Calciumgluconaat

Stofnaam
Calciumgluconaat
Merknaam
ATC code
B05XA19
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Calcium is van belang voor de vorming en instandhouding van het skelet en speelt verder onder meer een rol bij de bloedstolling, de spieractiviteit (incl. die van het hart), activering van enzymatische reacties, secretie en activering van hormonen, celgroei en celdifferentiatie, het handhaven van de permeabiliteit van de membranen, potentialen van celmembranen en bij de voortgeleiding van de zenuwprikkels in de neuromusculaire overgangen. De concentratie geïoniseerd calcium wordt gereguleerd door vitamine D, calcitonine en parathyroïdhormoon.

Farmacokinetiek bij kinderen

Geen informatie

Label dosisadvies Kinderformularium

Hypocalciemie bij convulsies bij neonaten: On-label
Acute hypocalciemie: On-label
Hyperkaliemie: off-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Symptomatische hypocalciemie:
inj.vlst. 0.225 mmol calcium (= 9 mg calcium) per ml,
Neonaten: Bij ernstige symptomen van hypocalciëmie bij pasgeborenen of zuigelingen, bijvoorbeeld bij cardiale symptomen, kan voor een snel herstel van een normaal serumcalciumgehalte een hogere aanvangsdosering (tot 2 ml per kg lichaamsgewicht, ˄ 0,45 mmol calcium per kg lichaamsgewicht) noodzakelijk zijn. 
3 mnd: 0,4 – 0,9 ml/kg
6 mnd: 0,3 – 0,7 ml/kg
1 jr: 0,2 – 0,5 ml/kg
3 jr: 0,4 – 0,7 ml/kg
7,5 jr: 0,2 – 0,4 ml/kg
12 jr: 0,1 – 0,3 ml/kg
>12jr: start 10 ml, vervolg op basis van calciumspiegels.
Bij ernstige symptomen van hypocalciemie kan een hogere startdosis (tot 2 ml/kg) nodig zijn.
Oraal:
Kinderen: 2-3 dd 500 mg

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Calciumgluconaat inj.vlst. 10% oplossing (100 mg/ml)

  • 1 ml bevat 94 mg calciumgluconaat als werkzame stof, equivalent aan 0,21 mmol calcium.
  • 10 ml bevat 940 mg calciumgluconaat als werkzame stof, equivalent aan 2,10 mmol calcium.
  • Hulpstoffen met bekend effect: het product bevat ook een hoeveelheid van de hulpstof calcium-D-glucaraat-tetrahydraat, equivalent aan 0,02 mmol calcium per ml (of 0,15 mmol calcium per 10 ml).
  • Totaal calciumgehalte: 0,23 mmol per ml (2,25 mmol per 10 ml)

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Algemene doseer informatie

LET OP: dosering weergeven als het calciumzout (calciumgluconaat) verschilt van dosering weergegeven als elementair calcium. 


Doseringen

Acute hypocalciemie; convulsies agv hyperfosfatemie/hypocalciemie
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [4]
      • Calciumgluconaat: 200 mg/kg/dosis in 30 minuten.
        Overeenkomend met: E
        lementair calcium (Ca2+):
        - 18  MG/kg/dosis
        - 0,45 MMOL/kg/dosis
        • Zo nodig mag de dosis herhaald worden, afhankelijk van de klinische toestand van de patiënt.
        • Vervolgdoses moeten aangepast worden op basis van de werkelijke plasmaconcentratie van calcium.
        .
        • Toedienen onder ECG bewaking
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • Calciumgluconaat: 10 - 100 mg/kg/dosis, éénmalig.
        Overeenkomend met:
        Elementair calcium (Ca2+):
        - 0,9 – 9 MG/kg/dosis
        - 0,023 - 0,225 MMOL/kg/dosis
        • Zo nodig mag de dosis herhaald worden, afhankelijk van de klinische toestand van de patiënt.
        • Vervolgdoses moeten aangepast worden op basis van de werkelijke plasmaconcentratie van calcium.
        .
        • Toedienen onder ECG bewaking
Hyperkaliemie
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [7]
      • Calciumgluconaat: 47 mg/kg/dosis in 1 dosis. Max: 1.880 mg/dosis. Overeenkomend met: Elementair calcium (Ca2+):
        - 4,2 MG/kg/dosis. Max 168 MG/dosis
        - 0,10 MMOL/kg/dosis. Max 4,2 MMOL/dosis
        • Langzame intraveneze injectie gedurende 5-10 minuten
        .
    • 1 maand tot 18 jaar
      [7]
      • Calciumgluconaat: 47 mg/kg/dosis in 1 dosis. Max: 1.880 mg/dosis.
        Overeenkomend met:
        Elementair calcium (Ca2+):
        - 4,2 MG/kg/dosis. Max 168 MG/dosis
        - 0,10 MMOL/kg/dosis. Max 4,2 MMOL/dosis. 
        • Langzame intraveneuze injectie gedurende 5-10 minuten
        .

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Gemeld zijn: vasodilatatie, blozen, hyper- en hypotensie, bradycardie, aritmie, circulatoire collaps. Misselijkheid, braken. Duizeligheid. Hyperhidrose. Na onjuiste wijze van toedienen: pijn, erytheem, abcessen, calcificatie van zachte weefsels en necrose.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Intramusculaire toediening is bij kinderen gecontra-indiceerd [SmPC].

