagen.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Gevallen van acute nierinsufficiëntie zijn gemeld bij patiënten die een IVIg-therapie volgen. In geval van een verminderde nierfunctie moet een stopzetting van de toediening van IVIg worden overwogen.

Bij kinderen met risico op nierfalen mag de infusiesnelheid niet hoger zijn dan 4,8 ml/kg/uur.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Bijwerkingen bij kinderen

Bij toediening van intraveneuze immunoglobulines treden zelden bijwerkingen op. De meest voorkomende bijwerking bij kinderen en adolescenten is hoofdpijn (SmPC Octagam) Gemeld zijn koorts, gewrichtsklachten, misselijkheid, braken, infusie reacties en exantheem. Anafylactische reacties zijn zeldzaam en treden vooral op bij patiënten met IgA-deficiëntie of antistoffen tegen IgA. 

Hoge doseringen IVIG (zoals bij Kawasaki) worden in verband gebracht met het vaker optreden van heomolytische reacties (SmPC Privigen). 

Bij baby's en jonge kinderen met (nog niet gediagnosticeerde) fructose-intolerantie kan de hulpstof sorbitol aanleiding geven tot een soms fataal verlopende reactie. Sommige typen bloedglucosemeter interpreteren de hulpstof maltose ten onrechte als glucose.
Na toediening van maltose bevattende IVIG preparaten is bij kinderen en adolescenten is glycosurie opgetreden. Maltose wordt in de niertubuli omgezet in glucose a en teruggeresorbeerd. Dit proces is leeftijdsafhankelijk. (SmPC Ig Vena)

 

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn (incl. sinushoofdpijn, migraine, spanningshoofdpijn). Misselijkheid, braken, diarree. Hoest. Huidaandoeningen incl. jeuk, urticaria. Pijn in een ledemaat, rug, nek, gewricht, aangezicht. Koorts, rillingen, vermoeidheid, griepachtige ziekte (waaronder nasofaryngitis, faryngolaryngeale pijn, blaarvorming in de orofarynx, beklemming van de keel).

Vaak (1-10%): tachycardie, palpitaties, hypotensie, hypertensie, (overmatig) blozen of zweten, opvliegers, vasculitis, hyperemie, nachtzweten. Dyspneu (incl. borstpijn en pijnlijke ademhaling), bronchitis, rinorroe. Buikpijn, dyspepsie. (Draai–)duizeligheid. Asthenie, malaise, rigor. Lymfadenopathie. Botpijn, spierpijn, -spasmen en -stijfheid. Conjunctivitis. Angst, slapeloosheid. Overgevoeligheidsreactie, jeuk, urticaria, dermatitis, erytheem, maculopapuleuze uitslag, schilferende huid. Hemolyse, (hemolytische) anemie, anisocytose (incl. microcytose), leukopenie. Verlaagde hematocrietwaarde. Hyperbilirubinemie, verhoogde waarden van ALAT, ASAT, LDH. Zwelling en pijn op de toedieningsplaats.

Soms (0,1-1%): aseptische meningitis (zie ook de rubriek Waarschuwingen en Voorzorgen), somnolentie, paresthesie, tremor, evenwichtsstoornis, geheugenverlies, spraakstoornis, smaakstoornis, prikkelbaarheid. Koud gevoel in de ledematen, hypothermie, oppervlakkige (trombo)flebitis. Pijn op de borst. trombose, CVA, cerebraal infarct. (Verergering van) astma, bloedneus. Stomatitis, abdominale distensie. Angio-oedeem, erythemateuze huiduitslag, papuleuze huiduitslag, dermatitis, eczeem, koud zweet, blauwe plekken, fotosensibilisatie. Infecties zoals (chronische) sinusitis, bovensteluchtweginfectie, infectie van de urinewegen, schimmelinfectie. Oogpijn, zwelling van het oog, wazig zien, fotofobie, maculopathie. Oorpijn, vloeistof in middenoor. Spierkrampen en spierzwakte (bij MMN). Anorexie. Schildklierstoornis. Trombocytose, neutropenie, verlaagd hemoglobine, Coombs-test positief. Verhoogde waarden van cholesterol, creatinine in het bloed, ureum en proteïnurie.

