Liraglutide

Stofnaam
Liraglutide
Merknaam
Victoza, Saxenda
ATC code
A10BJ02
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen

Toedieningsvormen en hulpstoffen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Versiebeheer

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Diabetes mellitus type 2:
≥ 10 jaar: 0,6-1,8 mg/dag in 1 dosis SC

Obesitas of overgewicht:
≥ 12 jaar: 
start 0,6 mg 1× per dag; op geleide van tolerantie met stappen van 0,6 mg met tussenpozen van ten minste 1 week verhogen naar een onderhoudsdosis van max. 3,0 mg/dag. 

Eigenschappen

Glucagonachtige peptide (GLP-1)-analoog met 97% sequentiehomologie met humaan GLP-1. Geproduceerd met behulp van recombinant-DNA-technologie in Saccharomyces cerevisiae. Bindt zich aan de GLP-1-receptor en activeert deze. Dit leidt tot een verhoging van cyclisch AMP.

Bij hoge bloedglucosespiegels verhoogt liraglutide op een glucoseafhankelijke manier de secretie van insuline door β-cellen en verlaagt het de glucagonafgifte. Omgekeerd vermindert liraglutide tijdens hypoglykemie de insulinesecretie terwijl de glucagonsecretie niet wordt belemmerd.

GLP-1 is een fysiologische regulator van de eetlust en voedselinname, maar het exacte werkingsmechanisme hiervan is niet geheel duidelijk. Door activering van de GLP-1-receptor verhoogt liraglutide het gevoel van verzadiging en vermindert het gevoel van trek en honger; dit leidt tot minder voedselinname. Het verlaagt hierdoor het lichaamsgewicht, vooral door verlies van visceraal vet.

Farmacokinetiek

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Doseringen

Diabetes mellitus type II
  • Subcutaan
    • 10 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Startdosering: 0,6 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: Na tenminste 1 week ophogen naar 1,2 mg/dag in 1 dosis. Max: 1,8 mg/dag.
      • Enkele patiënten kunnen baat hebben bij een tweede dosisverhoging naar 1,8 mg/dag na ten minste één week. 

Obesitas/Overgewicht
  • Subcutaan
    • ≥ 12 jaar
      [3]
      • Startdosering: 0,6 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: startdosering op geleide van tolerantie met stappen van 0,6 mg met tussenpozen van ten minste 1 week verhogen naar max. 3 mg/dag in 1 dosis

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. 6 mg/ml

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

BLOEDGLUCOSEVERLAGENDE MIDDELEN EXCL. INSULINES

BIGUANIDEN
A10BA02
NATRIUMGLUCOSE-COTRANSPORTER-2-REMMERS (SGLT-2-REMMERS)

Dapagliflozine

Forxiga
A10BK01

Bijwerkingen bij kinderen

In het algemeen was de frequentie, het type en de ernst van de bijwerkingen bij adolescenten en bij kinderen van 10 jaar en ouder vergelijkbaar met wat is waargenomen bij de volwassen patiënten. Braken kwam tweemaal
zo vaak voor bij adolescenten in vergelijking met volwassenen.

Het aantal bevestigde hypoglykemische episodes bij kinderen was hoger bij liraglutide (0,58 voorvallen/patiëntjaar) vergeleken met placebo (0,29 voorvallen/patiëntjaar). Bij kinderen behandeld met insuline voorafgaand aan een bevestigde hypoglykemische episode was het aantal hoger bij liraglutide (1,82 voorvallen/patiëntjaar) vergeleken met placebo (0,91 voorvallen/patiëntjaar). Er traden geen ernstige hypoglykemische episodes op in de met liraglutide behandelde groep.

Bijwerkingen algemeen

Maag-darmstoornissen treden vaker op in het begin van de behandeling en nemen gewoonlijk af binnen enkele dagen of weken. Mogelijk komen bij ouderen (≥ 65 j.) en personen met lichte of matige nierinsufficiëntie (creatinineklaring ≥ 30 ml/min) maag-/darmstoornissen vaker voor.

Bij diabetes type 2:
Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, diarree.

