Hydrocortison

Stofnaam
Hydrocortison
Merknaam
Hydrocortison oraal, IV; Solu-Cortef
ATC code
H02AB09
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor inj.vlst. (als Na-succinaat) 100 mg + 2 ml oplosm. (Act-O-Vial) LET OP: oplosmiddel bevat benzylalcohol
Poeder voor inj.vlst. (als Na-succinaat) 100 mg
Tablet 1 mg, 2 mg, 2,5 mg, 3 mg, 5 mg, 10 mg, 20 mg
Capsule FNA (als acetaat) 1 mg, 2 mg, 3 mg, 4 mg, 5 mg, 6 mg, 7 mg, 8 mg, 9 mg, 10 mg
Drank (als dinatriumfosfaat) 1 mg/ml
Drank (hydrocortisondinatriumfosfaat) 1 mg/ml

Eigenschappen

Het belangrijkste natuurlijke corticosteroïd met zowel gluco- als mineralocorticoïde eigenschappen.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Algemene opmerkingen

Vooral als substitutietherapie en bij afbouwen langdurige corticosteroidtherapie.

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Bronchopulmonale dysplasie
  • Oraal
    • a terme neonaat
      • 5 mg/kg/dag in 4 doses
      • Behandelduur:

        Gedurende 7 dagen, afbouwfase: vermindering met 1 dosis om de 5 dagen op geleide kliniek

  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      • 5 mg/kg/dag in 4 doses
      • Behandelduur:

        Gedurende 7 dagen, afbouwfase: vermindering met 1 dosis om de 5 dagen op geleide kliniek

Indicatie: Suppletie bij bijnierschorsinsufficientie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 8 - 12 mg/m2/dag in 3 doses Doses verdeeld in verhouding 2:1:1
Indicatie: Stressdosering: Lichte stress: niet lekker, hangerig, temperatuur <38,0 C, kortdurende lichamelijke inspanning
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Geen aanpassing nodig, normale substitutiedosering: 8 - 12 mg/m2/dag in 3 doses Doses in verhouding 2:1:1
Indicatie: Stressdosering: Matige stress: lichte temperatuurverhoging tussen 38.0-39.0 graden C, milde griep.infectie, vaccinatie, verdoving (tandarts).
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 24 - 36 mg/m2/dag in 4 doses
      • (=orale substitutie-dosering 8-12 mg/m2/dag 3 x verhoogd)

        Ook psychische stress (toets, examen) of ernstige lichamelijke inspanning kan in uitzonderingsgevallen een reden zijn om de substitutiedosis tijdelijk te verhogen naar een 2-3 voudige dosis. De temperatuur is niet altijd een goede parameter om stress te beoordelen

        Indien orale toediening niet mogelijk is, kan in de thuissituatie gekozen worden voor rectale of intramusculaire toediening van steroiden.

Indicatie: Stressdosering: Ernstige stress: Temperatuur >39 graden C, braken, diarree, ernstig ziek, ongeval, operatie, narcose (zie voor peri-operatief beleid monografie prednisolon)
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • 40 - 60 mg/m2/dag in 4 doses
      • (=orale substitutie-dosering 8-12 mg/m2/dag 5x verhoogd)

        Indien orale toediening niet mogelijk is, kan in de thuissituatie gekozen worden voor rectale of intramusculaire toediening van steroiden.

Indicatie: Stressdosering indien orale toediening in thuissituatie niet mogelijk is.
  • Rectaal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • hydrocortison (base) in witepsol 100 mg/m2/dosis éénmalig
        • Van rectale hydrocortison toediening is bekend dat er een aanzienlijke spreiding is in serum cortisol-levels na toediening.
        • Indien het kind na 15 minuten niet opknapt overgaan op I.M. medicatie en/of deze laten geven door ambulancepersoneel. Indien het kind opknapt, is het aangewezen zo snel mogelijk op de orale route over te gaan.
        • Voorzichtigheid is geboden bij diarree
  • Intramusculair
    • 0 jaar tot 1 jaar
      • 25 mg/dosis éénmalig
    • 1 jaar tot 6 jaar
      • 50 mg/dosis éénmalig
    • 6 jaar tot 18 jaar
      • 100 mg/dosis éénmalig
Indicatie: Afbouwschema
  • Toedieningsweg niet van toepassing
    • 0 jaar tot 18 jaar
      • Hydrocortison AFBOUWSCHEMA (bij gebruik langer dan 10 dagen):

