Budesonide

Stofnaam
Budesonide
Merknaam
Entocort klysma, Entocort, Budenofalk, Cortiment
ATC code
A07EA06
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Ziekte van Crohn:
Oraal:
< 8 jaar: Off-label
≥ 8 jaar, ≥25 kg: : On-label
Rectaal: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Lichte tot matige Morbus Crohn, waarbij het ileum en/of colon ascendens is aangedaan.
Entocort (capsules):
is geregistreerd voor kinderen, vanaf 8 jaar met een lichaamsgewicht van minimaal 25 kg: 9 mg 1 dd in de ochtend, gedurende 8 weken. Optimaal therapeutisch effect wordt gewoonlijk bereikt na 2 tot 4 weken. Indien de symptomen aangeven dat de ziekte gestabiliseerd is,kan de dosering gewoonlijk naar de laagst effectieve dosis getitreerd worden.
Budenofalk (capsules) is niet geregistreerd voor kinderen.
Budenofalk (schuim en granulaat) en Entocort klysma zijn niet geregistreerd voor de ziekte van Crohn. Tevens zijn zij niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Gran. maagsapresistent 9 mg
Caps. maagsapresistent 3 mg
Caps. met gereguleerde afgifte 3 mg
Tablet met gereguleerde afgifte 9 mg
Tablet voor klysma 2.3 mg + 115 ml oplosm.
Schuim, rectaal 2 mg/do

Eigenschappen

Glucocorticosteroïd met een lokaal ontstekingsremmend effect. Budesonide wordt afgegeven vanuit de capsule ter hoogte van het ileum en het colon ascendens, vanuit de tablet in het colon.

Kinetische gegevens

In de studie van Lundin et al. bij kinderen met de ziekte van Crohn (n=8, 9-14 jaar) bedroeg de absolute biologische beschikbaarheid na orale toediening van 9 mg Entocort per dag gemiddeld 9% tegen 11% bij volwassenen (zeer groot first-pass-effect). De gevonden tmax-waarde verschilde niet significant tussen kinderen en volwassenen. De gemiddelde tmax ± s.d. bij kinderen was 4,7 ± 2,6 uur. De budesonide AUC en Cmax-waarden waren voor kinderen hoger dan voor volwassenen. De gemiddelde Cmax ± s.d. bij kinderen was 6,0 ± 3,4 nmol/l. Het verschil in AUC en Cmax-waarden wordt niet klinisch relevant geacht.
Dilger et al. (n=12, 5 – 15 jaar) toont ook een vergelijkbare farmacokinetiek tussen kinderen en volwassenen aan maar vermeldt dat er bij jonge kinderen mogelijk sprake is van een toegenomen systemische blootstelling.

Doseringen

Indicatie: Ziekte van Crohn
  • Oraal
    • Gereguleerde afgifte
      • 6 jaar tot 18 jaar
        [2] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [12]
        • 9 mg/dag in 1 dosis per dagen
        • Behandelduur:

          Gedurende 6-8 weken.

          Bij remissie als volgt afbouwen:

          • 6 mg/dag gedurende 2 weken;
          • 3 mg/dag gedurende 2 weken, hierna stoppen.
        • Advies inname/toediening:

          Innemen voor het ontbijt.

    • Maagsapresistente capsule, hard
  • Rectaal
    • 10 jaar tot 18 jaar
      [1] [11]
      • 1-2 Entocort klysma's/dag

      • Behandelduur:

        4-8 weken


      • Klysma's vlak voor gebruik bereiden door tablet (2,3 mg) in flacon met oplossing (115 ml) te doen en de flacon goed te schudden totdat de tablet is gesuspendeerd.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

ANTI-INFLAMMATOIRE DARMMIDDELEN

ANTI-ALLERGISCHE MIDDELEN, EXCL CORTICOSTEROIDEN
A07EB01
MESALAZINE EN VERWANTE VERBINDINGEN

Mesalazine

Pentasa, Salofalk, Asacol, Mezavant
A07EC02

Sulfasalazine

Salazopyrine
A07EC01

Bijwerkingen bij kinderen

Diarree, misselijkheid, flatulentie, dyspepsie, huidreacties, Cushing-achtig syndroom, pseudo-tumor cerebri (inclusief papiloedeem) in adolescenten, groeistoornissen

Bijwerkingen bij volwassenen

Oraal: De frequentie van corticosteroïd gerelateerde bijwerkingen is ongeveer gehalveerd ten opzichte van een equivalente orale dosering prednisolon. Vaak (1-10%): Cushing(gelijkend)-syndroom, hypokaliëmie, hoofdpijn, nervositeit, slapeloosheid, stemmingswisselingen, wazig zien, palpitaties, dyspepsie, misselijkheid, buikpijn, urticaria, exantheem, spierkrampen, menstruatiestoornis, virale bovenste luchtweginfectie. Soms (0,1-1%): tremor, slaperigheid, diarree, acne, anemie, pijn in de extremiteiten. Zelden (0,01-0,1%): jeuk, vermoeidheid, perifeer oedeem. Zeer zelden (< 0,01%): anafylactische reacties, groeivertraging. Verder zijn gemeld: systemische glucocorticosteroïdeffecten, zoals allergisch exantheem, rode striae, petechiën, ecchymose, vertraagde wondgenezing, contactdermatitis, aseptische botnecrose, glaucoom, cataract, depressie, irritatie, euforie, pancreatitis, vollemaansgezicht, romp-obesitas, verminderde glucosetolerantie, diabetes mellitus, natriumretentie met oedeemvorming, verhoogde kaliumuitscheiding, insufficiëntie van de bijnier, verstoorde afscheiding van geslachtshormonen, hypertensie, toenemend tromboserisico, vasculitis, meer kans op infecties.