Vaak (1-10%): nasofaryngitis, bronchitis. Hypoglykemie (zeer vaak bij combinatie met een sulfonylureumderivaat). Verminderde eetlust, braken, dyspepsie, gastritis, gastro-oesofageale reflux, buikpijn, winderigheid, abdominale distensie, obstipatie. Kiespijn, hoofdpijn, duizeligheid, moeheid. Verhoogde hartslag. Reactie op de injectieplaats, huiduitslag. Stijging serumlipase en -amylase.

Soms (0,1-1%): dehydratie. Cholelithiase, cholecystitis. Urticaria, jeuk. Malaise, acuut nierfalen, nierinsufficiëntie.

Zelden (0,01-0,1%): anafylactische reactie, darmobstructie.

Zeer zelden (< 0,01%): pancreatitis (incl. necrotiserende pancreatitis).

Gemeld zijn: effecten op de schildklier (tumor, verhoogde calcitoninespiegel, struma).

Bij obesitas/overgewicht
Zeer vaak (> 10%): misselijkheid, braken, diarree, obstipatie.

Vaak (1–10%): hypoglykemie. Droge mond, dysgeusie, dyspepsie, gastritis, gastro-oesofageale reflux, buikpijn, winderigheid, oprisping, abdominale distensie. Cholelithiase. Slapeloosheid (vooral tijdens de eerste 3 maanden van behandeling). Duizeligheid, asthenie, vermoeidheid. Reactie op de injectieplaats. Stijging serumlipase en -amylase.

Soms (0,1-1%): dehydratie. Tachycardie. Pancreatitis, vertraagde maaglediging. Cholecystitis. Urticaria. Malaise.

Zelden (0,01-0,1%): anafylactische reactie. Acuut nierfalen, verminderde nierfunctie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Liraglutide is geen vervanger voor insuline. Niet toepassen bij diabetes mellitus type 1 of diabetische ketoacidose.

Symptomen van dehydratie, waaronder nierinsufficiëntie en acuut nierfalen zijn gemeld. Informeer patiënten over de kans op dehydratie als gevolg van gastro-intestinale bijwerkingen (met name in het begin van de behandeling); neem voorzorgsmaatregelen om een vochttekort te voorkomen.

Wees voorzichtig bij een anamnese van schildklieraandoeningen, wegens gemelde bijwerkingen op de schildklier.

Acute pancreatitis is waargenomen; informeer patiënten over kenmerkende symptomen hiervan. Bij vermoeden van pancreatitis de behandeling staken. Indien de diagnose pancreatitis wordt gesteld de behandeling niet opnieuw beginnen.

Cholelithiase en cholecystitis zijn waargenomen, met name in klinische studies voor gewichtsbeheersing; informeer patiënten over kenmerkende symptomen hiervan.

Controleer regelmatig de hartfrequentie; indien de hartfrequentie in rust blijvend verhoogd is, de behandeling staken.

Onderzoeksgegevens
Gebruik bij inflammatoire darmziekten en diabetische gastroparese wordt niet aanbevolen, vanwege weinig ervaring en het risico van gastro-intestinale bijwerkingen.

Victoza (diabetes type 2): De veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld bij (gebruik wordt niet aanbevolen): hartfalen NYHA-klasse IV, eindstadium nierziekte, ernstige leverinsufficiëntie.

Saxenda (obesitas/overgewicht): De veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld bij (gebruik wordt niet aanbevolen): hartfalen NYHA-klasse IV,
gelijktijdige behandeling met andere producten voor gewichtsbeheersing,
obesitas secundair aan endocrinologe stoornissen, aan eetstoornissen of aan de behandeling met geneesmiddelen die gewichtstoename kunnen veroorzaken,
ernstige nierinsufficiëntie, ernstige leverinsufficiëntie.
Wees voorzichtig bij lichte of matige leverfunctiestoornis, omdat Saxenda hierbij niet is onderzocht. Niet gebruiken in combinatie met een andere GLP-1-agonist.

 

 

Interacties

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Referenties

  1. Novo Nordisk A/S, SmPC Victoza (EU/1/09/529) Rev 21, 11-02-2021, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch kompas (Eigenschappen, bijwerkingen, contra-indicaties, waarschuwingen en voorzorgen), Geraadpleegd 8 april 2021
  3. Novo Nordisk A/S , SmPC Saxenda (EU/1/15/992/001-003) 02-06-2021, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl

Wijzigingen

  • 08 april 2021 09:03: Nieuwe monografie

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering