Rituximab

Stofnaam
Rituximab
Merknaam
Mabthera
ATC code
L01XC02
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Granulomatose met polyangiitis (GPA) en microscopische polyangiitis (MPA): On-label

Non-Hodgkinlymfoom: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Granulomatose met polyangiitis (GPA) en microscopische polyangiitis (MPA):
2-18 jaar: inductie van remissie 
375 mg/m2 IV eenmaal per week gedurende 4 weken

Non-Hodgkinlymfoom:
6 mnd- 18 jaar: 375 mg/m2 lichaamsoppervlak

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Conc. voor infusieopl. 10 mg/ml

Eigenschappen

Chimerisch humaan-muis monoklonaal antilichaam, bestaande uit een geglycosyleerd immunoglobuline met humane IgG1 constante regio's (Fc-domein) en muizen-lichte-keten en -zware-keten variabele regio's (Fab-domein). Het Fab-domein bindt zich specifiek aan het CD20-antigeen op B-lymfocyten en activeert via het Fc-domein immunologische effectorfuncties resulterend in celdood van B-cellen. Het CD20-antigeen komt tot expressie bij meer dan 95% van alle B-cel non-Hodgkin-lymfomen. Werking: na voltooiing van de eerste dosis dalen de mediane perifere B-cel-aantallen aanzienlijk onder de normaalwaarden. Bij oncologische indicaties bereikt het aantal B-cellen meestal binnen 12 maanden weer de normaalwaarde; soms duurt dit langer tot mediaan 23 maanden na inductietherapie. Bij reumatoïde artritis herstelt het aantal B-cellen in perifeer bloed zich meestal vanaf 6 maanden en vanaf 10 maanden is repopulatie aanwezig. Bij granulomatose met polyangiitis en microscopische polyangiitis treedt herstel van het aantal B–cellen meestal op na 12–18 maanden. De subcutane injectie bevat tevens recombinant humaan hyaluronidase, wat de verspreiding en resorptie bevordert.

Kinetische gegevens

T1/2 median (range) 22 dagen ( 11-42 dagen)
Cl mean (range) 0,221 l/dag (0,0996-0,381 l/dag) 
Vd mean (range) 2,27 l (1,43-3,17 l).

n=25 (6-17 jaar). Kinderen met GPA en MPA bij eenmaal per week gedurende 4 weken 375 mg/m2 (SmPC Mabthera)

Doseringen

Ga snel naar:

EBV-reactivatie/PTLD bij stamceltransplantatie
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [5] [6]
      • 375 mg/m2/dosis 1 x per week.
      • Behandelduur: 4-8 doses
Steroïd afhankelijk nefrotisch syndroom, ABO incompatibele niertransplantatie, aandoeningen die kunnen leiden tot rejectie van niertransplantataat, preventie van rejectie na niertransplantatie, autoimmune cytopenieen, primaire vasculitis
Systemische lupus erythematodes (SLE) die niet reageert op de conventionele therapie
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [33] [34] [37]
      • 375 mg/m2/dosis 1 x per 2 weken.
      • Behandelduur: 2 doses
Granulomatose met polyangiitis (GPA/ziekte van Wegener), microscopische polyangiitis (MPA)
  • Intraveneus
    • 2 jaar tot 18 jaar
      [31]
      • Inductie van remissie: 375 mg/m2/dosis 1 x per week. gedurende 4 weken.
      • Premedicatie: 

        • Methylprednisolon IV 30 mg/kg/dag in 1 dosis of 60 mg/kg/dag in 2 doses, max 1 g/dag gedurende 3 dagen voorafgaand aan de eerste infusie rituximab. Laatste dosering methylprednisolon kan kort voor de rituximab infusie toegediend worden.
        • Prednisolon oraal 1 mg/kg/dag, max 60 mg/dag. Starten op dag van rituximab infusie. Prednisolon zo snel mogelijk afbouwen indien klinisch noodzakelijk
Non-Hodgkin lymfoom
  • Intraveneus
    • 6 maanden tot 18 jaar
      [31]
      • 375 mg/m2/dosis als onderdeel van behandelprotcol.
      • Dosis en dosisfrequentie van cytostatica zijn afhankelijk van de aandoening en sterk aan nieuwe inzichten onderhevig. Cytostatica worden in de oncologie/hematologie veelal in combinatie gebruikt. Om deze redenen wordt verwezen naar de gedetailleerde behandelprotocollen.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

