Levofloxacine

Stofnaam
Levofloxacine
Merknaam
Tavanic
ATC code
J01MA12
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Gecontraïndiceerd voor kinderen en adolescenten die nog in de groei zijn.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Infusievlst. 5 mg/ml
Tablet omhuld (als 0.5-water) 250 mg, 500 mg

Eigenschappen

Gefluorideerde chinolonverbinding. Levofloxacine is de actieve stereo-isomeer (L-isomeer) van het racemisch mengsel ofloxacine. Chinolonen hebben een bactericide werking en beïnvloeden de DNA-synthese door remming van het bacteriële DNA-gyrase en topoïsomerase IV.

Doorgaans gevoelig zijn: Bacillus anthracis, Staphylococcus aureus (meticilline-gevoelig), Staphylococcus saprophyticus, Streptococci groep C en G, Streptococcus agalactiae, Streptococcus pneumoniae, Streptococcus pyogenes, Eikenella corrodens, Haemophilus influenzae, Haemophilus para-influenzae, Klebsiella oxytoca, Moraxella catarrhalis, Pasteurella multocida, Proteus vulgaris, Providencia rettgeri, Peptostreptococcus spp., Chlamydophila pneumoniae, Chlamydophila psittaci, Chlamydia trachomatis, Legionella pneumophila, Mycoplasma pneumoniae, Mycoplasma hominis, Ureaplasma urealyticum.

Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Enterococcus faecalis, Staphylococcus aureus meticilline-resistent (MRSA), coagulase-negatieve Staphylococcus spp., Acinetobacter baumannii, Citrobacter freundii, Enterobacter aerogenes, Enterobacter cloacae, Escherichia coli, Klebsiella pneumoniae, Morganella morganii, Proteus mirabilis, Providencia stuartii, Pseudomonas aeruginosa, Serratia marcescens en Bacteroides fragilis.

Ongevoelig is: Enterococcus faecium.

Kinetische gegevens

Uit de studie van Chien et al. blijkt dat de klaring (l/uur/kg) van levofloxacine met toename van de leeftijd afneemt.

Leeftijd6 mnd-1 jaar2-4 jaar5-9 jaar10-11 jaar12-15 jaar
IV 0,35 0,32 0,25 0,19 0,18
Oraal 0,31 0,28 0,26 0,20 0,17

Daarnaast zijn de onderstaande kinetische parameters gevonden, na een eenmalige dosis van 7 mg/kg (max 500 mg/dosis) [Chien]

 OraalIV
Cmax (mg/l) 3,99-4,76 5,19-7,3
t½ (uur) 4,6-5,8 4-6
tmax (uur) 1,3-1,9 1
Vd (l/kg) 1,40-2,32 1,44-1,57

Doseringen

Indicatie: Infecties
  • Oraal
    • 6 maanden tot 5 jaar
      • 20 mg/kg/dag in 2 doses

    • 5 jaar tot 18 jaar
      • 10 mg/kg/dag in 1 dosis , max: 500mg/dag

  • Intraveneus
    • 6 maanden tot 5 jaar
      • 20 mg/kg/dag in 2 doses
      •  

    • 5 jaar tot 18 jaar
      • 10 mg/kg/dag in 1 dosis , max: 500mg/dag

Indicatie: Ernstige infecties
  • Oraal
    • 5 jaar tot 18 jaar
      • 20 mg/kg/dag in 2 doses , max: 1.000mg/dag

  • Intraveneus
    • 5 jaar tot 18 jaar
      • 20 mg/kg/dag in 2 doses , max: 1.000mg/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Oraal
GFR 50-80 ml/min/1.73 m2: Aanpassing is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2: 100% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur.
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2: 50% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur.
GFR < 10 ml/min/1.73 m2:   Een algemeen advies kan niet worden gegeven.

IV
GFR 50-80 ml/min/1.73 m2: Aanpassing is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2:
100% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 48 uur
OF
50% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2:
50% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 48 uur
OF
25% van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2: Een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Klinische gevolgen

Neurologische bijwerkingen van chinolonen zijn hoofdpijn, duizeligheid, sufheid, paresthesieën, perifere neuropathie, perifere sensorische stoornissen, visusstoornissen en verwardheid. Deze klachten zijn gewoonlijk reversibel en dosisafhankelijk. In zeldzame gevallen zijn convulsies gemeld, vooral bij patiënten met epilepsie of cerebrovasculaire insufficiëntie in de anamnese.

Bijwerkingen bij kinderen

Misselijkheid, diarree, braken, buikpijn, hoofdpijn, duizeligheid, allergische huidreacties, stijging leverenzymwaarden, bloedbeeldafwijkingen, convulsies en myalgie. Verder artralgie, tendinopathie, artritis en abnormale manier van lopen. Deze musculoskeletale bijwerkingen zijn reversibel van aard en komen vaker voor bij kinderen die met levofloxacine behandeld zijn dan bij kinderen die met een ander antibioticum behandeld zijn (Noel et al.).
Uit dierproeven blijkt dat het gebruik van fluorochinolonen bij jonge proefdieren afwijkingen in de kraakbeen-vorming veroorzaakt. Deze afwijkingen zijn niet aangetoond in de studie die bij jonge kinderen verricht zijn.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): misselijkheid, braken, diarree. Duizeligheid, hoofdpijn, slapeloosheid. Stijging van leverenzymwaarden. Bij de injectievloeistof tevens: reacties op de injectieplaats, flebitis.

Soms (0,1-1%): superinfectie met schimmels. Dyspneu. Anorexia, dyspepsie, flatulentie, obstipatie, buikpijn. Angst, verwardheid, nervositeit. Slaperigheid, tremor, dysgeusie. Vertigo. Asthenie. Artralgie, myalgie. Jeuk, huiduitslag, urticaria, hyperhidrose. Eosinofilie, leukopenie, stijging van serumcreatinine en bilirubine in bloed.

Zelden (0,01-0,1%): hypotensie, tachycardie, palpitaties. Overgevoeligheid, angio-oedeem. Acuut nierfalen. Paresthesieën, convulsies. Depressie, psychotische reacties, agitatie, abnormale dromen, nachtmerries. Visusstoornissen zoals wazig zien. Oorsuizen. Peesaandoeningen incl. tendinitis. Spierzwakte. Koorts. Neutropenie, trombocytopenie. Hypoglykemie (vooral bij diabetes mellitus).

Verder zijn gemeld: ventriculaire aritmieën, verlenging QT-interval, 'torsade de pointes'. Anafylactische of anafylactoïde shock. Bronchospasme, allergische pneumonitis. Pancreatitis. Icterus en ernstige leverbeschadiging (incl. acuut leverfalen, vooral bij ernstige onderliggende ziekten), hepatitis. Sensorische/sensomotorische perifere neuropathie, Parosmie (incl. anosmie), ageusie, syncope, benigne intracraniële hypertensie, extrapiramidale stoornis. Tijdelijk visusverlies. Verminderd gehoor. Gedrag waarbij de patiënt zichzelf in gevaar brengt, inclusief suïcidale neigingen of handelingen. Toxische epidermale necrolyse, Stevens-Johnsonsyndroom, erythema multiforme, leukoclastische vasculitis, fotosensibilisatie, stomatitis. Bloederige diarree die uiterst zelden kan duiden op enterocolitis, incl. pseudomembraneuze colitis. Peesruptuur, ligamentruptuur, spierruptuur, rabdomyolyse, artritis, pijn in rug, borst en ledematen. Hemolytische anemie, agranulocytose, pancytopenie. Hypoglykemisch coma, hyperglykemie. Bij fluorchinolonen is verder nog gemeld: aanvallen van porfyrie bij porfyriepatiënten.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Overgevoeligheid voor chinolonen, verlengd QTc-interval, epilepsie, peesaandoeningen gerelateerd aan het gebruik van fluorchinolonen

Contraindicaties bij volwassenen

Epilepsie of een verhoogde neiging tot het ontwikkelen van epileptische aanvallen.
Peesaandoeningen in de voorgeschiedenis, gerelateerd aan het gebruik van chinolonen.
Overgevoeligheid voor chinolonen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Terughoudendheid is geboden bij het toepassen van chinolonen bij kinderen in de groeifase. Het gebruik ervan dient zich te beperken tot gevallen waarbij andere therapeutische mogelijkheden ontbreken.

In proefdieronderzoek is in wisselende mate artropathie waargenomen bij zeer hoge doseringen bij jonge honden. Bij de mens zijn deze bijwerkingen evenwel nooit gemeld; fluorchinolonen worden daarom in toenemende mate bij kinderen gebruikt indien andere therapeutische mogelijkheden ontbreken of indien er ernstige bezwaren zijn tegen het gebruik van bepaalde andere breedspectrum antibiotica.

Fluorchinolonen zijn 'reserve' antimicrobiële middelen. Om resistentie-ontwikkeling te voorkomen, dient de toepassing ervan te worden gereserveerd voor situaties waarin met andere antimicrobiële middelen onvoldoende resultaat wordt verkregen.
Voorzichtigheid is geboden bij kinderen met neiging tot convulsies en bij kinderen met een bekend risico op verlenging van het QT-interval.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Wees voorzichtig bij G6PD-deficiëntie (i.v.m. risico van hemolytische anemie), bij verminderde leverfunctie (vanwege de bijwerkingen op de lever), bij een psychiatrische aandoening (ook in de voorgeschiedenis), myasthenia gravis (ook in de voorgeschiedenis, vanwege de kans op respiratoire insufficiëntie), en bij risicofactoren voor verlenging van het QT–interval (zoals hypokaliëmie, hypomagnesiëmie, hypocalciëmie, bradycardie, cardiale aritmie, ernstig hartfalen, comedicatie met geneesmiddelen die QT-interval verlengen, congenitaal of verworven QT-verlenging).

Bij een opvallende bloeddrukdaling tijdens het infuus, de infusie onmiddellijk stopzetten om een circulatoir collaps te voorkómen. De behandeling onmiddellijk staken bij vermoeden van een tendinitis (vanwege de kans op een peesruptuur, meestal betreft dit de achillespees). Tendinitis en peesruptuur kunnen optreden binnen 48 uur na het begin van de behandeling tot verschillende maanden na staken ervan. Er is meer kans op tendinitis bij ouderen, bij doses van 1000 mg per dag en bij comedicatie met corticosteroïden. Tevens de behandeling staken bij het optreden van tekenen van neuropathie om onomkeerbare effecten te voorkómen), een epileptisch insult, neiging tot automutilatie of suïcide en bij symptomen van verminderde leverfunctie.

Bij ernstige of aanhoudende diarree tijdens of na de behandeling de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen. Gedurende de behandeling en gedurende 48 uur erna blootstelling aan natuurlijk of kunstmatig zonlicht vermijden, vanwege de kans op fotosensibilisatie. Bij ontstaan van gezichtsafwijkingen onmiddellijk een oogarts consulteren.

Levofloxacine kan fout-positieve resultaten veroorzaken bij laboratoriumbepalingen van opiaten in de urine en vals-negatieve resultaten geven bij de bacteriologische diagnose van tuberculose.

Interacties

Relevant: levofloxacine kan het QTc-interval verlengen, het risico op ernstige hartritmestoornissen is verhoogd bij combinatie met andere middelen waarbij ernstige hartritmestoornissen zoals torsade de pointes zijn gemeld. 

Niet relevant: de Cmax en AUC kunnen afnemen bij combinatie met cyclofosfamide, cytarabine, daunorubicine, doxorubicine, etoposide, ifosfamide, mitoxantron en vincristine.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met calciumzouten.


Interacties chinolonen algemeen:

Relevant:

Absorptie: de absorptie van chinolonen wordt sterk verminderd door gelijktijdige inname van de volgende middelen (met aanbevolen gebruiksadviezen):
•antacida: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór of 4 uur na een antacidum worden ingenomen. Andere mogelijkheden zijn tijdelijk staken van het antacidum, of bij zuurgerelateerde klachten vervangen door een secretieremmer, of het chinolon vervangen door een ander antibioticum;
•ijzerzouten: het chinolon moet ten minste 2 uur vóór het ijzerzout (gewoon preparaat) worden ingenomen; de ijzertherapie wordt bij voorkeur tijdelijk gestaakt;
•sucralfaat: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór sucralfaat worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt sucralfaat tijdelijk gestaakt of vervangen door een H2-antagonist; deze vervanging is niet mogelijk bij een 'B2-resectiemaag', maar wel bij overige indicaties;
•bismutoxide, calcium-, magnesium- en zinkzouten: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór het andere middel worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt het andere middel tijdelijk gestaakt, of wordt het chinolon vervangen door een ander antibioticum.

De absorptie wordt ook verminderd door de fosfaatbinders lanthaancarbonaat en sevelameer. Het chinolon wordt bij voorkeur vermeden; als dit niet mogelijk is, wordt het chinolon voor de nacht gegeven. Als het chinolon toch vaker dan 1x per dag wordt gegeven, moet het chinolon ten minste 1 uur vóór of 3 uur na de fosfaatbinder worden ingenomen.

Chinolonen remmen het metabolisme van: theofylline. De interactie is gemeld voor ciprofloxacine, norfloxacine en pipemidinezuur. De overige chinolonen hebben weinig tot geen invloed op de plasmaconcentratie van theofylline.

Niet relevant: de nefrotoxiciteit van ciclosporine kan toenemen.

Ciprofloxacine kan de Cmax en AUC van ropinirol verhogen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met NSAID's of tacrolimus.



Referenties

  1. Danisovicov√° A, et al, Magnetic resonance imaging in children receiving quinolones: no evidence of quinolone-induced arthropathy. A multicenter survey, Chemotherapy, 1994, 40, 209-14
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 21 nov 2016
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, verminderde nierfunctie), Geraadpleegd 10 april 2018
  4. Arguedas A, et al, An open-label, double tympanocentesis study of levofloxacin therapy in children with, or at high risk for, recurrent or persistent acute otitis media, Pediatr Infect Dis J, 2006, 25, 1102-9
  5. Bethell DB, et al, Effects on growth of single short courses of fluoroquinolones., Arch Dis Child, 1996, 74, 44-6
  6. Bradley JS, et al, Comparative study of levofloxacin in the treatment of children with community-acquired pneumonia, Pediatr Infect Dis J, 2007, 26, 868-78
  7. Chien S, et al, Levofloxacin pharmacokinetics in children, J Clin Pharmacol., 2005, 45, 153-60
  8. Noel GJ, et al, A randomized comparative study of levofloxacin versus amoxicillin/clavulanate for treatment of infants and young children with recurrent or persistent acute otitis media., Pediatr Infect Dis J., 2008, 27, 483-9
  9. Noel GJ, et al, Comparative safety profile of levofloxacin in 2523 children with a focus on four specific musculoskeletal disorders, Pediatr Infect Dis J., 2007, 26, 879-91
  10. Schaad UB, et al, Use of fluoroquinolones in pediatrics: consensus report of an International Society of Chemotherapy commission., Pediatr Infect Dis J, 1995, 14, 1-9
  11. Bradley JS et al. , Assessment of musculoskeletal toxicity 5 years after therapy with levofloxacin., Pediatrics. , 2014, Jul;134(1), e146-53
  12. Sanofi-Aventis, SmPC Tavanic tablet (RVG 21811,21812) 15-07-2013, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl

Wijzigingen

  • 21 november 2016 12:12: De wetenschappelijke literatuur over de toepassing van levofloxacine bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot de toevoeging van maximale doseringen en de toevoeging van een doseeradvies voor kinderen met nierfunctiestoornissen.