Dexamethason

Stofnaam
Dexamethason
Merknaam
Oradexon
ATC code
H02AB02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Orale toepassing: On-label
Intraveneuze toepassing: indicatie hersenoedeem: on-label, overige indicaties: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Tabletten: De doseringsbehoeften zijn wisselend en de dosering dient te worden geïndividualiseerd al naar de aard der aandoening en de reactie van de patiënt. algemeen volwassen en kinderen: 0,75-15 mg/dag  Bij zuigelingen en kinderen zal de aanbevolen dosering in de regel lager moeten zijn, waarbij men beter let op de ernst der aandoening dan op de leeftijd en lichaamsgewicht kan afgaan.

Injectievloeistof
hersenoedeem:
<35 kg: 20 mg, daarna 4 mg iedere 3 uur, dag 1-3, 4 mg iedere 6 uur dag 4, 2 mg iedere 6 uur dag 5, vervolgens verlagen met 1 mg/dag
>35 kg: 25 mg, daarna iedere 2 uur 4 mg dag 1-3, op dag 4 4 mg iedere 4 uur, op dag 5-8 iedere 6 uur 4 mg, vervolgens verlagen met 2 mg/dag. 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 0.5 mg, 1.5 mg, 4 mg, 10 mg, 20 mg, 40 mg
Drank  1 mg/ml
Capsule 1 mg, 2 mg, 2.5 mg, 4 mg, 10 mg, 15 mg, 20 mg, 25 mg, 30 mg, 35 mg, 40 mg
Oogdruppel 1 mg/ml (als dinatriumfosfaat) FNA
Inj.vlst. 1mg/ml, 3,8 mg/ml (Oradexon), 4 mg/ml, 10mg/ml, 20 mg/ml

Let op: de injectievloeistof CF bevat benzylalcohol (de 4 mg/ml ampul bevat 10,5 mg/ml benzylalcohol) en is niet geschikt voor toediening aan (premature) neonaten.

Eigenschappen

Gefluorideerd corticosteroïd met sterke glucocorticoïde eigenschappen; het mineralocorticoïde effect is te verwaarlozen. Injecteerbare glucocorticoïden zijn vooral geïndiceerd indien orale therapie onmogelijk of ongewenst is. De injectievloeistof 20 mg/ml is uitsluitend voor i.v. gebruik wanneer hoge doses nodig zijn.

Kinetische gegevens

De volgende kinetische parameters zijn gevonden bij premature neonaten (Lugo et al. 1996).

  n= Cmax (ng/ml) t½ (h) Cl (ml/kg/min) Vd (l/kg)
< 27 wk GA 4 282,75 10,2 1,69 1,26
> 27 wk GA 5-8 221,48 4,87 7,58 2,19

Doseringen

Ga snel naar:

Indicatie: Meningitis
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 0,6 mg/kg/dag in 4 doses , max: 40mg/dag
      • Behandelduur:

        4 dagen

Indicatie: Misselijkheid en braken bij chemotherapie
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5]
      • < 0,6 m2: 2 mg/dosis, 2 x daags
        ≥ 0,6 m2: 4 mg/dosis, 2 x daags

      • Indien ondansetron/granisetron alleen onvoldoende werkzaam is en andere oorzaken van braken zijn uitgesloten. Starten voor cytostaticumtoediening.

  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5]
      • < 0,6 m2: 2 mg/dosis, 2 x daags
        ≥ 0,6 m2: 4 mg/dosis, 2 x daags

      • Indien ondansetron en granisetron onvoldoende werkzaam zijn en andere oorzaken van braken zijn uitgesloten. Starten voor cytostaticumtoediening.

Indicatie: Misselijkheid en braken, postoperatief
  • Intraveneus
    • 1 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • 0,1 mg/kg/dosis éénmalig Maximale dosering per gift: 4mg/dosis
Indicatie: Post-detubatie stridor
  • Intraveneus
    • Prematuren, Zwangerschapsduur 0 dagen tot 37 weken
      [8] [17]
      • Startdosering: Tenminste 4 uur vóór extubatie: 0,25 mg/kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 0,25 mg/kg/dosis 8 uur en 16 uur NA de eerste dosis
    • a terme neonaat
      [8] [17]
      • Startdosering: Tenminste 4 uur vóór extubatie: 0,25 mg/kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 0,25 mg/kg/dosis 8 uur en 16 uur NA de eerste dosis
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [7] [11] [13] [17]
      • 16 - 20 mg/m2/dag in 4 doses
      • Behandelduur:

        Starten 24 uur voor extubatie, tot 24 uur erna

Indicatie: Dexamethason suppressie test, kort
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 0,58 mg/m2/dosis éénmalig
      • Eénmalige dosis toedienen om 23.00 uur, dosis naar boven afronden op 0,25 mg. Plasmaconcentratie meten om 08.00 uur.

Indicatie: Dexamethason suppressie test, lang
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 2 mg/dag in 4 doses
      • Alternatief 2 mg/1,73m2 gedurende 2 dagen in overleg met endocrinoloog

Indicatie: Stressdosering indien orale toediening in thuissituatie niet mogelijk is.
  • Intramusculair
    • < 1 jaar
      [1]
      • 1 mg/dosis éénmalig
      • Zie waarschuwingen en voorzorgen voor omschrijving stress situaties

    • 1 jaar tot 6 jaar
      [1]
      • 2 mg/dosis éénmalig
      • Zie waarschuwingen en voorzorgen voor omschrijving stress situaties

    • ≥ 6 jaar
      [1]
      • 4 mg/dosis éénmalig
      • Zie waarschuwingen en voorzorgen voor omschrijving stress situaties

Indicatie: Afbouwschema
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • Afbouwen bij gebruik langer dan 10 dagen
        0,5 mg dexamethason komt overeen met ca 15 mg hydrocortison (4 mg met 120 mg). Bij langer gebruik dexamethason afbouwen tot 4 mg/dag, dan omzetten op hydrocortison(of 30 mg prednison) en afbouwen volgens schema hydrocortison dan wel prednison.

Indicatie: Laryngitis subglottica (pseudokroep)
  • Oraal
    • 3 maanden tot 18 jaar
      [4]
      • 0,15 - 0,6 mg/kg/dosis éénmalig Maximale dosering per gift: 15mg/dosis
      • Zo nodig na onvoldoende respons na 24-48 uur een tweede gift overwegen

Indicatie: Hersenoedeem
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 10 mg/m2/dag in 4 doses
Indicatie: Chronische longziekte (CLD)
  • Intraveneus
    • Prematuren, Zwangerschapsduur < 28 weken
      [6] [9] [10] [15] [16] [18] [19]
      • Startdosering: Dag 1-3: 0,2 mg/kg/dag in 2 doses.
        Daarna, afhankelijk van respons,  kiezen voor kort of lang schema:

        KORT SCHEMA:
        Dag 4 en 5: 0,1 mg/kg/dag in 2 doses. 
        Dag 6 en 7: 0,05 mg/kg/dag in 2 doses. 

        LANG SCHEMA:
        Dag 4,5 en 6: 0,15 mg/kg/dag in 2 doses. 
        Dag 7-10: 0,1 mg/kg/dag in 2 doses. 
        Dag 11-14: 0,05 mg/kg/dag in 2 doses. 

         

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

CORTICOSTEROIDEN VOOR SYSTEMISCH GEBRUIK

MINERALOCORTICOIDEN

Fludrocortison

Florinef
H02AA02
GLUCOCORTICOIDEN

Hydrocortison

Hydrocortison oraal, IV; Solu-Cortef
H02AB09

Hydrocortison

Hydrocortison oraal, IV; Solu-Cortef
H02AB09

Methylprednisolon

Solu-medrol
H02AB04
H02AB06

Triamcinolon (injectievloeistof)

Kenacort A, Lederspan
H02AB08
H02AB08
MINERALOCORTICOIDEN

Fludrocortison

Florinef
H02AA02
GLUCOCORTICOIDEN

Hydrocortison

Hydrocortison oraal, IV; Solu-Cortef
H02AB09

Hydrocortison

Hydrocortison oraal, IV; Solu-Cortef
H02AB09

Methylprednisolon

Solu-medrol
H02AB04
H02AB06

Triamcinolon (injectievloeistof)

Kenacort A, Lederspan
H02AB08
H02AB08

Bijwerkingen bij kinderen

Hyperglycemie, ritmestoornissen.
Bij langdurig gebruik van suprafysiologische doseringen: groeiremming en osteoporose, naast maagdarmulcera, verminderde afweer tegen infecties, vetzucht en onderdrukking van de hypothalamus-hypofyse bijnieras. Intracraniële drukverhoging met papiloedeem (pseudotumor cerebri), vooral bij kinderen tijdens of kort na snelle onttrekking,

Bijwerkingen bij volwassenen

Vocht- en elektrolytenevenwicht: natrium- en vochtretentie, hartfalen bij daarvoor gevoelige patiënten, kaliumverlies, hypokaliëmische alkalose, hypertensie en verhoogde calciumuitscheiding.

Bewegingsapparaat: spierzwakte en spieratrofie (steroïdmyopathie), osteoporose met kans op compressiefracturen van de wervels of pathologische fracturen, aseptische botnecrose (vooral van de femur- en humeruskoppen), peesruptuur (vooral van de Achillespees), tendinitis. Intra-articulaire toediening: na herhaalde injecties kan pijnloze destructie van het gewricht gelijkend op artropathie van Charcot optreden.

Maag-darmstelsel: ulcus pepticum met meer kans op bloeding en (gemaskeerde) perforatie, pancreatitis, oesofagitis, misselijkheid en opgezette buik.

Huid: vertraagde wondgenezing, dunne kwetsbare huid, rode striae, erytheem van het gezicht, toegenomen transpiratie, verminderde respons bij huidtesten, acne, allergische reacties zoals urticaria en een versnelde groei van Kaposi-sarcoom (waarschijnlijk reversibel). I.m. toediening: hypopigmentatie en atrofie op de plaats van injectie.

Hematologische effecten: petechiën en ecchymose, erytro- en granulocytose, lymfo- en eosinopenie, trombo-embolie.

Neurologische effecten: intracraniële drukverhoging met papiloedeem (pseudotumor cerebri), vooral bij kinderen tijdens of kort na snelle onttrekking, convulsies, vertigo en hoofdpijn.

Endocriene effecten: menstruatiestoornissen, erectiestoornis, hirsutisme, ontstaan van het Cushingsyndroom, belemmering van de groei bij kinderen, remming van hypothalamus-hypofyse-bijnierschorssysteem, met kans op bijnierschorsinsufficiëntie ten tijde van stress (zoals trauma, operatie en ziekte), verminderde glucosetolerantie, waardoor latente diabetes mellitus manifest kan worden.

Oog: papiloedeem, subcapsulaire lenscataracten, glaucoom, exoftalmie, retinopathie bij prematuren, chorioretinopathie, wazig zien.

Psychische reacties: variërend van euforie, slapeloosheid, angst, stemmingswisselingen, persoonlijkheidsveranderingen en ernstige depressie tot duidelijke verschijnselen van psychose. Ook kunnen bestaande emotionele instabiliteit en psychotische neigingen verergeren.

Stofwisseling: negatieve stikstofbalans door eiwitafbraak, gewichtstoename, centripetale vetzucht (gelaat, romp) versterkt door toegenomen eetlust (te beperken door dieetmaatregelen).

Overige: verhoogde gevoeligheid voor infecties (vooral bij hoge dosering). Overgevoeligheidsreacties (waaronder bronchospasmen, glottis-oedeem, urticaria en anafylaxie), hik. Hypertrofe cardiomyopathie bij zuigelingen met een laag geboortegewicht. Tumorlysissyndroom bij de behandeling van hematologische maligniteiten (al dan niet in combinatie met andere chemotherapeutica).

Na langdurige therapie kan staken van de toediening van corticosteroïden een corticosteroïdonthoudingssyndroom tot gevolg hebben, begeleid door koorts, myalgie, artralgie en malaise; dit kan zelfs zonder tekenen van bijnierschorsinsufficiëntie optreden.

Bij een vroege behandeling (binnen 96 uur na de geboorte) met dexamethason in een startdosering van 0,25 mg/kg lichaamsgewicht 2×/dag bij prematuren met een chronische longziekte, zijn bijwerkingen op de lange termijn op de neurologische ontwikkeling gevonden.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Injectievloeistof met benzylalcohol: prematuren en neonaten.

Contraindicaties bij volwassenen

  • infectie van de plaats van aandoening, bv. septische artritis ten gevolge van gonorroe of tuberculose;
  • bacteriëmie of systemische schimmelinfecties;
  • instabiliteit van het gewricht.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

De groei en ontwikkeling van zuigelingen en kinderen nauwlettend volgen bij langdurig gebruik van corticosteroïden; om groeiremming te voorkomen streven naar een alternerende dosering. Waterpokken en mazelen kunnen bij niet-immune patiënten die corticosteroïden gebruiken een ernstiger en zelfs fataal beloop hebben; blootgestelde patiënten dienen zich direct onder medische behandeling te stellen.

Let op: de injectievloeistof CF bevat benzylalcohol (de 4 mg/ml ampul bevat 10,5 mg/ml benzylalcohol) en is niet geschikt voor toediening aan (premature) neonaten.

Lichte stress: niet lekker, hangerig, temperatuur <38,0 C, kortdurende lichamelijke inspanning
Matige stress: lichte temperatuurverhoging tussen 38.0-39.0 graden C, milde griep.infectie, vaccinatie, verdoving (tandarts). Ook psychische stress (toets, examen) of ernstige lichamelijke inspanning kan in uitzonderingsgevallen een reden zijn om de substitutiedosis tijdelijk te verhogen naar een 2-3 voudige dosis. De temperatuur is niet altijd een goede parameter om stress te beoordelen
Ernstige stress: Temperatuur >39 graden C, braken, diarree, ernstig ziek, ongeval, operatie, narcose (zie voor peri-operatief beleid monografie prednison)

De beschikbare gegevens wijzen op bijwerkingen op lange termijn op de neurologische ontwikkeling van premature baby’s met een chronische longziekte bij gebruik van een vroege behandeling (<96 uur) dexamethason met een startdosering van 0,25 mg/kg tweemaal per dag.

 

 


 

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Pas de behandeling aan voor de individuele patiënt, incl. controle van gewicht, bloeddruk en elektrolyten. Bij chronisch gebruik van glucocorticoïden is regelmatige oogheelkundige controle gewenst, vanwege de kans op cataract en glaucoom.

Langdurige behandeling kan resulteren in onderdrukking van de HPA-as (steroïdgeïnduceerde bijnierschorsinsufficiëntie). Om acute adrenale insufficiëntie te voorkomen, de corticosteroïdbehandeling altijd geleidelijk afbouwen, verspreid over weken of maanden naargelang de dosis en de duur van de behandeling. Bij stress (operatie, trauma, infectie) tijdens en ook nog gedurende een halfjaar ná een langdurige behandeling kan een tijdelijke dosisverhoging ofwel opnieuw behandelen met corticosteroïden noodzakelijk zijn.

Bij gebruik van glucocorticoïden bestaat een verhoogde gevoeligheid voor infectie met maskering van de klinische verschijnselen van infectie en ontsteking. Bij bacteriële infecties zo mogelijk eerst de verwekker(s) bepalen en de infectie behandelen alvorens met de toediening van glucocorticoïden te beginnen. Latente infecties veroorzaakt door bijvoorbeeld Mycobacterium, Pneumocystis jiroveci, Strongyloides en Entamoeba histolytica kunnen manifest worden. Waterpokken en mazelen kunnen bij niet-immune patiënten een ernstiger en zelfs fataal beloop hebben; blootgestelde patiënten direct onder medische behandeling stellen.

Gebruik glucocorticoïden terughoudend bij aspecifieke colitis ulcerosa, als de kans op een dreigende perforatie, abces of andere pyogene infectie bestaat. Wees ook terughoudend bij diverticulitis, recente darmanastomosen, peptisch ulcus in de voorgeschiedenis, latente tuberculose, eerder door glucocorticoïd teweeggebrachte myopathie, gestoorde leverfunctie, nierinsufficiëntie, hypothyreoïdie, diabetes mellitus, hypertensie, hartfalen, recent myocardinfarct, osteoporose, epilepsie, psychiatrische anamnese, glaucoom en oculaire herpes vanwege een mogelijke perforatie van de cornea. Bij risicofactoren voor maagcomplicaties kan profylactisch gebruik van een maagbeschermer noodzakelijk zijn.

Acute, gegeneraliseerde myopathie van oculaire en respiratoire spieren, eventueel leidend tot tetraplegie, is beschreven tijdens gebruik van hoge doses glucocorticoïden, meestal bij bestaande afwijkingen in de neuromusculaire transmissie (bv. myasthenia gravis) of bij gelijktijdige behandeling met neuromusculaire blokkers. Na staken van de behandeling kan het herstel enkele weken tot jaren duren.

Anafylactische reacties zijn voorgekomen bij behandeling met parenterale glucocorticoïden. Daarom vóór toediening de aangewezen voorzorgsmaatregelen nemen, in het bijzonder wanneer de patiënt eerder allergisch reageerde op een geneesmiddel.

Bij behandeling van hematologische maligniteiten (al dan niet in combinatie met andere chemotherapeutica) is tumorlysissyndroom (TLS) gemeld. Patiënten met veel kans op TLS nauwlettend controleren en passende voorzorgsmaatregelen nemen.

 Bij ouderen is zorgvuldige observatie van belang omdat de gebruikelijke bijwerkingen (zoals osteoporose, hypertensie, hypokaliëmie, diabetes mellitus, gevoeligheid voor infecties en atrofie van de huid) bij hen tot levensbedreigende reacties kunnen leiden.

I.m.-injectie niet toepassen bij immuungemedieerde trombocytopenie. Benzylalcohol (aanwezig in sommige injectievloeistoffen) kan toxische reacties en anafylactoïde reacties veroorzaken bij zuigelingen en kinderen jonger dan 3 jaar. Sulfiet (aanwezig in sommige injectievloeistoffen) kan bij daarvoor gevoelige personen (m.n. asthmatici) bronchospasmen en/of anafylactische shock veroorzaken.

De hulpstof propyleenglycol kan bij langdurig gebruik en/of gebruik van hoge doses, ernstige bijwerkingen geven, vooral bij een verlaagd metabolisme ervan, zoals bij jonge kinderen.

Interacties

Dexamethason induceert CYP3A4 en is substraat voor CYP3A4 en P-gp.

Relevant: de plasmaconcentratie van caspofungine, HCV-middelen en HIV-middelen daalt.

Niet relevant: het metabolisme wordt geremd door (fos)aprepitant en netupitant.

De plasmaconcentratie van praziquantel kan dalen.

Niet beoordeeld: de diagnostische test (op het syndroom van Cushing) kan worden verstoord door efedrine, hoge doses oestrogenen en enzyminducerende stoffen.

 

Interacties corticosteroiden algemeen

Relevant:

Afname corticosteroïden: de plasmaconcentratie van corticosteroïden daalt door inductoren. De interactie is niet relevant bij een stootkuur.

Overig effect: glucocorticoïden (behalve fludrocortison) kunnen de ulcerogene werking van NSAID's versterken. Het risico op een peptisch ulcus neemt toe bij hogere leeftijd, hogere doses van NSAID's en chronisch gebruik van NSAID's. Preventieve maatregelen moeten worden overwogen, zie verder inleidende tekst NSAID's.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt door hoge doses glucocorticosteroïden (behalve fludrocortison).

Levende vaccins: vaccinatie met levende micro-organismen tijdens immunosuppressieve therapie kan een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden; dit geldt zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij suppletie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie).

Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van immunosuppressiva kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.

De werking van immunocyanine kan worden verminderd.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen van natuurlijke oorsprong.

Niet beoordeeld: isoniazide kan het levermetabolisme van glucocorticoïden remmen; andersom kunnen corticosteroïden de isoniazideconcentratie verlagen.

Ketoconazol kan het metabolisme van glucocorticoïden remmen.

Glucocorticoïden kunnen de eliminatie van salicylaten versnellen.

Hoge doses corticosteroïden kunnen de werking van perifeer werkende spierrelaxantia verminderen en het risico op myopathie verhogen.

Glucocorticoïden kunnen de respons op somatropine verminderen.

Door het hyperglykemische effect kan de behoefte aan bloedglucoseverlagende middelen toenemen.

Oestrogenen kunnen het effect van corticosteroïden versterken.

Gelijktijdige toediening van lisdiuretica, thiazidediuretica of amfotericine B kan leiden tot kaliumdepletie.

Bij combinatie met ciclosporine kan de serumconcentratie van ciclosporine toenemen en de klaring van corticosteroïden afnemen.

 

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 11-02-2019
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 jun 2018
  4. Bjornson CL, et al, Croup., Lancet, 2008, Jan 26;371(9609), 329-39
  5. SKION, Werkboek supportive Care, www.skion.nl, Updateb 29-11-2016
  6. Werkgroep Neonatale Farmacologie NVK sectie Neonatologie, Expert opinie, 28 maart 2018
  7. Baranwal, A. et al, Dexamethasone pretreatment for 24 h versus 6 h for prevention of postextubation airway obstruction in children: a randomized double-blind trial." , Intensive Care Med , 2014, 40 (9), 1285-94
  8. Couser, RJ et al, Effectiveness of dexamethasone in preventing extubation failure in preterm infants at increased risk for airway edema, J Pediatr, 1992, 121(4), 591-6
  9. Cuna, A. et al, A comparison of 7-day versus 10-day course of low-dose dexamethasone for chronically ventilated preterm infants, J Perinatol , 2017, 37 (3):, 301-5
  10. Doyle, L. W. et al, Low-dose dexamethasone facilitates extubation among chronically ventilator-dependent infants: a multicenter, international, randomized, controlled trial., Pediatrics, 2006, 117 (1), 75-83
  11. Khemani, R.G. et al, Corticosteroids for the prevention and treatment of post-extubation stridor in neonates, children and adults, Cochrane Database Syst, 2009, Rev (3), Cd001000
  12. Lugo, R. A. et al, Pharmacokinetics of dexamethasone in premature neonates." , Eur J Clin Pharmacol , 1996, 49(6), 477-83
  13. Lukkassen, I. M. et al, Dexamethasone reduces reintubation rate due to postextubation stridor in a high-risk paediatric population, Acta Paediatr, 2006, 95 (1), 74-6
  14. Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, Werkboek Kindernefrologie, www.nvk.nl, 2010
  15. Onland, W. et al, Systemic corticosteroid regimens for prevention of bronchopulmonary dysplasia in preterm infants., Cochrane Database Syst , 2017, Rev 1, Cd010941
  16. Poets, C. F. et al, Prevention of bronchopulmonary dysplasia in extremely low gestational age neonates: current evidence, Arch Dis Child Fetal Neonatal Ed, 2018, 103 (3), F285-f291
  17. Veldhoen, E. S. et al, Post-extubation stridor in Respiratory Syncytial Virus bronchiolitis: Is there a role for prophylactic dexamethasone?" , PLoS One, 2017, 12 (2), e0172096
  18. Walther, F.J. et al, Adrenal suppression and extubation rate after moderately early low-dose dexamethasone therapy in very preterm infants." , Early Hum Dev , 2003, 74(1), 37-45
  19. Yates, H. L. et al, Minidex: very low dose dexamethasone (0.05 mg/kg/day) in chronic lung disease., Arch Dis Child Fetal Neonatal, 2011, Ed 96 (3), F190-4

Wijzigingen

  • 11 februari 2019 09:50: In navolging op de bepaling van consensus ten aanzien van de toepassing van dexamethason bij (premature) neonaten is de wetenschappelijke literatuur beoordeeld in het kader van het NEODOSE project. Dit heeft geleid tot een aanpassing van het doseeradvies bij reactief tube oedeem.
  • 14 augustus 2018 14:59: Doseeradvies voor chronische beademing bij BPD toegevoegd op basis van expert opinie van de werkgroep neonatale farmacologie
  • 14 augustus 2018 14:45: Een doseeradvies voor post-detubatie stridor bij premature en aterme neonaten is aangepast/toegevoegd op basis van de expert opinie van de werkgroep neonatale farmacologie
  • 08 januari 2018 12:24: Reden van verwijderen bezoekers
  • 03 april 2017 10:54: Wijziging dosering obv Skion werkboek supportive care
  • 04 oktober 2016 08:06: Verschillende lage sterktes capsules/tabletten als beschikbare toedieningsvorm toegevoegd
  • 01 juni 2015 07:37: Maximale dosering (volwassen dosering) toegevoegd