OVERIGE ONCOLYTICA

METHYLHYDRAZINEN

Procarbazine

Natulan
L01XB01
MONOKLONALE ANTILICHAMEN

Blinatumomab

Blincyto
L01XC19
L01XC

Ipilimumab

Yervoy
L01XC11
PROTEINEKINASEREMMERS

Dasatinib

Sprycel
L01XE06

Imatinib

Glivec
L01XE01
OVERIGE ONCOLYTICA

Amsacrine

Amsidine
L01XX01

Asparaginase

Spectrila (colaspase), Erwinase (crisantaspase)
L01XX02
L01XX05
L01XX19

Mitotaan

Lysodren
L01XX23

Pegaspargase

Oncaspar
L01XX24

Tretinoine oraal

Vesanoid
L01XX14

Bijwerkingen bij kinderen

Hypogammaglobulinemie. Pneumocystis jiroveci pneumonie.

Bijwerkingen algemeen

Monotherapie of in combinatietherapie bij non-Hodgkinlymfoom of chronische lymfatische leukemie:

Zeer vaak (> 10%): bacteriële infecties, virale infecties, bronchitis. Infusiegerelateerde reacties, angio-oedeem. Misselijkheid. Jeuk, huiduitslag, alopecia. Koorts, rillingen, asthenie, hoofdpijn. Leukopenie, (febriele) neutropenie, trombocytopenie. Verlaagde IgG-spiegels.

Vaak (1-10%): sepsis, luchtweginfectie, schimmelinfectie, hepatitis B-infectie. Anemie, pancytopenie, granulocytopenie. Overgevoeligheid. Hyperglykemie, gewichtsafname, perifeer oedeem, gezichtsoedeem, LDH-toename, hypocalciëmie. Paresthesie, hypo-esthesie, agitatie, slapeloosheid, vasodilatatie, duizeligheid, angst. Stoornis van de traanproductie, conjunctivitis. Tinnitus, oorpijn. Myocardischemie of -infarct, aritmie, atriumfibrilleren, tachycardie, hypertensie, (orthostatische) hypotensie. Bronchospasme, dyspneu, hoest, rinitis. Braken, diarree, obstipatie, buikpijn, dysfagie, stomatitis, dyspepsie, anorexie, keelirritatie. Urticaria, (nachtelijk) zweten. Hypertonie, myalgie, artralgie, rugpijn. Opvliegers, malaise, koudesyndroom, multiorgaan falen.

Soms (0,1-1%): bradycardie, angina pectoris, hartfalen. Hypoxie, astma, bronchiolitis obliterans. Depressie, nervositeit. Smaakstoornis. Opgezette buik. Stollingsstoornis, aplastische anemie, hemolytische anemie, lymfadenopathie. Pijn op de infusieplaats.

Zelden (0,01-0,1%): anafylaxie. Interstitiële longziekte.

Zeer zelden (< 0,01%): tumorlysis-syndroom, 'cytokine release syndrome', serumziekte. Craniale neuropathie (zoals aangezichtsverlamming, ernstig zichtverlies en gehoorverlies of verlies van overige zintuiglijke waarnemingen), perifere neuropathie. Respiratoir falen. Nierfalen. Gastro-intestinale perforatie. Vasculitis. Ernstige bulleuze huidreacties, toxisch epidermale necrolyse, Stevens-Johnsonsyndroom. Tijdelijke verhoging serum IgM–spiegels.

Verder zijn gemeld: late neutropenie, acute reversibele trombocytopenie. Posterieur reversibel encefalopathiesyndroom (PRES=RPLS), progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML). Pulmonale infiltraten.

Na subcutane toediening zijn zeer vaak lokale reacties (pijn, zwelling, verharding, erytheem, jeuk, huiduitslag) gemeld, vooral binnen 24 uur na injectie.

Bij reumatoïde artritis:
Zeer vaak (> 10%): infusiegerelateerde reacties, symptomen zijn o.a. koorts, hypertensie, misselijkheid, huiduitslag, jeuk, urticaria, keelirritatie, opvliegers, hypotensie, rinitis, rillingen, tachycardie, vermoeidheid, orofaryngeale pijn, perifeer oedeem, erytheem en soms oedeem (gegeneraliseerd, laryngeaal, angioneurotisch), bronchospasme, piepende ademhaling, gegeneraliseerde jeuk, anafylaxie; fatale afloop is gemeld. Hoofdpijn. Bovensteluchtweginfecties, urineweginfecties. Verlaagde IgM-spiegels.

Vaak (1-10%): bronchitis, sinusitis, gastro-enteritis, tinea pedis. Paresthesie, migraine, duizeligheid, ischias. Alopecia. Depressie, angst. Mondulceratie, dyspepsie, gastro-oesofageale reflux, pijn in de bovenbuik, diarree. Artralgie, spierpijn, osteoartritis, bursitis. Neutropenie, zelden late neutropenie. Hypercholesterolemie. Verlaagde IgG-spiegels.

Zelden (0,01-0,1%): angina pectoris, atriumfibrilleren, hartfalen, myocardinfarct.

Zeer zelden (< 0,01%): progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML), hepatitis B-infectie reactivatie. Serumziekteachtige reactie. Atriumflutter. Toxisch epidermale necrolyse, Stevens-Johnsonsyndroom.

Bij granulomatose met polyangiitis en microscopische polyangiitis (meest voorkomende bijwerkingen):
Zeer vaak (> 10%): hypertensie. Hoest, dyspneu, bloedneus. Infusiegerelateerde reacties. Perifeer oedeem. Slapeloosheid. Diarree. Spierspasmen, artralgie.

Vaak (1-10%): 'cytokine release syndrome'. Bronchitis, rinitis, nasofaryngitis. Herpes zoster. Urineweginfectie.. Koorts, griepachtige ziekte. Dyspneu. Duizeligheid, tremor. Acne, blozen. Dyspepsie, obstipatie. Rugpijn, spierzwakte, spierpijn, pijn in ledematen. Hyperkaliëmie. Trombocytopenie, verlaagd hemoglobine.

Bij pemphigus vulgaris (meest voorkomende bijwerkingen):
Zeer vaak (> 10%): infusiegerelateerde reacties. Bovensteluchtweginfectie. Dysthymie. Alopecia. Hoofdpijn.

Vaak (1-10%): tachycardie. Herpes simplex, herpes zoster, orale herpes. Ernstige depressie, prikkelbaarheid. Jeuk, urticaria, huiduitslag. Conjunctivitis, nasofaryngitis, orale candidiasis, urineweginfectie. Koorts, vermoeidheid, asthenie. Pijn in de bovenbuik. Spierpijn, gewrichtspijn, rugpijn. Duizeligheid. Huidpapilloom.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

Actieve ernstige infecties; ernstig immuungecompromitteerde status; bij de niet-oncologische indicaties tevens: ernstig hartfalen (NYHA-klasse IV) of ernstige, onvoldoende onder controle gebrachte andere cardiale aandoeningen; overgevoeligheid voor muriene eiwitten. Bij de subcutane injectie ook: overgevoeligheid voor hyaluronidase.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Aanbevolen infusieduur: 3 uur. Tijdens de eerste infusie kunnen koorts, rillingen of rigor optreden. Daarom moet er voorafgaand aan elke toediening premedicatie gegeven worden, bestaande uit paracetamol en een antihistaminicum. Cave tensiedalingen, bronchospasmen. Daarom infusiesnelheid van de eerste infusie langzaam opvoeren.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Alle indicaties: Myelotoxiciteit en infecties: hepatitis B-reactivatie is gemeld. Daarom alle patiënten vóór aanvang van de behandeling screenen op hepatitis B-virus. Bij een actieve hepatitis B-infectie géén behandeling beginnen; bij een positieve hepatitis B-serologie (zonder actieve ziekte) doorverwijzen naar een deskundige alvorens behandeling te beginnen. Wees voorzichtig bij een anamnese van terugkerende of chronische infecties en bij aandoeningen die vatbaar maken voor ernstige infecties. Het wordt aanbevolen vóór de behandeling immunoglobulinespiegels te bepalen. Controleer regelmatig het volledig bloedbeeld tijdens de behandeling en het aantal neutrofielen minstens voorafgaand aan iedere kuur, bij tekenen van infectie en tot 6 maanden na stoppen van de behandeling (i.v.m. optreden van late neutropenie). Wees voorzichtig bij aantal neutrofielen < 1,5 × 109/l en/of trombocyten < 75 × 109/l, omdat de klinische ervaring hierbij beperkt is. Rituximab is zonder optreden van myelotoxiciteit toegepast bij 21 patiënten die een autologe beenmergtransplantatie ondergingen en bij andere risicogroepen met waarschijnlijk een verminderde beenmergfunctie.

Cardiale bijwerkingen: bij een anamnese van een cardiale aandoening en/of cardiotoxische chemotherapie extra controleren op cardiale bijwerkingen.

PML en PRES: controleer regelmatig op nieuwe of verslechterde (cognitieve, neurologische of psychiatrische symptomen, die mogelijk wijzen op reversibel posterieur leuko-encefalopathiesyndroom (RPLS, ook bekend als PRES) of progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML); staak rituximab permanent indien PML optreedt.

Onderzoeksgegevens: de veiligheid en effectiviteit bij volwassenen in combinatie met andere chemotherapieën dan CHOP zijn niet vastgesteld. De mate van respons bij patiënten die eerder reageerden op behandeling met rituximab, lijkt vergelijkbaar te zijn bij opnieuw behandelde patiënten. De veiligheid van de subcutane toediening eenmaal per week is niet vastgesteld, daarom wordt gebruik van de subcutane formulering als monotherapie bij patiënten met folliculair lymfoom niet aanbevolen.

Oncologische indicaties: Tumorlysissyndroom en 'cytokine release syndrome': wees terughoudend bij een hoge tumorlast of een groot aantal (≥ 25 × 109/l) circulerende maligne cellen, vanwege meer kans op een ernstig 'cytokine release syndrome' (CRS) en/of het tumorlysissyndroom. Indien toch wordt behandeld zeer nauwgezet controleren tijdens de eerste infusie en een verlaagde infusiesnelheid overwegen. De syndromen treden binnen 1–2 uur na het begin van de eerste infusie op met verschijnselen zoals ernstige dyspneu, bronchospasme of hypoxie. Staak in dat geval onmiddellijk de toediening en start een agressieve symptomatische behandeling. Het risico van een ernstig beloop is groter bij pulmonale insufficiëntie in de voorgeschiedenis of bij pulmonale tumorinfiltratie. De patiënt zorgvuldig controleren totdat het tumorlysissyndroom en de pulmonale infiltratie zijn verdwenen of uit zijn te sluiten (d.m.v. laboratoriumonderzoek en röntgenonderzoek van de thorax), omdat na een aanvankelijke verbetering van de symptomen een achteruitgang kan optreden. De behandeling hervatten met maximaal de helft van de voorafgaande infusiesnelheid. Indien opnieuw ernstige bijwerkingen optreden, volledig staken van de behandeling ernstig overwegen.

Bij behandeling van CLL met fludarabine/cyclofosfamide/rituximab (FCR) is late neutropenie gemeld (aantal neutrofielen < 1,0 × 109/l vanaf 24 tot 42 dagen na de laatste dosis rituximab).

Niet-oncologische indicaties: Zowel bij de eerste als bij vervolginfusies kunneninfusiegerelateerde reacties, zoals hoofdpijn, jeuk, opvliegers, huiduitslag, urticaria, hypertensie en koorts, optreden; deze zijn meestal mild tot matig van aard maar fatale afloop is gemeld.

Het gelijktijdige gebruik van rituximab en antireumatische therapieën, anders dan methotrexaat, wordt niet aanbevolen. Patiënten nauwgezet controleren op symptomen van infectie als DMARD’s en/of 'biologicals' (bv. TNF-α-blokkers) aansluitend op de behandeling met rituximab zijn gebruikt.


 

Interacties

Niet beoordeeld: tijdens infusie kan hypotensie optreden; het staken van antihypertensiva 12 uur voorafgaand aan toediening van rituximab dient te worden overwogen.

Interacties monoclonale antilichamen algemeen

Relevant:

VKA's: cytostatische monoklonale antilichamen kunnen het effect van VKA's op vele manieren beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van VKA's geeft een extra verhoogde bloedingsneiging. Ook andere factoren spelen een rol, zoals de ziekte kanker zelf en chemotherapie gerelateerde factoren, zoals braken en leverinsufficiëntie door metastasen. Cytostatische monoklonale antilichamen: brentuximab vedotine, gemtuzumab ozogamicine, inotuzumab ozogamicine, polatuzumab vedotine en trastuzumab emtansine.

Levende vaccins: tijdens het gebruik van monoklonale antilichamen met immunosuppressieve werking (brentuximab vedotine, daratumumab, elotuzumab, gemtuzumab ozogamicine, inotuzumab ozogamicine, isatuximab, mogamulizumab, obinutuzumab, polatuzumab vedotine, rituximab, siltuximab en trastuzumab emtansine) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie moet worden vermeden.

Levende vaccins: tijdens het gebruik van monoklonale antilichamen die immunomodulerend werken (atezolizumab, avelumab, blinatumomab, cemiplimab, dinutuximab beta, durvalumab, ipilimumab, nivolumab, pembrolizumab) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken, en kan vaccinatie sowieso niet of minder effectief zijn gezien het ontbreken van een adequate immuunrespons. De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van monoklonale antilichamen die immunosuppressief werken kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met VKA's (uitzondering zijn cytostatische monoklonale antilichamen).

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 10-12-2020
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 3-12-20
  4. Gallego S, et al, Post-transplant lymphoproliferative disorders in children: the role of chemotherapy in the era of rituximab. , Pediatr Transplant, 2010, Feb;14(1), 61-6
  5. Svoboda J et al, Management of patients with post-transplant lymphoproliferative disorder: the role of rituximab, Transpl Int, 2006, Apr;19(4):, 259-69
  6. Worth A et al, Pre-emptive rituximab based on viraemia and T cell reconstitution: a highly effective strategy for the prevention of Epstein-Barr virus-associated lymphoproliferative disease following stem cell transplantation, Br J Haematol, 2011, Nov;155(3), 377-85
  7. Bader-Meunier B et al. , Rituximab therapy for childhood Evans syndrome. , Haematologica. , 2007, Dec;92(12):, 1691-4
  8. Basu B et al. , Favourable renal survival in paediatric microscopic polyangiitis: efficacy of a novel treatment algorithm. , Nephrol Dial Transplant., 2015, Apr;30 Suppl 1:i, 113-8
  9. Billing H et al. , IVIG and rituximab for treatment of chronic antibody-mediated rejection: a prospective study in paediatric renal transplantation with a 2-year follow-up., Transpl Int., 2012, Nov;25(11):, 1165-73
  10. Comoli P et al., Treatment of EBV-related post-renal transplant lymphoproliferative disease with a tailored regimen including EBV-specific T cells., Am J Transplant, 2005 , Jun;5(6):, 1415-22
  11. Donnithorne KJ et al. , Rituximab therapy for severe refractory chronic Henoch-Schönlein purpura. , J Pediatr., 2009, Jul;155(1):, 136-9
  12. Eleftheriou D et al. , Biologic therapy in primary systemic vasculitis of the young., Rheumatology (Oxford)., 2009, Aug;48(8), 978-86
  13. Fornoni A et al. , Rituximab targets podocytes in recurrent focal segmental glomerulosclerosis. , Sci Transl Med., 2011, Jun 1;3(85):, 85ra46
  14. Genberg H et al. , ABO-incompatible kidney transplantation using antigen-specific immunoadsorption and rituximab: a 3-year follow-up., Transplantation, 2008, Jun 27;85(12):, 1745-54
  15. Giulino LB et al. 2007 , Treatment with rituximab in benign and malignant hematologic disorders in children., J Pediatr. , 2007, Apr;150(4):, 338-44, 344.e1
  16. Harambat J et al. , Successful treatment with rituximab for acute refractory thrombotic thrombocytopenic purpura related to acquired ADAMTS13 deficiency: a pediatric report and literature review., Pediatr Crit Care Med., 2011, Mar;12(2), e90-3
  17. Hugle B et al. , Pneumocystis jiroveci pneumonia following rituximab treatment in Wegener's granulomatosis. , Arthritis Care Res (Hoboken)., 2010, Nov;62(11):, 1661-4
  18. Iijima K et al. , Rituximab for childhood-onset, complicated, frequently relapsing nephrotic syndrome or steroid-dependent nephrotic syndrome: a multicentre, double-blind, randomised, placebo-controlled trial., Lancet., 2014, Oct 4;384(9950):, 1273-81
  19. Kemper MJ et al. , Is rituximab effective in childhood nephrotic syndrome? Yes and no., Pediatr Nephrol., 2014, Aug;29(8):, 1305-11
  20. Khandelwal P et al. , Outcomes of renal transplant in patients with anti-complement factor H antibody-associated hemolytic uremic syndrome., Pediatr Transplant. , 2014, Aug;18(5):, E134-9
  21. Kidney Disease: Improving Global Outcomes (KDIGO) Glomerulonephritis Work Group. , KDIGO Clinical Practice Guideline for Glomerulonephritis., Kidney int Suppl., 2012, 2, 139–274
  22. Kimata T et al. , Novel use of rituximab for steroid-dependent nephrotic syndrome in children. , Am J Nephrol., 2013, 38(6):, 483-8
  23. Kumar J et al. , Rituximab in post-transplant pediatric recurrent focal segmental glomerulosclerosis., Pediatr Nephrol. , 2013 , Feb;28(2):, 333-8
  24. Liang Y et al. , Rituximab for children with immune thrombocytopenia: a systematic review., PLoS One, 2012, 7(5), :e36698
  25. Losa Frías V et al. , Role of rituximab in the management of refractory autoimmune cytopenia., An Pediatr (Barc). , 2013 , Jun;78(6):, 398-404
  26. Neunert C et al. , The American Society of Hematology 2011 evidence-based practice guideline for immune thrombocytopenia., Blood. , 2011 , Apr 21;117(16):, 4190-207
  27. Pescovitz MD et al. , Use of antibody induction in pediatric renal transplantation. , Curr Opin Organ Transplant., 2008 , Oct;13(5):, 495-9
  28. Provan D et al. , International consensus report on the investigation and management of primary immune thrombocytopenia., Blood. , 2010 , Jan 14;115(2):, 168-86
  29. Ravani P et al. , Rituximab is a safe and effective long-term treatment for children with steroid and calcineurin inhibitor-dependent idiopathic nephrotic syndrome., Kidney Int. , 2013 , Nov;84(5):, 1025-33
  30. Reese JA et al. , Children and adults with thrombotic thrombocytopenic purpura associated with severe, acquired Adamts13 deficiency: comparison of incidence, demographic and clinical features., Pediatr Blood Cancer. , 2013 , Oct;60(10):, 1676-82
  31. Roche registration limited. , SPC Mabthera (EU/1/98/067) 25-03-2020, www.ema.europa.eu
  32. Steele M et al. , Thrombotic thrombocytopenic purpura in pediatric patients., Zhongguo Dang Dai Er Ke Za Zhi. , 2012 , Nov;14(11):, 803-10
  33. Su GX et al. , Rituximab therapy for severe pediatric systemic lupus erythematosus., Zhonghua Er Ke Za Zhi., 2012 , Sep;50(9):, 697-704
  34. Tullus K et al. , New developments in the treatment of systemic lupus erythematosus., Pediatr Nephrol., 2012 , May;27(5):, 727-32
  35. Tydén H et al. , ABO-incompatible kidney transplantation in children., Pediatr Transplant. , 2011, Aug;15(5):, 502-4
  36. Vinai M et al. , Recurrence of focal segmental glomerulosclerosis in renal allograft: an in-depth review., Pediatr Transplant. , 2010 , May;14(3):, 314-25
  37. Watson L et al. , The indications, efficacy and adverse events of rituximab in a large cohort of patients with juvenile-onset SLE., Lupus. , 2015 , Jan;24(1), 10-7
  38. Zarkhin V et al. , A randomized, prospective trial of rituximab for acute rejection in pediatric renal transplantation., Am J Transplant., 2008 , Dec;8(12):, 2607-17
  39. Stojanovic J et al. , Immune Desensitization Allows Pediatric Blood Group Incompatible Kidney Transplantation, Transplantation. , 2017 , Jun;101(6), 1242-1246

Wijzigingen

  • 17 mei 2021 09:53: Bij de indicatie Non-Hodgkin lymfoom miste ten onrechte de m2 BSA in de doseereenheid. Dit is gecorrigeerd.
  • 21 juli 2020 14:42: Indicaties Non-Hodgkin Lymfoom en Granulomatose met polyangiitis (GPA) en microscopische polyangiitis (MPA)toegevoegd op basis van de SmPC. PK data toegevoegd op basis van smPC
  • 15 maart 2016 12:58: De literatuur over de toepassing van rituximab bij kinderen is beoordeeld. Dit heeft geleid tot de toevoeging van de indicaties Steroïd afhankelijk nefrotisch syndroom, ABO incompatibele niertransplantatie, (aandoeningen die kunnen leiden tot/preventie van) rejectie na niertransplantatie, autoimmune cytopenieen, primaire vasculitis en SLE niet reagerend op conventionele therapie

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering