Antidotum. Acetylcysteïne vermindert de hepatotoxiciteit van NAPQI (n-acetyl-p-benzo-quinon-imine), de zeer reactieve intermediaire metaboliet na inname van een hoge dosis paracetamol, door de volgende mechanismen:
De volgende PK-parameters (gemiddelde (range)) zijn waargenomen bij neonaten [Ahola 1999]
| Gestatie leeftijd 24,9 - 31,0 weken (n=10) | Gestatie leeftijd 25,9 - 29,7 weken (n=6) | |
| Dosis i.v. | 3,4 - 4,6 mg/kg/uur | 0,3 - 1,3 mg/kg/uur |
| Cmax | - | Css 161 (60 - 203) µmol/l (n=5) |
| Tmax | - | (Css erreicht in 50 - 70 uur) |
| T½ | 11 (7,8 - 15,2) uur | - |
| Cl | 37 (13 - 62) ml/kg/uur | 33 (20 - 42) ml/kg/uur |
| Vd | 573 (167 - 1010) ml/kg | - |
De PK-parameters van acetylcysteine bij premature kinderen zijn sterk afhankelijk van het gewicht en de zwangerschapsduur. De eliminatie van acetylcysteine is significant langzamer bij premature en volwassen kinderen dan bij volwassenen. [Aloha 1999]
Hoesten: On-label
Paracetamol intoxicatie: > 20 kg: On-label.
Inhalatie: On-label
Instillatie in blaas: Off-label
Bruistablet 200 mg, 600 mg,
Poeder 200 mg, 600 mg
Granulaat 200 mg
Tablet 600 mg
Conc. voor infusieopl. 200 mg/ml
Drank "forte" 40 mg/ml
Vernevelvlst. 100 mg/ml
| Paracetamol intoxicatie |
|---|
|
| Slijmvermindering na operatieve blaasvergroting |
|---|
|
Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.
Bij iv-gebruik zijn huiduitslag, netelroos, koorts, dystonische reactie en anafylactische reacties gemeld [Perry H.E. 1998, Daoud A. 2020].
Bij oraal gebruik kunnen anafylactische reactie, diffuus erytheem voorkomen [Perry H.E. 1998].
Gemeld zijn: anafylactische/anafylactoïde reacties, anafylactische shock, andere ernstige (overgevoeligheids)reacties zoals hypotensie, tachycardie, ernstige ademnood met bronchospasmen, angio-oedeem; een fatale afloop is zeer zelden gerapporteerd. Milde overgevoeligheidsreacties zoals misselijkheid, braken, hoesten, dyspneu, koorts, duizeligheid, urticaria, (gegeneraliseerde) erythemateuze huiduitslag, jeuk, (overmatig) blozen. Bradycardie. Hypertensie, vasodilatatie, syncope. Pijn of beklemd gevoel op de borst, adem- of hartstilstand, stridor. Uitpuilende ogen, wazig zien. Gezichts- of oogpijn, gegeneraliseerd insult. Gezichtsoedeem. Angst. Zweten, cyanose. Artropathie, artralgie. Malaise. Acidose, verlaagde ureumspiegel in bloed. Verslechtering van de leverfunctie, verlengde protrombinetijd. Trombocytopenie, afname bloedplaatjesaggregatie. Bij extravasatie, reacties op de plaats van toediening.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Als mucolyticum bij kinderen jonger dan 2 jaar. Het gebruik van aspartaambevattende toedieningsvormen bij kinderen met fenylketonurie.
Het gebruik van acetylcysteine als mucolyticum wordt niet aangeraden bij kinderen jonger 2 jaar in verband met het optreden van paradoxale reacties ("vol lopen") Mucolytica kunnen de luchtwegen van kinderen onder 2 jaar obstrueren als gevolg van de fysiologische kenmerken van de luchtwegen in deze leeftijdsgroep. Het vermogen om slijm op te hoesten kan beperkt zijn.
De intraveneuze toediening van acetylcysteïne dient onder strikt medisch toezicht plaats te vinden, in het bijzonder de initiële oplaaddosis. De kans op anafylactoïde/overgevoeligheidsreacties is groter wanneer het geneesmiddel te veel en/of te snel wordt toegediend en deze vinden gewoonlijk plaats tussen 15 en 60 minuten na start van de infusie. In veel gevallen verminderen de bijwerkingen na het stoppen van de infusie; een antihistaminicum kan nodig zijn en soms corticosteroïden. Zodra de reactie onder controle is, de infusie vervolgen met een infusiesnelheid van 75 mg/kg in 500 ml i.v. elke 4 uur totdat de plasmaspiegel van paracetamol < 10 mg/l is, gedurende ten minste 24 uur.
Bronchospasmen en ernstige huidreacties: Bij astma is bij i.v.-toediening meer kans op (ernstige) overgevoeligheidsreacties; ook ernstige huidreacties (zoals SJS en TEN) zijn opgetreden. Controleer (o.a. huid en slijmvliezen) nauwgezet op eerste verschijnselen en symptomen van overgevoeligheidsreacties en stop de behandeling onmiddellijk bij bronchospasme.
Wees voorzichtig bij de behandeling van patiënten lichter dan veertig kilogram, vanwege het risico op een te hoge vloeistoftoediening met als gevolg hyponatriëmie, toevallen en overlijden.
Omdat acetylcysteïne ook mucolytische eigenschappen heeft en bij kinderen jonger dan twee jaar het vermogen tot ophoesten beperkt kan zijn, rekening houden met luchtwegobstructie; neem zo nodig passende maatregelen.
Invloed op stollingstesten: Een hoge dosering acetylcysteïne, zoals die bij een paracetamolintoxicatie gegeven wordt, kan invloed hebben op de protrombinetijd en INR.
Resultaten van de urine ketonentest en de waarde van colorimetrische salicylaatbepalingen kunnen beïnvloed worden door acetylcysteïne.
Niet beoordeeld:
Acetylcysteïne kan het vasodilatoire effect van nitroglycerine versterken.
Gelijktijdig gebruik van carbamazepine kan leiden tot een verlaagde plasmaconcentratie met een toegenomen risico op epileptische aanvallen.
Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.
| MUCOLYTICA | ||
|---|---|---|
|
Bisolvon
|
R05CB02 | |
|
Pulmozyme
|
R05CB13 | |
|
Bronchitol
|
R05CB16 | |
| R05CB | ||