Ciprofloxacine

Stofnaam
Ciprofloxacine
Merknaam
Ciproxin
ATC code
J01MA02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Bronchopulmonale infecties bij cystische fibrose: on-label, maximale dosis: off-label

Gecompliceerde urineweginfecties en pyelonefritis: on-label

Inhalatieantrax (profylaxe na blootstelling en curatieve behandeling): on-label

Neutropenie, sepsis, febriele neutropenie, perianale fisters bij de ziekte van Crohn, tularemie, SDD: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Kinderen en adolescenten:
Bronchopulmonale infecties bij cystische fibrose, veroorzaakt door Pseudomonas aeruginosa: PO 40 mg/kg/dag in 2 doses, max 750 mg/dosis; IV 30 mg/kg/dag in 3 doses, max 400 mg/dosis
Gecompliceerde urineweginfecties en pyelonefritis: PO 20-40 mg/kg/dag in 2 doses, max 750 mg/dosis; IV 18-30 mg/kg/dag in 3 doses, max 400 mg/dosis
Inhalatieantrax (profylaxe na blootstelling en curatieve behandeling): PO/IV: 20-30 mg/kg/dag in 2 doses, max 500 mg/dosis PO, max 400 mg/dosis IV
Andere ernstige infecties: PO 40 mg/kg/dag in 2 doses, max 750 mg/dosis, IV 30 mg/kg/dag in 3 doses, max 400 mg/dosis
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Infusievlst. (als lactaat) 2 mg/ml
Tablet omhuld (als hydrochloride-1-water) 250 mg, 500 mg, 750 mg
Susp. oraal "poeder + suspensievlst." 50 mg/ml, 100 mg/ml

Eigenschappen

Gefluorideerde chinolonverbinding. Werkt bactericide door remming van het bacteriële topo–isomerase II (DNA-gyrase) en topo–isomerase IV, die noodzakelijk zijn voor bacteriële DNA–replicatie, –transcriptie, –herstel en –recombinatie.

Over het algemeen gevoelig zijn: Bacillus anthracis, Aeromonas spp., Brucella spp., Citrobacter koseri, Francisella tularensis, Haemophilus ducreyi, Haemophilus influenzae, Legionella spp., Moraxella catarrhalis, Neisseria meningitidis, Pasteurella spp., Raoultella spp., Salmonella spp., Shigella spp., Vibrio spp., Yersinia pestis, Mobiluncus, Chlamydia trachomatis, Chlamydia pneumoniae, Mycoplasma hominis en Mycoplasma pneumoniae.

Verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Enterococcus faecalis, Staphylococcus spp., Acinetobacter baumannii, Burkholderia cepacia, Campylobacter spp., Citrobacter freundii, Enterobacter aerogenes, Enterobacter cloacae, Escherichia coli, Klebsiella oxytoca, Klebsiella pneumoniae, Morganella morganii, Neisseria gonorrhoeae, Proteus mirabilis, Proteus vulgaris, Providencia spp., Pseudomonas aeruginosa, Pseudomonas fluorescens, Serratia marcescens, Peptostreptococcus spp. en Propionibacterium acnes.

Ongevoelig zijn: Actinomyces, Enterococcus faecium, Listeria monocytogenes, Stenotrophomonas maltophilia, anaerobe micro–organismen behalve zoals hierboven vermeld, Mycoplasma genitalium en Ureaplasma urealyticum. Ciprofloxacine is onvoldoende werkzaam tegen streptokokken waaronder Streptococcus pneumoniae.

 

Kinetische gegevens

De volgende kinetische parameters zijn gevonden (Aggarwal, Lipman, Peltola, Rubio en Zhao):

 LeeftijdDosisCmax ss (mg/l)T1/2 ss (uur)Cl (l/uur/kg)V (l/kg)
ORAAL > 3 mnd-7 jaar 30 mg/kg 1,95-3,57 4,2-5,1 0,98-1,46 -
  5-17 jaar met CF 40 mg/kg 3,4-4,4 3,3-3,6 0,98-1,23 -
IV 0-3 mnd 20 mg/kg 2,3-3 - 0,04-0,81 0,4-3,55
  >3 mnd- 5 jaar 20 mg/kg 5,81-9,03 2,82-4,23 0,49-0,68 1,43-2,06
  5-17 jaar met CF 30 mg/kg 3,6-5,5 2,6-2,8 0,81-0,91 -

Uit het onderzoek van Payen et al. (N=55, 1 dag – 24 jaar) blijkt dat de klaring bij CF kinderen ongeveer 2 keer zoveel hoger te zijn dan die bij niet-CF kinderen.

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Gecompliceerde urineweginfecties, pyelonefritis, sepsis en febrile neutropenie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [15] [16] [26] [27]
      • 30 mg/kg/dag in 2 doses , max: 1.500mg/dag
      • Behandelduur:

        zie behandelprotocol per indicatie. De behandelduur kan variëren van 7-21 dagen.

  • Intraveneus
    • Prematuren Postmenstruele leeftijd < 34 weken
      [23]
      • 15 mg/kg/dag in 2 doses
      • De wetenschappelijke onderbouwing voor gebruik van ciprofloxacine bij prematuren is beperkt; deze dosering is gebaseerd op een populatie farmacokinetisch model (Zhao).

    • Prematuren Postmenstruele leeftijd ≥ 34 weken
      [23]
      • 25 mg/kg/dag in 2 doses
      • De wetenschappelijke onderbouwing voor gebruik van ciprofloxacine bij prematuren is beperkt; deze dosering is gebaseerd op een populatie farmacokinetisch model (Zhao).

    • 1 maand tot 18 jaar
      [15] [16] [26] [27]
      • 20 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses , max: 1.200mg/dag Maximale dosering per gift: 400mg/dosis
      • Behandelduur:

        zie behandelprotocol per indicatie. De behandelduur kan variëren van 7-21 dagen.

Indicatie: Bronchopulmonale infecties bij cystische fibrose, veroorzaakt door Pseudomonas aeruginosa
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5] [19] [20] [24]
      • 40 mg/kg/dag in 2 doses , max: 3.000mg/dag
      • Behandelduur:

        Zie behandelprotocol. De behandelduur kan variëren van 10-21 dagen

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5] [19] [20] [24]
      • 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses , max: 2.000mg/dag
      • Behandelduur:

        Zie behandelprotocol. De behandelduur kan varieren van 10-14 dagen, bij sequentiebehandeling wordt na een aantal dagen overgegaan op orale toediening

Indicatie: Selectieve darm decontaminatie bij immuungecompromitteerde patiënten in aplasie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [15] [16]
      • 30 mg/kg/dag in 2 doses , max: 1.000mg/dag
Indicatie: Postexpositieprofylaxe en behandeling van anthrax
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [10] [11] [14] [26]
      • 30 mg/kg/dag in 2 doses , max: 1.000mg/dag
      • Behandelduur:

        Zie behandelprotocol, veelal 60 dagen bij aangetoonde  B. anthracis infectie. Indien B.anthracis niet aantoonbaar is, de profylaxe stoppen.

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [10] [11] [14] [27]
      • 20 mg/kg/dag in 2 doses , max: 800mg/dag
      • Behandelduur:

        Zie behandelprotocol, veelal 60 dagen bij aangetoonde B. anthracis infectie. Indien B.anthracis niet aantoonbaar is, de profylaxe stoppen.

Indicatie: Perianale fistels bij ziekte van Crohn
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [25]
      • 20 mg/kg/dag in 2 doses , max: 1.000mg/dag
Indicatie: Tularemie, pest
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [28] [29]
      • 30 mg/kg/dag in 2 doses , max: 1.000mg/dag
      • Behandelduur:

        Pest: behandeling 10 dagen; profylaxe 7 dagen
        Tularemie: behandeling tenminste 10 dagen, profylaxe tenminste 14 dagen.

      • Tularemie: bij een massaal aantal slachtoffers als gevolg van een grootschalige expositie en als postexpositieprofylaxe.

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [28] [29]
      • 30 mg/kg/dag in 2 doses , max: 800mg/dag
      • Behandelduur:

        Pest: behandeling 10 dagen;
        Tularemie: behandeling tenminste 10 dagen.

      • Tularemie: bij een incidenteel geval of bij een beperkt aantal slachtoffers als gevolg van een bioterroristische aanval.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur

Bijwerkingen bij kinderen

Maagdarmstoornissen als: maagpijn, buikpijn, anorexie, misselijkheid, braken, diarree, pseudomembraneuze colitis, dyspepsie, flatulentie. Centrale bijwerkingen als: hoofdpijn, slaapstoornissen, duizeligheid, sufheid, transpireren, paresthesieën, perifere neuropathie, visusstoornissen, verwardheid, convulsies, onrust, paniekreacties, hallucinaties, reuk-, kleur- en smaakstoornissen, angst, depressie, moeheid. Arthralgie, artropathie, lever- en/of nierfunctiestoornissen, tromboflebitis, bloedbeeldafwijkingen, tachycardie, hypotensie, anemie, asthenie, koorts, pijn in extremiteiten. Er zijn ook twee gevallen met tand-dyschromie in de literatuur beschreven.

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): misselijkheid, diarree. Bij i.v.-toediening: reacties op de infusieplaats.

Soms (0,1-1%): dyspepsie, buikpijn, braken, flatulentie, anorexie. Mycotische superinfecties. Eosinofilie. Hoofdpijn, duizeligheid, slaapstoornissen, smaakverandering. Agitatie, (psychomotorische) hyperactiviteit. Huiduitslag, urticaria, jeuk. Spierpijn, gewrichtspijn. Asthenie, koorts. Nierfunctiestoornis. Verhoogde waarden van transaminasen, bilirubine en alkalische fosfatase.

Zelden: (0,01-0,1%): allergische reactie, angio–oedeem, lichtgevoeligheidsreacties. Vasodilatatie, hypotensie, syncope. Tachycardie. Oedeem, hyperhidrose. Dyspneu, astmatische aandoening. Pseudomembraneuze colitis. Paresthesie, dysesthesie, hypesthesie, tremor, vertigo, epileptische aanval. Verwardheid, desoriëntatie, angst, depressie (mogelijk culminerend in suïcidale gedachten of suïcidepogingen), abnormale dromen, hallucinaties. Visuele stoornis (bv. diplopie). Oorsuizen, gehoorverlies. Artritis, verhoogde spiertonus, spierkrampen. Gestoorde leverfunctie, cholestatische icterus, hepatitis. Tubulo–interstitiële nefritis, nierfalen, kristalurie, hematurie. Leukopenie, anemie, neutropenie, trombocytopenie, leukocytose, trombocytose. Verhoogd amylase. Hyperglykemie, hypoglykemie (vooral bij oudere patiënten met diabetes mellitus).

Zeer zelden (< 0,01%): anafylactische of anafylactoïde reacties (incl. shock), serumziekte. Levernecrose, leverfalen. Pancreatitis. Psychotische reacties. Hemolytische anemie, agranulocytose, pancytopenie (myelosuppressie). Vasculitis. Migraine, reukstoornis, coördinatiestoornis, intracraniële hypertensie, pseudotumor cerebri. Afwijkingen in de kleurwaarneming. Petechiën, erythema multiforme, erythema nodosum, Stevens–Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse. Spierzwakte, exacerbatie van myasthenia gravis. Tendinitis, peesruptuur.

Verder zijn gemeld: ventriculaire aritmie, verlenging QT-interval en 'torsade de pointes'. Perifere neuropathie, polyneuropathie, status epilepticus. Psychose, manie, hypomanie. Acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), DRESS-syndroom

Bij parenterale toediening kunnen bij subgroepen van patiënten sommige bijwerkingen (o.a. epileptische aanvallen, tachycardie, hypotensie, nierfalen, tijdelijk gestoorde leverfunctie incl. afwijkingen in de transaminasen, anafylactische reacties, beenmergdepressie, pancreatitis, visus en/of gehoorstoornissen en peesruptuur) met een hogere frequentie voorkomen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Overgevoeligheid voor chinolonen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Terughoudendheid is geboden bij het toepassen van chinolonen bij kinderen in de groeifase. Het gebruik ervan dient zich te beperken tot gevallen waarbij andere therapeutische mogelijkheden ontbreken.

Ciprofloxacine dient niet te worden toegepast bij kinderen in de eerste lijn in verband met resistentie vorming.

Van chinolonen is bekend dat ze epileptische aanvallen uitlokken of de drempel voor epileptische aanvallen verlagen. Ciprofloxacine moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een aandoening van het CZS die aanleg kunnen hebben om epileptische aanvallen te krijgen.

In proefdieronderzoek is in wisselende mate artropathie waargenomen bij zeer hoge doseringen bij jonge honden. Bij de mens zijn deze bijwerkingen evenwel nooit gemeld; fluorchinolonen worden daarom in toenemende mate bij kinderen gebruikt indien andere therapeutische mogelijkheden ontbreken of indien er ernstige bezwaren zijn tegen het gebruik van bepaalde andere breedspectrum antibiotica.
 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij ernstige infecties en bij gemengde infecties met Gram-positieve en anaerobe pathogenen moet ciprofloxacine worden gecombineerd met één of meer andere geschikte antibacteriële middelen. Bij epididymo–orchitis en ontstekingen in het kleine bekken bij vrouwen (PID), ciprofloxacine tegelijkertijd met een ander geschikt antimicrobieel middel toedienen, tenzij ciprofloxacine–resistente Neisseria gonorrhoeae kan worden uitgesloten; klinische verbetering moet binnen drie dagen na aanvang van de behandeling optreden. Door gonokokken veroorzaakte urethritis en cervicitis alleen met ciprofloxacine behandelen als ciprofloxacine–resistente Neisseria gonorrhoeae kan worden uitgesloten. Houdt bij de behandeling van urineweginfecties met weefselinvasie rekening met een toenemende resistentie van Escherichia coli.

In verband met een relatief groter risico van artropathie bij kinderen, ciprofloxacine bij hen alleen op strikte indicatie toepassen. De therapie staken bij het optreden van symptomen van neuropathie, epileptische aanvallen, psychische reacties, tendinitis, een leveraandoening en bij ernstige aanhoudende diarree of verergering van myasthenia gravis. Tendinitis en peesruptuur (vooral van de achillespees) kunnen binnen 48 uur optreden, maar ook verscheidene maanden na staken van de behandeling. Bij een voorgeschiedenis van een peesaandoening, ciprofloxacine niet gebruiken tenzij op strikte indicatie.Bij ernstige aanhoudende diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen. Neuropathie kan bij voortgezet gebruik irreversibel worden. Wees terughoudend bij risicofactoren voor epileptische aanvallen zoals epileptische aanval in de voorgeschiedenis, elektrolytstoornissen, gestoorde nierfunctie en combinatie met bepaalde geneesmiddelen (zie de rubriek Interacties). Psychische reacties (bv. depressie of psychose) kunnen al na de eerste toediening optreden; bij voortgezet gebruik kunnen suïcidale gedachten/ideeën overgaan in suïcide(poging).

Laat de patiënt zich direct melden wanneer afwijkingen in het gezichtsvermogen verergeren of nieuwe ontstaan; raadpleeg in dat geval een oogarts.

Wees voorzichtig bij risicofactoren voor QT-verlenging zoals hypokaliëmie, hypocalciëmie, hypomagnesiëmie, bradycardie, hartfalen, myocardinfarct, hogere leeftijd, vrouwelijk geslacht, comedicatie met geneesmiddelen die QT-interval verlengen en congenitale of verworven QT-verlenging.

In verband met het risico van hemolytische reacties het gebruik vermijden bij patiënten met G6PD–deficiëntie.

In verband met lichtgevoeligheidsreacties de patiënt aanraden blootstelling aan overvloedig zonlicht of UV–stralen te vermijden.

Bij diabetes mellitus de bloedsuikerspiegel zorgvuldig controleren.

De test op Mycobacterium tuberculosis kan een vals–negatieve uitslag geven.

Interacties

Ciprofloxacine remt CYP1A2 en CYP3A4.

Relevant:
Absorptie: de absorptie wordt verminderd bij gelijktijdige inname met calciumzouten; ciprofloxacine moet ten minste 4 uur vóór het calciumzout worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt het calciumzout tijdelijk gestaakt, of wordt ciprofloxacine vervangen door een ander antibioticum.

Ciprofloxacine remt het metabolisme van: CYP1A2-remmers, en van carbamazepine, clozapine, en sildenafil.

Overig effect: ciprofloxacine kan het QTc-interval verlengen, het risico op ernstige hartritmestoornissen is verhoogd bij combinatie met andere middelen waarbij ernstige hartritmestoornissen zoals torsade de pointes zijn gemeld. De interactie is niet relevant bij gebruik ciprofloxacine in combinatie met lage dosering domperidom (30 mg per dag of lager) of lage dosering haloperidol (5 mg per dag of lager).

Niet relevant:
Afname ciprofloxacine: de concentratie daalt door cyclofosfamide, cytarabine, daunorubicine, doxorubicine, etoposide, ifosfamide, mitoxantron of vincristine.

Ciprofloxacine remt het metabolisme van: CYP1A2-remmers.

Overig effect: de concentratie van mycofenolzuur kan dalen.

De kinetiek van methotrexaat kan wijzigen.

Er is een casus waarbij rabdomyolyse optrad na toevoegen van ciprofloxacine aan simvastatine, maar verdere onderbouwing ontbreekt.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met duloxetine.

 

Interacties chinolonen algemeen

Relevant:

Absorptie: de absorptie van chinolonen wordt sterk verminderd door gelijktijdige inname van de volgende middelen (met aanbevolen gebruiksadviezen):
•antacida: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór of 4 uur na een antacidum worden ingenomen. Andere mogelijkheden zijn tijdelijk staken van het antacidum, of bij zuurgerelateerde klachten vervangen door een secretieremmer, of het chinolon vervangen door een ander antibioticum;
•ijzerzouten: het chinolon moet ten minste 2 uur vóór het ijzerzout (gewoon preparaat) worden ingenomen; de ijzertherapie wordt bij voorkeur tijdelijk gestaakt;
•sucralfaat: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór sucralfaat worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt sucralfaat tijdelijk gestaakt of vervangen door een H2-antagonist; deze vervanging is niet mogelijk bij een 'B2-resectiemaag', maar wel bij overige indicaties;
•bismutoxide, calcium-, magnesium- en zinkzouten: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór het andere middel worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt het andere middel tijdelijk gestaakt, of wordt het chinolon vervangen door een ander antibioticum.

De absorptie wordt ook verminderd door de fosfaatbinders lanthaancarbonaat en sevelameer. Het chinolon wordt bij voorkeur vermeden; als dit niet mogelijk is, wordt het chinolon voor de nacht gegeven. Als het chinolon toch vaker dan 1x per dag wordt gegeven, moet het chinolon ten minste 1 uur vóór of 3 uur na de fosfaatbinder worden ingenomen.

Chinolonen remmen het metabolisme van: theofylline. De interactie is gemeld voor ciprofloxacine, norfloxacine en pipemidinezuur. De overige chinolonen hebben weinig tot geen invloed op de plasmaconcentratie van theofylline.

Niet relevant: de nefrotoxiciteit van ciclosporine kan toenemen.

Ciprofloxacine kan de Cmax en AUC van ropinirol verhogen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met NSAID's of tacrolimus.

 

Interacties antibacteriele middelen algemeen

Relevant: de werking van oraal buiktyfusvaccin kan worden verminderd bij gelijktijdige inname van antibacteriële middelen. Gescheiden inname met een interval van 3 dagen wordt aanbevolen. Alternatief: parenteraal buiktyfusvaccin.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.

Referenties

  1. Aggarwal P, et al, Multiple dose pharmacokinetics of ciprofloxacin in preterm babies, Indian Pediatr., 2004, 41, 1001-7
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 15 okt 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, verminderde nierfunctie), Geraadpleegd 16 aug 2018
  4. Belet N, et al, Ciprofloxacin treatment in newborns with multi-drug-resistant nosocomial Pseudomonas infections., Biol Neonate., 2004, 85, 263-8
  5. Church DA, Sequential ciprofloxacin therapy in pediatric cystic fibrosis: Comparative study vs. ceftazidime/tobramycin in the treatment of acute pulmonary, Pediatr Infect Dis J, 1997, 16, 97-105
  6. Chyský V, et al, Safety of ciprofloxacin in children: worldwide clinical experience based on compassionate use. Emphasis on joint evaluation., Infection, 1991, 19, 289-96
  7. Drossou-Agakidou V, et al, Use of ciprofloxacin in neonatal sepsis: lack of adverse effects up to one year, Pediatr Infect Dis J, 2004, 23, 346-9
  8. Grady R, Safety profile of quinolone antibiotics in the pediatric population, Pediatr Infect Dis J, 2003, 22, 1128-32
  9. Hampel B, et al, Ciprofloxacin in pediatrics: worldwide clinical experience based on compassionate use--safety report., Pediatr Infect Dis J, 1997, 16, 127-9
  10. Inglesby TV, et al, Anthrax as a biological weapon, 2002: updated recommendations for management, JAMA, 2002, 287, 2236-52
  11. Inglesby TV, et al, Plague as a biological weapon: medical and public health management. Working Group on Civilian Biodefense, JAMA, 2000, May 3 283(17), 2281-90
  12. Koyle MA, et al, Pediatric urinary tract infections: the role of fluoroquinolones, Pediatr Infect Dis J, 2003, 22, 1133-7
  13. Lipman J, et al, Ciprofloxacin pharmacokinetic profiles in paediatric sepsis: how much ciprofloxacin is enough?, Intensive Care Med., 2002, 28, 493-500
  14. Meyerhoff A, et al, US Food and Drug Administration approval of ciprofloxacin hydrochloride for management of postexposure inhalational anthrax., Clin Infect Dis, 2004, 39, 303-8
  15. Mullen CA, Ciprofloxacin in treatment of fever and neutropenia in pediatric cancer patients., Pediatr Infect Dis J, 2003, 22, 1138-42
  16. Paganini H, et al, Oral ciprofloxacin in the management of children with cancer with lower risk febrile neutropenia, Cancer., 2001, 91, 1563-7
  17. Peltola H, et al, Single-dose and steady-state pharmacokinetics of a new oral suspension of ciprofloxacin in children, Pediatrics, 1998, 101, 658-62
  18. Payen S, et al, Population pharmacokinetics of ciprofloxacin in pediatric and adolescent patients with acute infections, Antimicrob Agents Chemother., 2003, 47, 3170-8
  19. Rubio TT, et al, Pharmacokinetic disposition of sequential intravenous/oral ciprofloxacin in pediatric cystic fibrosis patients with acute pulmonary exacerbation, Pediatr Infect Dis J, 1997, 16, 112-7
  20. Schaad UB, et al, Ciprofloxacin as antipseudomonal treatment in patients with cystic fibrosis., Pediatr Infect Dis J., 1997, 16, 106-111
  21. van den Oever HL, et al, Ciprofloxacin in preterm neonates: case report and review of the literature, Eur J Pediatr, 1998, 157, 843-5
  22. Van Pinxteren B et al, NHG Standaard Urineweginfecties (derde herziening), Huisarts Wet, 2013, 56(6), 270-80
  23. Zhao W et al, Population pharmacokinetics of ciprofloxacin in neonates and young infants less than three months of age. , Antimicrob Agents Chemother., 2014, Nov;58(11), 6572-80
  24. Guillot E et al, Suboptimal ciprofloxacin dosing as a potential cause of decreased Pseudomonas aeruginosa susceptibility in children with cystic fibrosis., Pharmacotherapy, 2010, Dec;30(12), 1252-8
  25. Ruemmele FM et al, Consensus guidelines of ECCO/ESPGHAN on the medical management of pediatric Crohn’s disease., J Crohns Colitis, 2014, Oct;8(10), 1179-207
  26. Bayer B.V., SmPC Ciproxin suspensie (RVG 19342) 24-02-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  27. Mylan BV, SmPC Ciprofloxacine infusie (RVG 102414) 17-09-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  28. LCI, Richtlijn tularemie (laatst gewijzigd 2017), http://www.rivm.nl/Onderwerpen/L/LCI_Richtlijnen
  29. LCI, Richtlijn pest (publicatiedatum 10-12-2013), http://www.rivm.nl/Onderwerpen/L/LCI_Richtlijnen
  30. Yildirim P., Association Patterns in Open Data to Explore Ciprofloxacin Adverse Events, Appl Clin Inform., 2015 Dec, 16;6(4), 728-47

Wijzigingen

  • 09 januari 2018 11:55: Profylactische behandelduur bij pest verwijderd (geen IV profylaxe)
  • 09 januari 2018 11:52: behandelduur profylaxe tularemie toegevoegd obv LCI richtlijn
  • 09 augustus 2017 10:40: maximale dosering aangepast obv aangepaste richtlijn tularemie (2017)
  • 08 november 2016 08:04: N.a.v. nieuwe literatuur (Yildirim 2015) enkele bijwerkingen bij kinderen toegevoegd.
  • 11 oktober 2016 16:39: De beschikbare wetenschappelijk literatuur over de toepassing van ciproxin bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot de toevoeging van doseeradviezen voor prematuur geboren babies en neonaten en de toevoeging van de indicaties "perianale fistels bij Crohn" en tularemie/pest. Ook is het doseeradvies voor aanpassing bij nierfunctiestoornissen herzien.