Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Ciprofloxacine

Stofnaam
Ciprofloxacine
Merknaam
Ciproxin
ATC code
J01MA02

Label dosisadvies Kinderformularium

Bronchopulmonale infecties bij cystische fibrose: on-label, maximale dosis: off-label

Gecompliceerde urineweginfecties en pyelonefritis: on-label

Inhalatieantrax (profylaxe na blootstelling en curatieve behandeling): on-label

Neutropenie, sepsis, febriele neutropenie, perianale fisters bij de ziekte van Crohn, tularemie, SDD: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Kinderen en adolescenten:
Bronchopulmonale infecties bij cystische fibrose, veroorzaakt door Pseudomonas aeruginosa: PO 40 mg/kg/dag in 2 doses, max 750 mg/dosis; IV 30 mg/kg/dag in 3 doses, max 400 mg/dosis
Gecompliceerde urineweginfecties en pyelonefritis: PO 20-40 mg/kg/dag in 2 doses, max 750 mg/dosis; IV 18-30 mg/kg/dag in 3 doses, max 400 mg/dosis
Inhalatieantrax (profylaxe na blootstelling en curatieve behandeling): PO/IV: 20-30 mg/kg/dag in 2 doses, max 500 mg/dosis PO, max 400 mg/dosis IV
Andere ernstige infecties: PO 40 mg/kg/dag in 2 doses, max 750 mg/dosis, IV 30 mg/kg/dag in 3 doses, max 400 mg/dosis
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Infusievlst. (als lactaat) 2 mg/ml
Tablet omhuld (als hydrochloride-1-water) 250 mg, 500 mg, 750 mg
Susp. oraal "poeder + suspensievlst." 50 mg/ml, 100 mg/ml

Eigenschappen

Gefluorideerde chinolonverbinding. Ciprofloxacine werkt bactericide door remming van het bacteriële topo-isomerase II (DNA-gyrase) en topo-isomerase IV, die noodzakelijk zijn voor bacteriële DNA-replicatie, -transcriptie, -herstel en -recombinatie.

Doorgaans gevoelig zijn:

Aeroob Gram-positief: Bacillus anthracis.
Aeroob Gram-negatief: Aeromonas spp., Brucella spp., Citrobacter koseri, Francisella tularensis, Haemophilus ducreyi, Haemophilus influenzae, Legionella spp., Moraxella catarrhalis, Neisseria meningitidis, Pasteurella spp., Raoultella spp., Salmonella spp., Shigella spp., Vibrio spp. en Yersinia pestis.
Anaeroob: Mobiluncus.
Van nature middelmatig gevoelig (in afwezigheid van verworven resistentiemechanisme) zijn: Chlamydia trachomatis, Chlamydia pneumoniae, Mycoplasma hominis en Mycoplasma pneumoniae.

Verworven resistentie kan een probleem zijn bij:

Aeroob Gram-positief: Enterococcus faecalis (van nature tevens middelmatig gevoelig) en Staphylococcus spp.
Aeroob Gram-negatief: Citrobacter freundii, Enterobacter cloacae, Escherichia coli, Klebsiella aerogenes, Klebsiella oxytoca, Klebsiella pneumoniae, Morganella morganii, Neisseria gonorrhoeae (resistentie ca. 34%), Proteus mirabilis, Proteus vulgaris, Providencia spp., Pseudomonas aeruginosa, Pseudomonas fluorescens en Serratia marcescens. De resistentie van Acinetobacter baumannii, Burkholderia cepacia en Campylobacter spp. voor ciprofloxacine bedraagt ≥ 50% in één of meer EU landen.
Anaeroob: Peptostreptococcus spp. en Cutibacterium acnes (voorheen Propionibacterium acnes).
Inherent resistent zijn:

Aeroob Gram-positief: Actinomyces, Enterococcus faecium en Listeria monocytogenes.
Aeroob Gram-negatief: Stenotrophomonas maltophilia.
Anaerobe micro-organismen behalve die hierboven zijn vermeld.
Overig: Mycoplasma genitalium en Ureaplasma urealyticum.
Ciprofloxacine is onvoldoende werkzaam tegen streptokokken. Er is discussie over de gevoeligheid van de Streptococcus pneumoniae voor ciprofloxacine. Het klinisch breekpunt voor resistentie ligt in Nederland dusdanig dat differentiëren tussen gevoelige en resistente stammen moeizaam is. De gerapporteerde resistentiegraad is hierom variabel en onbetrouwbaar.

Er is kruisresistentie tussen ciprofloxacine en andere fluorchinolonen waargenomen, in het algemeen bestaat er geen kruisresistentie tussen ciprofloxacine en andere klassen van antibacteriële middelen.

Kinetische gegevens

De volgende kinetische parameters zijn gevonden (Aggarwal, Lipman, Peltola, Rubio en Zhao):

 LeeftijdDosisCmax ss (mg/l)T1/2 ss (uur)Cl (l/uur/kg)V (l/kg)
ORAAL > 3 mnd-7 jaar 30 mg/kg 1,95-3,57 4,2-5,1 0,98-1,46 -
  5-17 jaar met CF 40 mg/kg 3,4-4,4 3,3-3,6 0,98-1,23 -
IV 0-3 mnd 20 mg/kg 2,3-3 - 0,04-0,81 0,4-3,55
  >3 mnd- 5 jaar 20 mg/kg 5,81-9,03 2,82-4,23 0,49-0,68 1,43-2,06
  5-17 jaar met CF 30 mg/kg 3,6-5,5 2,6-2,8 0,81-0,91 -

Uit het onderzoek van Payen et al. (N=55, 1 dag – 24 jaar) blijkt dat de klaring bij CF kinderen ongeveer 2 keer zoveel hoger te zijn dan die bij niet-CF kinderen.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Doseringen

Gecompliceerde urineweginfecties, pyelonefritis, sepsis en febrile neutropenie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [15] [16] [27] [28]
      • 30 mg/kg/dag in 2 doses, max: 1.500 mg/dag.
      • Behandelduur: zie behandelprotocol per indicatie. De behandelduur kan variëren van 7-21 dagen.
  • Intraveneus
    • Prematuren Postmenstruele leeftijd < 34 weken
      [24]
      • 15 mg/kg/dag in 2 doses.
      • De wetenschappelijke onderbouwing voor gebruik van ciprofloxacine bij prematuren is beperkt; deze dosering is gebaseerd op een populatie farmacokinetisch model (Zhao).

    • Prematuren Postmenstruele leeftijd ≥ 34 weken
      [24]
      • 25 mg/kg/dag in 2 doses.
      • De wetenschappelijke onderbouwing voor gebruik van ciprofloxacine bij prematuren is beperkt; deze dosering is gebaseerd op een populatie farmacokinetisch model (Zhao).

    • 1 maand tot 18 jaar
      [15] [16] [27] [28]
      • 20 - 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses, max: 1.200 mg/dag. Maximale dosering per gift: 400 mg/dosis.
      • Behandelduur: zie behandelprotocol per indicatie. De behandelduur kan variëren van 7-21 dagen.
Bronchopulmonale infecties bij cystische fibrose, veroorzaakt door Pseudomonas aeruginosa
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5] [19] [20] [25]
      • 40 mg/kg/dag in 2 doses, max: 2.000 mg/dag.
      • Behandelduur: Zie behandelprotocol. De behandelduur kan variëren van 10-21 dagen
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5] [19] [20] [25]
      • 30 mg/kg/dag in 2 - 3 doses, max: 1.200 mg/dag.
      • Behandelduur: Zie behandelprotocol. De behandelduur kan varieren van 10-14 dagen, bij sequentiebehandeling wordt na een aantal dagen overgegaan op orale toediening
Selectieve darm decontaminatie bij immuungecompromitteerde patiënten in aplasie
  • Oraal
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [15] [16]
      • 30 mg/kg/dag in 2 doses, max: 800 mg/dag. Maximale dosering per gift: 400 mg/dosis.
Postexpositieprofylaxe en behandeling van anthrax
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [10] [11] [14] [27]
      • 30 mg/kg/dag in 2 doses, max: 1.000 mg/dag.
      • Behandelduur: Zie behandelprotocol, veelal 60 dagen bij aangetoonde  B. anthracis infectie. Indien B.anthracis niet aantoonbaar is, de profylaxe stoppen.
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [10] [11] [14] [28]
      • 20 mg/kg/dag in 2 doses, max: 800 mg/dag.
      • Behandelduur: Zie behandelprotocol, veelal 60 dagen bij aangetoonde B. anthracis infectie. Indien B.anthracis niet aantoonbaar is, de profylaxe stoppen.
Perianale fistels bij ziekte van Crohn
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [26]
      • 20 mg/kg/dag in 2 doses, max: 1.000 mg/dag.
Tularemie, pest
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [29] [30]
      • 30 mg/kg/dag in 2 doses, max: 1.000 mg/dag.
      • Behandelduur: Pest: behandeling 10 dagen; profylaxe 7 dagen Tularemie: behandeling tenminste 10 dagen, profylaxe tenminste 14 dagen.
      • Tularemie: bij een massaal aantal slachtoffers als gevolg van een grootschalige expositie en als postexpositieprofylaxe.

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [29] [30]
      • 30 mg/kg/dag in 2 doses, max: 800 mg/dag.
      • Behandelduur: Pest: behandeling 10 dagen; Tularemie: behandeling tenminste 10 dagen.
      • Tularemie: bij een incidenteel geval of bij een beperkt aantal slachtoffers als gevolg van een bioterroristische aanval.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

FLUOROCHINOLONEN

Levofloxacine

Tavanic
J01MA12
J01MA06
J01MA01

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Bijwerkingen bij kinderen

Maagdarmstoornissen als: maagpijn, buikpijn, anorexie, misselijkheid, braken, diarree, pseudomembraneuze colitis, dyspepsie, flatulentie. Centrale bijwerkingen als: hoofdpijn, slaapstoornissen, duizeligheid, sufheid, transpireren, paresthesieën, perifere neuropathie, visusstoornissen, verwardheid, convulsies, onrust, paniekreacties, hallucinaties, reuk-, kleur- en smaakstoornissen, angst, depressie, moeheid. Arthralgie, artropathie, lever- en/of nierfunctiestoornissen, tromboflebitis, bloedbeeldafwijkingen, tachycardie, hypotensie, anemie, asthenie, koorts, pijn in extremiteiten. Er zijn ook twee gevallen met tand-dyschromie in de literatuur beschreven.

Bijwerkingen algemeen

Vaak (1-10%): misselijkheid, diarree. Bij i.v.-toediening: reacties op de infusieplaats.

Soms (0,1-1%): dyspepsie, buikpijn, braken, flatulentie, anorexie. Mycotische superinfecties. Eosinofilie. Hoofdpijn, duizeligheid, slaapstoornissen, smaakverandering. Agitatie, (psychomotorische) hyperactiviteit. Huiduitslag, urticaria, jeuk, reactie op de injectie- en infusieplaats. Spierpijn, gewrichtspijn. Asthenie, koorts. Nierfunctiestoornis. Verhoogde waarden van transaminasen, bilirubine en alkalische fosfatase.

Zelden (0,01-0,1%): allergische reactie, angio-oedeem, lichtgevoeligheidsreacties. Vasodilatatie, hypotensie, syncope. Tachycardie. Oedeem, hyperhidrose. Dyspneu, astmatische aandoening. Pseudomembraneuze colitis. Paresthesie, dysesthesie, hypo-esthesie, tremor, vertigo, epileptische aanval (incl. status epilepticus). Verwardheid, desoriëntatie, angst, depressie (mogelijk culminerend in suïcidaal gedrag of een suïcidepoging), abnormale dromen, hallucinaties. Visuele stoornis (bv. diplopie). Oorsuizen, gehoorverlies. Artritis, verhoogde spiertonus, spierkrampen. Gestoorde leverfunctie, cholestatische icterus, hepatitis. Tubulo-interstitiële nefritis, nierfalen, kristalurie, hematurie. Leukopenie, anemie, neutropenie, trombocytopenie, leukocytose, trombocytose. Verhoogd amylase. Hyperglykemie, hypoglykemie (vooral bij oudere patiënten met diabetes mellitus), hypoglykemisch coma.

Zeer zelden (< 0,01%): anafylactische of anafylactoïde reacties (incl. shock), serumziekte. Levernecrose, leverfalen. Pancreatitis. Psychotische reacties. Hemolytische anemie, agranulocytose, pancytopenie (myelosuppressie). Vasculitis. Migraine, reukstoornis, coördinatiestoornis, intracraniële hypertensie, pseudotumor cerebri. Afwijkingen in de kleurwaarneming. Petechiën, erythema multiforme, erythema nodosum, Stevens-Johnsonsyndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN). Spierzwakte, exacerbatie van myasthenia gravis. Tendinitis, peesruptuur.

Verder zijn gemeld: ventriculaire aritmie, verlenging QT-interval en 'torsade de pointes'. Perifere neuropathie, polyneuropathie. Psychose, manie, hypomanie. Acute gegeneraliseerde exanthemateuze pustulose (AGEP), geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS-syndroom). Syndroom van inadequate secretie van antidiuretisch hormoon (SIADH). In verschillende studies is er meer kans op hartklepinsufficiëntie, aorta-aneurysma en -dissectie waargenomen na behandeling met fluorchinolonen. Toename INR bij patiënten behandeld met vitamine K-antagonisten.

Bij kinderen wordt artropathie vaak gemeld.

Bij intraveneuze toediening kunnen bij subgroepen van patiënten sommige bijwerkingen met een hogere frequentie voorkomen (o.a. epileptische aanvallen, tachycardie, hypotensie, nierfalen, tijdelijk gestoorde leverfunctie incl. afwijkingen in de transaminasen, anafylactische reacties, beenmergdepressie, pancreatitis, visus en/of gehoorstoornissen en peesruptuur).

In zeer zeldzame gevallen kunnen bepaalde bijwerkingen op de spieren en het zenuwstelsel ernstig, invaliderend en langdurig (maanden tot jaren) en mogelijk irreversibel zijn, zie voor meer informatie de rubriek Waarschuwingen en voorzorgen.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Contra-indicatie algemeen

Overgevoeligheid voor fluorchinolonen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Terughoudendheid is geboden bij het toepassen van chinolonen bij kinderen in de groeifase. Het gebruik ervan dient zich te beperken tot gevallen waarbij andere therapeutische mogelijkheden ontbreken.

Ciprofloxacine dient niet te worden toegepast bij kinderen in de eerste lijn in verband met resistentie vorming.

Van chinolonen is bekend dat ze epileptische aanvallen uitlokken of de drempel voor epileptische aanvallen verlagen. Ciprofloxacine moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met een aandoening van het CZS die aanleg kunnen hebben om epileptische aanvallen te krijgen.

In proefdieronderzoek is in wisselende mate artropathie waargenomen bij zeer hoge doseringen bij jonge honden. Bij de mens zijn deze bijwerkingen evenwel nooit gemeld; fluorchinolonen worden daarom in toenemende mate bij kinderen gebruikt indien andere therapeutische mogelijkheden ontbreken of indien er ernstige bezwaren zijn tegen het gebruik van bepaalde andere breedspectrum antibiotica.

Bij het gebruik van fluorochinolonen (via de mond, longen (inhalatie) en injecties) bestaat een verhoogd risico op langdurige en mogelijk blijvende schade aan spieren en zenuwstelsel. Wees extra voorzichtig met voorschrijven van fluorochinolonen bij patiënten met een nierfunctiestoornis, patiënten met solide orgaantransplantaties en patiënten die gelijktijdig worden behandeld met corticosteroïden. Het risico op door fluorochinolonen geïnduceerde tendinitis en peesruptuur is mogelijk verhoogd bij deze patiënten. 

Niet tegelijk met melkprodukten innemen in verband met de interactie met calciumzouten. 

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Eerdere ernstige bijwerkingen: Het gebruik van ciprofloxacine vermijden indien de patiënt eerder ernstige bijwerkingen heeft ervaren door gebruik van (fluor)chinolonen. In dit geval de behandeling pas starten indien er geen andere behandelopties zijn en na afweging van de voordelen en risico's.

Resistentie en combinatie van antibiotica: Bij ernstige infecties en bij gemengde infecties met Gram-positieve en anaerobe pathogenen ciprofloxacine combineren met één of meer andere geschikte antibacteriële middelen. Bij epididymo-orchitis en ontstekingen in het kleine bekken bij vrouwen (PID), ciprofloxacine tegelijkertijd met een ander geschikt antimicrobieel middel toedienen, tenzij een ciprofloxacine-resistente Neisseria gonorrhoeae-stam kan worden/is uitgesloten; klinische verbetering moet binnen 3 dagen na aanvang van de behandeling optreden. Ook een door gonokokken veroorzaakte urethritis en cervicitis alleen met ciprofloxacine behandelen als een ciprofloxacine-resistente Neisseria gonorrhoeae-stam kan worden/is uitgesloten. Houd bij de behandeling van urineweginfecties met weefselinvasie rekening met een toenemende en in de EU variërende resistentie van Escherichia coli voor ciprofloxacine.

Kans op langdurige, invaliderende bijwerkingen: Laat de patiënt zich melden bij de eerste tekenen van ernstige bijwerkingen op de spieren of op het zenuwstelsel. Voorbeelden zijn: een loopstoornis, peesontsteking, gescheurde pees, spierpijn of -zwakte, zwelling van of pijn in een gewricht òf zenuwpijn, slapeloosheid, depressie, vermoeidheid, geheugenstoornis, vermindering van het zicht, de smaak, reuk en/of het gehoor. Dit vanwege de langdurige (maanden of jaren), invaliderende en potentieel irreversibele bijwerkingen op de spieren en het zenuwstelsel. Overweeg daarom bij patiënten met meer kans op deze bijwerkingen eerst andere behandelopties.

Verminderde nierfunctie: dosisaanpassing is nodig om bijwerkingen als gevolg van accumulatie van ciprofloxacine te voorkomen; zie onderin rubriek Dosering.

Vanwege kanstoename op door fluorchinolonen geïnduceerde tendinitis en peesruptuur extra voorzichtig zijn met de toepassing bij:

  • ouderen;
  • patiënten met een nierfunctiestoornis;
  • na een solide orgaantransplantatie;
  • (langdurige) comedicatie met corticosteroïden.

Tendinitis: Bij symptomen van tendinitis, bv. bij pijnlijke zwelling of ontsteking, de behandeling onmiddellijk staken, dit vanwege de kans op een peesruptuur (meestal betreft dit de achillespees, soms bilateraal). Tendinitis en peesrupturen treden, naast in hiervoor genoemde condities, vooral op bij grote lichamelijke inspanning en bij de eerste wandeling van een voorheen bedlegerige patiënt. Ze kunnen binnen 48 uur na het begin van de behandeling optreden, tot verschillende maanden na het staken ervan. Behandel het ledemaat of de ledematen op gepaste wijze door bv. immobilisatie van de aangedane pees. Laat de patiënt geen corticosteroïden meer gebruiken als zich tekenen van tendinopathie voordoen.

In verband met een relatief toegenomen kans op artropathie bij kinderen, ciprofloxacine bij hen alleen op strikte indicatie toepassen.

De kans op aorta-aneurysma en -dissectie neemt toe door systemische of geïnhaleerde fluorchinolonen, vooral bij ouderen. Instrueer de patiënt om onmiddellijk spoedeisende medische hulp in te roepen bij plotseling optredende ernstige pijn in de buik, borst of rug. Fluorchinolonen alleen bij patiënten toepassen die een verhoogde kans hebben op aorta-aneurysma of -dissectie, na zorgvuldige afweging van: de voordelen, risico's en andere behandelopties. Mogelijke (andere) oorzaken van aorta-aneurysma en -dissectie zijn: hypertensie, atherosclerose, (familiaire) voorgeschiedenis van aorta-aneurysma of -dissectie, M. Behçet, M. Marfan, arteriitis gigantocellularis, Takayasu-arteriitis, vasculair Ehlers-Danlossyndroom.

Ook de kans op hartklepinsufficiëntie neemt toe door systemische of geïnhaleerde fluorchinolonen. Aandoeningen die het risico hierop verder verhogen zijn onder meer: hypertensie, reumatoïde artritis, M. Behçet, infectieuze endocarditis, aangeboren of reeds bestaande hartklepziekte en bindweefselaandoeningen (bv. M. Marfan, Ehlers-Danlossyndroom), het syndroom van Turner en – van Sjögren. Fluorchinolonen alleen gebruiken bij patiënten met toegenomen kans op hartklepinsufficiëntie na zorgvuldige afweging van voordelen tegen risico's en mogelijkheid van andere behandelopties. Instrueer de patiënt om onmiddellijk contact op te nemen met een arts bij: acute dyspneu, voor het eerst optredende hartkloppingen, de ontwikkeling van oedeem in de buik of de onderste ledematen.

Neurologische en psychische reacties: Sensorische of sensomotorische (poly)neuropathie resulterend in paresthesie, hyperesthesie, dysesthesie en krachtverlies zijn gemeld bij patiënten die (fluor)chinolonen kregen. Staak de therapie bij het optreden van symptomen van neuropathie, omdat deze bij voortgezet gebruik irreversibel kan worden. Wees terughoudend bij risicofactoren voor epileptische aanvallen zoals een epileptische aanval in de voorgeschiedenis, elektrolytstoornissen, gestoorde nierfunctie en combinatie met bepaalde geneesmiddelen (zie de rubriek Interacties). Gevallen van status epilepticus zijn gemeld. Psychische reacties (bv. depressie of psychose) kunnen al na de eerste toediening optreden; bij voortgezet gebruik kan een suïcide(poging) uit de suïcidale stemming voortkomen. Staak de therapie bij het optreden van psychische reacties.

Laat de patiënt zich direct melden wanneer afwijkingen in het gezichtsvermogen verergeren of nieuw ontstaan; raadpleeg in dat geval een oogarts.

Bij het optreden van symptomen van een leveraandoening de therapie staken.

Wees voorzichtig bij risicofactoren voor QT-verlenging zoals hypokaliëmie, hypocalciëmie, hypomagnesiëmie, bradycardie, hartfalen, na een myocardinfarct, hogere leeftijd, vrouwelijk geslacht, congenitale of verworven QT-verlenging en comedicatie met geneesmiddelen die QT-interval verlengen (zie rubriek Interacties) .

In verband met het risico van hemolytische reacties het gebruik vermijden bij patiënten met G6PD-deficiëntie.

In verband met fotosensibilisatie, de patiënt aanraden blootstelling aan overvloedig zonlicht of UV-stralen te vermijden.

Verstoring van de bloedglucoseregulatie komt voor, vooral bij diabetespatiënten die behandeld worden met orale bloedglucoseverlagende middelen of insuline. Zowel hypo- als hyperglykemie kan optreden (incl. hypoglykemisch coma); controleer zorgvuldig de bloedglucosespiegel bij alle diabetespatiënten.

Bij ernstige aanhoudende diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen en de therapie staken indien deze diagnose bevestigd wordt.

De test op Mycobacterium tuberculosis kan een fout-negatieve uitslag geven.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Interacties

Ciprofloxacine remt CYP1A2 en CYP3A4. Het wordt getransporteerd door OAT3.

Relevant:
Absorptie: de absorptie wordt verminderd bij gelijktijdige inname met calciumzouten; ciprofloxacine moet ten minste 4 uur vóór het calciumzout worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt het calciumzout tijdelijk gestaakt, of wordt ciprofloxacine vervangen door een ander antibioticum.

Ciprofloxacine remt het metabolisme van: zie bij Interactielijsten, CYP1A2-remmers, en van carbamazepine, clozapine, en sildenafil.

Overig effect: ciprofloxacine kan het QTc-interval verlengen, het risico op ernstige hartritmestoornissen is verhoogd bij combinatie met andere middelen waarbij ernstige hartritmestoornissen zoals torsade de pointes zijn gemeld. Zie verder inleidende tekst Interactielijsten, QTc-verlengers. De interactie is niet relevant bij gebruik ciprofloxacine in combinatie met lage dosering domperidom (30 mg per dag of lager) of lage dosering haloperidol (5 mg per dag of lager).

Niet relevant:
Afname ciprofloxacine: de concentratie daalt door cyclofosfamide, cytarabine, daunorubicine, doxorubicine, etoposide, ifosfamide, mitoxantron of vincristine.

Toename ciprofloxacine: de blootstelling stijgt door ataluren.

Ciprofloxacine remt het metabolisme van: zie bij Interactielijsten, CYP1A2-remmers.

Overig effect: de concentratie van mycofenolzuur kan dalen.

De kinetiek van methotrexaat kan wijzigen.

Er is een casus waarbij rabdomyolyse optrad na toevoegen van ciprofloxacine aan simvastatine, maar verdere onderbouwing ontbreekt.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met duloxetine.

 

Interacties chinolonen algemeen

Relevant:

Absorptie: de absorptie van chinolonen wordt sterk verminderd door gelijktijdige inname van de volgende middelen (met aanbevolen gebruiksadviezen):
•antacida: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór of 4 uur na een antacidum worden ingenomen. Andere mogelijkheden zijn tijdelijk staken van het antacidum, of bij zuurgerelateerde klachten vervangen door een secretieremmer, of het chinolon vervangen door een ander antibioticum;
•ijzerzouten: het chinolon moet ten minste 2 uur vóór het ijzerzout (gewoon preparaat) worden ingenomen; de ijzertherapie wordt bij voorkeur tijdelijk gestaakt;
•sucralfaat: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór sucralfaat worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt sucralfaat tijdelijk gestaakt of vervangen door een H2-antagonist; deze vervanging is niet mogelijk bij een 'B2-resectiemaag', maar wel bij overige indicaties;
•bismutoxide, calcium-, magnesium- en zinkzouten: het chinolon moet ten minste 4 uur vóór het andere middel worden ingenomen. Maar bij voorkeur wordt het andere middel tijdelijk gestaakt, of wordt het chinolon vervangen door een ander antibioticum.

De absorptie wordt ook verminderd door de fosfaatbinders lanthaancarbonaat en sevelameer. Het chinolon wordt bij voorkeur vermeden; als dit niet mogelijk is, wordt het chinolon voor de nacht gegeven. Als het chinolon toch vaker dan 1x per dag wordt gegeven, moet het chinolon ten minste 1 uur vóór of 3 uur na de fosfaatbinder worden ingenomen.

Chinolonen remmen het metabolisme van: theofylline. De interactie is gemeld voor ciprofloxacine, norfloxacine en pipemidinezuur. De overige chinolonen hebben weinig tot geen invloed op de plasmaconcentratie van theofylline.

Niet relevant: de nefrotoxiciteit van ciclosporine kan toenemen.

Ciprofloxacine kan de Cmax en AUC van ropinirol verhogen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met NSAID's of tacrolimus.

 

Interacties antibacteriele middelen algemeen

Relevant: de werking van oraal buiktyfusvaccin kan worden verminderd bij gelijktijdige inname van antibacteriële middelen. Gescheiden inname met een interval van 3 dagen wordt aanbevolen. Alternatief: parenteraal buiktyfusvaccin.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Referenties

  1. Aggarwal P, et al, Multiple dose pharmacokinetics of ciprofloxacin in preterm babies, Indian Pediatr., 2004, 41, 1001-7
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 7 januari 2021
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, verminderde nierfunctie), Geraadpleegd 7 januari 2021
  4. Belet N, et al, Ciprofloxacin treatment in newborns with multi-drug-resistant nosocomial Pseudomonas infections., Biol Neonate., 2004, 85, 263-8
  5. Church DA, Sequential ciprofloxacin therapy in pediatric cystic fibrosis: Comparative study vs. ceftazidime/tobramycin in the treatment of acute pulmonary, Pediatr Infect Dis J, 1997, 16, 97-105
  6. Chyský V, et al, Safety of ciprofloxacin in children: worldwide clinical experience based on compassionate use. Emphasis on joint evaluation., Infection, 1991, 19, 289-96
  7. Drossou-Agakidou V, et al, Use of ciprofloxacin in neonatal sepsis: lack of adverse effects up to one year, Pediatr Infect Dis J, 2004, 23, 346-9
  8. Grady R, Safety profile of quinolone antibiotics in the pediatric population, Pediatr Infect Dis J, 2003, 22, 1128-32
  9. Hampel B, et al, Ciprofloxacin in pediatrics: worldwide clinical experience based on compassionate use--safety report., Pediatr Infect Dis J, 1997, 16, 127-9
  10. Inglesby TV, et al, Anthrax as a biological weapon, 2002: updated recommendations for management, JAMA, 2002, 287, 2236-52
  11. Inglesby TV, et al, Plague as a biological weapon: medical and public health management. Working Group on Civilian Biodefense, JAMA, 2000, May 3 283(17), 2281-90
  12. Koyle MA, et al, Pediatric urinary tract infections: the role of fluoroquinolones, Pediatr Infect Dis J, 2003, 22, 1133-7
  13. Lipman J, et al, Ciprofloxacin pharmacokinetic profiles in paediatric sepsis: how much ciprofloxacin is enough?, Intensive Care Med., 2002, 28, 493-500
  14. Meyerhoff A, et al, US Food and Drug Administration approval of ciprofloxacin hydrochloride for management of postexposure inhalational anthrax., Clin Infect Dis, 2004, 39, 303-8
  15. Mullen CA, Ciprofloxacin in treatment of fever and neutropenia in pediatric cancer patients., Pediatr Infect Dis J, 2003, 22, 1138-42
  16. Paganini H, et al, Oral ciprofloxacin in the management of children with cancer with lower risk febrile neutropenia, Cancer., 2001, 91, 1563-7
  17. Peltola H, et al, Single-dose and steady-state pharmacokinetics of a new oral suspension of ciprofloxacin in children, Pediatrics, 1998, 101, 658-62
  18. Payen S, et al, Population pharmacokinetics of ciprofloxacin in pediatric and adolescent patients with acute infections, Antimicrob Agents Chemother., 2003, 47, 3170-8
  19. Rubio TT, et al, Pharmacokinetic disposition of sequential intravenous/oral ciprofloxacin in pediatric cystic fibrosis patients with acute pulmonary exacerbation, Pediatr Infect Dis J, 1997, 16, 112-7
  20. Schaad UB, et al, Ciprofloxacin as antipseudomonal treatment in patients with cystic fibrosis., Pediatr Infect Dis J., 1997, 16, 106-111
  21. van den Oever HL, et al, Ciprofloxacin in preterm neonates: case report and review of the literature, Eur J Pediatr, 1998, 157, 843-5
  22. R. Pieters, et al, Richtlijnen supportive care kinderoncologie Erasmus MC – Sophia Kinderziekenhuis., Geraadpleegd op 29 maart 2010, http://www.erasmusmc.nl/alkg-cs/242905/242981/supcare?version=1
  23. Van Pinxteren B et al, NHG Standaard Urineweginfecties (derde herziening), Huisarts Wet, 2013, 56(6), 270-80
  24. Zhao W et al, Population pharmacokinetics of ciprofloxacin in neonates and young infants less than three months of age. , Antimicrob Agents Chemother., 2014, Nov;58(11), 6572-80
  25. Guillot E et al, Suboptimal ciprofloxacin dosing as a potential cause of decreased Pseudomonas aeruginosa susceptibility in children with cystic fibrosis., Pharmacotherapy, 2010, Dec;30(12), 1252-8
  26. Ruemmele FM et al, Consensus guidelines of ECCO/ESPGHAN on the medical management of pediatric Crohn’s disease., J Crohns Colitis, 2014, Oct;8(10), 1179-207
  27. Bayer B.V., SmPC Ciproxin suspensie (RVG 19342) 24-02-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  28. Mylan BV, SmPC Ciprofloxacine infusie (RVG 102414) 17-09-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  29. LCI, Richtlijn tularemie (laatst gewijzigd 2017), http://www.rivm.nl/Onderwerpen/L/LCI_Richtlijnen
  30. LCI, Richtlijn pest (publicatiedatum 10-12-2013), http://www.rivm.nl/Onderwerpen/L/LCI_Richtlijnen
  31. Yildirim P., Association Patterns in Open Data to Explore Ciprofloxacin Adverse Events, Appl Clin Inform., 2015 Dec, 16;6(4), 728-47
  32. Bayer Int, DHPC Fluorochinolonen, 29 maart 2019

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig.
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig.
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
100 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Wijzigingen

  • 26 november 2019 09:37: De maximale dosering voor infecties bij CF is aangepast op basis van een herbeoordeling van de studies van Church en Rubio in overleg met CF experts
  • 02 september 2019 13:54: Het advies bij nierfunctiestoornissen is opnieuw beoordeeld en aangepast.
  • 09 juli 2019 14:43: IV advies voor SDD toegevoegd
  • 11 april 2019 13:17: Nieuwe veiligheidsinformatie over toepassing van fluorochinolonen toegevoegd
  • 09 januari 2018 12:55: Profylactische behandelduur bij pest verwijderd (geen IV profylaxe)
  • 09 januari 2018 12:52: behandelduur profylaxe tularemie toegevoegd obv LCI richtlijn
  • 09 augustus 2017 12:40: maximale dosering aangepast obv aangepaste richtlijn tularemie (2017)
  • 08 november 2016 09:04: N.a.v. nieuwe literatuur (Yildirim 2015) enkele bijwerkingen bij kinderen toegevoegd.
  • 11 oktober 2016 18:39: De beschikbare wetenschappelijk literatuur over de toepassing van ciproxin bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot de toevoeging van doseeradviezen voor prematuur geboren babies en neonaten en de toevoeging van de indicaties "perianale fistels bij Crohn" en tularemie/pest. Ook is het doseeradvies voor aanpassing bij nierfunctiestoornissen herzien.

Wijzigingen