Calciumchloride

Stofnaam
Calciumchloride
Merknaam
ATC code
A12AA07
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Calciumchloride-2-water bevat ong. 273 mg (= 6.8 mmol) calcium per g.

Eigenschappen

Geen informatie

Kinetische gegevens

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Doseringen

Indicatie: Hyperkaliemie met ECG afwijkingen
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [2]
      • 0,12 mmol/kg/dosis bolus
        • Overeenkomend met 0,2 ml/kg van 10% Calciumchloride oplossing
        • Dosering mag bij zeer hoge kaliumconcentratie twee keer herhaald worden.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

CALCIUM

CALCIUM

Calciumcarbonaat

Calci-chew, Cacit
A12AA04
A12AA03
A12AA20
CALCIUM MET ANDERE MIDDELEN
A12AX
CALCIUM

Calciumcarbonaat

Calci-chew, Cacit
A12AA04
A12AA03
A12AA20
CALCIUM MET ANDERE MIDDELEN
A12AX

Bijwerkingen bij volwassenen

Het optreden van bijwerkingen is afhankelijk van de toedieningsnelheid en de dosering. Bij een juiste toediening treden bijwerkingen zelden op.
Bij minder dan 1% van de patiënten: zelden irritatie van de vaatwand (met als gevolg vasodilatatie en verlaging van de bloeddruk), calcificatie van weke delen, bradycardie en hartritmestoornissen.

Geeft meer irritatie dan de andere calciumzouten, zowel na orale als na intraveneuze toediening.

 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Niet gebruiken bij neonaten

Interacties

Niet relevant: de absorptie van strontiumranelaat kan afnemen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie van hoge intraveneuze doses calcium met digoxine of adrenaline, of voor interactie met lage doses fluor bij cariësprofylaxe.

Niet beoordeeld: de absorptie van zink kan afnemen.

Bij intraveneuze toediening van calciumzouten kan door antagonisme voor de calciumkanalen de effectiviteit van verapamil en mogelijk ook van andere calciumantagonisten worden verminderd.

Bij gebruik van hoge doses calciumzouten en thiazidediuretica (verminderen calciumuitscheiding) neemt het risico op hypercalciëmie toe.

Interacties calciumzouten algemeen

Relevant: oraal toegediende calciumzouten verminderen de absorptie van de volgende middelen (met aanbevolen gebruiksadvies):

  • bisfosfonaten: ten minste 2 uur vóór het calciumzout;
  • ciprofloxacine, norfloxacine, pipemidinezuur: ten minste 4 uur vóór het calciumzout, of de therapie moet worden aangepast;
  • tetracyclines: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout;
  • thyreomimetica: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout;
  • integraseremmers: ten minste 2 uur vóór of 2 uur na het calciumzout;
  • eltrombopag: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout.


Er zijn incidentele meldingen van calcium-ceftriaxon-neerslagen in de longen en nieren van neonaten, soms met fatale afloop. Ceftriaxon dient niet te worden gemengd of gelijktijdig te worden toegediend met intraveneuze calciumbevattende oplossingen. De oplossingen mogen wel na elkaar worden toegediend als de infusielijn grondig wordt gespoeld. Bij neonaten jonger dan 28 dagen is de combinatie gecontraïndiceerd, ceftriaxon mag niet worden toegediend bij intraveneuze toediening van calciumbevattende oplossingen.

Niet relevant: de absorptie van strontiumranelaat kan afnemen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met moxifloxacine, (lev)ofloxacine of van hoge intraveneuze doses calcium met digoxine of adrenaline.

Niet beoordeeld: de absorptie van zink kan afnemen.

Bij intraveneuze toediening van calciumzouten kan door antagonisme voor de calciumkanalen de effectiviteit van verapamil en mogelijk ook van andere calciumantagonisten worden verminderd.

Bij gebruik van hoge doses calciumzouten en thiazidediuretica (verminderen calciumuitscheiding) neemt het risico op hypercalciëmie toe.

Citraat verhoogt de absorptie van aluminiumionen, waardoor bij combinatie van calciumcitraat en algeldraat (bij hyperfosfatemie) een risico op aluminiumintoxicatie bestaat. Bij het oplossen van calcium in bruistabletten en bruisgranulaat ontstaat calciumcitraat.

Referenties

  1. Informatorium Medicamentorum,, (bijwerkingen, interacties), Geraadpleegd 12 okt 2018
  2. Turner N. , Advanced Paediatric Life Support de Nederlandse editie, Bohn Stafleu Van Loghum, 2015, 4e druk

Wijzigingen