Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Octreotide

Stofnaam
Octreotide
Merknaam
Sandostatine
ATC code
H01CB02

Label dosisadvies Kinderformularium

Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Niet geregistreerd voor kinderen. (De ervaring bij kinderen is zeer beperkt)

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. (als acetaat) 0.05 mg/ml; 0.1 mg/ml; 0.2 mg/ml ; 0.5 mg/ml
Poeder voor inj.susp. "LAR" (als acetaat) 10 mg + 2 ml oplosm.; 20 mg + 2 ml oplosm.; 30 mg + 2 ml oplosm.

Eigenschappen

Synthetisch octapeptide, analogon van het natuurlijke somatostatine, met een krachtiger en langer aanhoudende werking. Het remt de secretie van groeihormoon en IGF-1, alsmede van peptiden van het endocriene systeem van het maag-darmkanaal en de pancreas.

Kinetische gegevens

Geen informatie

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Doseringen

Indicatie: Hyperinsulinisme
  • Subcutaan
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5]
      • 5 - 25 microg./kg/dag in 3 - 4 doses , max: 40microg./kg/dag
      • Alternatieve toediening via continue infuus.
        Maximale dosering toedienen in 3 doses.

Indicatie: Hypersecretie groeihormoon
  • Subcutaan
    • 1 maand tot 18 jaar
      [5]
      • 100 microg./dosis 1-3 dd
Indicatie: Gastro-intestinale bloedingen
  • Intraveneus
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4]
      • Startdosering: 1 - 2 microg./kg/dosis éénmalig
      • Onderhoudsdosering: 1 - 2 microg./kg/uur continu infuus

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

HORMONEN DIE GONADOTROFINE-AFGIFTE BEVORDEREN

Gonadoreline

Lutrelef
H01CA01
HORMONEN DIE GONADOTROFINE-AFGIFTE BEVORDEREN

Gonadoreline

Lutrelef
H01CA01

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Bijwerkingen bij kinderen

Galstenen, malabsorptie, glucose-intolerantie.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn, diarree, buikpijn, misselijkheid, obstipatie, flatulentie. Hyperglykemie. Cholelithiasis. Pijn op de injectieplaats. Vaak (1-10%): bradycardie, duizeligheid. Dyspneu. Cholecystitis, galwegobstructie (excl. galsteen), hyperbilirubinemie. Dyspepsie, braken, zwelling buik, steatorroe, verkleuring van de ontlasting. Jeuk, huiduitslag, alopecia. Hypothyroïdie, schildklierdisfunctie. Hypoglykemie, gestoorde glucosetolerantie, anorexie. Verhoogde transaminasespiegels. Soms (0,1-1%): dehydratie, tachycardie. Verder zijn gemeld: acute pancreatitis optredend enkele uren of dagen na toediening. Cholelithiasis geïnduceerde pancreatitis (na langdurige behandeling). Acute hepatitis zonder cholestase, cholestatische hepatitis, cholestase, (cholestatische) geelzucht. Aritmieën. Urticaria. Anafylaxie, allergie of overgevoeligheidsreacties. Zelden kunnen klachten van het maag-darmkanaal lijken op een acute darmobstructie met progressieve zwelling van de buik, ernstige epigastrische pijn, gevoeligheid van de buik en afweerreacties.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Er bestaat slechts weinig ervaring bij kinderen met octreotide.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

In verband met de vorming van galstenen, vóór de therapie en vervolgens iedere zes–twaalf maanden echoscopisch galblaasonderzoek verrichten. Tijdens behandeling de leverfunctie controleren en tijdens langdurige behandeling de schildklierfunctie. Door op het tijdstip van de s.c.-injectie niet te eten kan het optreden van maag-darmklachten worden verminderd. Bij langdurige behandeling kan verstoring van de glucosetolerantie of toename van bestaande diabetes mellitus optreden; bloedglucosecontrole (minimaal ieder halfjaar) is aangewezen. Bij insulineafhankelijke diabetes mellitus kan de behoefte aan insuline afnemen; bij niet-diabeten en diabetes mellitus type 2 met gedeeltelijk intacte insulinereserves kan prandiale glykemische toename optreden. Routinematig controleren van het bloedglucose is eveneens vereist bij bloedingsperiodes van oesofagusvarices bij cirrosepatiënten vanwege meer kans op ontwikkeling van insulineafhankelijke diabetes mellitus of veranderde behoefte aan insuline bij bestaande diabetes mellitus. De werkzaamheid kan tijdens de behandeling van gastro-enteropancreatische endocriene tumoren plotseling verloren gaan. Bij insulinomen is klinische instelling en controle bij veranderingen in de dosering noodzakelijk, daar de diepte van hypoglykemie kan worden vergroot en de duur verlengd. Octreotide remt namelijk de afscheiding van groeihormoon en glucagon sterker dan die van insuline en de werkingsduur t.a.v. het remmen van insuline is korter. Een hogere toedieningsfrequentie kan mogelijk duidelijke fluctuaties in de glucosespiegel verminderen. Voorzichtig bij ernstige leverfunctiestoornissen; zo nodig lager doseren. De vetuitscheiding in de feces kan toenemen en de exocriene pancreasfunctie kan beïnvloed worden. Verlaagde vitamine B12-spiegels en een afwijkende Schilling-test zijn waargenomen tijdens behandeling met octreotide. Bij vitamine B12 tekort in de anamnese wordt controle van deze spiegels aanbevolen tijdens behandeling. Wegens mogelijke complicaties (bv. gezichtsvelddefecten) bij expansie van een groeihormoonproducerende tumor is zorgvuldige controle noodzakelijk en moet bij uitbreiding alternatieve therapie worden overwogen. Bij behandeling van acromegalie kan een gestoorde fertiliteit zich herstellen. De groeihormoon- en IGF-1 spiegel iedere zes maanden bepalen bij patiënten met acromegalie die gestabiliseerd zijn op een octreotidedosis.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 10 nov 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 dec 2018
  4. Kneepkens CMF et al, Werkboek Kindergastroenterologie, VU Uitgeverij, 2002, 2e druk
  5. Noordam C et al, Werkboek Kinderendocrinologie, digitale publicatie op www.nvk.nl (alleen leden), 2010

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Wijzigingen

Wijzigingen