Venlafaxine

Stofnaam
Venlafaxine
Merknaam
Efexor
ATC code
N06AX16
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsule met gereguleerde afgifte (als hydrochloride) 37,5 mg, 75 mg, 150 mg
Tablet met gereguleerde afgifte (als hydrochloride) 37,5 mg, 75 mg, 150 mg, 225 mg

 

Eigenschappen

Is vanwege zijn bijwerkingenprofiel ingedeeld bij de specifieke serotonineheropnameremmers (SSRI's). Venlafaxine en zijn actieve metaboliet o-desmethylvenlafaxine remmen sterk de heropname van serotonine en noradrenaline. Venlafaxine remt ook zwak de heropname van dopamine. Zowel na chronische als na acute toediening verminderen venlafaxine en zijn actieve metaboliet de gevoeligheid van de noradrenerge β-receptoren. Bij de rat (in vitro) heeft het nagenoeg geen affiniteit tot muscarine-, histamine- of α1-receptoren. Bij opvallend weinig werkzaamheid kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme. Werking: na 2–4 weken merkbaar.

Kinetische gegevens

Er zijn geen farmacokinetische parameters bij kinderen bekend.

Doseringen

Indicatie: Depressie en angststoornissen (sociale angststoornis en gegeneraliseerde angststoornis)
  • Oraal
    • 12 jaar tot 18 jaar
      [4] [5] [6] [7] [8] [9]
      • Startdosering: 37,5 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: op geleide van de klinische respons en de verdraagbaarheid elke 2 weken verhogen met 37,5 mg tot 37,5 - 225 mg/dag in 1 dosis , max: 225mg/dag
        • Behandeling met venlafaxine mag niet plotseling worden gestaakt; de dosering moet geleidelijk worden verminderd.
        • Gecontroleerde klinische studies met kinderen en adolescenten met depressie in engere zin hebben geen werkzaamheid kunnen aantonen en ondersteunen het gebruik bij deze patiënten niet. Venlafaxine kan in individuele gevallen een uitkomst bieden bij depressie en angststoornissen, waar andere opties niet effectief zijn gebleken.
        • Venlafaxine dient voorgeschreven te worden door een specialist in kinder- en jeugdpsychiatrie. De dosis dient individueel vastgesteld te worden en de laagst mogelijke dosis dient toegepast te worden.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Geen aanpassing nodig.
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Geen aanpassing nodig
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
50 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies kan niet worden gegeven.
Klinische gevolgen

Bij overdosering zijn de meest voorkomende symptomen slaperigheid, opwinding, onrust, maagdarmstoornissen, tremor, hypertensie, hypotensie, tachycardie, bradycardie, ECG-veranderingen, vertigo, convulsies en coma. Gevallen met fatale afloop zijn gemeld, in het bijzonder in combinatie met alcohol en/of andere geneesmiddelen.

 

Bij Dialyse

50% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur

 

ANTIDEPRESSIVA

NIET-SELECTIEVE MONOAMINE-HEROPNAMEREMMERS
N06AA09
N06AA04
N06AA02
N06AA10
SELECTIEVE SEROTONINE-HEROPNAMEREMMERS

Citalopram

Cipramil
N06AB04

Escitalopram

Lexapro
N06AB10
N06AB03
N06AB08
N06AB06
OVERIGE ANTIDEPRESSIVA

5-hydroxytryptofaan

Oxitriptan
N06AX01

Mirtazapine

Remeron
N06AX11

Bijwerkingen bij volwassenen

Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme.

Zeer vaak (≥ 10%): slapeloosheid, duizeligheid, hoofdpijn, droge mond, sedatie, misselijkheid, obstipatie, (nachtelijke) transpiratie.

Vaak (1–10%): verhoogde cholesterolwaarden (vooral na langdurig gebruik en hoge dosis), gewichtsverandering, verminderde eetlust, abnormale dromen, depersonalisatie, agitatie, verlaagd libido, acathisie, psychomotorische rusteloosheid, paresthesie, tremor, veranderde smaak, slaperigheid, hypertonie, verwardheid, gapen, visusstoornis, accommodatiestoornis, tinnitus, dyspneu, hypertensie, tachycardie, hartkloppingen, blozen, diarree, braken, anorexie, verstoorde mictie, abnormale ejaculatie/orgasme, anorgasmie, erectiele disfunctie, menorragie, metrorragie, asthenie, vermoeidheid, rillingen, huiduitslag, jeuk, bloeduitstortingen.

Soms (0,1-1%): gastro-intestinale bloeding, fotosensitieve reactie, apathie, manie, hypomanie, hallucinaties, derealisatie, hypomanie, bruxisme, coördinatiestoornis, myoclonus, dyskinesie, (orthostatische) hypotensie, syncope, urticaria, alopecia, urineretentie, pollakisurie, urine-incontinentie, abnormale leverfunctietesten, angio–oedeem.

Zelden (0,01-0,1%): agranulocytose, aplastische anemie, neutropenie, pancytopenie, hepatitis, hyponatriëmie, SIADH, serotoninesyndroom, convulsies, dystonie, neuroleptisch maligne syndroom, nauwe-kamerhoekglaucoom, QT-verlenging, ventrikelfibrilleren, ventrikeltachycardie (inclusief 'torsade de pointes'), interstitiële longziekte, pulmonale eosinofilie, pancreatitis, erythema multiforme, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, rabdomyolyse, anafylaxie.

Zeer zelden (< 0,01%): trombocytopenie, verhoogde prolactinewaarden, tardieve dyskinesie, slijmvliesbloeding, langere bloedingstijd.

Verder zijn gemeld: vertigo, suïcidale gedachten en gedrag, delirium, agressie.

Onthoudingsverschijnselen bij stoppen en dosisreductie, zijn gemeld met name bij hogere doses en langere behandelduur. Fout-positieve urinetesten voor PCP en amfetamine zijn gemeld.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Leidt tot verminderd reactie- en concentratievermogen; niet geven bij depressieve patiënten met suïcidale gedachten; patiënten nauwkeurig observeren in verband met het verhoogde risico van suïcide. Tevens dient men bij het gebruik van venlafaxine bedacht te zijn op het ontstaan van het serotoninesyndroom. 

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden kunnen daarvan hinder ondervinden.

Vóór behandeling is screening op risico van suïcide aangewezen. Patiënten dienen nauwkeurig gevolgd te worden tijdens behandeling met deze geneesmiddelen, vooral in het begin van de behandeling en na dosisaanpassingen. Patiënten moeten op de hoogte worden gebracht van de noodzaak om te letten op elke klinische verergering, suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten en ongewone gedragsveranderingen en de noodzaak om onmiddellijk medisch advies in te winnen als deze symptomen zich voordoen. Patiënten dienen niet over grote hoeveelheden van dit geneesmiddel te kunnen beschikken.

Andere psychiatrische condities waarvoor venlafaxine wordt voorgeschreven kunnen ook geassocieerd worden met een toegenomen risico op aan suïcide gerelateerde gebeurtenissen. Bovendien kunnen deze condities comorbide zijn met episodes van depressie in engere zin. Dezelfde voorzorgsmaatregelen die in acht worden genomen bij de behandeling van patiënten met ernstige depressieve stoornis moeten daarom in acht worden genomen bij de behandeling van patiënten met andere psychiatrische aandoeningen.

Zelden is bij venlafaxine een serotoninesyndroom gemeld; bij een combinatie van symptomen als agitatie, tremoren, myoklonieën en hyperthermie dient men hierop bedacht te zijn. Bij insulten dient de medicatie gestaakt te worden.

Bij optreden van ernstige bijwerkingen of wanneer het effect uitblijft kan er sprake zijn van een afwijkend geneesmiddelmetabolisme. CYP2D6 kan de variatie in respons bepalen. Genotypering kan overwogen worden.

 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij opvallend weinig werkzaamheid of bij meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2D6-polymorfisme.

Voor aanvang van de behandeling bloeddruk controleren en een verhoogde bloeddruk behandelen. Tijdens de behandeling regelmatig de bloeddruk controleren en bij langdurige behandeling de cholesterolspiegel.

De behandeling niet plotseling staken; de dosering moet geleidelijk over een periode van ten minste 1–2 weken of maanden worden verminderd volgens de behoefte van de patiënt; indien de gebruiksduur langer is dan zes weken moet de dosering gedurende een periode van minstens twee weken geleidelijk worden verminderd.

Een onderliggende manie kan manifest worden of verergeren.

Bij suïcidale gedachten of suïcidaal gedrag in de voorgeschiedenis, evenals bij patiënten < 25 jaar, is er meer kans op suïcidale gedachten en suïcide, nauwkeurig volgen van deze patiënten is aangewezen. Om suïcidepogingen te voorkomen, dient de patiënt slechts over kleine hoeveelheden antidepressiva te kunnen beschikken.

Wees voorzichtig bij epilepsie, een vergroot bloedingsrisico, organisch hersensyndroom, levercirrose, matige tot ernstige nierfunctiestoornis, mictiestoornissen, verhoogde intraoculaire druk, een voorgeschiedenis van agressie, voorgeschiedenis van bipolaire stoornis, risicofactoren voor QTc-verlenging, aritmieën en hartaandoeningen.

Ouderen kunnen gevoeliger zijn voor de bijwerkingen. Venlafaxine is niet onderzocht of gebruikt bij instabiele hartaandoeningen of een recent myocardinfarct. Er is geen onderzoek naar combinatie met ECT. Venlafaxine is niet geïndiceerd voor gewichtsverlies of voor combinatie met afslankmiddelen. Niet gebruiken bij kinderen en adolescenten < 18 jaar omdat er meer kans is op suïcidaal gedrag en vijandigheid terwijl de werkzaamheid niet voldoende is vastgesteld en er onvoldoende gegevens zijn over het effect op groei en op de seksuele, cognitieve, emotionele ontwikkeling.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. deelname aan het verkeer) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Interacties

Venlafaxine is substraat voor CYP2D6.

Relevant:
Toename venlafaxine: de plasmaconcentratie stijgt door cobicistat, krachtige CYP2D6-remmers, efavirenz en HIV-proteaseremmers.

Overig effect: bij combinatie met een MAO-remmer (ook moclobemide, rasagiline of selegiline) kan het serotoninesyndroom optreden.

Gelijktijdige behandeling wordt ontraden. Het herstel van MAO-enzymen duurt ong. 2 weken. Aanbevolen wachttijden: na staken venlafaxine 7 dagen; na staken niet-selectieve MAO-remmer, rasagiline of selegiline 2 weken; na staken van moclobemide 1 dag.

Bij combinatie met fentanyl, linezolid (aanbevolen wachttijd na staken linezolid 2 dagen), methylthionine, oxycodon, pethidine of tramadol kan serotonerge toxiciteit optreden.

Bij gebruik van venlafaxine neemt het risico op een maagdarmbloeding toe als tevens een NSAID wordt gebruikt.

Bij gebruik van venlafaxine kan de bloedingsneiging toenemen, hierdoor kan het effect van een cumarinederivaat worden versterkt. Bij combinatie met een thiazide kan hyponatriëmie optreden.

Niet relevant: de plasmaconcentratie kan stijgen door cimetidine, ketoconazol en voriconazol.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met tedizolid en triptanen.

Niet beoordeeld: venlafaxine verhoogt de AUC en de Cmax van haloperidol met 70-90%; de eliminatiehalfwaardetijd verandert niet. Venlafaxine verhoogt de AUC en de Cmax van metoprolol met 30-40%.

Venlafaxine verhoogt de AUC van risperidon met ong. 50%.

Verhoging van de plasmaconcentratie van clozapine, soms leidend tot insulten, zijn gemeld.

Bij combinatie met lithiumzouten, hypericum, tapentadol, methadon of dextromethorfan kan het serotoninesyndroom optreden.

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 16 aug 2018
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, verminderde nierfunctie), Geraadpleegd 16 aug 2018
  3. Pfizer BV, SmPC Efexor (RVG 26661, 20862-20863) 12-05-2016, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  4. Emslie GJ, et al., Venlafaxine ER for the treatment of pediatric subjects with depression: results of two placebo-controlled trials, J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 2007, 46, 479-88
  5. Brent D, et al., Switching to another SSRI or to venlafaxine with or without cognitive behavioral therapy for adolescents with SSRI-resistant depression: the TORDIA randomized controlled trial. , JAMA, 2008, 299, 901-13
  6. March JS, et al., Randomized controlled trial of venlafaxine ER versus placebo in pediatric social anxiety disorder, Biol Psychiatry, 2007, 62, 1149-54
  7. Rynn MA, et al., Efficacy and safety of extended-release venlafaxine in the treatment of generalized anxiety disorder in children and adolescents: two placebo-controlled trials, Am J Psychiatry, 2007, 164, 290-300
  8. Vitiello B, et al., Long-term outcome of adolescent depression initially resistant to selective serotonin reuptake inhibitor treatment: a follow-up study of the TORDIA sample, J Clin Psychiatry, 2001, 72, 388-96
  9. Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie., Expertopinie dosering boulimia nervosa en body dysmorphic disorder, 13-07-2018

Wijzigingen

  • 16 augustus 2018 16:36: Nieuw toegevoegd obv originele literatuur in samenwerking met het Kenniscentrum Kind,- en Jeugdpsychiatrie