Dantroleen

Stofnaam
Dantroleen
Merknaam
Dantrium
ATC code
M03CA01
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Maligne hyperthermie:
Startdosering, off-label. Titratie: on-label

Spasticiteit: On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Maligne hyperthermie: 
Kinderen: Intraveneus:Start 1 mg/kg/dosis en doorgaan met telkens 1 mg/kg/dosis totdat de symptomen verdwijnen of een cumulatieve hoeveelheid van 10 mg/kg is bereikt. Wanneer de fysiologische en metabole afwijkingen terugkeren, mag deze behandeling worden herhaald.

Bij chronische spasticiteit: (Kinderen)
Start: 0,5 mg/kg/dag, titreren per 4-7 dagen met 0,5-1,0 mg/kg/dag,
onderhoudsdosis: meestal 3-8 mg/kg/dag, max dosis: 12 mg/kg/dag met een max van 400 mg/dag.
 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Poeder voor inj.vlst. (Na-zout-3.5-water) 20 mg
Capsule (Na-zout-3.5-water) 1 mg, 5 mg, 10 mg, 25 mg
Susp 5 mg/ml

Eigenschappen

Perifeer werkend spierverslappend middel met een directe werking op de skeletspier; ook op het hart en mogelijk op de gladde spieren wordt invloed uitgeoefend. Dantroleen grijpt in op de contractiele respons van de skeletspier voorbij de neuromusculaire synaps, in de spier zelf. Dit gebeurt waarschijnlijk door remming van de afgifte van calciumionen vanuit het sarcoplasmatisch reticulum, dit geeft relaxatie van de spier. Kan als zodanig bij maligne hyperthermie toename van calcium in het myoplasma en acute katabole processen in de spiercel voorkomen. Het effect lijkt meer uitgesproken in snelle dan in trage spiervezels, maar is over het algemeen merkbaar in beide. Totale verlamming kan niet optreden, omdat dantroleen zich hoofdzakelijk beperkt tot het verminderen van de abnormale spanningstoestand van de spier. De contractiliteit van het hart kan afnemen met als gevolg een verminderd slag- en hartminuutvolume.

Kinetische gegevens

Na intraveneuze toediening:
Kinderen 2-7 jaar:

T1/2= 10,0 ± 2,6 uur
Klaring= 0,64±0,175 ml/min/kg

Neonaten:
T1/2= ~20 uur

Doseringen

Indicatie: Maligne hypertermie
  • Intraveneus
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [2] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11]
      • 2,5 mg/kg/dosis, bolus. Herhalen tot symptomen over zijn. .
      • Meestal een cumulatieve dosis tot 10 mg/kg/dag, doch hogere cumulatieve doses zijn beschreven
        Er zijn geen studies verricht naar gebruik bij kinderen jonger dan 2 jaar

Indicatie: Spierspasmen
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [12]
      • Startdosering: 0,5 mg/kg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: Zonodig wekelijks verhogen met 0,5-1 mg/kg/dag tot 0,5 - 8 mg/kg/dag in 3 - 4 doses , max: 12mg/kg/dag, maar niet hoger dan 400 mg/dag.
      • Gebruikelijke onderhoudsdosering 3-8 mg/kg/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

DIRECT WERKENDE SPIERRELAXANTIA

Bijwerkingen bij kinderen

Na intraveneuze toediening:
Duizeligheid, slaperigheid en misselijkheid. 
Zelden: pulmonair oedeem. Zeer zelden: urticaria, erytheem.

Na orale toediening:
Sufheid, moeheid, slapte. Minder frequent: diarree. Na langdurig gebruik is levertoxiciteit beschreven.
 

Bijwerkingen bij volwassenen

Parenteraal:

Zelden (0,01–0,1%): pulmonaal oedeem.

Zeer zelden (< 0,01%): urticaria, erytheem.

Verder zijn gemeld: bradycardie, tachycardie, hartfalen. Respiratoir falen. Convulsies, somnolentie, spraakstoornis, een effect op het centrale zenuwstelsel met duizeligheid en asthenie. Maag-darmklachten als misselijkheid, braken, gastro-intestinale bloeding. Geelzucht, hepatitis, leverfalen. Kristalurie.

Oraal:

Meest frequent aan het begin van de behandeling en dosisafhankelijk: sufheid, duizeligheid, malaise, vermoeidheid, spierzwakte en diarree. Stijging van leverenzymwaarden. Hepatitis, meestal na 3–12 maanden behandeling.

Zeer zelden: anafylaxie. Tachycardie, wisselende bloeddruk, flebitis, hartfalen. Dyspneu, respiratoire depressie, pleurale effusie met pericarditis. Slikstoornis, veranderde smaak, anorexie, andere maag-darmklachten dan diarree; maagirritatie, misselijkheid, braken, buikkrampen, obstipatie, bloeding. Nervositeit, paresthesie, verwardheid, depressie, slapeloosheid. Spreekstoornis, kwijlen, hoofdpijn, convulsies. Visusstoornis, toegenomen traanproductie. Veranderd mictiepatroon, urine-incontinentie en/of nycturie, hematurie, kristalurie. Erectiestoornis. Myalgie, rugpijn. Koorts, rillingen. Huiduitslag (eczemateuze, acne, urticaria), jeuk, abnormale haargroei, hyperhidrose en mogelijk fotosensibilisatie. Anemie, leukopenie, trombocytopenie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Oraal

  • chronische of acute leveraandoeningen zoals gestoorde leverfunctie, hepatitis, cirrose;
  • cardiale aandoeningen;
  • wanneer de spastische toestand een onmisbare rol vervult bij het verrichten of handhaven van de lichamelijke functies (bv. rechtop staan, bewaren van evenwicht, bij verplaatsing, etc.).

