Budesonide Neusspray

Stofnaam
Budesonide Neusspray
Merknaam
Rhinocort
ATC code
R01AD05
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Kinderen vanaf 6 jaar met allergische rhinitis
Startdosis: 256 of 400 microg in 1 dosis 's ochtends, verdelen over beide neusgaten
zodra voldoende effect dosis verlagen.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inhalatiepoeder, nasaal 0.1 mg/do
Neusspray 32 microg/do , 50 microg/do, 64 microg/do, 100 microg/do

Eigenschappen

Corticosteroïd, dat na verstuiving in de neus lokaal werkzaam is. Werking: volledig na enkele dagen, in zeldzame gevallen na twee weken.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Doseringen

Indicatie: Allergische rhinitis
  • Nasaal
    • 6 jaar tot 18 jaar
      [1] [2]
      • Startdosering: 256 - 400 microg./dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: Zodra bevredigend effect is bereikt kan de dosering gehalveerd worden 128 - 200 microg./dag in 1 dosis
      • Advies inname/toediening:

        Verdelen over beide neusgaten

      • Voor onderhoudsbehandeling dient de minimale effectieve dosis te worden gekozen

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

DECONGESTIVA EN ANDERE LOKALE MIDDELEN VOOR NASAAL GEBRUIK

SYMPATHICOMIMETICA

Oxymetazoline

Vicks Sinex, Nasivin
R01AA05

Tramazoline

Bisolnasal
R01AA09

Xylometazoline

Otrivin
R01AA07
ANTI-ALLERGISCHE MIDDELEN, EXCL CORTICOSTEROIDEN

Azelastine

Allergodil
R01AC03
R01AC01
R01AC02
CORTICOSTEROIDEN
R01AD58
R01AD01

Fluticason neusspray

Flixonase, Avamys
R01AD08
R01AD09
OVERIGE MIDDELEN VOOR NASAAL GEBRUIK
R01AX10
SYMPATHICOMIMETICA

Oxymetazoline

Vicks Sinex, Nasivin
R01AA05

Tramazoline

Bisolnasal
R01AA09

Xylometazoline

Otrivin
R01AA07
ANTI-ALLERGISCHE MIDDELEN, EXCL CORTICOSTEROIDEN

Azelastine

Allergodil
R01AC03
R01AC01
R01AC02
CORTICOSTEROIDEN
R01AD58
R01AD01

Fluticason neusspray

Flixonase, Avamys
R01AD08
R01AD09
OVERIGE MIDDELEN VOOR NASAAL GEBRUIK
R01AX10

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): irritatie van de neus, bloederige afscheiding uit de neus. Soms (0,1-1%): droge neus, niesaanvallen. Directe en vertraagde overgevoeligheidsreacties (urticaria, huiduitslag, dermatitis, pruritus, angio-oedeem). Zelden (0,01-0,1%): systemische corticosteroïd-effecten zoals bijnierschorssuppressie en groeivertraging. Zeer zelden (< 0,01%): anafylactische reactie, ulceratie of atrofie van het neusslijmvlies, neusseptumperforatie, geur- en smaakverandering, verlies reukvermogen, dysfonie. Verder zijn gemeld: cataract, glaucoom.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor corticosteroïden.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Vanwege de immunosuppressieve werking kunnen infecties (m.n. bij kinderen) een ernstiger beloop hebben en dient men besmetting met waterpokken en mazelen te voorkomen. Bij kinderen ook de lengte regelmatig controleren. Wanneer groei wordt geremd behandeling opnieuw overwegen of de dosis verlagen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Indien naast nasaal toegediend budesonide ook systemische corticosteroïden worden toegepast, dient dosisverlaging of -beëindiging van de orale steroïden geleidelijk en onder strenge controle te geschieden. Bij overschrijding van de aanbevolen dosering kan een effect op de bijnierschors niet volledig worden uitgesloten. Allergische rinitis is bij veel patiënten een seizoenverschijnsel; behandeling van seizoensgebonden rinitis dient bij voorkeur aan te vangen vóór blootstelling aan allergenen. Vasomotorische rinitis wordt gekenmerkt door perioden van remissies en exacerbaties; de behandeling dient te worden beperkt tot de periode die nodig is om de aandoening te beheersen. Er dient op te worden gewezen dat het effect pas na enige dagen merkbaar is. Bij langdurig gebruik van hoge doseringen of bij een gestoorde leverfunctie kunnen systemische bijwerkingen optreden, zoals Cushingsyndroom-achtige verschijnselen, bijnierschorssuppressie, groeionderdrukking bij kinderen, cataract en glaucoom. Bij onderhoudstherapie dient het neusslijmvlies regelmatig te worden gecontroleerd op het optreden van atrofie of candidiasis. Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met actieve of rustige longtuberculose en bij patiënten met schimmel- of virale luchtweginfecties. Gebruik van budesonide tijdens het optreden van infecties vermijden.  Bij contact van budesonide met de ogen onmiddellijk met water uitspoelen.  Bij een ernstige verstopping van de neus kan een nasale vasoconstrictor worden gebruikt tijdens de eerste 2–3 dagen van de behandeling.

Interacties

Na nasale toediening zouden interacties kunnen optreden indien absorptie optreedt, maar tot op heden zijn er geen aanwijzingen voor klinisch relevante interacties.

Budesonide is substraat voor CYP3A4 en P-gp.

Referenties

  1. AstraZeneca BV, SPC Rhinocort 32, 64 (RVG 23838, RVG 23837), Geraadpleegd 26 mei 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h23837.pdf
  2. Ratiopharm, SPC Budesonide Nevel 100( RVG 27456), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 26 mei 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h27456.pdf
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-indicaties, bijwerkingen, waarschuwingen en voorzorgen).., Geraadpleegd 10 okt 2014
  4. Informatorium Medicamentorum., (Interacties), Geraadpleegd 08 okt 2015

Wijzigingen