Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Canagliflozine

Stofnaam
Canagliflozine
Merknaam
Invokana
ATC code
A10BK02

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Oraal bloedglucoseverlagend middel. Remt selectief de natrium/glucose-cotransporter 2 (SGLT2) in de nier. Remt zwak SGLT1 in de darm.
Canagliflozine vermindert de renale glucosereabsorptie, zodat glucose wordt uitgescheiden met de urine en de glucoseplasmaspiegel afneemt. Verhoogde glucose-excretie via de urine leidt tot osmotische diurese, met een daling van de systolische bloeddruk, en tot gewichtsafname door verlies van calorieën. Werkt onafhankelijk van insuline. 
Verder verhoogt canagliflozine (door remming van SGLT2) de afgifte van natrium aan de distale tubulus, zodat de tubuloglomerulaire terugkoppeling toeneemt. Dit gaat gepaard met een afname van de intraglomerulaire druk en een verminderde hyperfiltratie.

Farmacokinetiek bij kinderen

Farmacometrische modellen suggereren dat de blootstelling bij kinderen met een laag lichaamsgewicht (gewicht < 50 kg) na toediening van 300 mg eenmaal daags hoger kan zijn dan de blootstelling bij volwassenen bij dezelfde dosis.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Diabetes mellitus type 2
≥ 10 jaar: 100 mg/dag in 1 dosis PO

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 100 mg, 300 mg

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Doseringen

Diabetes mellitus type II
  • Oraal
    • ≥ 10 jaar
      • 100 mg/dag in 1 dosis Zo kan de dosering op geleide van de bloedglucose concenratie opgehoogd worden tot 300 mg/dag.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Bijwerkingen bij kinderen

De frequentie, het type en de ernst van de bijwerkingen bij kinderen van 10 jaar en ouder zijn in het algemeen vergelijkbaar met die in de volwassen populatie.

De volgende bijwerkingen kwamen bij kinderen vaker voor bij canagliflozine vergeleken met placebo: hoofdpijn, nasofaryngitis, infectie van de urinewegen en braken. Genitale mycotische of bacteriële infecties werden in kleine aantallen gemeld bij degenen die canagliflozine kregen en geen bij placebo.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): vulvovaginale candidiasis. Hypoglykemie bij combinatie met sulfonylureumderivaat of insuline.

Vaak (1-10%): balanitis of balanopostitis, urineweginfectie. Dorst, droge mond, polydipsie, misselijkheid, obstipatie. Polyurie, pollakisurie, dringende urinelozing, nachtelijke mictie. Dyslipidemie, stijging hematocriet.

Soms (0,1-1%): dehydratie. Houdingsafhankelijke duizeligheid, syncope. (Orthostatische) hypotensie. Fotosensibilisatie, huiduitslag, urticaria. Botbreuk. Nierfalen (voornamelijk in de context van volumedepletie). Stijging bloedwaarden van creatinine, ureum, kalium en fosfaat. Amputatie van onderste ledemaat, met name van de teen en middenvoet, vooral bij volwassenen met (meer kans op) cardiovasculaire ziekte.

Zelden (0,01-0,1%): anafylactische reactie. (Euglykemische) diabetische ketoacidose, incl. levensbedreigende en fatale gevallen. Angio-oedeem.

Verder zijn gemeld: Fournier-gangreen (necrotiserende fasciitis van het perineum). Pyelonefritis, urosepsis, schimmelinfecties in de urinewegen (meestal ernstig, waarbij ziekenhuisopname nodig was).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Bij een verminderde nierfunctie neemt de glucoseverlagende werkzaamheid af. Ongeacht de creatinineklaring vóór de behandeling, treedt binnen de eerste 6 weken van de behandeling een (doorgaans geringe) daling van de creatinineklaring op, die daarna weer verbetert. Controleer de nierfunctie voorafgaand aan de behandeling en daarna ten minste jaarlijks. Controleer ook vóór start van geneesmiddelen die de nierfunctie kunnen verminderen (zoals antihypertensiva of NSAID's) en regelmatig daarna.

Gebruik wordt niet aanbevolen bij volumedepletie (bv. door gebruik van lisdiuretica of bij acute ziekte), wegens de diuretische werking van canagliflozine. Wees voorzichtig bij patiënten bij wie een bloeddrukdaling riskant kan zijn (bv. bij cardiovasculaire ziekten, hypotensie in de anamnese of bij ouderen). Monitor zorgvuldig de volumestatus en elektrolytenbalans bij omstandigheden die kunnen leiden tot volumedepletie (zoals maag-darmziekte).

Er zijn meldingen van diabetische ketoacidose (DKA) bij behandeling met SGLT2-remmers, soms bij alleen matig verhoogde bloedglucosewaarden. Het risico op DKA lijkt groter bij patiënten met een matig tot ernstig verminderde nierfunctie, die insuline nodig hebben. Wees voorzichtig bij risicofactoren, zoals een lage β-celfunctiereserve, aandoeningen die leiden tot beperkte inname van voedsel of ernstige uitdroging, een verhoogde insulinebehoefte als gevolg van acute ziekte, operatie of alcoholmisbruik en verlaging van de insulinedosering. Onderzoek de patiënt direct op ketoacidose bij het optreden van symptomen hiervan, ongeacht de bloedglucosespiegel (o.a. misselijkheid, braken, anorexie, buikpijn, extreme dorst, ademhalingsproblemen, verwardheid, ongewone vermoeidheid en slaperigheid). Bij verdenking op een DKA de behandeling met canagliflozine direct staken, en niet meer herstarten indien geen andere duidelijke oorzaak is gevonden. Bij sommige patiënten kan DKA langer aanhouden na stopzetten van canagliflozine, d.w.z. langer dan verwacht op basis van de plasmahalfwaardetijd. Insulinetekort kan bijdragen tot langdurige DKA en moet worden gecorrigeerd indien waargenomen.

Gebruik niet bij diabetes type 1 vanwege het risico op DKA.

Ziekenhuisopname/operatie: onderbreek de behandeling bij ziekenhuisopname voor ernstige acute ziekte. Staak de behandeling, indien mogelijk, gedurende een gepaste periode (dagen) vóór een grote chirurgische ingreep, zoals een buik- of bariatrische ingreep, of een andere invasieve procedure waarbij de patiënt langdurig moet vasten. Monitor de ketonwaarde (bij voorkeur in bloed). Overweeg alternatieve antihyperglykemische therapie, waaronder insuline. Herstarten van canagliflozine kan als de toestand van de patiënt stabiel is, en de ketonwaarde normaal.

Een toename van het aantal amputaties van de onderste ledematen (met name de teen en middenvoet) is waargenomen bij volwassenen met een hoog risico op hart- en vaatziekte die canagliflozine gebruikten, ten opzichte van placebo (resp. 0,63 vs. 0,34 voorvallen per 100 patiëntjaren). Beoordeel vóór aanvang van de behandeling factoren uit de voorgeschiedenis van de patiënt die het amputatierisico verhogen (zoals perifere vaatziekte, neuropathie). Controleer patiënten met meer kans op amputatie nauwgezet, en geef voorlichting over preventie (routinematige voetzorg, voldoende hydratie). Overweeg de behandeling te staken bij complicaties aan de benen en/of voeten, zoals een huidzweer, infectie, osteomyelitis of gangreen.

Er zijn meldingen van Fournier-gangreen (necrotiserende fasciitis van het perineum) bij gebruik van SGLT2-remmers. Een urogenitale infectie of perineaal abces kan hieraan voorafgaan. Adviseer de patiënt met spoed medische hulp in te roepen bij symptomen als hevige pijn, gevoeligheid, erytheem of zwelling in het genitale of perineale gebied, in combinatie met koorts of malaise. Bij vermoeden van Fournier-gangreen het gebruik van de SGLT2-remmer staken en direct behandeling beginnen (incl. antibiotica en chirurgisch debridement).

Urineweginfecties komen vaak voor bij gebruik van SGLT2-remmers. Overweeg bij een gecompliceerde urineweginfectie de SGLT2-remmer tijdelijk te staken. Er zijn gevallen van schimmelinfecties in de urinewegen gemeld; overweeg daarom ook op schimmels te testen bij een urineweginfectie zonder bacteriële oorzaak.

Niet of beperkt onderzocht

  • De ervaring bij hartfalen NYHA-klasse III is beperkt en ontbreekt bij NYHA-klasse IV.
  • Gebruik is niet onderzocht bij ernstige leverinsufficiëntie (gebruik ontraden).

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Canagliflozine remt CYP3A4.

Relevant:
Canagliflozine verlaagt de lithiumconcentratie.

Niet relevant:
Afname canagliflozine: de AUC neemt af door rifampicine.

Canagliflozine verhoogt de AUC van: simvastatine, simvastatinezuur en digoxine.

Niet beoordeeld:
Het effect van diuretica kan worden versterkt, wat kan leiden tot een verhoogd risico op dehydratie en hypotensie.

Mogelijk vermindert colestyramine de blootstelling aan canagliflozine.

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

BIGUANIDEN
A10BA02
SULFONYLUREUMDERIVATEN

Glibenclamid

Amglidia
A10BB01
COMBINATIES VAN BLOEDGLUCOSEVERLAGENDE MIDDELEN
A10BD20
GLUCAGONACHTIG PEPTIDE-1-AGONISTEN (GLP-1-AGONISTEN)

Dulaglutide

Trulicity
A10BJ05

Exenatide

Bydureon
A10BJ01

Liraglutide

Victoza, Saxenda
A10BJ02
NATRIUMGLUCOSE-COTRANSPORTER-2-REMMERS (SGLT-2-REMMERS)

Dapagliflozine

Forxiga
A10BK01

Empagliflozine

Jardiance
A10BK03

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Referenties

  1. Janssen-Cilag International NV, SmPC Invokana (EU EU/1/13/884) Rev 27; 18-12-2025, www.ema.europa.eu
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, bijwerkingen, waarschuwingen en voorzorgen, contra-indicaties), Geraadpleegd 24-1-2026
  3. KNMP Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 24-1-2026

Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.

Wijzigingen

  • 04 februari 2026 11:00: NIeuwe monografie ibv SmPC

Wijzigingen