Voor de intraveneuze toepassing bij maligne hyperthermie zijn geen contra-indicaties bekend.


 

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Cave extravasatie van de infusievloeistof, oplossing is sterk alkalisch. Leverfuncties controleren.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Bij intraveneuze toediening:

Bij de behandeling van maligne hyperthermie blijven de bekende ondersteunende maatregelen ook noodzakelijk; overweeg deze per patiënt. Alle anesthetica staken, het toegenomen zuurstofverbruik beoordelen, respiratoire en metabole acidose behandelen en de urineproductie en elektrolytenbalans controleren. Soms zal afkoelen van de patiënt noodzakelijk zijn.

De kans op hepatotoxiciteit kan toenemen met toenemende dosis en duur van de behandeling.

Toedieningsinformatie: Bij het opzuigen van de gereconstitueerde oplossing altijd het meegeleverde filter gebruiken, omdat er na reconstitutie van het product onopgeloste kristallen/deeltjes kunnen verschijnen waardoor er risico ontstaat op exacerbatie van reacties op de plaats van injectie/weefselnecrose ten gevolge van kristallen aanwezig in aangetaste injectieflacons.

Daar de oplossing alkalisch is, morsen op de huid voorkomen. Indien dit wel gebeurt, de huid reinigen met veel water.

Het gebruik kan leiden tot een verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden, ook gedurende enige tijd na de behandeling) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Bij orale toediening

Het risico op leverlijden is groter bij hoge doses (> 12 mg/kg/dag of > 300 mg), bij vrouwen, boven de 35 jaar, bij gebruik van oestrogenen en andere stoffen die levercomplicaties kunnen veroorzaken. Aan het begin van de behandeling en bij langdurige behandeling om de 2–3 maanden de leverfuncties controleren. Bij gestoorde leverfunctie de therapie onderbreken; indien na eventuele herstart de leverfunctie opnieuw verslechtert het gebruik definitief staken. Instrueer de patiënt zich te melden bij symptomen van leverlijden waaronder plotse onverklaarde vermoeidheid of lusteloosheid, anorexie, misselijkheid, braken, gegeneraliseerde jeuk, geelzucht of ontkleurde ontlasting.

Wees voorzichtig bij een gestoorde longfunctie, vooral bij obstructieve longziekten.

Bij ernstige diarree kan verlaging van de dosering of onderbreken van de therapie noodzakelijk zijn. Wanneer de diarree na een herstart terugkomt, is het aan te raden voorgoed van de therapie af te zien.

Tijdens de behandeling zonnebaden vermijden, vanwege fotosensibilisatie.

Het gebruik kan leiden tot verminderd reactie- en concentratievermogen. Vele dagelijkse bezigheden (bv. autorijden) kunnen daarvan hinder ondervinden.

Interacties

Niet beoordeeld: de sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.

Voorzichtigheid is geboden bij het gelijktijdig toedienen van stoffen die leverschade kunnen veroorzaken.

Referenties

  1. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 11 jun 2020
  2. Lerman J, et al, Pharmacokinetics of intravenous dantrolene in children, Anesthesiology, 1989, Apr;70(4), 625-9
  3. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas ( Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 11 jun 2020
  4. Shime J, et al, Dantrolene in pregnancy: lack of adverse effects on the fetus and newborn infant., Am J Obstet Gynecol, 1988, Oct;159(4), 831-4
  5. Flewellen EH, et al, Prophylactic and therapeutic doses of dantrolene for malignant hyperthermia, Anesthesiology, 1984, Oct;61(4), 477
  6. Playfor SD, Malignant hyperthermia, Lancet., 1998, Nov 28;352(9142), 1785-6
  7. Blank JW, et al , Successful treatment of an episode of malignant hyperthermia using a large dose of dantrolene, J Clin Anesth, 1993, Jan-Feb;5(1), 69-72
  8. (MHAUS) MHAotUS, Malignant Hyperthermia Association of the United States: Emergency Therapy for Malignant Hyperthermia, Sherburne2008, [cited 2011 05/30/2011], Available from: http://medical.mhaus.org/PubData/PDFs/treatmentposter.pdf.
  9. Ali SZ, et al, Malignant hyperthermia, Best Pract Res Clin Anaesthesiol, 2003, Dec;17(4), 519-33
  10. Glahn KP, et al, Recognizing and managing a malignant hyperthermia crisis: guidelines from the European Malignant Hyperthermia Group, Br J Anaesth, 2010, Oct;105(4), 417-20
  11. Harrison GG, Malignant hyperthermia. Dantrolene--dynamics and kinetics, Br J Anaesth, 1988, Feb;60(3), 279-86
  12. Norgine BV, SmPC Dantrium (RVG 06978) 02-11-2018, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl

Wijzigingen