Plasmakallikreïneremmer. Bij HAE is er sprake van verhoogde activiteit van plasmakallikreïne, wat resulteert in de vorming van bradykinine, een krachtige vasodilatator die de vasculaire permeabiliteit verhoogt en verantwoordelijk is voor de HAE-aanvallen. Berotralstat voorkomt een toegenomen activiteit van plasmakallikreïne en daarmee angio-oedeemaanvallen bij HAE.
Op basis van farmacokinetische populatie-analyses bij pediatrische patiënten van 12 tot <18 jaar oud met een gewicht van ten minste 40 kg was de blootstelling bij steady state na orale toediening van berotralstat 150 mg eenmaal daags iets hoger (29% hoger) dan de blootstelling bij volwassenen, met een geschat geometrisch gemiddelde (CV%) AUCtau van 2515 (38,6) ng*u/ml. Dit verschil wordt echter niet als klinisch relevant beschouwd en er worden geen dosisaanpassingen aanbevolen bij pediatrische patiënten van 12 tot <18 jaar oud met een gewicht van 40 kg of meer.
[SmPC Orladeyo]
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Capsulse (als dihydrochloride) 150 mg
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| Routinepreventie van recidiverende aanvallen van hereditair angio-oedeem (HAE) |
|---|
|
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Dosisaanpassing is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Dosisaanpassing is niet nodig
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Gebruik bij voorkeur vermijden, vanwege het risico op QT-verlenging. Als behandeling noodzakelijk is, moet passende controle (bijvoorbeeld ECG's) worden overwogen.
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Gebruik bij voorkeur vermijden, vanwege het risico op QT-verlenging. Als behandeling noodzakelijk is, moet passende controle (bijvoorbeeld ECG's) worden overwogen.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Zeer vaak (> 10%): (sinus)hoofdpijn. Buikpijn, diarree; meestal in de eerste 1-3 maanden van gebruik en reversibel zonder de behandeling te staken.
Vaak (1-10%): braken, gastro-oesofageale reflux, flatulentie. Huiduitslag. Verhoogde waarden van ASAT, ALAT.
Verder is gemeld: misselijkheid.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Acute aanval van hereditair angio-oedeem (HAE): berotralstat is alleen geïndiceerd voor preventief gebruik; bij een doorbraakaanval deze behandelen met een ander hiervoor geregistreerd middel.
QT-verlenging kan optreden, met name als hoger dan de aanbevolen dosering gebruikt wordt. Dit risico is mogelijk verhoogd bij een verminderde nierfunctie; bij een ernstig verminderde nierfunctie alleen gebruiken onder passende controle zoals een ECG. Er zijn geen gegevens over gebruik bij risicofactoren voor QT-verlenging, zoals verstoring van de elektrolytenhuishouding, bestaande QT-verlenging (verworven of familiair), hogere leeftijd of gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen die het QT-interval verlengen. Bij deze patiënten gebruik van berotralstat bij voorkeur vermijden. Overweeg passende controle (bijvoorbeeld ECG’s) als behandeling noodzakelijk is.
Er zijn beperkte gegevens over gebruik bij patiënten met HAE met een normale C1-esteraseremmer-activiteit (nC1-INH). Sommige categorieën van nC1-INH HAE reageren mogelijk niet op deze behandeling. Voer genetische testen uit volgens de huidige HAE-richtlijnen en staak de behandeling als er geen klinische respons wordt waargenomen.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Berotralstat is substraat voor P-gp en BCRP. Het is een matige remmer van CYP3A4 en CYP2D6, en een zwakke remmer van CYP2C9 en P-gp.
Niet beoordeeld:
Bij combinatie met CYP3A4-substraten kan dosisaanpassing nodig zijn: berotralstat verhoogt de AUC van oraal toegediend midazolam met ong. 124% en de Cmax met ong. 45%; berotralstat verhoogt de AUC van amlodipine met ong. 77% en de Cmax met ong. 45%.
Bij combinatie met CYP2D6-substraten kan dosisaanpassing nodig zijn: berotralstat verhoogt de AUC van dextromethorfan met ong. 177% en de Cmax met ong. 196%.
Bij combinatie met P-gp-substraten kan dosisaanpassing nodig zijn: berotralstat verhoogt de AUC van digoxine met ong. 48% en de Cmax met ong. 58%.
Vanwege mogelijke verlenging van het QTc-interval bij gebruik van berotralstat is voorzichtigheid geboden bij combinatie met andere middelen die het QTc-interval kunnen verlengen, zoals antiaritmica.
Ciclosporine (een P-gp- en BCRP-remmer) verhoogt de AUC van berotralstat met ong. 27% en verlaagt de Cmax met ong. 7%. Dosisaanpassing wordt niet aanbevolen bij gelijktijdig gebruik met P-gp- en BCRP-remmers.
Berotralstat verhoogt de AUC en Cmax van tolbutamide (CYP2C9-substraat) met ong. 73% resp. ong. 19%. Dosisaanpassing wordt niet aanbevolen bij gelijktijdig gebruik met CYP2C9-substraten.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| ENZYMEN | ||
|---|---|---|
|
Hyason
|
B06AA03 | |
| MIDDELEN BIJ HEREDITAIR ANGIO-OEDEEM | ||
|---|---|---|
|
Ruconest
|
B06AC04 | |
|
Firazyr
|
B06AC02 | |
|
Takhzyro
|
B06AC05 | |
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.