Insuline kortwerkend

Stofnaam
Insuline kortwerkend
Merknaam
Insuman rapid, Actrapid, Humuline regular, Insuman infusat
ATC code
A10AB01
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Diabetes Mellitus: On-label
Acute diabetische keto-acidose: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Diabetes mellitus: De individuele insulinebehoefte ligt gewoonlijk tussen 0,3 en 1,0 internationale eenheden/kg/dag.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Injectievloeistof 100 IE/ml.

Eigenschappen

Kortwerkend, zeer ver gezuiverd, recombinant humaan insuline. Insuline verlaagt de bloedglucose, door de opname van glucose door de cellen te verhogen en de afgifte van glucose door de lever te verlagen; het bevordert de glycogeenvorming en vermindert de gluconeogenese. Daarnaast bevordert insuline de eiwitsynthese en remt het de lipolyse (regulering van de mobilisatie van vet uit depots).

Werking: na ca. 30 minuten; maximale effect binnen 1–4 uur; werkingsduur: 7–9 uur.

Kinetische gegevens

Er zijn geen gegevens bekend over de farmacokinetische parameters van insuline bij kinderen

Doseringen

Indicatie: Diabetes Mellitus, insuline afhankelijk
  • Subcutaan
    • < 10 jaar
      [1] [4] [5] [6] [7]
      • 0,4 - 1 IE/kg/dag in 2 - 4 doses aanpassen op geleide van bloedsuikerspiegel
      • Er is geen vaste dosis insuline. De dosis dient voor elke patiënt individueel te worden aangepast.
        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kinder-endocrinoloog) die ervaring heeft met gebruik van insulines

    • ≥ 10 jaar
      • 0,6 - 1,7 IE/kg/dag in 2 - 4 doses aanpassen op geleide van bloedsuikerspiegel
      • Er is geen vaste dosis insuline. De dosis dient voor elke patiënt individueel te worden aangepast.
        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kinder-endocrinoloog) die ervaring heeft met gebruik van insuline voor deze indicatie.

         

Indicatie: Acute diabetische keto-acidose
  • Intraveneus
    • 0 maanden tot 1 maand
      • 0,02 - 0,125 IE/kg/uur continu infuus dosering aanpassen op geleide van bloedsuikerspiegel
      • Er is geen vaste dosis insuline. De dosis dient voor elke patiënt individueel te worden aangepast.
        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kinder-endocrinoloog) die ervaring heeft met gebruik van insuline voor deze indicatie.

    • 1 maand tot 18 jaar
      • 0,025 - 0,1 IE/kg/uur continu infuus Dosering aanpassen op geleide van bloedsuikerspiegel
      • Er is geen vaste dosis insuline. De dosis dient voor elke patiënt individueel te worden aangepast.
        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kinder-endocrinoloog) die ervaring heeft met gebruik van insuline voor deze indicatie.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Bij verminderde nierfunctie kan de insulinebehoefte afnemen. De dosering wordt hierbij ingesteld op basis van bloedglucosemetingen.

INSULINES EN ANALOGEN

MIDDELLANG- MET SNELWERKENDE INSULINES VOOR INJECTIE
A10AD06

Insuline middellangwerkend en (ultra)kortwerkend (combinatie)

Insuman Comb, Humuline (comb), Humalog Mix, Novomix, Mixtard, Actraphane
A10AD01
MIDDELLANGWERKENDE INSULINES VOOR INJECTIE

Insuline middellangwerkend (insuline isofaan)

Insulatard, Humuline NPH, Insuman Basal
A10AC01
SNELWERKENDE INSULINES VOOR INJECTIE
A10AB
LANGWERKENDE INSULINES VOOR INJECTIE
A10AE

Bijwerkingen bij volwassenen

Meest voorkomend hypoglykemie. Vaak (1–10%): lokale overgevoeligheidsreacties, zoals roodheid, zwelling, pijn en jeuk (meestal voorbijgaand na enkele dagen tot weken). Oedeem (m.n. na verbetering van de voorafgaande slechte metabole controle). Soms (0,1–1%): lokale lipodystrofie, vooral bij herhaalde injectie op dezelfde plaats. Acute perifere neuropathie (met name bij een snelle verbetering van de glucoseregulatie), die meestal reversibel is. Refractiestoornissen. Huiduitslag, urticaria. Zeer zelden (< 0,01%): gegeneraliseerde allergische reacties, variërend van gastro–intestinale klachten tot levensbedreigende anafylactische shock met o.a. bronchospasme, larynxoedeem en circulatoire collaps. (Verergering van) diabetische retinopathie, meestal tijdelijk bij een snelle verbetering van de glucoseregulatie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen


 

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Voor intraveneuze toediening dient kortwerkend insuline verdund te worden met NaCl 0,9% en mbv infuuspomp te worden toegediend. Bij voorkeur oplossing van 0,5-1 IE/ml bereiden.
De concentratie van insuline in een fysiologisch zout infuus wordt beïnvloed door adsorptie aan plastic van spuit en toedieningsysteem. Deze adsorptie vindt vooral plaats in de eerste 30-60 minuten na bereiding, daarnaast zijn er aanwijzingen dat dit vooral optreedt bij concentraties beneden 0,2 IE/ml.

Cave hypoglycemie. Cave onverenigbaarheden in een catheter.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij ouderen en bij nier- of leverinsufficiëntie de bloedglucosespiegel vaker controleren. Verandering van insulinebehoefte treedt op bij verandering van het maaltijdschema, (onverwachte) zware fysieke inspanning, het ontstaan van stress–situaties zoals ziekten (bv. griep) en emotionele gebeurtenissen, en verder bij bijkomende aandoeningen die de werking van nieren, lever, bijnier, hypofyse of de schildklier beïnvloeden. Bij een sterke verbetering van de bloedglucose-instelling door een intensieve insulinetherapie, bij overschakeling op een ander type insuline, bij een lange historie van diabetes of een diabetische zenuwaandoening en bij ouderen kunnen de vroege waarschuwingssignalen van hypoglykemie anders worden waargenomen of zelfs verdwijnen. Bij normale of verlaagde waarden van geglycosyleerd hemoglobine denken aan terugkerende, niet-onderkende (vooral nachtelijke) episoden van hypoglykemie. Intensiveer – vanwege de kans op ernstige complicaties – de controle op hypoglykemie bij een significante stenose van coronaire arteriën of van de bloedvaten die de hersenen van bloed voorzien en bij (onbehandelde) proliferatieve retinopathie. Bij inadequate dosering of onderbreken van de behandeling kan vooral bij type 1-diabeten hyperglykemie optreden, met als symptomen dorst, frequente mictie, misselijkheid, braken, sufheid, een rode, droge huid, droge mond en anorexie. Onbehandelde hyperglykemie kan bij type 1-diabetes tot diabetische ketoacidose leiden (adem ruikt naar aceton).

Interacties

Relevant: niet-selectieve β-blokkers kunnen het herstel uit een hypoglykemie vertragen en bepaalde symptomen van hypoglykemie (hartkloppingen, tachycardie, trillen) maskeren. Andere waarschuwingssignalen van hypoglykemie (zoals hongergevoel, wazig zien, moeite met concentreren, duizeligheid en zweten) blijven bestaan. Tevens kunnen ze tijdens hypoglykemie kortdurend ernstige hypertensie veroorzaken. Tijdens hypoglykemie komt adrenaline vrij dat direct α-receptoren stimuleert (gevolg onder andere vasoconstrictie) en β-receptoren stimuleert (gevolg onder andere vasodilatatie); door toediening van een β-blokker wordt vasoconstrictie niet langer tegengewerkt. Selectieve β-blokkers hebben deze effecten in mindere mate dan niet-selectieve β-blokkers.

Een niet-selectieve β-blokker wordt bij voorkeur vermeden, maar dit is niet altijd mogelijk. De 'veiligheid' van een selectieve β-blokker is relatief; bij hoge doses kan de selectiviteit verloren gaan.

Niet beoordeeld: bepaalde stoffen kunnen de hypoglykemische werking van insuline versterken, zoals ACE-remmers, alcohol, anabole steroïden, orale bloedglucoseverlagende middelen, MAO-remmers, octreotide, lanreotide en hoge doses salicylaten.

Bepaalde stoffen hebben een bloedglucoseverhogend effect, zoals orale anticonceptiva, danazol, diazoxide, adrenaline, glucocorticoïden, thiazide- en lisdiuretica, octreotide, lanreotide, somatropine en sympathicomimetica (hoge doses weeënremmers).

Het instellen op thyreomimetica kan de behoefte aan bloedglucoseverlagende middelen verhogen.

Clonidine kan de symptomen van hypoglykemie verminderen.

 

Referenties

  1. Danne T, et al, A comparison of postprandial and preprandial administration of insulin aspart in children and adolescents with type 1 diabetes, Diabetes Care, 2003, Aug;26(8), 2359-64
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 27 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), 2008
  4. Galli-Tsinopoulou A. , Insulin therapy in children and adolescents with diabetes, Diabetes Res Clin Pract, 2011, Aug;93 Suppl 1, S114-7
  5. Mortensen HB, et al, Rapid appearance and onset of action of insulin aspart in paediatric subjects with type 1 diabetes, Eur J Pediatr, 2000 , Jul;159(7), 483-8
  6. Mortensen HB, et al , Insulin management and metabolic control of type 1 diabetes mellitus in childhood and adolescence in 18 countries. Hvidore Study Group on Childhood Diabetes, Diabet Med, 1998, Sep;15(9), 752-9
  7. Weinzimer SA, et al, A randomized trial comparing continuous subcutaneous insulin infusion of insulin aspart versus insulin lispro in children and adolescents with type 1 diabetes, Diabetes Care, 2008, Feb;31(2), 210-5
  8. Bottino M, et al, Interventions for treatment of neonatal hyperglycemia in very low birth weight infants, Cochrane Database Syst Rev, 2011, (10), CD007453

Wijzigingen

  • 23 april 2015 11:20: De indicatie Acute diabetische keto-acidose is toegevoegd
  • 23 april 2015 11:17: Als bovengrens van doseringsrange werd 10 IE vermeld. Dit is onjuist. Het is gecorrigeerd naar 1,0 IE