        • Elke 4-7 dagen dosis verminderen met 10-20 mg/dag, tot een totale dosering van ongeveer 12 mg/m2/dag gegeven in 3 dosis (2:1:1)
        • Daarna gedurende 2 weken de totale dosis 's ochtends geven.
        • Vervolgens wekelijks de dosis verminderen met ongeveer 20% tot een dosis van 5-7 mg/m2/dag is bereikt.
        • Staken wanneer ochtendcortisol-plasmaconcentratie (afgenomen om 08.00 uur, voor inname hydrocortison) > 0,3 micromol/l is; Bij twijfel over reserve bijnier daarna nog een ACTH (Synacthen) test uitvoeren in overleg met endocrinoloog.
        • Tijdens afbouwschema blijft noodzaak van stress-schema gehandhaafd.
Indicatie: Ernstige systemische allergische reacties
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 4 mg/kg/dosis éénmalig Maximale dosering per gift: 100mg/dosis
      • Als ondersteunende behandeling bij oncologische aandoeningen, bij anafylaxie: 10 mg/kg/dosis

Indicatie: Acute bijniercrise
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      • 2 mg/kg/dosis éénmalig Vervolgen met hoge doses hydrocortison volgens stressschema, vervolgens geleidelijk verlagen tot een driemaal daags schema
Indicatie: Neonataal hypocortisolisme
  • Oraal
    • a terme neonaat
      • 10 - 12 mg/m2/dag in 3 doses
      • Verspreiden over gelijke doses à 8 uur.
        Gezien het nog ontbreken van een dag/nacht ritme wordt tot de leeftijd van 3 maanden gekozen voor een 1-1-1 schema, in plaats van 2-1-1 schema. In voorkomende situaties dient een glucocorticoïd-stress-schema gehanteerd te worden.

Indicatie: Androgenitaal Syndroom (AGS) - Addisonse crisis
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 1 jaar
      [7]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: 15 mg/dag in 3 doses
      • De behandeling van kinderen met AGS valt onder verantwoordelijkheid van de kinderendocrinoloog met expertise op het gebied van AGS. Doseringen moeten op basis van kliniek en biochemie individueel aangepast worden.

  • Oraal
    • 0 jaar tot 1 jaar
      [7]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: 15 mg/dag in 3 doses
      • De behandeling van kinderen met AGS valt onder verantwoordelijkheid van de kinderendocrinoloog met expertise op het gebied van AGS. Doseringen moeten op basis van kliniek en biochemie individueel aangepast worden.

Indicatie: Androgenitaal Syndroom (AGS) behandeling in de niet acute fase
  • Oraal
    • 0 jaar tot 1 jaar
      [7]
      • Start: 5 mg/dosis éénmalig.

        • Daarna 9 mg/dag in 3 doses gedurende 2 dagen. 
        • Daarna 3 mg/dag in 3 doses, maar niet lager dan 8-10 mg/m2/dag
      • Doseringen moeten op basis van kliniek en biochemie individueel aangepast worden

        De behandeling van kinderen met AGS valt onder verantwoordelijkheid van de kinderendocrinoloog met expertise op het gebied van AGS. 

    • 1 jaar tot 18 jaar
      [7]
      • 10 - 15 mg/m2/dag in 3 doses
      • Hogere doses kunnen nodig zijn. Doseringen moeten op basis van kliniek en biochemie individueel aangepast worden.

        De behandeling van kinderen met AGS valt onder verantwoordelijkheid van de kinderendocrinoloog met expertise op het gebied van AGS. 

  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 1 jaar
      [7]
      • Start: 5 mg/dosis éénmalig.

        • Daarna 9 mg/dag in 3 doses gedurende 2 dagen. 
        • Daarna 3 mg/dag in 3 doses, maar niet lager dan 8-10 mg/m2/dag
      • Doseringen moeten op basis van kliniek en biochemie individueel aangepast worden.

