Calciumgluconaat

Stofnaam
Calciumgluconaat
Merknaam
ATC code
A12AA03
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Hypocalciemie bij convulsies bij neonaten: Off-label
Onderhoudsbehoefte calcium in TPV: Off-label
Acute hypocalciemie: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Symptomatische hypocalciemie:
inj.vlst. 0.225 mmol calcium (= 9 mg calcium) per ml,
3 mnd: 0,4 – 0,9 ml/kg
6 mnd: 0,3 – 0,7 ml/kg
1 jr: 0,2 – 0,5 ml/kg
3 jr: 0,4 – 0,7 ml/kg
7,5 jr: 0,2 – 0,4 ml/kg
12 jr: 0,1 – 0,3 ml/kg
>12jr: start 10 ml, vervolg op basis van calciumspiegels.
Bij ernstige symptomen van hypocalciemie kan een hogere startdosis (tot 2 ml/kg) nodig zijn.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Per ml inj.vlst.: Calciumgluconaat-1-water 94 mg, Calciumsaccharaat-4-water 5 mg
Inf C: calciumgluconaat/glucose 0,011 mmol/100 mg/ml, 0,011 mmol/150 mg/ml
Kauwtablet"45 mg Ca" (1-water) 500 mg

Eigenschappen

Calcium is van belang voor de botvorming en speelt een rol bij de bloedstolling, de spieractiviteit, het handhaven van de permeabiliteit van de membranen en bij de voortgeleiding van de zenuwprikkels in de neuromusculaire overgangen.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Acute hypocalciemie; convulsies agv hyperfosfatemie/hypocalciemie
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [6]
      • 0,45 mmol/kg/dosis in 30 minuten
      • Overeenkomend met 2 ml/kg van 10% oplossing. Toedienen onder ECG bewaking

    • 1 maand tot 18 jaar
      [6]
      • 0,023 - 0,225 mmol/kg/dosis éénmalig
      • Overeenkomend met 0,1-1,0 ml/kg van 10% oplossing.

Indicatie: Onderhoudsbehoefte calcium in TPV
  • Intraveneus
    • Prematuren Zwangerschapsduur < 37 weken
      • 1 mmol/kg/dag continu infuus
      • = 4 ml/kg/dag bij concentratie 10% 0,225 mmol Ca/ml. Op geleide van calcium spiegel

    • 3 tot 10 kg
      • 0,85 mmol/kg/dag continu infuus
      • = 3 ml/kg/dag bij concentratie 10% 0,225 mmol Ca/ml.
        Op geleide van calcium spiegel.

    • 10 tot 20 kg
      • 0,5 mmol/kg/dag continu infuus
      • = 2 ml/kg/dag bij concentratie 10% 0,225 mmol Ca/ml.
        Op geleide van calcium spiegel.

    • ≥ 20 kg
      • 0,2 mmol/kg/dag continu infuus
      • = 1 ml/kg/dag bij concentratie 10% 0,225 mmol Ca/ml.
        Op geleide van calcium spiegel.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

CALCIUM

CALCIUM
A12AA12

Calciumcarbonaat

Calci-chew, Cacit
A12AA04
A12AA07
A12AA20
CALCIUM MET ANDERE MIDDELEN
A12AX

Bijwerkingen bij volwassenen

Parenteraal: misselijkheid, braken, duizeligheid, zweten, hyper- en hypotensie, blozen, circulatoire collaps, bradycardie, hartritmestoornissen. Na onjuiste wijze van toedienen: pijn, erytheem, abcessen, calcificatie van zachte weefsels en necrose.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Hypercalciëmie. Ernstige hypercalciurie. Ernstige nierfunctiestoornissen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave reactie met fosfaat in TPN. Cave hypomagnesiaemie, pre-existent ot ten gevolge van het toegediende calcium.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij nier-, hart- en ademhalingsinsufficiëntie, cor pulmonale, respiratoire acidose en sarcoïdose. Bij lichte hypercalciurie (> 300 mg (= 7,5 mmol) per 24 uur), lichte tot matige nierfunctiestoornissen of nefrolithiase in de anamnese, de calciumuitscheiding in de urine zorgvuldig controleren. Bij neiging tot nefrolithiase wordt extra vochtopname aanbevolen. Tijdens calciumtherapie geen grote hoeveelheden vitamine D toedienen, tenzij hiervoor een speciale indicatie bestaat. Calciumtoediening bij hypoparathyroïdie dient plaats te vinden op geleide van de calciumspiegel. Omdat de injectievloeistof tot 5 mg/l aluminium kan bevatten, wordt herhaald parenteraal gebruik bij pasgeborenen, kinderen en bij mensen met ernstige nierfunctiestoornissen ontraden in verband met risico van neurologische, hematologische of botafwijkingen. Bij extravasatie van de injectievloeistof de toediening onmiddellijk staken; zo mogelijk oplossing terugzuigen en het weefsel behandelen met fysiologische zoutoplossing en/of corticosteroïden.

Interacties

Interacties calciumzouten algemeen
Relevant: oraal toegediende calciumzouten verminderen de absorptie van de volgende middelen (met aanbevolen gebruiksadvies):
•bisfosfonaten: ten minste 2 uur vóór het calciumzout;
•chinolonen: ten minste 4 uur vóór het calciumzout, of de therapie moet worden aangepast;
•tetracyclines: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout;
•thyreomimetica: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout;
•dolutegravir, elvitegravir of raltegravir: ten minste 2 uur vóór of na het calciumzout;
•eltrombopag: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout.

Er zijn incidentele meldingen van calcium-ceftriaxon-neerslagen in de longen en nieren van neonaten, soms met fatale afloop. Ceftriaxon dient niet te worden gemengd of gelijktijdig te worden toegediend met intraveneuze calciumbevattende oplossingen. De oplossingen mogen wel na elkaar worden toegediend als de infusielijn grondig wordt gespoeld. Bij neonaten jonger dan 28 dagen is de combinatie gecontraïndiceerd, ceftriaxon mag niet worden toegediend bij intraveneuze toediening van calciumbevattende oplossingen.

Niet relevant: de absorptie van strontiumranelaat kan afnemen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie van hoge intraveneuze doses calcium met digoxine of adrenaline, of voor interactie met lage doses fluor bij cariësprofylaxe.

Niet beoordeeld: de absorptie van zink kan afnemen.

Bij intraveneuze toediening van calciumzouten kan door antagonisme voor de calciumkanalen de effectiviteit van verapamil en mogelijk ook van andere calciumantagonisten worden verminderd.

Bij gebruik van hoge doses calciumzouten en thiazidediuretica (verminderen calciumuitscheiding) neemt het risico op hypercalciëmie toe.

Citraat verhoogt de absorptie van aluminiumionen, waardoor bij combinatie van calciumcitraat en algeldraat (bij hyperfosfatemie) een risico op aluminiumintoxicatie bestaat. Bij het oplossen van calcium in bruistabletten en bruisgranulaat ontstaat calciumcitraat.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 11 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 23 jun 2016
  4. Noordam C et al, Werkboek Kinderendocrinologie, digitale publicatie op www.nvk.nl (alleen leden), 2010
  5. Kamps WA et al, Werkboek ondersteundende behandeling kinderoncologie, VU Uitgeverij, 2005
  6. B. Braun Melsungen AG, SmPC Calciumgluconaat (RVG 32248) 22-10-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl

Wijzigingen

  • 30 augustus 2016 10:53: Indicatie aangepast obv SmPC, dosering ongewijzigd
  • 30 augustus 2016 10:53: Indicatie aangepast obv SmPC, dosering ongewijzigd