Rectaal: Er is minder kans op bijwerkingen dan bij orale toediening. Vaak (1-10%): gastro-intestinale stoornissen zoals flatulentie, misselijkheid en diarree. Exantheem en urticaria. Soms (0,1-1%): agitatie of slapeloosheid. Zelden (0,01-0,1%): symptomen van systemische glucocorticosteroïdeffecten, zoals insufficiëntie van de bijnier. Zeer zelden (≤ 0,01%): anafylactische reacties. Gemeld is: glaucoom.

 

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor corticosteroïden. Levercirrose en aanwijzingen van portale hypertensie (zoals vergevorderde primaire biliaire cirrose). Systemische of lokale bacteriële, virale of schimmelinfecties.

 

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Corticosteroïden kunnen de hypothalamus-hypofyse functies verstoren. Men dient bedacht te zijn op een toegenomen risico van de suppressie van de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as bij kinderen.
Bij kinderen die langdurig behandeld worden met corticosteroïden de lengtegroei regelmatig controleren. Indien de groei vertraagd is, dient de therapie opnieuw te worden geëvalueerd. De voordelen van de corticosteroïdtherapie en het mogelijk risico op groeivertraging zorgvuldig tegen elkaar afwegen.
Afgifte van budesonide uit capsules is PH afhankelijk. Entocort coating is stabiel tot PH < 5,5 en komt derhalve vrij vanaf het duodenum. Budenofalk coating is stabiel tot PH <6,4 en komt vrij vanaf het ileum. Bij het voorschrijven van een oraal budesonide preparaat kan van het verschillend afgifte profiel van Entocort en Budenofalk gebruik worden gemaakt, afhankelijk van de locatie van de afwijking in de darm. Capsules dienen heel, zonder kauwen ingenomen te worden met voldoende water. Eventueel kan een Entocort capsule wel geopend worden, waarna de inhoud gemengd kan worden met bijvoorbeeld een lepel appelmoes. De inhoud van de capsules mag niet gekauwd of fijngemaakt worden.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Overzetting van systemische corticosteroïdtherapie op lokale behandeling met budesonide kan allergieën ontmaskeren of symptomen veroorzaken gerelateerd aan een verminderd algeheel steroïd effect. Uitsluipen van het systemische corticosteroïd kan nodig zijn; bij stopzetten van de behandeling kan malaise optreden met spier- en gewrichtspijnen. Indien zich ook moeheid, hoofdpijn, misselijkheid en braken voordoet kan een tijdelijke verhoging van de dosis systemische corticosteroïden aangewezen zijn. Voorzichtigheid is geboden bij aandoeningen waarbij glucocorticoïden ongewenste effecten kunnen hebben zoals bij hypertensie, diabetes mellitus, tuberculose, osteoporose, ulcus pepticum, glaucoom of cataract. In verband met een eventuele verstoring van de hypothalamus/hypofysefuncties bij stress wordt suppletie met orale corticosteroïden aanbevolen bij fysiek belastende omstandigheden zoals operatief ingrijpen of in andere stress situaties. Onderdrukking van de inflammatoire respons en immuunfunctie vermeerdert de kans op infecties; ernstige infecties zoals sepsis en tuberculose kunnen worden gemaskeerd waardoor ze pas laat worden herkend. Waterpokken en mazelen kunnen een ernstiger verloop hebben dan gebruikelijk en het kan nodig zijn passende maatregelen te nemen (varicella–zostervirus-immunoglobuline, i.v. immunoglobuline, antivirale middelen). Voorzichtig zijn bij patiënten met (familieleden in de eerste graad met) bestaande of eerdere ernstige depressie of eerdere psychose door steroïden. Bij patiënten met leverfunctiestoornissen kunnen systemische bijwerkingen vaker optreden.

Interacties

Budesonide is substraat voor CYP3A4 en P-gp.

Relevant:
Toename budesonide: de concentratie stijgt door krachtige CYP3A4-remmers en tipranavir. Het syndroom van Cushing is gemeld.

Niet beoordeeld: de fabrikant van Budenofalk® ontraadt combinatie met middelen die de pH in de maag verhogen, zoals secretieremmende middelen, omdat de afgifte van budesonide uit de capsule pH-afhankelijk is en deze middelen de afgifte remmen.

Grapefruitsap kan de biologische beschikbaarheid van oraal budesonide verhogen door remming van CYP3A4. In een kleine interactiestudie werd een verdubbeling van de biologische beschikbaarheid gevonden bij gebruik van 600 ml grapefruitsap per dag gedurende 4 dagen. Een klinisch relevant effect is niet waarschijnlijk, omdat de effecten van een hoge spiegel niet gevaarlijk lijken. De fabrikant ontraadt echter regelmatig gebruik van grapefruit of grapefruitsap tijdens behandeling met oraal budesonide.

 

Interacties corticosteroiden algemeen:

Relevant:

Afname corticosteroïden: enzyminductoren, zoals carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en rifampicine, kunnen de werking van glucocorticoïden verminderen. De interactie is alleen relevant wanneer glucocorticoïden langer dan twee weken worden gebruikt. Zowel bij starten als bij staken van de enzyminductor moet de glucocorticoïddosering zo nodig worden bijgesteld.

Overig effect: glucocorticoïden (behalve fludrocortison) kunnen de ulcerogene werking van NSAID's versterken. Het risico op een peptisch ulcus neemt toe bij hogere leeftijd, hogere doses van NSAID's en chronisch gebruik van NSAID's. Preventieve maatregelen moeten worden overwogen, zie verder inleidende tekst NSAID's.

Vaccinatie met levende micro-organismen tijdens immunosuppressieve therapie kan een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden; dit geldt zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij suppletie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie).

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: isoniazide kan het levermetabolisme van glucocorticoïden remmen; andersom kunnen corticosteroïden de isoniazideconcentratie verlagen.

Ketoconazol kan het metabolisme van glucocorticoïden remmen.

Glucocorticoïden kunnen de eliminatie van salicylaten versnellen.

Hoge doses corticosteroïden kunnen de werking van perifeer werkende spierrelaxantia verminderen en het risico op myopathie verhogen.

Glucocorticoïden kunnen de respons op somatropine verminderen.

Vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen zijn tijdens immunosuppressieve therapie minder effectief door een verminderde immuunrespons.

Bij therapie met glucocorticoïden is zowel een verminderde werking van cumarinederivaten als een verhoogd risico op bloedingen gemeld.

Door het hyperglykemische effect kan de behoefte aan bloedglucoseverlagende middelen toenemen.

Oestrogenen kunnen het effect van corticosteroïden versterken.

Gelijktijdige toediening van lisdiuretica, thiazidediuretica of amfotericine B kan leiden tot kaliumdepletie.

Bij combinatie met ciclosporine kan de serumconcentratie van ciclosporine toenemen en de klaring van corticosteroïden afnemen.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Centraal BegeleidingsOrgaan (CBO), Richtlijn Diagnostiek en behandeling van Inflammatoire darmziekten bij Kinderen, 2008, Geraadpleegd 22 april 2013
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 10 okt 2014
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 16 aug 2018
  5. Escher JC; European Collaborative Research Group on Budesonide in Paediatric IBD, Budesonide versus prednisolone for the treatment of active Crohn\'s disease in children: a randomized, double-blind, controlled, multicentre trial, Eur J Gastroenterol Hepatol., 2004, 16, 47-54
  6. Dilger K, et al, Pharmacokinetics and pharmacodynamic action of budesonide in children with Crohn\'s disease, Aliment Pharmacol Ther, 2006, 23, 387-96
  7. Levine A, et al, Evaluation of oral budesonide for treatment of mild and moderate exacerbations of Crohn\'s disease in children, J Pediatr., 2002, 140, 75-80
  8. Levine A, et al. Israeli Pediatric Gastroenterology Association Budesonide Study Group, A comparison of budesonide and prednisone for the treatment of active pediatric Crohn disease, J Pediatr Gastroenterol Nutr, 2003, 36, 248-52
  9. Lundin PD, et al, Pharmacokinetics of budesonide controlled ileal release capsules in children and adults with active Crohn\'s disease, Aliment Pharmacol Ther., 2003, 17, 85-92
  10. Wilson D, et al.; and the IBD Working Group of the British Society of Paediatric Gastroenterology, Hepatology, and Nutrition, Systematic Review of the Evidence Base for the Medical Treatment of Paediatric Inflammatory Bowel Disease, J Pediatr Gastroenterol Nutr., 2010, 50, S1-S34
  11. AstraZeneca B.V. , SPC Entocort Klysma (RVG 15660), www.cbg-meb.nl;, geraadpleegd 22 april 2013, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h15660.pdf
  12. AstraZeneca B.V. , SPC Entocort capsules (RVG 18765). , www.cbg-meb.nl, geraadpleegd 22 april 2013, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h18765.pdf
  13. Dr. Falk Pharma Benelux B.V. , SPC Budenofalk (RVG 22557). , www.cbg-meb.nl, geraadpleegd 22 april 2013, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h22557.pdf

Wijzigingen

  • 07 september 2015 12:58: Budenofalk was een preparaat met gereguleerde afgifte, dit is nu een maagsapresistent preparaat geworden. Dosisadvies toegevoegd.