        De behandeling van kinderen met AGS valt onder verantwoordelijkheid van de kinderendocrinoloog met expertise op het gebied van AGS. 

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

CORTICOSTEROIDEN VOOR SYSTEMISCH GEBRUIK

GLUCOCORTICOIDEN

Dexamethason

Oradexon
H02AB02

Methylprednisolon

Solu-medrol
H02AB04
H02AB06

Triamcinolon (injectievloeistof)

Kenacort A, Lederspan
H02AB08
H02AB08
MINERALOCORTICOIDEN

Fludrocortison

Florinef
H02AA02

Bijwerkingen bij kinderen

Hyperglycemie, ritmestoornissen.
Bij langdurig gebruik van suprafysiologische doseringen: groeiremming en osteoporose, naast maagdarmulcera, verminderde afweer tegen infecties, vetzucht en onderdrukkeing van de hypothalamus-hypofyse bijnieras.

Bijwerkingen bij volwassenen

Behandeling met glucocorticoïden op lange termijn kan, zelfs in geval van lage doses, aanleiding geven tot de volgende bijwerkingen:

Vocht- en elektrolytenevenwicht: natrium- en vochtretentie, hartfalen bij daarvoor gevoelige patiënten, kaliumverlies, hypokaliëmische alkalose, hypertensie en verhoogde calciumuitscheiding.

Bewegingsapparaat: spierzwakte en spieratrofie (steroïdmyopathie), osteoporose met kans op compressiefracturen van de wervels of pathologische fracturen, aseptische botnecrose (vooral van de femur- en humeruskoppen) en peesruptuur (vooral van de Achillespees).

Maag-darmstelsel: ulcus pepticum (met mogelijk perforatie en bloeding), darmperforatie, pancreatitis, oesofagitis, misselijkheid en opgezette buik.

Huid: vertraagde wondgenezing, dunne kwetsbare huid, petechiën en ecchymose, rode striae, erytheem van het gezicht, toegenomen transpiratie, verminderde respons bij huidtesten, acne, allergische reacties zoals urticaria en een versnelde groei van Kaposi-sarcoom (waarschijnlijk reversibel). I.m. toediening: hypopigmentatie en atrofie op de plaats van injectie.

Bloed en bloedvaten: leukocytose, trombose, pulmonale embolie.

Neurologische effecten: intracraniale drukverhoging met papiloedeem (pseudotumor cerebri), vooral bij kinderen tijdens of kort na snelle onttrekking, convulsies, vertigo en hoofdpijn.

Endocriene effecten: menstruatiestoornissen, erectiestoornis, hirsutisme, ontstaan van het Cushingsyndroom, belemmering van de groei bij kinderen, secundaire remming van hypofyse en bijnierschors, vooral nadelig ten tijde van stress (zoals trauma, operatie en ziekte), verlaagde koolhydraattolerantie, waardoor latente diabetes mellitus manifest kan worden.

Oog: subcapsulaire lenscataracten, verhoogde oogdruk met kans op glaucoom en exophthalmus. Centrale sereuze chorioretinopathie, met als mogelijk gevolg retinaloslating.

Psychische reacties: variërend van euforie, slapeloosheid, angst, stemmingswisselingen, persoonlijkheidsveranderingen en ernstige depressie tot duidelijke verschijnselen van psychose. Ook kunnen bestaande emotionele instabiliteit en psychotische neigingen verergeren.

Stofwisseling: negatieve stikstofbalans door eiwitafbraak, gewichtstoename, centripetale vetzucht (gelaat, romp) en zeer zelden reversibele epidurale, mediastinale of epicardiale lipomatose, versterkt door toegenomen eetlust (te beperken door dieetmaatregelen).

Overige: overgevoeligheidsreacties (waaronder bronchospasmen, glottis-oedeem, urticaria en anafylaxie). Stijging van ASAT, ALAT, AF. Feochromocytoomcrisis. Hypertrofe cardiomyopathie bij zuigelingen met een laag geboortegewicht. Na langdurige therapie kan staken van de toediening van corticosteroïden een corticosteroïdonthoudingssyndroom tot gevolg hebben, begeleid door koorts, myalgie, artralgie en malaise; dit kan zelfs zonder tekenen van bijnierschorsinsufficiëntie optreden.



Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Voor de Act-O-Vial: Neonaten in verband met aanwezigheid benzylalcohol.

Contraindicaties bij volwassenen

Bij gebruik als substitutietherapie gelden geen contra-indicaties.

Bij overige indicaties:

ulcus ventriculi of ulcus duodeni;
acute infectieuze processen, m.n. virusinfecties en systemische schimmelinfecties;
tropische worminfecties.




Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

De groei en ontwikkeling van zuigelingen en kinderen nauwlettend volgen bij langdurig gebruik van corticosteroïden; om groeiremming te voorkomen streven naar een alternerende dosering. Waterpokken en mazelen kunnen bij niet-immune patiënten die corticosteroïden gebruiken een ernstiger en zelfs fataal beloop hebben; blootgestelde patiënten dienen zich direct onder medische behandeling te stellen.

 Benzylalcohol (aanwezig in Act-O-Vial) kan toxische en anafylactoïde reacties veroorzaken bij zuigelingen en kinderen jonger dan 3 jaar. 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Vóór, tijdens en ná stress-situaties (zoals operatie, trauma, ziekte, zware fysieke inspanning, verblijf op een hoogte van > 2000 m) de dosering verhogen. Na staken van glucocorticoïden kan farmacogene, secundaire bijnierschorsinsufficiëntie optreden die tot enige maanden kan blijven bestaan. Bij patiënten die na glucocorticoïdtherapie worden blootgesteld aan ernstige stress, zorgvuldig controleren op symptomen van bijnierschorsinsufficiëntie; een tijdelijke bescherming met hydrocortison kan noodzakelijk zijn.

De behandeling met hydrocortison aanpassen aan de individuele patiënt, incl. controle van gewicht, bloeddruk en elektrolyten. Regelmatige oogheelkundige controle op (gesloten-kamerhoek)glaucoom is gewenst, met name tijdens de instellingsfase van de behandeling.

Bij gebruik van glucocorticoïden bestaat een verhoogde gevoeligheid voor infectie met maskering van de klinische verschijnselen van infectie en ontsteking. Tevens kunnen latente infecties veroorzaakt door bijvoorbeeld Mycobacterium, Pneumocystis jiroveci, Strongyloides en Entamoeba histolytica manifest worden. Opleving van een infectie met Strongyloides kan leiden tot ernstige enterocolitis en sepsis. Waterpokken en mazelen kunnen bij niet-immune patiënten een ernstiger en zelfs fataal beloop hebben; blootgestelde patiënten direct onder medische behandeling stellen. Het gebruik bij actieve tuberculose beperken tot die gevallen van fulminerende of gedissemineerde tuberculose en hierbij een adequaat tuberculostaticum geven. Bij latente tuberculose of bij tuberculinereactiviteit chemoprofylaxe geven tijdens langdurige behandeling. Bij een patiënt die enige tijd in de tropen is geweest of die een onverklaarbare diarree heeft, latente of manifeste amoebiasis uitsluiten alvorens de behandeling te starten.

Gebruik glucocorticoïden terughoudend bij aspecifieke colitis ulcerosa, als de kans op een dreigende perforatie, abces of andere pyogene infectie bestaat. Wees ook terughoudend bij diverticulitis, recente darmanastomosen, peptisch ulcus in de anamnese, eerder door glucocorticoïd teweeggebrachte myopathie, feochromocytoom, nierinsufficiëntie, diabetes mellitus, hypertensie, hartfalen, trombo-embolische aandoeningen, osteoporose, psychiatrische anamnese, myasthenia gravis en oculaire herpes vanwege een mogelijke perforatie van de cornea. Bij risicofactoren voor maagcomplicaties kan profylactisch gebruik van een maagbeschermer noodzakelijk zijn. Bij leveraandoeningen kan hydrocortison een versterkt effect hebben; overweeg een verlaging van de dosering.

Acute, gegeneraliseerde myopathie van oculaire en respiratoire spieren, eventueel leidend tot tetraplegie, is beschreven tijdens gebruik van hoge doses glucocorticoïden, meestal bij bestaande afwijkingen in de neuromusculaire transmissie (bv. myasthenia gravis) of bij gelijktijdige behandeling met neuromusculaire blokkers. Na staken van de behandeling kan het herstel enkele weken tot jaren duren.

Anafylactische reacties zijn voorgekomen bij behandeling met parenterale glucocorticoïden. Daarom vóór toediening de aangewezen voorzorgsmaatregelen nemen, in het bijzonder wanneer de patiënt eerder allergisch reageerde op een geneesmiddel.

De groei en ontwikkeling van zuigelingen en kinderen nauwlettend volgen bij langdurig gebruik van glucocorticoïden; om groeiremming te voorkomen streven naar een alternerende dosering. Bij ouderen is zorgvuldige observatie van belang omdat de gebruikelijke bijwerkingen (zoals osteoporose, hypertensie, hypokaliëmie, diabetes mellitus, gevoeligheid voor infecties en atrofie van de huid) bij hen tot levensbedreigende reacties kunnen leiden.

I.m. toediening niet toepassen bij immuungemedieerde trombocytopenie.

Interacties

Niet relevant: de absorptie wordt verminderd door colestyramine.

Interacties corticosteroiden algemeen

Relevant:

Afname corticosteroïden: de plasmaconcentratie van corticosteroïden daalt door inductoren. De interactie is niet relevant bij een stootkuur.

Overig effect: glucocorticoïden (behalve fludrocortison) kunnen de ulcerogene werking van NSAID's versterken. Het risico op een peptisch ulcus neemt toe bij hogere leeftijd, hogere doses van NSAID's en chronisch gebruik van NSAID's. Preventieve maatregelen moeten worden overwogen, zie verder inleidende tekst NSAID's.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt door hoge doses glucocorticosteroïden (behalve fludrocortison).

Levende vaccins: vaccinatie met levende micro-organismen tijdens immunosuppressieve therapie kan een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden; dit geldt zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij suppletie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie).

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van immunosuppressiva kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

De werking van immunocyanine kan worden verminderd.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: isoniazide kan het levermetabolisme van glucocorticoïden remmen; andersom kunnen corticosteroïden de isoniazideconcentratie verlagen.

Ketoconazol kan het metabolisme van glucocorticoïden remmen.

Glucocorticoïden kunnen de eliminatie van salicylaten versnellen.

Hoge doses corticosteroïden kunnen de werking van perifeer werkende spierrelaxantia verminderen en het risico op myopathie verhogen.

Glucocorticoïden kunnen de respons op somatropine verminderen.

Door het hyperglykemische effect kan de behoefte aan bloedglucoseverlagende middelen toenemen.

Oestrogenen kunnen het effect van corticosteroïden versterken.

Gelijktijdige toediening van lisdiuretica, thiazidediuretica of amfotericine B kan leiden tot kaliumdepletie.

Bij combinatie met ciclosporine kan de serumconcentratie van ciclosporine toenemen en de klaring van corticosteroïden afnemen.

 

 

Referenties

  1. Noordam C et al, Werkboek Kinderendocrinologie, digitale publicatie op www.nvk.nl (alleen leden), 2010
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 13 okt 2016
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 jun 2018
  4. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  5. Kamps WA et al, Werkboek ondersteundende behandeling kinderoncologie, VU Uitgeverij, 2005
  6. Turner N, et al. , Advanced Pediatric Life Support - de Nederlandse editie., Reed Business , 2011, 407-17
  7. Werkboek Androgenitaal Syndroom, NVK, 2009

Wijzigingen

  • 11 juni 2018 06:59: NIeuwe indicatie AGS obv NVK Werkboek AGS
  • 05 oktober 2015 11:14: De verhouding waarin de dagdosering bij bijnierhyperplasie wordt verdeeld is gewijzigd van 1:1:2 naar 2:1:1 om beter de fysiologische verdeling na te bootsen.