Meningokokken vaccin

Stofnaam
Meningokokken vaccin
Merknaam
NeisVac-C, Nimenrix, Menveo, Bexsero
ATC code
J07AH07
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

NeisVacC: Groep C meningokokken polysaccharide vaccin geconjugeerd aan tetanustoxoïd. Werkingsduur is onbekend.

Nimenrix, Menveo Quadrivalent meningokokkenvaccin, geconjugeerd aan dragereiwit. Induceert de productie van bactericide antilichamen tegen capsulaire polysacchariden van groep A, C, W–135 en Y.

Farmacokinetiek bij kinderen

Geen informatie

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

NeisVac-C: Geregistreerd voor actieve immunisatie tegen invasieve ziekte veroorzaakt door Neisseria meningitidis type C, voor kinderen vanaf 2 maanden, dosis 0,5 ml.

Nimenrix: Actieve immunisatie tegen invasieve meningokokkenziekten veroorzaakt door Neisseria meningitidis-groep A, C, W-135 en Y.
≥6 maanden: 0,5 ml/dosis éénmalige dosis IM
Zuigelingen van 6 weken tot 6 maanden 2 doses van 0,5 ml IM met een interval van 2 maanden. Boosterdosis van 0,5 ml op leeftijd van 12 maanden tenminste 2 maanden na laatste dosis.

Menveo: Actieve immunisatie tegen invasieve meningokokkenziekten veroorzaakt door Neisseria meningitidis-groep A, C, W-135 en Y.
≥2 jaar: 0,5 ml/dosis éénmalige dosis IM

Bexsero: Actieve immunisatie tegen invasieve meningokokkenziekten veroorzaakt door Neisseria meningitidis-groep B.
> 2 -5 mnd: 0,5 ml per dosis, 3 doses met interval van minimaal 1 mnd, Boosterdosis van op leeftijd van 12-15 maanden, minimaal 6 mnd na primaire serie
> 3 -5 mnd: 0,5 ml per dosis, 2 doses met interval van minimaal 2 mnd, Boosterdosis op leeftijd van 12-15 maanden, minimaal 6 mnd na primaire serie.
> 6-11 mnd:  0,5 ml per dosis, 2 doses met interval van minimaal 2 mnd, Boosterdosis in tweede levensjaar, minimaal 2 mnd na primaire serie
> 12-23 mnd:  0,5 ml per dosis, 2 doses met interval van minimaal 2 mnd, Boosterdosis 12-23 maanden na primaire serie.
> 2-18 jaar:  0,5 ml per dosis, 2 doses met interval van minimaal 1 mnd, Geen boosterdosis 


 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

NeisVac-C: Suspensie voor injectie 20 microg/ml

Nimenrix, Menveo: Per poeder voor inj.vlst.: Neisseria meningitidis A polysacch. geconjugeerd 5 µg Neisseria meningitidis C polysacch. geconjugeerd 5 µg Neisseria meningitidis W135 polysac. geconjugeerd 5 µg Neisseria meningitidis Y polysacch. geconjugeerd 5 µg

Menveo:Per poeder voor inj.vlst.: Neisseria meningitidis A oligosacch. geconjugeerd 10 µg Neisseria meningitidis C oligosacch. geconjugeerd 5 µg Neisseria meningitidis W135 oligosac. geconjugeerd 5 µg Neisseria meningitidis Y oligosacch. geconjugeerd 5 µg

Bexsero: Per ml inj.susp.: Neisseria meningitidis B NHBA, recombinant 100 µg Neisseria meningitidis B NadA, recombinant 100 µg Neisseria meningitidis B fHbp, recombinant 100 µg Neisseria meningitidis B NZ98/254, buitenmembraan 50 µg 0.5 ml

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Ga snel naar:

RIJKSVACCINATIE PROGRAMMA Meningokokken ACWY
  • Intramusculair
    • 14 maanden
      [4]
      • Nimenrix: 0,5 ml/dosis, éénmalig.
NeisVac-C: Vaccinatie meningokokken C
  • Intramusculair
    • 2 maanden tot 4 maanden
      [1]
      • 0,5 ml/dosis Vaccinatieschema als volgt:. 1 vaccinatie: willekeurig tijdstip, onafhankelijk van leeftijd
        2e vaccinatie: tenminste 2 maanden na 1e vaccinatie
        Aanbevolen wordt een boosterdosis toe te dienen op de leeftijd van 12-13 maanden met een interval van minstens 6 maanden na de laatste vaccinatie..
      • Bij zuigelingen bij voorkeur toedienen aan de anterolaterale zijde van de dij.

    • 4 maanden tot 18 jaar
      [1]
      • 0,5 ml/dosis, éénmalig.
Nimenrix: Vaccinatie tegen invasieve meningokokkenziekten veroorzaakt door Neisseria meningitidis-groepen A, C, W135 en Y.
  • Intramusculair
    • 6 weken tot 6 maanden
      [2]
      • 0,5 ml/dosis/dosis Vaccinatieschema als volgt:. 1e vaccinatie: op leeftijd vanaf 6 weken
        2e vaccinatie: 2 maanden na de 1e dosis.
        3e vaccinatie: boosterdosis op leeftijd van 12 maanden.
    • 6 maanden tot 18 jaar
      [2]
      • 0,5 ml/dosis, éénmalig.
      • Een tweede dosis na een een periode van 2 maanden kan overwogen worden voor zuigelingen van 6-14 maanden met een verhoogd risico op meningococcen ziekten obv blootstelling aan W-135 en Y.

Menveo:Vaccinatie tegen invasieve meningokokkenziekten veroorzaakt door Neisseria meningitidis-groepen A, C, W135 en Y.
  • Intramusculair
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [3]
      • 0,5 ml/dosis, éénmalig.
Bexsero: Vaccinatie tegen invasieve meningokokkenziekten veroorzaakt door Neisseria meningitidis-groepen B
  • Intramusculair
    • 2 maanden tot 3 maanden
      [5]
      • 0,5 ml/dosis Vaccinatieschema als volgt:. 3 doses met interval van minimaal 1 mnd, Boosterdosis van op leeftijd van 12-15 maanden, minimaal 6 mnd na primaire serie..
    • 3 maanden tot 6 maanden
      [5]
      • 0,5 ml/dosis Vaccinatieschema als volgt:. > 2 -5 mnd: 3 doses met interval van minimaal 1 mnd, Boosterdosis van op leeftijd van 12-15 maanden, minimaal 6 mnd na primaire serie
        > 3 -5 mnd:  2 doses met interval van minimaal 2 mnd, Boosterdosis op leeftijd van 12-15 maanden, minimaal 6 mnd na primaire serie..
    • 6 maanden tot 24 maanden
      [5]
      • 0,5 ml/dosis Vaccinatieschema als volgt:. 2 doses met interval van minimaal 2 mnd. Boosterdosis:
        > 6-11 mnd:  Boosterdosis in tweede levensjaar, minimaal 2 mnd na primaire serie
        > 12-23 mnd: Boosterdosis 12-23 maanden na primaire serie..
    • ≥ 2 jaar
      [5]
      • 0,5 ml/dosis Vaccinatieschema als volgt:. 2 doses met interval van minimaal 1 mnd, Geen boosterdosis.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

Bijwerkingen bij kinderen

NeisVacC: Zeer vaak (> 10%): roodheid, lokale pijn en oedeem op de injectieplaats. Hoofdpijn. Bij zuigelingen en peuters tevens: koorts, braken, verlies van eetlust, prikkelbaarheid, sufheid, somnolentie en slaapstoornissen. Vaak (1-10%): koorts, malaise, vermoeidheid. Hoesten, misselijkheid, braken, buikpijn, diarree. Duizeligheid, spierpijn. Jeuk. Soms (0,1-1%): lymfadenopathie. Overgevoeligheidsreacties zoals bronchospasme. Hypesthesie, paresthesie, convulsies, syncope. Griepachtige verschijnselen. Huiduitslag, overmatig zweten, overmatig blozen. Gewrichtspijn. Zelden (0,1-0,01%): bij zuigelingen: ooglidoedeem, ecchymose. Verder zijn gemeld: angio-oedeem. Petechiën, purpura. Apneu, dyspneu. Recidief van nefrotisch syndroom. Stevens-johnsonsyndroom, erythema multiforme.

Menveo: zeer vaak (> 10%): reactie op de injectieplaats (pijn, jeuk, roodheid, induratie. Malaise. Hoofdpijn. Misselijkheid. Vaak (1–10%): huiduitslag. Koorts, rillingen. Artralgie. Soms (0,1–1%): duizeligheid. Zelden: draaiduizeligheid, syncope. Overgevoeligheidsreactie. Verder zijn gemeld: tonische convulsies.

Nimenrix: zeer vaak (> 10%): reactie op de injectieplaats (pijn, roodheid, zwelling). Koorts, vermoeidheid. Prikkelbaarheid. Sufheid, hoofdpijn. Verlies van eetlust. Vaak (1–10%): misselijkheid, braken, diarree. Soms (0,1–1%): slapeloosheid, huilen. Myalgie, pijn in de ledematen. Jeuk, huiduitslag. Duizeligheid, hypo–esthesie. Malaise. Overige reacties op de injectieplaats (jeuk, warmte, gevoelloosheid, induratie).

Bexsero:
Zuigelingen en kinderen < 11 jaar:
Zeer vaak (>10%): eetstoornissen, slaperigheid, ongewoon huilen, hoofdpijn, diarree, braken, huiduitslag (bij kinderen van 12 t/m 23 maanden) artralgie, koorts ≥ 38°C, reacties op de injectieplaats (zoals pijn, erytheem, zwelling, gevoeligheid en verharding), prikkelbaarheid.

Soms (0,1-1%): (febriele) insulten, bleekheid (zelden na booster), eczeem, koorts ≥ 40°C.

Zelden (0,01-0,1%): ziekte van Kawasaki, urticaria.

Verder zijn gemeld: allergische (anafylactische) reacties, hypotoon-hyporesponsieve episode, syncope, vasovagale reacties, injectieplaatsreacties (inclusief uitgebreide zwelling van gevaccineerde ledemaat, blaren, nodus die > 1 maand kan aanhouden).

kinderen ≥ 11 jaar:
Zeer vaak (>10%): hoofdpijn, misselijkheid, myalgie, artralgie, reacties op de injectieplaats (zoals pijn, erytheem, gevoeligheid en verharding), malaise.

Verder zijn gemeld: allergische (anafylactische) reacties, syncope, vasovagale reacties, injectieplaatsreacties (inclusief uitgebreide zwelling van gevaccineerde ledemaat, blaren, nodus die > 1 maand kan aanhouden).

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

 

 


 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Acute infectieziekte. Overgevoeligheid tetanustoxoïd en difterietoxine.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Patiënten met een immunodeficiëntie (door immunosuppressiva of genetisch defect) vertonen een verminderde immunologische respons. Voorzichtigheid is geboden bij trombocytopenie of bloedstollingsstoornissen. Immunisatie met dit vaccin vervangt niet de standaard immunisatie tegen tetanus of difterie.

NeisVacC:  Het vaccin biedt uitsluitend bescherming tegen meningitis veroorzaakt door Neisseria meningitidis type C, niet tegen meningitis of septikemie veroorzaakt door andere typen Neisseria meningitidis. Verder kan het vaccin het optreden van meningokokkengroep C-ziekte niet volledig voorkomen. Patiënten met een immunodeficiëntie (door immunosuppressiva of genetisch defect) vertonen een verminderde immunologische respons. Immunisatie met dit vaccin vervangt niet de standaard immunisatie tegen tetanus. Bij de toediening aan zeer premature kinderen (geboren ≤ week 28 van de zwangerschap) ademhalingscontrole gedurende 48–72 uur overwegen vanwege het potentiële risico van apneu, vooral bij kinderen met een voorgeschiedenis van onvoldoende rijping van de longen; aangezien het voordeel van vaccinatie groot is bij deze groep kinderen, de vaccinatie niet onthouden of uitstellen.

Nimenrix, Menveo: Het vaccin biedt geen bescherming tegen andere Neisseria meningitidis-groepen dan A, C, W135 en Y. Patiënten met een immunodeficiëntie (door immunosuppressiva, HIV-infectie, functionele of anatomische asplenie of genetisch defect) vertonen een verminderde immunologische respons. Immunisatie met dit vaccin vervangt niet de standaard immunisatie tegen difterie of tetanus. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen jonger dan 1 jaar (Nimenrix) en personen ouder dan 55 jaar zijn niet vastgesteld.

Nimenrix: Lareb heeft 12 meldingen ontvangen van mogelijke allergische reacties na immunisatie met alleen Nimenrix®,  Van de 12 meldingen hadden er twee mogelijk een IgE-gemedieerde reactie. Een vertraagde reactie lijkt ook mogelijk, met urticaria, zwelling van het gezicht (lippen/ogen) en dyspneu of misselijkheid. Wereldwijd zijn er meldingen geweest met vergelijkbare reacties als de meldingen in de Lareb database. Hoewel de exacte oorzaak van de reacties niet bekend is, is aandacht voor allergische reacties in verband met Nimenrix® gerechtvaardigd.

Bexsero: Stel vaccinatie uit bij personen die lijden aan een acute, ernstige met koorts gepaard gaande ziekte.

Bij toediening aan zeer premature kinderen (geboren ≤ week 28 van de zwangerschap), de ademhaling controleren gedurende 48–72 uur vanwege het potentiële risico van apneu, vooral bij zuigelingen met een voorgeschiedenis van onvolgroeide longen; aangezien het voordeel van vaccinatie groot is bij deze groep zuigelingen, de vaccinatie niet onthouden of uitstellen.

Patiënten met een immunodeficiëntie (door immunosuppressiva of genetisch defect) kunnen een verminderde immunologische respons hebben.

Niet toedienen aan personen met trombocytopenie of een bloedstollingsstoornis die een contra-indicatie voor intramusculaire injectie vormt, tenzij het mogelijke voordeel duidelijk opweegt tegen het risico van toediening.

Interacties Bron: KNMP Kennisbank

Interacties vaccins algemeen:

Gelijktijdig geven van vaccins

  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met andere dode vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • parenteraal toegediende levende vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met oraal toegediende levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • twee parenteraal toegediende levende vaccins worden bij voorkeur met een interval van ten minste 4 weken toegediend. Reden hiervoor is het induceren van de productie van interferonen gedurende 1-2 weken door het ene vaccin, die kunnen interfereren met de immuunrespons op het andere vaccin. Indien dit niet mogelijk is, kunnen ze ook tegelijkertijd worden toegediend.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten

Deze kunnen specifieke antistoffen bevatten tegen het virus in het toegediende levende virusvaccin, waardoor de immuunrespons kan worden verzwakt. Het levende virusvaccin dient ten minste 14 dagen voor (bij varicellavaccin wordt aangegeven 1 maand) of ten minste 6 weken na (bij voorkeur 3 maanden, bij varicellavaccin wordt aangegeven 5 maanden) toediening van immunoglobulinen, bloed of bloedproducten te worden gegeven.

Van zostervaccin is niet bekend of het een interactie geeft met bloedproducten; er hoeft geen interval te worden aangehouden.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten van Nederlandse donoren bevatten geen antistoffen tegen het gelekoortsvirus; deze mogen gelijktijdig worden gegeven met het gelekoortsvaccin.

Relevant:

Levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (immunosuppressiva, corticosteroïden, bepaalde Middelen bij inflammatoire aandoeningen, veel oncolytica) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectieziekte veroorzaken. Deze combinaties moeten worden vermeden. Combinatie met corticosteroïden is in het algemeen gecontraïndiceerd zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij suppletie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie). Oncolytica zijn: cytostatische oncolytica, CDK4- en CDK6-remmers (abemaciclib, palbociclib, ribociclib), PARP-remmers (niraparib, olaparib, rucaparib, talazoparib), proteasoomremmers (bortezomib, carfilzomib, ixazomib), tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking (zie aldaar), monoklonale antilichamen bij kanker met immunosuppressieve werking (zie aldaar), alemtuzumab, alpelisib, duvelisib, idelalisib, en overige oncolytica met een cytostatische werking (aminolevulinezuur, amsacrine, arseentrioxide, asparaginase, axicabtagen ciloleucel, eribuline, hydroxycarbamide, lenalidomide, mitotaan, panobinostat, pegaspargase, pomalidomide, talimogeen laherparepvec, temoporfine, tisagenlecleucel, trabectedine, venetoclax)

Tijdens het gebruik van monoklonale antilichamen bij kanker die immunomodulerend werken (zie aldaar) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken, en kan vaccinatie sowieso niet of minder effectief zijn gezien het ontbreken van een adequate immuunrespons. De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (zie hierboven bij levende vaccins) kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan. Griepvaccinatie wordt sowieso aanbevolen bij personen met verminderde weerstand tegen infecties (bijvoorbeeld door immunosuppressieve medicatie of chemotherapie).

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met lokaal toegediend pimecrolimus of tacrolimus.

BACTERIELE VACCINS

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

CHLOLERAVACCINS

Cholera vaccin

Dukoral
J07AE01
HAEMOPHILUS INFLUENZAE B-VACCINS
J07AG01
MENINGOKOKKENVACCINS

Meningococcen B vaccin

Bexsero, Trumenba
J07AH09
J07AH07
KINKHOESTVACCINS
J07AJ52
PNEUMOKOKKENVACCINS

Pneumokokken vaccin

Synflorix, Prevenar 13, Pneumo 23, Vaxneuvance
J07AL02
TUBERCULOSEVACCINS
J07AN01
BUIKTYFUSVACCINS

Buiktyfusvaccin

Typhim, Typherix, Vivotif
J07AP03

Referenties

  1. Baxter Healthcare Ltd, SmPC NeisVac-C (RVG 26343) 30-05-2021, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Pfizer Europe MA EEIG, SmPC Nimenrix (EU/1/12/767/005-007) 03-04-2019
  3. Novartis Vaccines and Diagnostics S.r.l., SmPC Menveo (EU/1/10/614/002-003) 20-06-2013
  4. RIVM, Richtlijn Rijksvaccinatieprogramma , www.rivm.nl, 2014
  5. GSK Vaccines S.r.l, SmPC Bexsero (EU/1/12/812/001-4) 05-12-2018

Wijzigingen

  • 09 februari 2022 17:09: Wijziging in vaccinatie schema nimenrix.
  • 22 januari 2019 09:03: Indicatie Meningococcen B toegevoegd obv SmPC
  • 22 januari 2019 09:03: Indicatie Vaccinatie Menigococcen B toegevoegd
  • 31 juli 2018 13:40: Wijziging Rijksvaccinatie programma: Men ACWY ipv MenC
  • 31 juli 2018 13:40: Doseeradvies nimenrix voor neonaten toegevoegd obv SmPC Nimenrix
  • 25 augustus 2015 17:05: Leeftijdscategorie aangepast op basis van wijziging in SmpC

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering