Docetaxel

Stofnaam
Docetaxel
Merknaam
Taxotere
ATC code
L01CD02
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Concentraat voor infusievloeistof 10 mg/ml; 20 mg/ml; 40 mg/ml
Dit geneesmiddel bevat ethanol[SmPC]. De hoeveelheid ethanol verschilt per preparaat, ongeveer variërend van 130-460 mg/ml.

Eigenschappen

Taxaan. Oncolyticum dat aanmaak van microtubuli vanuit tubulinedimeren bevordert en de microtubuli stabiliseert door depolymerisatie te verhinderen. Deze stabiliteit resulteert in remming van de reorganisatie van het microtubuli-netwerk, dat essentieel is voor de celdeling.

Kinetische gegevens

De volgende kinetische parameters zijn gevonden[Clarke 1999]:
Cl: 33,2 l/h/m2
V: 37 l/m2

Doseringen

Indicatie: Ewing-sarcoom, osteosarcoom en andere recidieverende/refractaire solide tumoren
  • Intraveneus
    • 1 jaar tot 18 jaar
      [5] [6] [7] [8]
      • Dosis en dosisfrequentie van oncologische middelen zijn afhankelijk van de aandoening en sterk aan nieuwe inzichten onderhevig. Oncologische middelen worden veelal in combinatie gebruikt. Om deze redenen wordt verwezen naar de gedetailleerde behandelprotocollen, zie hiervoor www.skion.nl

        Als indicatie wordt de volgende dosering uit de literatuur genoemd:
        - 100 mg/m2/dosis elke 3 weken.

      • Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (oncologie) die ervaring heeft met gebruik van docetaxel voor deze indicatie.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ALKALOIDEN EN OVERIGE NATUURLIJKE PRODUCTEN

VINCA-ALKALOIDEN EN DERIVATEN
L01CA01
L01CA02
PODOFYLLOTOXINEDERIVATEN

Etoposide

Vepesid, Eposin, Toposin
L01CB01

Teniposide

Vumon
L01CB02

Bijwerkingen bij volwassenen

De bijwerkingen bij combinatiechemotherapie en bij verschillende doseerschema's kunnen verschillen in frequentie ten opzichte van monotherapie.

Monotherapie of in combinatie met doxorubicine of cisplatine:

Zeer vaak (> 10%): (febriele) neutropenie (97%, waarvan ernstig 76%), anemie. Infecties (inclusief sepsis en pneumonie). Perifere neuropathie waaronder zwakte, paresthesie, dysesthesie, brandende pijn), smaakstoornis. Dyspneu. Anorexia, stomatitis, misselijkheid, braken, diarree. Overgevoeligheidsreacties (o.a. voorbijgaande roodheid van het gezicht en hals, huiduitslag, dyspneu, koorts, hypotensie, bronchospasmen). Alopecia (soms persisterend), huidreacties (jeuk, afschilfering, hand-voetsyndroom), nagelaandoening (veranderde pigmentatie, onycholyse). Spierpijn. Vochtretentie (leidend tot gewichtstoename). Asthenie.

Vaak (1-10%): trombocytopenie. Aritmie, hypo- of hypertensie, bloeding (o.a. gastro-intestinaal). Obstipatie, buikpijn. Gewrichtspijn. Reactie op de infusieplaats. Verhoging bilirubine in bloed, alkalische fosfatase, ASAT/ALAT.

Soms (0,1–1%): hartfalen. Oesofagitis.

Verder zijn gemeld: acute leukemie, myelodysplastisch syndroom, anafylactische shock, convulsies, voorbijgaande visusstoornis tijdens de infusie (fotopsie, scotoom), cystoïd macula-oedeem, veneuze trombo-embolie, diffuse intravasale stolling (DIS), longoedeem, 'adult respiratory distresssyndrome' (ARDS), interstitiële pneumonitis, interstitiële longziekte, pulmonale fibrose, respiratoir falen, 'radiation recall'-reactie (o.a. radiatiepneumonitis), hepatitis, darmobstructie, maag-darmperforatie, ischemische colitis, neutropene enterocolitis, nierinsufficiëntie incl. nierfalen, sclerodermaal-achtige veranderingen (vaak voorafgegaan door lymfoedeem), cutane lupus erythematosus, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, erythema multiforme, hyponatriëmie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor taxanen. Neutropenie bij begin van de behandeling (aantal neutrofielen < 1,5×109/l). Ernstig gestoorde leverfunctie (transaminase- en alkalisch fosfatasewaarden resp. 3½× en 6× hoger dan de normaalwaarde en/of verhoogd serumbilirubine).

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Het oplosmiddel van Taxotere bevat ethanol.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Vooral tijdens de eerste en tweede infusie nauwkeurig observeren op overgevoeligheidsreacties. Lichte overgevoeligheidsreacties vereisen geen onderbreking van de behandeling; bij ernstige reacties zoals hypotensie, bronchospasmen of gegeneraliseerde huiduitslag/erytheem de toediening staken en docetaxel niet opnieuw geven. Frequent het volledige bloedbeeld controleren. De toediening niet beginnen of herhalen totdat het aantal neutrofielen ≥ 1,5×109 cellen/l is. Bij ernstige neutropenie (< 0,5 × 109 cellen/l gedurende ≥ 7 dagen); de dosering bij een volgende kuur verlagen of passende symptomatische maatregelen nemen. Vóór elke toediening de leverenzymwaarden controleren; bij een ASAT/ALAT > 1,5 ULN én alkalische fosfatase > 2,5 ULN is er bij hogere dosis (100 mg/m² monotherapie) meer kans op febriele neutropenie, infecties, stomatitis, sepsis, trombocytopenie, gastro–intestinale bloedingen en asthenie. Bij ernstige vochtretentie zoals pleurale of pericardiale effusie en ascites de patiënt nauwkeurig vervolgen. Indien zich nieuwe longsymptomen ontwikkelen of bestaande verergeren, de behandeling onderbreken en diagnostisch onderzoek verrichten. Vóór de eerste toediening de hartfunctie controleren en de hartfunctie observeren tijdens behandeling, bijvoorbeeld elke 3 maanden. Bij een verminderd gezichtsvermogen een volledig oftalmologisch onderzoek verrichten, er is een kans op cystoïd macula-oedeem. Bij symptomen buikpijn, koorts en diarree, met en zonder neutropenie ernstige gastro–intestinale toxiciteit zoals ischemische of neutropenische colitis uitsluiten.

De preparaten die ethanol als hulpstof bevatten, kunnen in hogere doseringen schadelijk zijn bij een voorgeschiedenis van leverziekten of epilepsie.

Interacties

Docetaxel wordt vooral gemetaboliseerd door CYP3A4.

Niet relevant: het metabolisme kan worden geremd door ketoconazol, lopinavir en ritonavir.

Het metabolisme wordt geïnduceerd door hypericum.

Na orale toediening van de intraveneuze vorm van docetaxel kan ciclosporine of ritonavir de AUC doen toenemen. Andersom neemt de AUC van ciclosporine af.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met (fos)aprepitant.

Niet beoordeeld: de klaring van carboplatine kan ong. 50% hoger zijn.

Interacties oncolytica algemeen

Relevant: de meeste cytostatische oncolytica (niet de tyrosinekinaseremmers en de monoklonale antilichamen) kunnen het effect van cumarinederivaten op vele manireren beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van cumarines geeft een extra verhoogde bloedingsneiging. Voor de meeste cytostatische oncolytica is toename van de werking van het cumarinederivaat gemeld, voor mercaptopurine en mitotaan is afname van de werking gemeld. Behalve enzymremming spelen ook andere factoren een rol, zoals de ziekte kanker zelf en chemotherapie gerelateerde factoren, zoals braken en leverinsufficiëntie door metastasen.

Levende vaccins: vanwege de immunosuppressieve werking van veel oncolytica kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. Dit geldt ook voor de monoklonale antilichamen en de tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking (zie aldaar). De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van oncolytica die immunosuppressief werken kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: omega-3-vetzuren verminderen de effectiviteit van sommige oncolytica. KWF Kankerbestrijding ontraadt visoliesupplementen of vette vis te gebruiken vanaf 24 uur voorafgaand aan chemotherapie met irinotecan of platinaverbindingen tot en met 24 uur daarna.

Referenties

  1. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 12 juni 2018
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 17 feb 2016
  3. Clarke SJ et al. , Clinical pharmacokinetics of docetaxel., Clin Pharmacokinet., 1999 , Feb;36(2):, 99-114
  4. Aventis Pharma S.A.. , Taxotere: EPAR - Product Information (14-8-2015). , www.ema.europa.eu
  5. Mora J et al. , Treatment of relapsed/refractory pediatric sarcomas with gemcitabine and docetaxel. , J Pediatr Hematol Oncol., 2009, Oct;31(10):, 723-9
  6. Yoon JH et al. , A study of docetaxel and irinotecan in children and young adults with recurrent or refractory Ewing sarcoma family of tumors. , BMC Cancer., 2014, Aug 28;14:, 622
  7. Navid F et al., Combination of gemcitabine and docetaxel in the treatment of children and young adults with refractory bone sarcoma, Cancer. , 2008 , Jul 15;113(2), 419-25
  8. Song BS et al. , Gemcitabine and docetaxel for the treatment of children and adolescents with recurrent or refractory osteosarcoma: Korea Cancer Center Hospital experience., Pediatr Blood Cancer., 2014 , Aug;61(8):, 1376-81

Wijzigingen

  • 17 februari 2016 16:39: NIEUWE EB MONOGRAFIE