Citalopram

Stofnaam
Citalopram
Merknaam
Cipramil
ATC Code
N06AB04
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon registratiestatus

Niet geregistreerd voor kinderen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet omhuld (als hydrobromide) 10 mg, 20 mg, 30 mg, 40 mg, 60 mg
Druppels, oraal (als hydrochloride) 40 mg/ml

Bij de keuze van de toedieningsvorm dient rekening te worden gehouden met een ca. 25% hogere biologische beschikbaarheid van de druppelvloeistof (Cipramil 40 mg/ml), vergeleken met de tablet. Als gevolg hiervan komt de dosering van de tabletten als volgt overeen met de dosering van de druppelvloeistof:
Tablet 20 mg = 16 mg (8 druppels)
Tablet 30 mg = 24 mg (12 druppels)
Tablet 40 mg = 32 mg (16 druppels)
Tablet 60 mg = 48 mg (24 druppels)

Eigenschappen

Specifieke serotonineheropnameremmer (SSRI). Het remt selectief de heropname van serotonine in het neuron. Een relatie tussen de plasmaconcentratie en de werking of bijwerkingen is niet aangetoond. Bij opvallend weinig werkzaamheid kan sprake zijn van een CYP2C19-polymorfisme.

Kinetische gegevens

Er zijn geen farmacokinetische studies bij kinderen uitgevoerd.
Metabolisering: tot weinig actieve metabolieten via o.a. CYP2C19 en CYP2D6.

Doseringen

Indicatie: Autisme spectrum stoornissen (ASS)
  • Oraal
    • Druppels voor oraal gebruik, oplossing
      • 6 jaar tot 18 jaar
        • Startdosering: 4 mg/dag in 1 dosis 's avonds
        • Onderhoudsdosering: op geleide van de klinische respons en de verdraagbaarheid de startdosering verhogen met 2 mg/week (1 druppel/week) naar 6 - 16 mg/dag in 1 - 2 doses , max: 16mg/dag
        • 4 mg= 2 druppels

          16 mg in druppels komt overeen met 20 mg tablet

          Indien overwogen wordt de behandeling te staken, wordt geadviseerd de behandeling uit te sluipen gedurende één tot twee weken.
          Informatie over toepassing van citalopram bij autisme spectrum stoornissen bij kinderen beperkt zich tot een aantal kleine open label studies (geen effect op de kernsymptomen).

          Citalopram dient voorgeschreven te worden door een specialist in kinder- en jeugdpsychiatrie of door artsen die goed vertrouwd zijn met het gebruik van dit middel bij adolescenten. De dosis dient individueel vastgesteld te worden en de laagst mogelijke dosis dient toegepast te worden.

Indicatie: Obsessieve compulsieve stoornis en depressie
  • Oraal
    • Druppels voor oraal gebruik, oplossing
      • 6 jaar tot 18 jaar
        • Startdosering: 4 mg/dag in 1 dosis 's avonds
        • Onderhoudsdosering: op geleide van de klinische respons en de verdraagbaarheid de startdosering verhogen met 2 mg/week (1 druppel/week) naar 6 - 16 mg/dag in 1 - 2 doses , max: 32mg/dag
        • 4 mg = 2 druppels
          16 mg in druppels komt overeen met 20 mg tablet

          Maximale dosering uitsluitend toepassen in individuele gevallen.

          Indien overwogen wordt de behandeling te staken, wordt geadviseerd de behandeling uit te sluipen gedurende één tot twee weken.
          Informatie over toepassing van citalopram bij obsessieve compulsieve stoornissen bij kinderen beperkt zich tot een aantal kleine open label studies.

          Citalopram dient voorgeschreven te worden door een specialist in kinder- en jeugdpsychiatrie of door artsen die goed vertrouwd zijn met het gebruik van dit middel bij adolescenten. De dosis dient individueel vastgesteld te worden en de laagst mogelijke dosis dient toegepast te worden.

           

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

ANTIDEPRESSIVA

NIET-SELECTIEVE MONOAMINE-HEROPNAMEREMMERS
N06AA09

Clomipramine

Anafranil
N06AA04
N06AA02
N06AA10
SELECTIEVE SEROTONINE-HEROPNAMEREMMERS
N06AB03
N06AB08
N06AB06
OVERIGE ANTIDEPRESSIVA
N06AX01

Bijwerkingen bij kinderen

Concentratiestoornissen, sedatie, slaperigheid, suïcidepogingen, misselijkheid, droge mond, hoofdpijn, duizeligheid, transpireren, maag-darmklachten, gewichtstoename, manie, tremor, agitatie, rhinitis, impotentie en libidoverlies.

Bijwerkingen

Bij opvallend meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2C19-polymorfisme.

Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, droge mond, slaperigheid, slapeloosheid, hyperhidrose, hoofdpijn. Vaak (1-10%): gewichtsafname, anorexie, agitatie, nervositeit, angst, abnormale dromen, concentratiestoornissen, tremor, paresthesieën, duizeligheid, aandachtsstoornis, tinnitus, geeuwen, rinitis, sinusitis, maag-darmklachten, pruritus, myalgie, artralgie, urineretentie, libidoverlies, erectiele disfunctie, ejaculatiestoornis, vermoeidheid, asthenie. Soms (0,1-1%): gewichtstoename, verhoogde eetlust, agressie, hallucinaties, manie, syncope, mydriasis, bradycardie, tachycardie, urticaria, alopecia, huiduitslag, purpura, menorragie, oedeem. Zelden (0,01-0,1%): hyponatriëmie, grand-mal-aanvallen, dyskinesie, dysgeusie, bloedingen, hepatitis, koorts. Bij staken kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. Verder is gemeld: trombocytopenie, overgevoeligheid, anafylactische reactie, SIADH (vnl. bij oudere vrouwen), hypokaliëmie, paniekaanval, tandenknarsen, rusteloosheid, suïcidale gedachten en gedrag (tijdens behandeling en vlak na stoppen), convulsie, serotoninesyndroom, extrapiramidale aandoening, acathisie (m.n. in de eerste weken van de behandeling), bewegingsstoornis, afgenomen gezichtsvermogen, orthostatische hypotensie, neusbloeding, gastro-intestinale bloeding, abnormale leverfunctietest, ecchymosis, angio-oedeem, metrorragie, priapisme, galactorroe. Met name bij vrouwen, hypokaliëmie en hartziekten: verlengd QT-interval, ventriculaire aritmie incl. 'torsade de pointes'.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties

Verlengd QT-interval

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Samenvatting:Leidt tot verminderd reactie- en concentratievermogen, zorgvuldige afweging maken tussen voordelen en mogelijke risico’s bij het toepassen bij depressieve klachten, patiënten in het bijzonder hoog risico patiënten (suïcidale gedachten, suïcidepoging) nauwkeurig observeren in verband met het verhoogde risico van suïcide. Tevens dient men bij het gebruik van sertraline dient bedacht te zijn op het ontstaan van het serotoninesyndroom.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden kunnen daarvan hinder ondervinden.

Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven van citalopram aan kinderen en adolescenten met depressieve klachten. Dit vooral vanwege ernstige psychiatrische bijwerkingen zoals vijandigheid, agressiviteit, zelfbeschadigend gedrag, suïcidale gedachten en zelfmoordpogingen. Vóór behandeling is screening op risico van suïcide aangewezen. Antidepressieve behandeling kan het bij depressie toegenomen risico van suïcide verder vergroten gedurende de vroege stadia van herstel. Patiënten, in het bijzonder hoog-risico patiënten (suïcidale gedachten, suïcidepoging) dienen nauwkeurig gevolgd te worden tijdens behandeling met deze geneesmiddelen, in het bijzonder in het begin van de behandeling en na dosisaanpassingen. Patiënten moeten op de hoogte worden gebracht van de noodzaak om te letten op elke klinische verergering, suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten en ongewone gedragsveranderingen en de noodzaak om onmiddellijk medisch advies in te winnen als deze symptomen zich voordoen. Patiënten dienen niet over de grote hoeveelheden van dit geneesmiddel te kunnen beschikken.

Andere psychiatrische condities waarvoor citalopram wordt voorgeschreven kunnen ook geassocieerd worden met een toegenomen risico op aan suïcide gerelateerde gebeurtenissen. Bovendien kunnen deze condities comorbide zijn met episodes van depressie in engere zin. Dezelfde voorzorgsmaatregelen die in acht worden genomen bij de behandeling van patiënten met ernstige depressieve stoornis moeten daarom in acht worden genomen bij de behandeling van patiënten met andere psychiatrische aandoeningen.

Zelden is bij SSRI’s een serotoninesyndroom gemeld; bij een combinatie van symptomen als agitatie, tremoren, myoklonieën en hyperthermie dient men hierop verdacht te zijn. Bij insulten dient de medicatie gestaakt te worden.

Waarschuwingen en voorzorgen

Bij opvallend weinig werkzaamheid of bij meer of ernstiger bijwerkingen kan sprake zijn van een CYP2C19-polymorfisme;

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Veel dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden. Zelden is bij SSRI's een serotoninesyndroom gemeld; bij een combinatie van symptomen als agitatie, tremor, myoklonie en hyperthermie dient men hierop verdacht te zijn. Voorzichtigheid is geboden bij meer kans op het ontwikkelen van 'torsade de pointes', zoals bij congestief hartfalen, recent myocardinfarct, bradyaritmieën, of risicofactoren voor hypokaliëmie of hypomagnesiëmie. Voor start van de behandeling een ECG overwegen bij patiënten met een stabiele hartaandoening. Bij tekenen van aritmie de behandeling staken en een ECG maken. Bij paniekstoornis kunnen in het begin van de behandeling de angstgevoelens verergeren; bij een lage startdosering vermindert de kans op dit anxiogene effect. Voorzichtigheid is geboden bij een voorgeschiedenis van abnormale bloedingen, bij epilepsie, nauwe kamerhoekglaucoom of een voorgeschiedenis van glaucoom en gelijktijdige ECT. Indien insulten optreden of de frequentie van insulten toeneemt, SSRI-gebruik staken. Bij diabetes mellitus kan een SSRI de bloedsuikerspiegel doen verhogen. In verband met het optreden van onthoudingsverschijnselen een behandeling niet plotseling staken, maar de dosis uitsluipen gedurende 1–2 weken. Een onderliggende manie kan manifest worden of verergeren. Bij suïcidaal gedrag of suïcidale gedachten in de anamnese, evenals bij patiënten jonger dan 25 jaar is goede vervolging aangewezen vanwege toegenomen risico op suïcidepogingen en suïcidale gedachten. Ter preventie van suïcidepogingen is nauwkeurige observatie noodzakelijk, met name in de eerste weken van de therapie en na dosisaanpassingen. Over de behandeling bij ernstig gestoorde nierfunctie (glomerulaire filtratie < 20 ml/min) ontbreekt voldoende informatie.

Interacties

Citalopram remt enigszins CYP2D6.

Relevant: citalopram kan het QTc-interval verlengen en torsade de pointes is gemeld, het risico hierop is verhoogd bij combinatie met andere middelen waarbij torsade de pointes is gemeld. Zie verder inleidende tekst Interactielijsten, QTc-verlengers.

Niet relevant: de risperidonconcentratie kan stijgen.

Citalopram remt de vorming van de actieve endoxifenmetaboliet van tamoxifen.

Niet beoordeeld: CYP2C19-remmers (zoals omeprazol, esomepromazol, lansoprazol) en cimetidine kunnen de citalopramconcentratie verhogen.

Interacties serotonine-heropnameremmers algemeen

Relevant:

Bij combinatie met een MAO-remmer (ook moclobemide, rasagiline of selegiline) kan het serotoninesyndroom optreden (zie Toxicologie), soms met fatale afloop.

Combinatie van een SSRI met een MAO-remmer wordt ontraden. Aanbevolen wachttijden zijn:

na staken niet-selectieve MAO-remmer, rasagiline of selegiline: ten minste 14 dagen;
na staken moclobemide: 1 dag;
na staken fluoxetine: 5 weken;
na staken citalopram, dapoxetine, escitalopram, fluvoxamine of paroxetine: 7 dagen;
na staken sertraline: 14 dagen.
Serotonerge toxiciteit is in enkele gevallen gemeld na toevoeging van fentanyl, oxycodon, pethidine of tramadol aan een SSRI.

Serotonerge toxiciteit is eveneens gemeld bij combinatie van een SSRI met linezolid of methylthionine.

Bij gebruik van een SSRI neemt het risico op een maagdarmbloeding toe als tevens een NSAID wordt gebruikt.

Bij gebruik van een SSRI kan de bloedingsneiging toenemen, hierdoor kan het effect van een cumarinederivaat worden versterkt.

Bij combinatie met een thiazide kan hyponatriëmie optreden.

Bij combinatie met metoclopramide neemt het risico op extrapiramidale verschijnselen toe. Bovendien verhoogt fluoxetine de plasmaconcentratie van metoclopramide.

Cyproheptadine kan de werking van SSRI's verminderen; dit is gemeld voor fluoxetine en paroxetine.

Niet relevant: de plasmaconcentratie van almotriptan en frovatriptan kan stijgen. Theoretisch is er een verhoogd risico op het serotoninesyndroom bij combinatie met triptanen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met tedizolid.

Niet beoordeeld: vooral fluvoxamine kan de sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen versterken.

 

 

Referenties

  1. Thomsen PH, et al, Long-term experience with citalopram in the treatment of adolescent OCD, J. Am. Acad. Child Adolesc. Psychiatry, 2001, 40:, 895–902
  2. Thomsen PH., Child and adolescent obsessive–compulsive disorder treated with citalopram. Finding from an open trial of 23 cases., J. Child Adolesc. Psychopharmacol., 1997, 7, 157–166
  3. Namerow LB, et al, Use of citalopram in pervasive developmental disorders, J Dev Behav Pediatr, 2003, Apr;24(2), 104-8
  4. Couturier JL, et al, A retrospective assessment of citalopram in children and adolescents with pervasive developmental disorders, J Child Adolesc Psychopharmacol., 2002, 12, 243-8
  5. Mukaddes NM, et al, Citalopram treatment of children and adolescents with obsessive-compulsive disorder: a preliminary report., Psychiatry Clin Neurosci., 2003, 57, 405-8
  6. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 15 okt 2014
  7. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 02 feb 2017

Wijzigingen

  • 30 november 2015 09:45: Doseeradvies eenduidig in vorm van druppelvloeistof weergegeven obv suggestie dd 11-11-2015