Zeer zelden (< 0,01%): transfusiegerelateerde acute longschade (TRALI; zie ook de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen). TIA, myocardinfarct. (Pseudo)hyponatriëmie, hyponatriëmische encefalopathie bij infusie van intraveneuze vloeistoffen die glucose bevatten.

Verder zijn gemeld: anafylactoïde of anafylactische reactie (incl. shock, meer kans bij IgA-deficiëntie of IgA-antistoffen). Cutane lupus erythematodes. Cyanose, (niet–cardiogeen) longoedeem, longembolie. Trombocytopenie. Hepatitis. Nierfalen. Alopecia, oedeem.

Toediening tijdens een infectie leidt soms na enige uren tot een algeheel gevoel van malaise en verhoging van de lichaamstemperatuur tot 39–40°C. In de regel verdwijnt dit na 24 uur. Acute nierfunctiestoornis is gemeld, veelal bij patiënten met risicofactoren zoals reeds bestaande nierfunctiestoornis, hogere leeftijd (> 65 j.), diabetes mellitus, hypovolemie, overgewicht en gebruik van nefrotoxische middelen.

Bij baby's en jonge kinderen met (niet-gediagnosticeerde) fructose-intolerantie geeft de hulpstof sorbitol soms aanleiding tot een fataal verlopende reactie.

Bij Privigen is na een wijziging in het productieproces (vermindering van isoagglutininen) uit een veiligheidsstudie gebleken dat er minder gevallen van hemolytische anemie optreden ten opzichte van vóór deze wijziging. Zie voor details de productinformatie via CBG/EMA.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Intolerantie voor humane immunoglobulinen, vooral bij selectieve IgA-deficiëntie waarbij anti-IgA-antistoffen zijn aangetoond. Flebogamma DIF: fructose–intolerantie, kinderen tot 2 jaar. Privigen: hyperprolinemie.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bijwerkingen kunnen veelal voorkomen worden door het infuus langzamer in te laten lopen. Bij IgA antistoffen dient overleg met de immunoloog plaats te vinden.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Overgevoeligheidsreacties komen zelden voor. Anafylaxie kan optreden bij patiënten met niet detecteerbare IgA die antilichamen tegen IgA hebben of die een eerdere behandeling met humane normale immunoglobuline goed hebben verdragen. Test op anti-IgA-antilichamen bij eerdere overgevoeligheidsreacties.

Sommige bijwerkingen kunnen vaker optreden: bij hoge infusiesnelheid, bij patiënten met hypo- of agammaglobulinemie met of zonder IgA-deficiëntie, bij patiënten die voor het eerst humane normale immunoglobuline krijgen, bij wie een lange tijd verstreken is sinds de vorige infusie of een actieve infectie of onderliggende ontsteking hebben. Mogelijke complicaties kunnen vaak voorkómen worden door aanvankelijk langzaam te infunderen en patiënten tijdens de infusie zorgvuldig te bewaken: nieuwe patiënten, patiënten die eerder een ànder immunoglobulineproduct hebben gekregen en patiënten bij wie een lange tijd verstreken is sinds de vorige infusie tot een uur na de eerste infusie en andere patiënten tot ten minste 20 minuten na toediening.

Er is waarschijnlijk een verband met trombo-embolische aandoeningen die bij risicopatiënten veroorzaakt kunnen worden door een relatieve toename van de bloedviscositeit door de hoge instroom van Ig. Wees daarom voorzichtig bij aanwezige risicofactoren zoals overgewicht hoge leeftijd, langdurige immobilisatie, hypertensie, diabetes mellitus, dermatomyositis, (een voorgeschiedenis van) trombotische incidenten, meerdere cardiovasculaire risicofactoren, ernstige hypovolemie, oestrogeengebruik, verhoogde bloedviscositeit, aanwezigheid van intravasculaire verblijfskatheters (bv. centrale lijn) en wanneer hoge doses of een hoge infusiesnelheid worden gebruikt.

Niet-cardiogeen longoedeem kan optreden en kan wijzen op transfusiegerelateerde acute longschade (TRALI). TRALI wordt gekenmerkt door longoedeem, hypoxemie, ernstige ademnood, koorts bij een normale linkerventrikelfunctie. De symptomen treden doorgaans tijdens of in de eerste zes uur na een transfusie op, vaak binnen één tot twee uur. Controleer op pulmonale bijwerkingen, zo nodig behandelen met zuurstof en adequate ondersteuning van de ademhaling.

Acuut nierfalen kan optreden, in de meeste gevallen bij risicofactoren (bestaande nierinsufficiëntie, diabetes mellitus, hypovolemie, overgewicht, leeftijd > 65 jaar, gelijktijdig gebruik van nefrotoxische geneesmiddelen, sepsis, paraproteïnemie). Nierinsufficiëntie en acuut nierfalen zijn in verband gebracht met producten met hulpstoffen zoals glucose, maltose en met name sucrose. Overweeg bij risicopatiënten producten zonder deze hulpstoffen. Ter preventie van acuut nierfalen bij alle patiënten vóór toediening zorgen voor adequate hydratie, bewaking van de urineproductie, bewaking van serumcreatinine-niveaus, vermijden van gelijktijdig gebruik van lisdiuretica. Bij patiënten met risicofactoren de laagst haalbare infusiefrequentie en dosis gebruiken. Bij een verminderde nierfunctie, staken van de toediening overwegen.

Er is meer kans op aseptische meningitis syndroom (AMS) bij gebruik van hoge doses (2 g/kg); de symptomen ervan treden gewoonlijk op binnen enkele uren tot twee dagen na de behandeling en verdwijnen (zonder restverschijnselen) binnen enkele dagen na staken van de behandeling. De liquor cerebrospinalis laat vaak pleiocytose zien, voornamelijk van granulocytaire oorsprong en daarnaast verhoogde eiwitconcentraties (tot enkele honderden mg/dl). Sluit andere oorzaken van meningitis uit.

De intraveneuze IgG–producten kunnen bloedgroepantistoffen bevatten die kunnen dienen als hemolysinen; dit kan een positieve Coombs-test geven en in zeldzame gevallen hemolyse. De patiënt controleren op klinische tekenen van hemolyse; indien aanwezig overwegen de behandeling te staken. Risicofactoren voor hemolyse zijn: hoge doses IgG, andere bloedgroep dan O, onderliggende ontsteking. Kinderen met de ziekte van Kawasaki hebben bij gebruik van hoge doses eveneens meer kans op hemolyse.

De kans op overdracht van infectieuze agentia kan niet geheel worden uitgesloten.

Na injectie met immunoglobulinen kan de tijdelijke stijging van de titer van de passief overgedragen antistoffen in het bloed leiden tot fout-positieve resultaten bij serologisch onderzoek of bij de detectie van β-D-glucanen voor de diagnose van schimmelinfecties (dit kan weken aanhouden).

Een tijdelijke neutropenie en/of episoden van neutropenie kunnen optreden, soms ernstig, gewoonlijk binnen uren of dagen na toediening en verdwijnen spontaan binnen 7–14 dagen.

Geen klinische studies zijn verricht naar profylaxe vóór of na blootstelling aan mazelen. De dosering is gebaseerd op farmacokinetische berekeningen en deze geven een beschermende serumtiter.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Niet beoordeeld: de immuunrespons op levende virusvaccins (zoals bof-, mazelen-, rubella- of varicellavaccin) kan worden verzwakt. Na toediening van normaal immunoglobuline dient vaccinatie met levend virusvaccin tot ten minste 6 weken (bij voorkeur 3 maanden) erna te worden uitgesteld; bij mazelenvaccinatie kan het in acht te nemen interval oplopen tot 11 maanden, afhankelijk van de dosis immunoglobuline. Indien binnen 14 dagen na vaccinatie met levend virusvaccin toediening van normaal immunoglobuline noodzakelijk is, dient 3 maanden (bij mazelenvaccin kan het interval oplopen tot 11 maanden) na de toediening van normaal immunoglobuline te worden gerevaccineerd.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

NORMAAL HUMAAN IMMUNOGLOBULINE

Immunoglobuline intraveneus Normaal (IVIg)

Flebogamma, Gammagard, Kiovig, Nanogam, Octagam, Intratect, Gamunex, Privigen
J06BA02

Immunoglobuline, normaal SUBCUTAAN gebruik

Gammaquin, Hizentra, Hyqvia, Cuvitru
J06BA01
SPECIFIEKE IMMUNOGLOBULINEN

Antirhesus (D)-immunoglobuline

RhoPhylac, RheDQuin, Rhesonativ
J06BB01

Hepatitis B immunoglobuline

Hepatect CP; Immuno HBS
J06BB04

Palivizumab

Synagis
J06BB16
J06BB02
J06BB03
ANTIBACTERIELE MONOKLONALE ANTILICHAMEN

Bezlotoxumab

Zinplava
J06BC03
ANTIVIRALE MONOKLONALE ANTILICHAMEN
J06BD07

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Franssen MJAM et al, Werkboek Kinderreumatologie, VU Uitgeverij, 2008, 2e druk
  3. Berg van den, HB et al, Werkboek Kinderhematologie, VU Uitgeverij, 2001, 2e druk
  4. NVK, Richtlijn preventie, diagnostiek en behandeling van hyperbilirubinemie bijde pasgeborene, geboren na een zwangerschapsduur van meer dan 35 weken, www.nvk.nl, 2008, http://www.nvk.nl/Kwaliteit/Richtlijnenenindicatoren/Richtlijnen.aspx
  5. Takeda Manufacturing Austria AG, SmPC Kiovig (EU/1/05/329/001-006) Rev 26, 27-06-2022, www.ema.europa.eu
  6. Baxalta Innovations GmbH., SmPC Gammagard S/D 5/10 g, poeder en oplosmiddel voor oplossing voor infusie (RVG 17033/17034). 27-01-2023, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  7. CBO. , Richtlijn dermatomyositis, polymyositis en sporadische ‘inclusion body’-myositis., www.diliguide.nl , 2004
  8. Grifols Deutschland GmbH. , SPC Gamunex (RVG 33687) 30-01-2020, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  9. Reed AM et al. , Juvenile dermatomyositis: recognition and treatment., Paediatr Drugs., 2002, 4(5), 315-21
  10. Adlakha A et al. , A case of pediatric Wegener's granulomatosis with recurrent venous thromboses treated with intravenous immunoglobulin and laryngotracheoplasty., Pediatr Pulmonol. , 1995 , Oct;20(4):, 265-8
  11. Finkel TH et al. , Chronic parvovirus B19 infection and systemic necrotising vasculitis: opportunistic infection or aetiological agent., Lancet. , 1994 , May 21;343(8908):, 1255-8
  12. Han SB et al. , Bilateral exudative retinal detachment in Churg-Strauss syndrome controlled with intravenous immunoglobulin., Jpn J Ophthalmol., 2010 , May;54(3):, 250-2
  13. Taylor CT et al. , Treatment of Wegener's granulomatosis with immune globulin: CNS involvement in an adolescent female., Ann Pharmacother. , 1999 , Oct;33(10), 1055-9
  14. Billing H et al. , IVIG and rituximab for treatment of chronic antibody-mediated rejection: a prospective study in paediatric renal transplantation with a 2-year follow-up., Transpl Int. , 2012 , Nov;25(11), 1165-73
  15. Tydén G et al. , ABO-incompatible kidney transplantation in children., Pediatr Transplant. , 2011 , Aug;15(5):, 502-4
  16. Titulaer MJ et al, Treatment and prognostic factors for long-term outcome in patients with anti-NMDA receptor encephalitis: an observational cohort study., Lancet Neurol, 2013 , Feb;12(2), 157-65
  17. Byrne S, Earlier treatment of NMDAR antibody encephalitis in children results in a better outcome., Neurol Neuroimmunol Neuroinflamm, 2015, Jul 23;2(4), e130
  18. Octapharma, SmPC Octagam 5% Inf.lsg. (2-38569), https://www.univadis.at/, 12/2018
  19. Sanders, DB et al, International consensus guidance for management of myasthenia gravis, Neurology, 2016, 87, 419-25
  20. Prothya Biosolutions Netherlands B.V, SmPC Nanogam 50 mg/ml oplossing voor infusie (RVG 31627) 19-10-2021, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  21. Instituto Grifols, S.A. , SmPC Flebogamma DIF, 50 mg/ml oplossing voor infusie (EU/1/07/404/001—005). Rev 19, 11-01-2024, www.ema.europa.eu
  22. Octapharma GmbH. , SmPC Octagam 50 mg/ml, oplossing voor infusie (RVG 123226). 11-5-2023. , www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  23. Biotest Pharma GmbH. , SmPC Intratect 50 g/l oplossing voor infusie (RVG 32712). 28-05-2023, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  24. Kriván G, et al., An open, prospective trial investigating the pharmacokinetics and safety, and the tolerability of escalating infusion rates of a 10% human normal immunoglobulin for intravenous infusion (IVIg), BT090, in patients with primary immunodeficiency disease., Vox Sang, 2015, 109(3), 248-56
  25. Chen KY, et al., Toxic shock syndrome in Australian children., Arch Dis Child, 2016, 101(8), 736-40
  26. Gottlieb M, et al, The Evaluation and Management of Toxic Shock Syndrome in the Emergency Department: A Review of the Literature., J Emerg Med, 2018, 54(6), 807-14
  27. Powell C, et al, Toxic shock syndrome in a neonate., Pediatr Infect Dis J., 2007, 26(8), 759-60
  28. Huang YC, et al. , A family cluster of streptococcal toxic shock syndrome in children: clinical implication and epidemiological investigation., Pediatrics, 2001, 107(5), 1181-3
  29. Bustos BR, et al. , [Necrotizing fasciitis of the eyelids and toxic shock syndrome due to Streptococcus pyogenes]. , Rev Chilena Infectol., 2009, 26(2), 152-5
  30. Kedrion S.P.A., Ig Vena 50 g/l solution for infusion. Last updated 2-2010., http://www.biogenetech.co.th/wp-content/uploads/2011/10/IgVena_PI0605_E1002_rev.01.pdf
  31. Malaki M., Considerations for Intravenous Immunoglobulin Infusion in Neonates., Journal of Clinical Neonatology, 2021, 10(4), 255-6
  32. Ibis IBP, et al., Adverse reactions and influencing factors in children with primary immunodeficiencies receiving intravenous immunglobulin replacement., Allergol Immunopathol (Madr), 2020, 48(6), 738-44
  33. Figueras-Aloy J, et al., Intravenous immunoglobulin and necrotizing enterocolitis in newborns with hemolytic disease. , Pediatrics, 2010, 125(1), 139-44
  34. Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB). , Toxische shock syndroom., 276213, Last updated 8-25-2018
  35. Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB). , Fasciitis necroticans, https://children.nl.antibiotica.app/nl/node/273813, Last updated 8-25-2018
  36. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 11 dec 2023
  37. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 dec 2023

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Wijzigingen

  • 21 mei 2024 15:18: Nieuwe indicatie profylaxe voor/na expositie mazelen toegevoeg obv SmPC
  • 19 december 2023 17:19: De wetenschappelijke literatuur over de toepassing immunoglobulines bij kinderen met Toxic shock syndrome (TSS) en necrotiserende fasciitis (NF) is beoordeeld. Dit heeft geleid tot de toevoeging van deze indicaties, alhoewel er weinig studies beschikbaar zijn die deze toepassing met voldoende zekerheid onderbouwen. Toepassing van IVIG bij hyperbilirubinemie bij bloedgroep antagonisme staat ter discussie. Richtlijnen in Nederland en Belgie raden dit gebruik niet langer aan. Informatie over de snelheid van toediening is toegevoegd in een algemene "Cave" box.
  • 15 januari 2021 08:31: Bijwerkingen toegevoegd op basis van diverse (internationale) SmPC's
  • 25 juni 2020 14:25: Nieuwe indicatie Auto immuun myasthenia Gravis toegevoegd
  • 08 maart 2016 12:50: De wetenschappelijke literatuur naar de toepassing van immunoglobulines bij kinderen is beoordeeld. Dit heeft geleid tot de toevoeging van diverse indicaties.

Wijzigingen