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • hypercalciëmie;
  • ernstige hypercalciurie;
  • tijdens een digitalis-intoxicatie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave reactie met fosfaat in TPN. Cave hypomagnesiaemie, pre-existent of ten gevolge van het toegediende calcium.

Alleen langzame IV injectie of  infusie (beide na verdunning), zodat een voldoende langzame toedieningssnelheid ontstaat waardoor irritatie/necrose, welke kan ontstaan bij onopzettelijke extravasatie, wordt vermeden. Maximale toedieningssnelheid: 5 ml/min (1:10 verdunning van Calciumgluconaat 10%) [SmPC].

Er zijn gevallen gemeld van fatale reacties met precipitatie van calciumceftriaxon in de longen en nieren bij premature en voldragen pasgeborenen jonger dan 1 maand [SmPC].


Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Wees voorzichtig bij nier-, hart- en ademhalingsinsufficiëntie, cor pulmonale, respiratoire acidose en sarcoïdose.

Niersteenvorming: Bij lichte hypercalciurie (> 300 mg (= 7,5 mmol) per 24 uur), lichte tot matige nierfunctiestoornissen of nefrolithiase in de voorgeschiedenis, de calciumuitscheiding in de urine zorgvuldig controleren. Bij neiging tot nefrolithiase wordt extra vochtinname aanbevolen.

Tijdens calciumtherapie geen grote hoeveelheden vitamine D toedienen, tenzij hiervoor een speciale indicatie bestaat.

Calciumtoediening bij hypoparathyreoïdie dient plaats te vinden op geleide van de calciumspiegel.

Omdat bradycardie, vasodilatatie en aritmieën kunnen optreden indien calcium te snel wordt toegediend dient de toediening langzaam te geschieden, onder controle van hartfrequentie of ECG.

Bij extravasatie van de injectievloeistof de toediening onmiddellijk staken; zo mogelijk oplossing terugzuigen en het weefsel behandelen met fysiologische zoutoplossing en/of corticosteroïden. 

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Interacties calciumzouten algemeen

Relevant:
Oraal toegediende calciumzouten verminderen de absorptie van de volgende middelen (met aanbevolen gebruiksadvies):

  • bisfosfonaten: ten minste 2 uur vóór het calciumzout;
  • ciprofloxacine, norfloxacine: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout, of de therapie moet worden aangepast;
  • eltrombopag: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout;
  • integraseremmers (uitgezonderd raltegravir tablet 600 mg, zie aldaar): ten minste 2 uur vóór of 2 uur na het calciumzout;
  • ijzerzouten (gewoon preparaat): ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout;
  • penicillamine, triëntine: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout;
  • roxadustat: ten minste 3 uur vóór of 1 uur na het calciumzout;
  • tetracyclines: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout;
  • thyreomimetica: ten minste 2 uur vóór of 4 uur na het calciumzout.

Er zijn incidentele meldingen van calcium-ceftriaxon-neerslagen in de longen en nieren van neonaten, soms met fatale afloop. Ceftriaxon dient niet te worden gemengd of gelijktijdig te worden toegediend met intraveneuze calciumbevattende oplossingen. De oplossingen mogen wel na elkaar worden toegediend als de infusielijn grondig wordt gespoeld. Bij neonaten jonger dan 28 dagen is de combinatie gecontraïndiceerd, ceftriaxon mag niet worden toegediend bij intraveneuze toediening van calciumbevattende oplossingen.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met moxifloxacine, (lev)ofloxacine of van hoge intraveneuze doses calcium met digoxine of adrenaline.

Niet beoordeeld:
De absorptie van zink, ketoconazol, estramustine en natriumfluoride kan afnemen.

Bij intraveneuze toediening van calciumzouten kan door antagonisme voor de calciumkanalen de effectiviteit van verapamil en mogelijk ook van andere calciumantagonisten worden verminderd.

Bij gebruik van hoge doses calciumzouten en thiazidediuretica (verminderen calciumuitscheiding) neemt het risico op hypercalciëmie toe.

Citraat verhoogt de absorptie van aluminiumionen, waardoor bij combinatie van calciumcitraat en algeldraat (bij hyperfosfatemie) een risico op aluminiumintoxicatie bestaat. Bij het oplossen van calcium in bruistabletten en bruisgranulaat ontstaat calciumcitraat.

ADDITIEVEN VOOR INTRAVENEUZE INFUSIEVLOEISTOFFEN

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

ELEKTROLYTOPLOSSINGEN
B05XA07
B05XA14
B05XA31
AMINOZUREN
B05XB01
VITAMINEN
B05XC

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Noordam C et al, Werkboek Kinderendocrinologie, digitale publicatie op www.nvk.nl (alleen leden), 2010
  3. Kamps WA et al, Werkboek ondersteundende behandeling kinderoncologie, VU Uitgeverij, 2005
  4. B. Braun Melsungen AG, SmPC Calciumgluconaat (RVG 32248) 22-10-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  5. TEVA, SmPC (RVG 52036) 11-04-2016, www.geneesmiddelinformatiebank.nl
  6. Mihatsch W, et al, ESPGHAN/ESPEN/ESPR/CSPEN guidelines on pediatric parenteral nutrition: Calcium, phosphorus and magnesium, Clinical Nutrition, 2018, 37, 2360-2365
  7. S. Smith, Advanced Paediatric Life Support 7th edition, Wiley-Blackwell, 2023
  8. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 2-9-2021
  9. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 2-12-2023

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering