Morfine

Stofnaam
Morfine
Merknaam
Oramorph, Kapanol, MS Contin, Sendolor
ATC code
N02AA01
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Pijnbestrijding:
Oraal/intraveneus: on-label
Rectaal: Off-label
Chronische pijn: On-label
Trauma: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Hevige pijn (pijn bij kanker, post-operatief)
Retard tablet: Kinderen: PO 0,4-0,8 mg/kg/dag in 2 doses, ZN ophogen op geleide van pijn
Oramorph drank: >6 jr: 5-10 mg iedere 4 uur
Injectievloeistof: IM/IV 0,1-0,2 mg/kg, max 15 mg/dosis ZN elke 4 uur; 0,05-0,1 mg/kg
Tablet:
3-5 jaar: 5 mg iedere 4 uur
6-12 jaar: 5-10 mg iedere 4 uur
>12 jaar: 10-20 mg iedere 4 uur

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 10 mg, 20 mg
Tablet met gereguleerde afgifte 10 mg, 15 mg, 30 mg, 60 mg, 100 mg, 200 mg
Drank 1 mg/ml, 2 mg/ml, 5 mg/ml, 20 mg/ml
Drank "unit dose" (sulfaat-5-water) 2 mg/ml, 6 mg/ml
Inj.vlst. (hydrochloride-3-water) 0,1 mg/ml, 1 mg/ml, 10 mg/ml, 20 mg/ml
Infusievlst. (hydrochloride-3-water) 1 mg/ml, 2 mg/ml, 5 mg/ml, 10 mg/ml, 20 mg/ml
Infusievlst. "epiduraal" (hydrochloride-3-water) 5 mg/ml, 20 mg/ml
Zetpil (hydrochloride-3-water) 0,5 mg, 1 mg, 2 mg, 5 mg, 10 mg, 20 mg, 50 mg

Eigenschappen

Opiumalkaloïd met sterk analgetische werking. Dit preparaat valt onder de bepalingen van de Opiumwet in zijn volle omvang.

Kinetische gegevens

Orale en rectale biologische beschikbaarheid is onbetrouwbaar (15-50%).

Biologische beschikbaarheid van retard tablet is 40-70%. De biologische beschikbaarheid neemt af bij oplopende sterkte.

Indien retard tablet wordt gebroken, komt morfine 20-25% sneller vrij. De werkingsduur is dan ongeveer 8 uur.

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Ernstige pijn
  • Oraal
    • Normaal preparaat (geen gereguleerde of verlengde afgifte)
      • a terme neonaat
        [5]
        • 0,3 - 0,6 mg/kg/dag in 6 doses
      • 1 maand tot 18 jaar
        [5]
        • 0,6 - 1,2 mg/kg/dag in 6 doses
    • Vertraagde afgifte
      • 1 maand tot 18 jaar
        [5]
        • 0,6 - 1,2 mg/kg/dag in 2 doses
  • Rectaal
    • a terme neonaat
      [5]
      • 0,6 - 1,2 mg/kg/dag in 6 doses
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5]
      • 1,2 - 2,4 mg/kg/dag in 6 doses
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [5]
      • Startdosering: 50 microg./kg/dosis in 60 min
      • Onderhoudsdosering: 5 - 10 microg./kg/uur continu infuus
      • Toedienen onder bewaking.
        Bij onvoldoende effect kan uurdosis als bolusinjectie worden gegeven, stapsgewijs ophogen.

    • 1 maand tot 18 jaar
      • Startdosering: 100 microg./kg/dosis in 5-10 min
      • Onderhoudsdosering: 10 microg./kg/uur continu infuus
      • Toedienen onder bewaking.
        Bij onvoldoende effect kan de uurdosis als bolusinjectie worden gegeven, stapsgewijs ophogen.

Indicatie: Ernstige pijn: toediening dmv PCA pomp
  • Intraveneus
    • 5 jaar tot 18 jaar
      [5]
      • 1 mg/kg morfine in 50 ml NaCl (= 20 microg./kg/ml): Bolus van 1 ml (= 20 microg./kg), lockout interval van 10 minuten, achtergrond infusie van 0,25 ml/uur gedurende eerste 24 uur (= 5 microg./kg/uur).

Indicatie: Ernstige post-operatieve pijn
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [4]
      • Startdosering: 25 - 50 microg./kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 5 - 20 microg./kg/uur continu infuus
      • Toedienen onder bewaking.
        Bij onvoldoende effect kan de uurdosis als bolusinjectie worden gegeven, stapsgewijs ophogen.

    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • Startdosering: 50 - 100 microg./kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 10 - 40 microg./kg/uur continu infuus
      • Maximale dosering voor niet-beademde patienten: 40 microg/kg/uur
        Toedienen onder bewaking.
        Bij onvoldoende effect kan de uurdosis als bolusinjectie worden gegeven, stapsgewijs ophogen.

  • Subcutaan
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • Startdosering: 50 - 100 microg./kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 10 - 30 microg./kg/uur continu infuus
      • Maximale dosering voor niet-beademde patienten: 30 microg/kg/uur

Indicatie: Trauma
  • Intramusculair
    • 3 maanden tot 18 jaar
      [5]
      • 0,1 mg/kg/dosis éénmalig
Indicatie: Chronische pijn
  • Oraal
    • Vertraagde afgifte
      • 2 jaar tot 7 jaar
        [5]
        • 20 mg/dag in 2 doses
        • Bij onvoldoende effect stapsgewijs ophogen

      • 7 jaar tot 12 jaar
        [5]
        • 40 mg/dag in 2 doses
        • Bij onvoldoende effect stapsgewijs ophogen.

      • 12 jaar tot 18 jaar
        [5]
        • 60 mg/dag in 2 doses
        • Bij onvoldoende effect stapsgewijs ophogen.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Bij verminderde nierfunctie cumuleert de actieve metaboliet morfine-6-glucuronide. Dit is vooral van belang bij toediening van hoge doses en/of toediening gedurende langere tijd.

GFR 10-50 ml/min/1,73m2: een lagere dosering kan noodzakelijk zijn vanwege cumulatie van morfine-6-glucuronide

Klinische gevolgen

Symptomen van opioïdtoxiciteit zijn onder andere depressie van het centrale zenuwstelsel met bewustzijnsdaling tot coma, ademhalingsdepressie of een onregelmatig ademhalingspatroon, bradycardie, hypotensie, hypothermie, hyporeflexie, miosis, urineretentie, misselijkheid, braken, obstipatie, verwardheid, spierspasmen en convulsies.

OPIOIDEN

DIFENYLPROPYLAMINEDERIVATEN

Piritramide

Dipidolor
N02AC03
FENYLPIPERIDINEDERIVATEN

Fentanyl nasaal

Instanyl, Pecfent
N02AB03
N02AB02
ORIPAVINEDERIVATEN

Buprenorfine

Temgesic
N02AE01
OVERIGE OPIOIDEN
N02AX52

Tramadol

Tramagetic, tramal
N02AX02
NATUURLIJKE OPIUMALKALOIDEN

Oxycodon

Oxynorm, Oxycontin
N02AA05
N02AA59

Bijwerkingen bij kinderen

Ademdepressie, hypotensie, urineretentie, braken, obstipatie, jeuk.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): anorexie, droge mond, buikpijn, dyspepsie, obstipatie, misselijkheid en braken (vooral in het begin van de behandeling), verwardheid, slapeloosheid, sufheid, gedachtestoornis, hoofdpijn, myoclonus, bronchospasme, verminderde hoestreflex, zweten, huiduitslag, asthenie. Soms (0,1-1%): allergische of anafylactische reacties, stemmingsveranderingen, agitatie, eu– of dysforie, somberheid, hallucinaties, nachtmerries, ileus, smaakstoornissen, longoedeem, ademdepressie, visusstoornissen (miosis, dubbelzien), duizeligheid, vasodilatatie, blozen, hypertensie, (orthostatische) hypotensie, brady– of tachycardie, palpitaties, urticaria, ureterspasme, urineretentie en oligurie, spasmen van de galwegen, ademhalingsdepressie (vooral bij i.v. of i.m. toediening), convulsies, hypertonie, paresthesie, syncope, malaise, perifeer oedeem, amenorroe, libidoverlies, erectiestoornis. Zelden (0,01-0,1%): urticaria en pruritus. hypothermie. Verminderde geestelijke en motorische activiteit. Verlengde partusduur. Na i.v. toediening zijn anafylactische reacties mogelijk. Na epiduraal gebruik zijn misselijkheid, braken, sedatie, urineretentie, jeuk (vooral bij jonge patiënten na een hoge dosis) en ademhalingsdepressie gemeld.

Bijwerkingen retard tabletten:

Zeer vaak (> 10%): sedering, licht gevoel in het hoofd, onvaste gang, obstipatie, misselijkheid.. Vaak (1-10%): (orthostatische) hypotensie, duizeligheid, koliek, buikpijn, braken, droge mond, anorexie, euforie, stemmingsveranderingen, hallucinaties, verwardheid, slapeloosheid, nachtmerries, asthenie, hoofdpijn, zweten, jeuk, huiduitslag, bradycardie, palpitaties, opvliegers spasmen. Soms (0,1-1%): ademhalingsdepressie, bronchospasme, dyspneu, pulmonaal oedeem, vertigo, syncope, visusstoornissen (miosis, dubbelzien, wazig zien), blozen, koude rillingen, koorts, malaise, convulsies, hypertonie, paresthesie, stijging van leverenzymwaarden, perifeer oedeem, urineretentie, urticaria, dyspepsie, smaakstoornissen, ileus, allergische reactie inclusief anafylactische reactie.

Verder kunnen optreden verwardheid, abnormale gedachten, rusteloosheid, dysforie, gewenning en afhankelijkheid, hyperalgesie, verminderd libido, hartaanval, tachycardie, hypertensie, shock, coma, apneu, laryngospasme, ademstilstand, spasmen van de galwegen, amenorroe, libidoverlies, erectiele disfunctie, SIADH.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Acute ademhalingsdepressie. Astma en chronisch obstructieve longziekten, overmatige aanwezigheid van bronchussecreet of cyanose. Hersentrauma, verhoogde intracraniële druk. Delirium tremens. Coma, therapieresistente convulsieve aandoeningen. Operaties aan gal en galwegen, paralytische ileus, galkolieken, acute leverziekten, ernstige abdominale pijn, peritonitis.

Bij retard tablet:
Ademhalingsdepressie. Astma en chronisch obstructieve longziekten, obstructieve luchtweginfecties, cyanose. Hersentrauma, schedelletsel, verhoogde intracraniële druk. Alcoholisme, delirium tremens. Coma, convulsieve aandoeningen. Ileusverschijnselen, acute leverziekte, galkolieken na galwegoperaties. Niet gebruiken 24 uur voor of na operatieve ingrepen. Terughoudendheid is geboden bij cardiovasculaire aandoeningen, toxische psychose, verminderde ademreserve zoals bij emfyseem, kyfoscoliose en bij overmatige slijmvorming in de luchtwegen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Bij kinderen van 1 tot 6 maanden (a terme), prematuren tot de leeftijd van 1 jaar, bij aanwezige luchtweg-, nier/lever- of neuromusculaire ziekten of bij gelijktijdige gebruik van sedativa, is bewaking van de ademhaling noodzakelijk.
Voor chronische pijn behandeling morfine retard altijd voorschrijven in combinatie met een laxans.
De retard tablet niet fijnmalen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Voorzichtigheid is geboden bij verminderde respiratoire functie zoals bij emfyseem, kyfoscoliose en bij overmatige slijmvorming in de luchtwegen, bij cardiovasculaire aandoeningen, hypotensie gepaard gaand met hypovolemie, ernstig cor pulmonale, pancreatitis, inflammatoire darmziekten, delirium tremens, alcoholintoxicatie, prostaathyperplasie, convulsieve aandoeningen. Bij ernstige lever- en nierfunctiestoornis, hypothyroïdie, en bij kinderen en ouderen moet de dosering worden aangepast. Het gebruik kan leiden tot gewenning en afhankelijkheid. Bij patiënten die gevoelig zijn voor verslavingsziekten is voorzichtigheid geboden. Het gebruik dient 24 uur vóór een operatie die de pijnoorzaak wegneemt, te worden gestaakt. Indien nodig kan na de operatie de dosering aan de nieuwe behoefte worden aangepast. Alleen gebruiken na een abdominale operatieve ingreep bij normale darmfunctie. Bij vermoeden van paralytische ileus de behandeling staken. Bij acute buik bemoeilijkt morfine de diagnose. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden kunnen daarvan hinder ondervinden. Bij postoperatieve ademhalingsdepressie kan op geleide van de reactie 0,1–0,2 mg naloxon i.v. worden toegediend; zo nodig na 2–3 min herhalen tot gewenst effect intreedt. Deze dosering kan na 45–90 min worden herhaald. Herhaalde intrathecale toediening wordt ontraden vanwege het risico van sepsis. Te snelle intraveneuze toediening kan de frequentie van bijwerkingen verhogen.

Bij retard tablet:
Bij ernstig gestoorde lever- en nierfunctie, prostaathyperplasie, hypothyroïdie, en bij kinderen en ouderen moet de dosering worden aangepast; overmatig gebruik kan ademhalingsdepressie geven. Wees Voorzichtig bij een verhoogde intracraniële druk, onbehandeld myxoedeem, shock, hypotensie met hypovolemie, ernstige cor pulmonale, galwegaandoeningen en pancreatitis. Morfine kan de convulsiedrempel verlagen. Hyperalgesie die niet reageert op verdere dosisverhoging kan optreden met name bij hoge doseringen. Verlaging van de dosering of overschakeling op een ander opioïd kan nodig zijn. Het gebruik kan leiden tot gewenning en afhankelijkheid. Bij patiënten die gevoelig zijn voor verslavingsziekten is voorzichtigheid geboden. Bij staken geleidelijk afbouwen om ontwenningsverschijnselen (rillingen, geeuwen, mydriasis, tranenvloed, loopneus, spiertrillingen, zweten, angst, agitatie, slapeloosheid) te voorkomen. Het gebruik dient 24 uur vóór een operatie die de pijnoorzaak wegneemt, te worden gestaakt. Indien nodig kan na de operatie de dosering aan de nieuwe behoefte worden aangepast; toepassing ter bestrijding van postoperatieve pijn is de eerste 24 uur niet aan te bevelen. Bij acute buik bemoeilijkt morfine de diagnose. Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden kunnen daarvan hinder ondervinden.

Interacties

Relevant: lopinavir en ritonavir kunnen het metabolisme van morfine versnellen.

Niet beoordeeld: de fabrikant van capsules met gereguleerde afgifte (Kapanol®) ontraadt gelijktijdig gebruik van alcohol, omdat dit kan leiden tot snelle afgifte van morfine uit de gecoate pellets.

Interacties opoiden algemeen:
Relevant:
bij combinatie van fentanyl, oxycodon, pethidine of tramadol met de niet-selectieve MAO-remmers fenelzine en tranylcypromine is serotonerge toxiciteit gemeld (onder andere opwinding, spierrigiditeit, hyperpyrexie, zweten, bewusteloosheid, soms ademhalingsdepressie en hypotensie). Combinatie van fentanyl of pethidine met fenelzine en tranylcypromine moet worden vermeden; bij oxycodon en tramadol moet men bedacht zijn op de symptomen.

Bij combinatie van pethidine met moclobemide of selegiline is serotonerge toxiciteit gemeld.

Bij toevoeging van een partiële agonist/antagonist, waaronder ook het ontwenningsmiddel nalmefeen, kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. De combinatie moet worden vermeden. In geval van buprenorfinepleister kan het omgekeerde wel: een opioïdagonist kan worden toegevoegd aan een buprenorfinepleister bij chronische hevige pijn.

Naloxon en naltrexon zijn antagonisten van opioïden; bij combinatie kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. Toevoeging van naloxon of naltrexon aan een opioïd wordt ontraden, tenzij naloxon of naltrexon bewust wordt toegepast als antidotum bij overdosering van een opioïd. Andersom kan bij toevoeging van een opioïd aan naloxon of naltrexon acute ademnood optreden.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie van niet-selectieve MAO-remmers met opioïden anders dan fentanyl, oxycodon, pethidine of tramadol; de meeste fabrikanten ontraden echter het gebruik tijdens of binnen 2 weken na behandeling met niet-selectieve MAO-remmers.

Er is ook onvoldoende onderbouwing voor interactie van moclobemide, rasagiline of selegiline met opioïden anders dan pethidine.

Niet beoordeeld: de sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 06 nov 2014, Geraadpleegd 28-11-13
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 06 nov 2014, Geraadpleegd 28-11-13
  4. CBO, Richtlijn Postoperatieve Pijn, www.diliguide.nl, 2013, 176-178, http://www.diliguide.nl/document/2995/postoperatieve-pijnstilling.html
  5. NVK, Richtlijn pijnmeting en behandeling pijn bij kinderen, www.nvk.nl, 2007, 99, http://www.nvk.nl/Kwaliteit/Richtlijnenenindicatoren/Richtlijnen/Pijnmetingenbehandelingvan/tabid/348/language/nl-NL/Default.aspx

Wijzigingen

  • 22 februari 2018 12:05: IV doseringen in mcg/kg/uur ipv mg/kg/dag
  • 17 november 2017 09:14: Wijziging Doseeradviezen in mg/kg/dag ipv mg/kg/uur, zodat in hele monografie doseeradviezen in zelfde format weergegeven worden.
  • 04 oktober 2016 08:13: Diverse toedieningsvormen met lage sterktes als beschikbare toedieningsvorm toegevoegd